Conclusie van de advocaat generaal
1. Met de onderhavige zaak beoogt de Commissie te doen vaststellen dat de Franse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan richtlijn 95/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 1995 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende liften (hierna: richtlijn"), de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2. De richtlijn strekt ertoe, de veiligheidsnormen te harmoniseren waaraan liften moeten voldoen om in de handel te kunnen worden gebracht. Volgens artikel 15, lid 1, waren de lidstaten verplicht, vóór 1 januari 1997 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen aan te nemen en bekend te maken om aan de richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis te stellen. De lidstaten moesten die bepalingen vanaf 1 juli 1997 toepassen.
3. De Franse regering erkent, dat in de omzetting van de richtlijn vertraging is ontstaan, en betwist de conclusies van de Commissie niet. Zij zet uiteen, welke moeilijkheden die vertraging hebben veroorzaakt, maar erkent, dat zij zich niet op die moeilijkheden kan beroepen om zich tegen het beroep van de Commissie te verzetten: met haar uiteenzetting van de omstandigheden die tot de vertraging hebben geleid, wil de regering veeleer haar goede trouw bewijzen.
4. Na de sluiting van de schriftelijke behandeling heeft de Franse regering het Hof bij brief van 3 oktober 2000 meegedeeld, dat het decreet tot uitvoering van de richtlijn was bekendgemaakt in het Journal officiel de la République française van 27 augustus 2000.
5. De Commissie heeft op die informatie niet gereageerd, en het Hof behoeft zich geen mening te vormen over de vraag, of de richtlijn door het decreet volledig, zij het te laat, is omgezet. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is de Commissie gerechtigd, bij wege van een beroep de niet-omzetting van een richtlijn te laten vaststellen, ook wanneer deze later volledig is uitgevoerd.
Conclusie
6. Mitsdien geef ik het Hof in overweging:
1) vast te stellen dat de Franse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 95/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 1995 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende liften, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
2) de Franse Republiek in de kosten te verwijzen.
Full & Egal Universal Law Academy