Conclusie van de advocaat generaal
1. Met het onderhavige beroep verzoekt de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof vast te stellen, dat het Groothertogdom Luxemburg, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken, de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2. Zij stelt, dat de richtlijn ten doel heeft, de nationale bepalingen inzake de rechtsbescherming van databanken te harmoniseren. Volgens artikel 16 van de richtlijn moesten de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om vóór 1 januari 1998 aan deze richtlijn te voldoen, en de Commissie de tekst meedelen van de bepalingen van intern recht die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststelden.
3. Omdat zij niet in kennis was gesteld van nationale maatregelen ter omzetting van de richtlijn, heeft de Commissie bij brief van 31 maart 1998 de procedure van artikel 169 EG-Verdrag (thans artikel 226 EG) ingeleid en het Groothertogdom Luxemburg aangemaand, binnen twee maanden na ontvangst van deze brief zijn opmerkingen te maken. De Luxemburgse regering heeft hierop niet geantwoord.
4. Op 30 september 1998 heeft de Commissie een met redenen omkleed advies aan het Groothertogdom Luxemburg gezonden, waarin zij er nogmaals op wees, dat de nodige stappen moesten worden genomen om de richtlijn in het Luxemburgse recht om te zetten, en dat zij over deze omzetting moest worden ingelicht.
5. Tot op dat tijdstip had zij - naar haar zeggen - van de Luxemburgse regering geen nadere informatie ontvangen en was haar ook anderszins niets bekend geworden waaruit kon worden afgeleid, dat de nodige uitvoeringsmaatregelen getroffen waren.
6. Op basis van de artikelen 249, derde alinea, en 10, eerste alinea, EG en artikel 16 van de richtlijn verzoekt de Commissie het Hof, haar vordering toe te wijzen en het Groothertogdom Luxemburg in de kosten te verwijzen.
7. In haar verweerschrift betwist de Luxemburgse regering niet, dat zij de nodige maatregelen moet treffen om aan de richtlijn te voldoen. Zij stelt evenwel, dat op 17 april 1998 ter uitvoering van de richtlijn een wetsontwerp inzake de auteursrechten, de naburige rechten en de databanken bij de kamer van afgevaardigden is ingediend, maar dat het wetgevingsproces vertraging heeft opgelopen. Omdat het wetsontwerp meer inhoudt dan alleen maar de bescherming van databanken en met name betrekking heeft op het auteursrecht, dat volledig nieuw wordt geregeld, diende een werkgroep te worden ingesteld en een uitgebreide raadpleging van de betrokken groeperingen alsook een seminar over het thema auteursrecht te worden georganiseerd.
8. De Luxemburgse regering voert aan, dat aangezien dit wetsontwerp volledig uitvoering geeft aan de richtlijn, de procedure voor het Hof zonder voorwerp zal zijn, zodra het ontwerp door de kamer van afgevaardigden is goedgekeurd. Zij verzoekt het Hof derhalve, de behandeling van de zaak te schorsen, subsidiair, het beroep te verwerpen, en de Commissie in de kosten te verwijzen.
9. De maatregelen die nodig zijn om de richtlijn naar behoren en volledig uit te voeren, zijn niet binnen de gestelde termijn genomen, hetgeen de Luxemburgse regering ook niet betwist. Er moet dan ook worden vastgesteld, dat het Groothertogdom Luxemburg zijn verplichtingen uit deze richtlijn niet is nagekomen. De Luxemburgse regering voert niets aan dat een schorsing van de behandeling zou rechtvaardigen, en de niet-nakoming is hoe dan ook duidelijk.
10. Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, indien dit is gevorderd.
Conclusie
11. Gelet op het voorgaande geef ik het Hof in overweging, te verklaren:
1) Door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken, is het Groothertogdom Luxemburg de krachtens artikel 16 van deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Het Groothertogdom Luxemburg wordt verwezen in de kosten."
Full & Egal Universal Law Academy