Conclusie van de advocaat generaal
1. Met dit krachtens artikel 226 EG ingestelde beroep vraagt de Commissie het Hof om vast te stellen dat Ierland, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken, de krachtens die richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2. Ingevolge artikel 16 van de richtlijn moeten de lidstaten de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vaststellen die nodig zijn om vóór 1 januari 1998 aan de richtlijn te voldoen en dienen zij de tekst van de nationale bepalingen die zij op het door de richtlijn beheerste gebied vaststellen, aan de Commissie mee te delen.
3. Aangezien de Commissie van Ierland geen enkele mededeling over een uitvoeringsmaatregel had ontvangen, verzocht zij het bij aanmaningsbrief van 31 maart 1998 binnen twee maanden zijn opmerkingen hierover kenbaar te maken.
4. Bij brief van 18 mei 1998 deelden de Ierse autoriteiten de Commissie mee, dat zij een nieuw wetsvoorstel aan het afronden waren waardoor alle aspecten van het Ierse auteursrecht volledig zouden worden herzien en de richtlijn ten uitvoer zou worden gelegd.
5. Aangezien zij geen verdere mededeling ontving, zond de Commissie Ierland op 2 oktober 1998 een met redenen omkleed advies waarin zij aangaf, dat de termijn voor uitvoering van de richtlijn op 1 januari 1998 was verstreken en dat Ierland haar mededeling diende te doen van elke uitvoeringsmaatregel die het had vastgesteld.
6. De Ierse regering antwoordde bij brief van 1 december 1998, dat het nieuwe wetsvoorstel voor de volledige herziening van het auteursrecht en de naburige rechten in een vergevorderd stadium van voorbereiding was en binnenkort kon worden bekendgemaakt.
7. Hierna heeft de Commissie geen enkele verdere mededeling ontvangen over de voortgang van de tenuitvoerlegging van de richtlijn in Ierland.
8. De Commissie stelt, dat richtlijnen krachtens artikel 189, derde alinea, EG-Verdrag (thans artikel 249, derde alinea, EG) verbindend zijn ten aanzien van het te bereiken resultaat voor elke lidstaat waarvoor zij bestemd zijn, en dat de lidstaten krachtens artikel 5, eerste alinea, EG-Verdrag (thans artikel 10, eerste alinea, EG) alle algemene of bijzondere maatregelen moeten treffen welke geschikt zijn om de nakoming van de uit dit Verdrag of uit handelingen van de instellingen der Gemeenschap voortvloeiende verplichtingen te verzekeren.
9. De Ierse regering ontkent niet, dat de richtlijn niet binnen de voorgeschreven termijn ten uitvoer is gelegd. Dienaangaande stelt zij, dat de Ierse autoriteiten al het nodige hebben gedaan om de richtlijn in nationaal recht om te zetten. Het is echter niet mogelijk de bepalingen van de richtlijn daadwerkelijk uit te voeren zonder alle aspecten van het Ierse auteursrecht te herzien en aan te passen.
10. De herziening van het Ierse auteursrecht, die, aldus de Ierse regering, sinds 1994 aan de gang is, heeft in een nieuwe Copyright and Related Rights Bill geresulteerd, die al is bekendgemaakt en binnenkort zal worden aangenomen.
11. De Ierse regering verzoekt het Hof, de procedure voor een periode van zes maanden vanaf de datum van indiening van haar verweerschrift te schorsen, teneinde de Commissie de gelegenheid te geven na onderzoek van de Ierse wettelijke regeling afstand van instantie te doen.
De niet-nakoming
12. Volgens vaste rechtspraak kan een lidstaat zich niet op nationale bepalingen, praktijken of situaties beroepen ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door een richtlijn voorgeschreven verplichtingen of termijnen.
13. Met betrekking tot de door de Ierse regering gevraagde schorsing van de procedure moet worden opgemerkt, dat wanneer aan het einde van de ingevolge artikel 226, tweede alinea, EG door de Commissie vast te stellen termijn de lidstaat tot wie het met redenen omkleed advies is gericht, geen einde aan de hem verweten niet-nakoming heeft gemaakt, de Commissie vrij kan beslissen zich al dan niet tot het Hof te wenden. Aangezien de Commissie in repliek heeft verklaard, dat zij het beroep handhaaft, bestaat er geen aanleiding de behandeling ervan te schorsen.
14. Aangezien de richtlijn niet binnen de voorgeschreven termijn ten uitvoer is gelegd, moet het beroep van de Commissie gegrond worden geacht.
15. Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dat is gevorderd, hetgeen in casu het geval is.
Conclusie
16. Ik geef het Hof daarom in overweging:
1) te verklaren dat Ierland, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken, de krachtens die richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen;
2) Ierland in de kosten te verwijzen.
Full & Egal Universal Law Academy