Conclusie van de advocaat generaal
I - Inleiding
1 In de onderhavige zaak wenst het Spaanse Tribunal Supremo (derde kamer voor administratieve beroepen) in wezen te vernemen of de Spaanse voorschriften, volgens welke de exploitanten van digitale satelliettelevisiediensten met voorwaardelijke toegang (hierna: "exploitanten") voor het in de handel brengen van de daartoe benodigde toestellen, apparatuur, decoders of systemen (hierna: "decoders") een vergunning behoeven, waaraan de voorwaarde is verbonden dat zij zichzelf, alsmede de decoders na het doorlopen van een procedure in een register laten inschrijven, verenigbaar zijn met het gemeenschapsrecht. De exploitanten en hun decoders worden op aanvraag in dit register ingeschreven. Voordat de inschrijving plaatsvindt, moeten alle decoders worden onderworpen aan een advies of technisch rapport van de technische diensten van de Dirección General de Telecomunicaciones van het Ministerio de Fomento betreffende de inachtneming van technische normen.
II - Feiten
2 De onderneming Canal Satélite Digital (hierna: "Canal Satélite Digital") biedt diensten aan inzake de digitale uitzending van televisiesignalen per satelliet en de ontvangst van televisieuitzendingen met voorwaardelijke toegang. De digitale uitzending en de toegang tot de gecodeerde televisiediensten worden mogelijk gemaakt door de verwerving van speciale decoders of middels een gebruiksrecht voor dergelijke apparaten. Canal Satélite Digital biedt dergelijke decoders aan in Spanje. De decoders zijn in België en in het Verenigd Koninkrijk wettig geproduceerd en in de handel gebracht. Ondanks aanmaning door de Spaanse autoriteiten had Canal Satélite Digital noch zichzelf, noch de door haar in de handel gebrachte decoders in het Spaanse register laten inschrijven. Na ingebrekestelling door de bevoegde autoriteiten werd de inschrijving bij besluit van de Comisión del Mercado de las Telecomunicaciones (commissie voor de telecommunicatiemarkt) afgewezen. Ondanks het ontbreken van een inschrijving heeft Canal Satélite Digital in Spanje vele klanten die haar decoders gebruiken. Er werd haar nog geen administratieve sanctie opgelegd.
III - Juridisch kader
A - Gemeenschapsrecht
3 Richtlijn 95/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 inzake het gebruik van normen voor het uitzenden van televisiesignalen(1) (hierna: "richtlijn 95/47/EG").
4 De artikelen 1 tot en met 5 van richtlijn 95/47/EG bepalen, kort samengevat, dat de lidstaten alle passende maatregelen dienen te treffen ter bevordering van de versnelde invoering van televisiediensten in 16:9-breedbeeldformaat. Ongeacht of televisiediensten voor kijkers via kabel, per satelliet of langs terrestrische weg worden uitgezonden, vindt het 16:9 formaat toepassing en voorts wordt de toepassing van verschillende transmissiesystemen geregeld.
5 Artikel 4 bepaalt in het bijzonder:
"Met betrekking tot voorwaardelijke toegang tot digitale televisiediensten die worden uitgezonden naar kijkers in de Gemeenschap, gelden, ongeacht de transmissiemedia, de volgende voorwaarden:
[...]
c) De lidstaten nemen alle maatregelen opdat de exploitanten van voorwaardelijke-toegangssystemen, ongeacht de wijze van transmissie, die diensten produceren en aanbieden met het oog op de toegang tot digitale televisiediensten:
- aan alle omroepen op eerlijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden technische diensten aanbieden waarmee hun digitale televisiediensten kunnen worden ontvangen door kijkers die daartoe gerechtigd zijn middels decoders die door de dienstverleners worden beheerd, en zich houden aan het communautair mededingingsrecht, met name wanneer er sprake is van een dominante positie;
[...]"
6 Richtlijn 83/189/EEG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften(2), in de in 1994 uitgebreide en in de betrokken periode geldende versie van richtlijn 94/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 maart 1994 tot tweede substantiële wijziging van richtlijn 83/189/EEG betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften(3) (hierna: "richtlijn 83/189/EEG") bepaalt onder andere:
7 "Artikel 1
[...]
1) $product' : producten die industrieel worden vervaardigd [...];
2) $technische specificatie': specificatie die voorkomt in een document ter omschrijving van de vereiste kenmerken van een product, zoals kwaliteitsniveau, prestaties, veiligheid of afmetingen, met inbegrip van de voor het product geldende voorschriften inzake verkoopbenaming, terminologie, symbolen, beproeving en beproevingsmethoden, verpakking, het merken of etiketteren, en de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures.
Onder $technische specificatie' wordt ook verstaan [...] de productiemethoden en -procédés voor de overige producten, wanneer die gevolgen hebben voor de kenmerken van deze producten;
3. $andere eis': een eis die, zonder een technische specificatie te zijn, ter bescherming van met name de consument of het milieu wordt opgelegd en betrekking heeft op de levenscyclus van het product nadat dit in de handel is gebracht, zoals voorwaarden voor gebruik, recycling, hergebruik of verwijdering van het product, wanneer deze voorwaarden op significante wijze de samenstelling, de aard of de verhandeling van het product kunnen beïnvloeden;
[...]
9) $technisch voorschrift': een technische specificatie of andere eis, met inbegrip van de erop toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen die de jure of de facto moeten worden nageleefd voor de verhandeling of het gebruik in een lidstaat of in een groot deel van een lidstaat, alsmede de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, behoudens die bedoeld in artikel 10, van de lidstaten die de vervaardiging, de invoer, de verhandeling of het gebruik van een product verbieden.
[...]"
8 Artikel 8, lid 1, eerste zin
Onverminderd artikel 10 delen de lidstaten de Commissie onmiddellijk ieder ontwerp voor een technisch voorschrift mee, tenzij het slechts een integrale omzetting van een internationale of Europese norm betreft, in welk geval met de vermelding van de betrokken internationale of Europese norm kan worden volstaan; zij stellen de Commissie tevens in kennis van de redenen die de vaststelling van dit technisch voorschrift noodzakelijk maken, tenzij die redenen reeds uit het ontwerp blijken.
9 Artikel 10, lid 1
De artikelen 8 en 9 zijn niet van toepassing op de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten of op de vrijwillige overeenkomsten waarbij de lidstaten:
- zich voegen naar dwingende communautaire besluiten die de aanneming van technische voorschriften tot gevolg hebben; [...]
B - Nationaal recht
10 De door de verwijzende rechter relevant geachte nationale voorschriften zijn opgenomen in Real Decreto Ley 1/1997 en in Real Decreto 136/1997. Voorzover nodig worden deze hierna in het kader van de juridische beoordeling aangehaald.
11 Samenvattend bepaalt Real Decreto Ley 1/1997 dat exploitanten zichzelf en de decoders moeten laten inschrijven in een register dat daartoe bij de commissie voor de telecommunicatiemarkt wordt gecreëerd en dat het in de handel brengen van decoders zonder voorafgaande goedkeuring waaruit de naleving van de hierin vastgestelde normen blijkt, wordt bestraft als een ernstige of zeer ernstige overtreding.
12 Real Decreto 136/1997 bevat bepalingen over het houden van het register en de inschrijvingsprocedure.
IV - Hoofdgeding en prejudiciële vragen
13 Naar Spaans recht hebben natuurlijke of rechtspersonen wier belangen door een algemeen geldend rechtsvoorschrift kunnen zijn geschonden, het recht om bij de rechter rechtstreeks beroep tot nietigverklaring daarvan in te stellen. Wanneer dit voorschrift is vastgesteld door de ministerraad (zoals bij een Real Decreto het geval is) en bijgevolg geen wet in formele zin vormt, moet het beroep via een bijzondere procedure worden ingesteld bij het Tribunal Supremo, waarvan de derde kamer voor administratieve beroepen in eerste en laatste aanleg bevoegd is om rechtsvoorschriften met een lagere rang dan wetten nietig te verklaren.
14 In het hoofdgeding gaat het om de Spaanse rechtsvoorschriften betreffende de inschrijving van exploitanten en hun decoders. Canal Satélite Digital vordert de nietigverklaring van deze rechtsvoorschriften en beroept zich hiertoe op, onder andere, de onverenigbaarheid ervan met het gemeenschapsrecht.
15 Het Tribunal Supremo legt in dit verband het Hof de volgende prejudiciële vragen voor:
"1) Staat artikel 30 EG-Verdrag, in samenhang met het bepaalde in de artikelen 1 tot en met 5 van richtlijn 95/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 inzake het gebruik van normen voor het uitzenden van televisiesignalen (PB L 281, blz. 51), in de weg aan een nationale regeling die exploitanten van diensten inzake voorwaardelijke toegang als noodzakelijke voorwaarde voor het in de handel brengen van toestellen, apparatuur, decoders of systemen voor digitale uitzending en ontvangst van televisiesignalen via satelliet - ook die welke wettig in andere lidstaten zijn vervaardigd of in de handel gebracht - de volgende cumulatieve verplichtingen oplegt:
- zichzelf en die toestellen, apparatuur, decoders of systemen in een verplicht officieel register te laten inschrijven, waarvoor de enkele verklaring van de betrokken exploitant dat hij zich aan de technische specificaties houdt, ontoereikend is, maar een voorafgaand advies of technisch rapport van de nationale autoriteiten met betrekking tot de naleving van de in de nationale regeling vastgestelde technische of andere voorschriften vereist is;
- na de voltooiing van de inschrijvingsprocedure desbetreffende voorafgaande administratieve goedkeuring verkrijgen, die de naleving van de in de nationale regeling vastgestelde technische of andere voorschriften bevestigt?
2) Staat artikel 59 EG-Verdrag, in samenhang met het bepaalde in de artikelen 1 tot en met 5 van de genoemde richtlijn 95/47/EG, in de weg aan een nationale regeling die de exploitanten van diensten inzake voorwaardelijke toegang de hierboven genoemde administratieve verplichtingen oplegt?
3) Moet een nationale bepaling die de naleving van die regels oplegt, worden aangemerkt als een $technisch voorschrift' waarvan ingevolge richtlijn 83/189/EEG van 28 maart 1983 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (PB L 109, blz. 8) de Commissie in kennis moet worden gesteld?"
V - Ontvankelijkheid van de prejudiciële verwijzing
16 De Spaanse regering betwist de ontvankelijkheid van de prejudiciële verwijzing en voert hiertoe aan dat de vragen louter hypothetisch van aard zijn en generlei betekenis hebben voor de beslissing in het hoofdgeding. Samenvattend luiden haar argumenten hiervoor als volgt.
17 De inschrijvingsvoorschriften zijn enkel onverenigbaar met het gemeenschapsrecht, indien de inschrijving een constitutieve voorwaarde is voor het in de handel brengen van de decoders en het daarmee mogelijk gemaakte aanbieden van televisiesignalen met voorwaardelijke toegang. Bij nadere beschouwing van de Spaanse rechtsvoorschriften blijkt evenwel dat Real Decreto 136/1997, de enige regeling waartegen in het hoofdgeding beroep openstaat, op zich enkel de structuur en de werking van dit register, alsmede de procedure regelt. Volgens de Spaanse regering wordt de inschrijving niet voorgeschreven, en worden evenmin juridische sancties gesteld op het aanbieden van de diensten en het in de handel brengen van decoders zonder voorafgaande inschrijving. Bijgevolg houdt Real Decreto 136/1997 als zodanig geen enkel verband met de bepalingen van gemeenschapsrecht, waarvan in de prejudiciële verwijzing de uitlegging wordt gevraagd.
18 De Spaanse regering erkent - zoals door het Tribunal Supremo is opgemerkt - dat een wettelijke inschrijvingsplicht in samenhang met een sanctie voor het in de handel brengen van niet-geregistreerde producten, lijken mee te brengen dat de regelingen als geheel beschouwd uit gemeenschapsrechtelijk oogpunt onregelmatig zijn. De wettelijke inschrijvingsplicht en de sanctie op de overtreding daarvan zijn echter niet in Real Decreto 136/1997, maar in Real Decreto Ley 1/1997 opgenomen. Real Decreto Ley 1/1997 heeft evenwel sinds het parlementsbesluit van 3 mei 1997 rang van wet en kan naar Spaans recht geen voorwerp zijn van een procedure zoals het hoofdgeding. Bijgevolg is de uitlegging van de bepalingen van de richtlijnen en van het EG-Verdrag - welke enkel uit het oogpunt van Real Decreto Ley 1/1997 problematisch zouden kunnen zijn - wegens ontoepasselijkheid in het hoofdgeding louter hypothetisch van aard, zodat volgens de vaste rechtspraak van het Hof de prejudiciële verwijzing niet-ontvankelijk is.
19 Het Tribunal Supremo omschrijft het uit gemeenschapsrechtelijk oogpunt relevante voorwerp van het hoofdgeding als volgt: "Artikel 2 van Real Decreto 136/1997 juncto artikel 1, lid 2, van Real Decreto Ley 1/1997". In punt 2 van de verwijzingsbeschikking is uiteengezet dat het voorwerp van deze nationale procedure een abstracte toetsing is van besluiten van de ministerraad die lager in rang dan wetten zijn.
20 Het staat in beginsel aan de nationale rechter om te oordelen over de noodzaak van de prejudiciële vraag ter beslechting van het bij hem aanhangig gemaakte concrete geschil. Er zij aan herinnerd dat het Hof in verschillende soorten zaken een prejudiciële vraag niet-ontvankelijk heeft verklaard.(4) In de onderhavige zaak is de uitlegging van het gemeenschapsrecht in elk geval van belang voor het hoofdgeding, voorzover hierin de geldigheid van nationale rechtsvoorschriften tegen de achtergrond van het uit te leggen gemeenschapsrecht aan de orde is.
21 Volgens de vaste rechtspraak van het Hof kan een onderzoek naar de ontvankelijkheid enkel plaatsvinden op basis van de juridische kwalificatie door de verwijzende nationale rechter in de omstandigheden van het nationale recht. Kenmerkend voor binnen de bevoegdheidssfeer van de nationale rechter vallende vragen zijn onder andere vragen aangaande nationale procedurevoorschriften en met name vragen naar de ontvankelijkheid van bepaalde binnenlandse rechtsgangen. Het Hof is namelijk niet bevoegd "om na te gaan of de beschikking waarbij het is aangezocht, is gegeven met inachtneming van de regels van het nationale recht betreffende de rechterlijke organisatie en de procesgang".(5)
22 Volgens de motivering van de prejudiciële verwijzing gaat het Tribunal Supremo ervan uit dat in casu Real Decreto Ley 1/1997 voor de nietigverklaring van Real Decreto 136/1997 in het kader van het Spaanse stelsel van rechtsbescherming van belang is.
23 Op grond van deze overwegingen zijn de prejudiciële vragen ontvankelijk.
VI - Eerste en tweede prejudiciële vraag
24 Deze prejudiciële vragen betreffen de verenigbaarheid van de litigieuze Spaanse rechtsvoorschriften met het primaire recht en met richtlijn 95/47/EG. Blijkens de verwijzingsbeschikking voorzien deze voorschriften in de verplichte inschrijving van decoders en exploitanten en in een voorafgaand advies of technisch rapport van de nationale autoriteiten. Van deze twee vereisten hangt de goedkeuring af voor het in de handel brengen van de decoders. Ik zal hieronder op de belangrijkste kenmerken van deze twee vereisten ingaan.
25 Canal Satélite Digital betoogt om te beginnen dat de inschrijvingsvoorschriften als voorwaarde voor goedkeuring in strijd zijn met richtlijn 95/47/EG, voorzover deze richtlijn niet voorziet in een dergelijke voorwaarde. De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, de Commissie en de Spaanse regering zijn van mening dat richtlijn 95/47/EG geen bepalingen bevat over de tenuitvoerlegging van de daarin opgenomen technische specificaties en derhalve de lidstaten vrijlaat in de wijze van tenuitvoerlegging van de richtlijn.
26 Voorts zijn Canal Satélite Digital, de Commissie en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA van mening dat de inschrijvingsvoorschriften voor zowel de decoders als de exploitanten een constitutieve voorwaarde betreffen voor het in de handel brengen van de decoders en bijgevolg een met artikel 28 EG en artikel 49 EG onverenigbare beperking vormen. De inschrijving is afhankelijk van een beslissing van de commissie voor de telecommunicatiemarkt. Deze beslissing kan ook negatief zijn en op het in de handel brengen van decoders zonder inschrijving staat een sanctie. Volgens de Commissie vormen dergelijke voorschriften een onevenredige beperking van de fundamentele vrijheden, temeer omdat controle op de inachtneming van mogelijke beschermingswaardige consumentenbelangen ook achteraf kan plaatsvinden.
27 De Spaanse regering betoogt dat de inschrijvingsvoorschriften enkel declaratoir van aard zijn. Real Decreto 136/1997 regelt enkel de organisatie van het register en de inschrijvingsprocedure. De administratieve sanctie die is voorzien in de enige bijkomende bepaling van Real Decreto Ley 1/1997 heeft geen betrekking op de inschrijvingsvoorschriften. Uit de daarin opgenomen verwijzing naar de Spaanse wet ter omzetting van de richtlijn inzake eindapparatuur voor telecommunicatie(6) blijkt dat alleen een administratieve sanctie staat op het in de handel brengen zonder de krachtens deze wet vereiste certificatie betreffende de elektromagnetische compatibiliteit, wat overigens door de richtlijn inzake eindapparatuur voor telecommunicatie wordt voorgeschreven. Derhalve is het in de handel brengen van decoders zonder de litigieuze inschrijving (hetzij omdat daartoe geen verzoek is ingediend, hetzij omdat het verzoek is afgewezen) te allen tijde mogelijk zonder dat dit een administratieve sanctie tot gevolg heeft. Voor het overige zijn de Spaanse rechtsvoorschriften ter bescherming van het algemeen belang vastgesteld. Zij beogen namelijk de bescherming van consumenten en met name de bescherming tegen misbruik van een dominante marktpositie. In Spanje is er op het gebied van de digitale satelliettelevisie sprake van een sterke concentratietendens. Het gevaar dat exploitanten een dominante marktpositie verwerven en daarvan misbruik kunnen maken, moet worden tegengegaan door transparantie op de markt voor exploitanten en de door hen gebruikte decoders. In dit verband verwijst de Spaanse regering tevens naar haar verplichting uit hoofde van artikel 4, sub c, van richtlijn 95/47/EG, om op het gebied van televisiediensten met voorwaardelijke toegang "alle maatregelen" te nemen ter naleving van het communautaire mededingingsrecht, met name wanneer er sprake is van een dominante marktpositie.
28 Ten slotte beroept de Spaanse regering zich nog op de rechtspraak van het Hof in de zaak Keck(7) en betoogt zij dat de inschrijvingsvoorschriften geen beperking van de toegang tot de markt maar enkel een regeling van verkoopmodaliteiten vormen.
29 Canal Satélite Digital, de Commissie en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA verzetten zich tegen de verkrijging van een voorafgaand advies of technisch rapport van de nationale autoriteiten voor decoders, voorzover deze eis is voorgeschreven voor apparaten die in andere lidstaten van de EER conform de voorschriften van richtlijn 95/47EG zijn geproduceerd of in de handel gebracht. De Spaanse regering voert hiertegen aan dat voor producten die uit andere lidstaten afkomstig zijn een advies niet of slechts ten dele noodzakelijk is, aangezien er rekening wordt gehouden met een overeenkomstig onderzoek dat in de lidstaat van oorsprong heeft plaatsgevonden.
A - Richtlijn 95/47/EG
30 Tussen de partijen bestaat onenigheid over de vraag, of bepaalde voorschriften van richtlijn 95/47/EG in de weg staan aan de Spaanse rechtsvoorschriften die inschrijving van de exploitanten en de door hen gebruikte decoders, alsmede de verkrijging een voorafgaand advies of technisch rapport van de nationale autoriteiten voorschrijven.
31 Dienaangaande moet het volgende worden opgemerkt. Aangezien richtlijnen die - zoals de onderhavige - gebaseerd zijn op artikel 100A EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 95 EG) in beginsel minimumharmonisaties beogen, kunnen de litigieuze rechtsvoorschriften in strijd met richtlijn 95/47/EG zijn indien hieruit een overeenkomstige "totale harmonisatie" van de modaliteiten van de tenuitvoerlegging ervan kan worden afgeleid. De vraag of richtlijn 95/47/EG deze modaliteiten uitputtend regelt, moet worden beantwoord aan de hand van de bewoordingen ervan of via de uitlegging van haar voorwerp en doelstelling.(8)
32 Richtlijn 95/47/EG maakt deel uit van het globale strategische raamwerk van de Gemeenschap voor de totstandbrenging van de interne markt voor geavanceerde televisietechnologie. Zij beoogt de bevordering van de versnelde ontwikkeling van televisiediensten in breedbeeldformaat (16:9) en de invoering van hoge-definitietelevisie (HDTV) in Europa en bevat regelingen voor de nieuwe markt voor digitale televisiediensten met voorwaardelijke toegang (betaaltelevisie). De richtlijn regelt niet uitdrukkelijk de modaliteiten van tenuitvoerlegging of de controle van de technische specificaties en de andere in deze richtlijn opgenomen eisen. Uit de genoemde doelstellingen van de richtlijn valt evenwel ook niet af te leiden, dat bepaalde modaliteiten van tenuitvoerlegging vereist zouden zijn. Bijgevolg kan niet a priori worden uitgesloten dat de controle van de in de richtlijn opgenomen vereisten in beginsel ook kan plaatsvinden middels rechtsvoorschriften die inschrijving in samenhang met een voorafgaand advies of technisch rapport van de nationale autoriteiten noodzakelijk maken.
33 Onverminderd de navolgende uiteenzettingen, staan de artikelen 1 tot en met 5 van richtlijn 95/47/EG bijgevolg in beginsel niet in de weg aan dit soort nationale rechtsvoorschriften.
B - Artikel 28 EG en 49 EG
34 De decoders, waarvan in de onderhavige zaak wordt gesteld dat het in de handel brengen ervan wordt belemmerd, zijn producten die voortkomen uit een nieuwe technologische ontwikkeling, waarbinnen zij verschillende technische mogelijkheden bieden, zodat allereerst moet worden nagegaan welke van de genoemde fundamentele vrijheden in het geding kan zijn en vervolgens of de inschrijvingsvoorschriften en de verkrijging van een voorafgaand advies of technisch rapport van de nationale autoriteiten een onaanvaardbare beperking van deze vrijheden vormen.
1. Digitale televisietechnologie in de context van de fundamentele vrijheden
35 De inschrijvingsvoorschriften hebben zowel betrekking op dienstverrichters (gecodeerde satelliettelevisiediensten, genaamd "betaaltelevisie") als op goederen (decoders). Op het gebied van digitale televisiediensten zijn diensten en goederen evenwel nauw met elkaar verbonden, aangezien de decoders zowel de omzetting van digitale signalen als zodanig, de toegang tot bepaalde digitale televisiediensten, alsmede de opheffing van de toegangsbeperkingen bij digitale televisiediensten met voorwaardelijke toegang mogelijk maken.
36 Het arrest Sacchi(9) was het eerste arrest waarin het Hof zich uitsprak over de afbakening van het vrije verkeer van goederen en de vrijheid van dienstverrichting op het gebied van de televisietechnologie. In die zaak maakte het Hof het onderscheid dat "een televisiebericht naar zijn aard moet worden beschouwd als een dienstverrichting" en dat "het handelsverkeer in alle materialen, geluidsdragers, films en andere voor de uitzending van televisieberichten gebruikte producten, aan de regels betreffende het vrije verkeer van goederen is onderworpen". Het Hof heeft dit fundamentele onderscheid naderhand gepreciseerd.(10)
37 De nieuwe technologie voor doorgifte van digitale televisie voegt met de litigieuze decoders een nieuw product toe aan het interne handelsverkeer. Enerzijds zijn de decoders bestemd voor de omzetting van digitale in analoge televisiesignalen, zodat de gangbare televisietoestellen het beeld en geluid dat door de gewone televisiezenders zowel analoog als digitaal wordt uitgezonden in de daardoor verbeterde kwaliteit kunnen weergeven. Bovendien geven zij toegang tot speciale digitale televisiekanalen. Ten slotte bieden zij de mogelijkheid van overdracht en gebruik van software voor de decodering van televisiediensten met voorwaardelijke toegang (betaaltelevisie).(11) Hoewel al deze functies in één apparaat zijn verenigd, mag echter niet uit het oog worden verloren dat het hierbij gaat om twee verschillende handelsobjecten die uit gemeenschapsrechtelijk oogpunt onder afzonderlijke bepalingen van het EG-Verdrag vallen.
38 Voorzover door de enkele omzetting van digitale in analoge signalen een betere beeld- en geluidskwaliteit van de gewone, vrij toegankelijke televisiekanalen mogelijk wordt, lijkt het feit dat deze omzetting om technische redenen op dit moment nog plaatsvindt middels apparaten die losstaan van het televisietoestel zelf (decoders), op zichzelf in beginsel geen andere benadering te rechtvaardigen dan die van elke andere voorziening ter verbetering van de beeld- en geluidskwaliteit. Voorzover decoders dus "voor de uitzending van televisieberichten gebruikte producten" in de zin van het arrest Sacchi zijn, vallen zij onder het vrije verkeer van goederen als bedoeld in artikel 28 EG.
39 Voorzover de decoders toegang bieden tot speciale maar wel vrij toegankelijke digitale televisiekanalen, en voorzover zij bovendien ook de opheffing van de toegangsbeperkingen bij gecodeerde digitale televisieprogramma's mogelijk maken, is de toegankelijkheid van dienstverrichtingen in het geding. In zoverre lijkt er geen fundamenteel verschil te bestaan met "televisieberichten" in de traditionele betekenis van het woord in het arrest Sacchi. Het in de handel brengen van decoders zou derhalve, voorzover daarmee de toegang tot diensten mogelijk wordt, onder artikel 49 EG vallen.
2. Inschrijvingsvoorschriften
40 Krachtens de Spaanse rechtsvoorschriften moeten zowel de decoders, voordat zij in de handel worden gebracht, als de exploitanten van digitale televisiediensten die televisiediensten met voorwaardelijke toegang (betaaltelevisie) aanbieden, in het register worden ingeschreven. Uitgaande van bovenstaande overwegingen zou in het geval van de exploitanten sprake kunnen zijn van een beperking van de vrijheid van dienstverrichting (betaaltelevisie), en in het geval van de decoders van een beperking van zowel het vrije verkeer van goederen (apparaten voor het omzetten van digitale signalen) als van de vrijheid van dienstverrichting (het decoderen van gecodeerde televisieprogramma's).
41 Aangezien het hierbij gaat om parallelle vragen, verdient het de voorkeur artikel 28 EG en 49 EG samen te behandelen. De Spaanse rechtsvoorschriften gelden zonder onderscheid voor exploitanten uit Spanje en uit andere lidstaten en staan los van de lidstaat van herkomst van de decoders. Nagegaan moet worden, of de inschrijvingsvoorschriften een beperking vormen van de in het geding zijnde fundamentele vrijheden en of er in casu omstandigheden zijn die een dergelijke beperking kunnen rechtvaardigen.
Beperking van het vrije verkeer van goederen en de vrijheid van dienstverrichting
42 Wanneer een staat inzake de verhandeling van goederen of het verrichten van diensten op de niet-naleving van de betreffende nationale inschrijvingsvoorschriften een sanctie stelt en daarmee de rechtmatigheid van het in de handel brengen in twijfel trekt, zijn dergelijke inschrijvingsvoorschriften hoe dan ook constitutief van aard voor het verkeer van goederen of diensten, hetgeen een beperking van de fundamentele vrijheden inhoudt.(12) Daarentegen kunnen inschrijvingsvoorschriften die als declaratoir zijn aan te merken, voorzover zij de rechtmatigheid van de verhandeling van goederen of de levering van diensten onverlet laten, zelfs indien op de niet-naleving van die voorschriften een sanctie is gesteld, in beginsel verenigbaar zijn met het gemeenschapsrecht, tenminste wanneer hun naleving geen bijzondere financiële of administratieve lasten met zich brengt.
43 De partijen verschillen van opvatting over de vraag, hoe de rechtsvoorschriften van Real Decreto 136/1997 en Real Decreto Ley 1/1997 in dit opzicht moeten worden uitgelegd. In zijn verwijzingsbeschikking verklaart het Tribunal Supremo als volgt:
- "Dienaangaande is [het Tribunal Supremo] van mening, dat de meest coherente uitlegging van de reeds genoemde regels als volgt is: via artikel 2 van Real Decreto 136/1997, juncto artikel 1, lid 2, van Real Decreto Ley 1/1997 en de enige aanvullende bepaling ervan, hebben de Spaanse autoriteiten een register voor exploitanten van voorwaardelijke-toegangssystemen in het leven geroepen, waarin die exploitanten niet alleen zichzelf, maar ook de door hen in de handel gebrachte of aangeboden toestellen, apparatuur, aansluitingen of systemen voor telecommunicatie moeten inschrijven. De inschrijving in dat register gaat niet automatisch, maar vereist een voorafgaande administratieve beslissing die negatief kan uitvallen [...]. De inschrijving vindt ook niet plaats door de enkele verklaring van de desbetreffende exploitant, dat hij zich aan de technische specificaties zal houden, maar vereist een voorafgaande beoordeling of technisch rapport van ambtenaren van het Ministerio de Fomento over het voldoen aan de in Real Decreto Ley 1/1997 vastgestelde technische of andere vereisten. Pas na het volgen van de inschrijvingsprocedure en na verkrijging van de desbetreffende 'goedkeuring' is het juridisch mogelijk om de voor de digitale transmissie van televisiesignalen noodzakelijke toestellen, systemen en decoders in de handel te brengen, te verkopen, af te staan of te verhuren. Bij niet-verkrijging van die goedkeuring plegen de exploitanten, wanneer zij de genoemde apparaten in de handel brengen, verkopen, afstaan of verhuren een ernstige of zeer ernstige overtreding, waarop een administratieve sanctie staat."
44 Het Hof kan de prejudiciële vragen enkel op basis van de uitlegging van het nationale recht door de verwijzende nationale rechter beantwoorden.(13) Dientengevolge is de toepassing van de antwoorden op de prejudiciële vragen in het verdere hoofdgeding nauw verbonden met de juridische uitgangssituatie zoals die in de verwijzingsbeschikking aan het Hof is voorgelegd.
45 Gaat men er dus van uit, zoals de verwijzende rechter, dat op het in de handel brengen van decoders zonder inschrijving van deze apparaten en de exploitanten sancties staan die de rechtmatigheid van het in de handel brengen raken, dan is deze inschrijving een constitutieve voorwaarde voor het in de handel brengen van goederen en het aanbieden van diensten. Hiervan uitgaande, kan voortaan dus ook van "inschrijvingsverplichtingen" worden gesproken. In dat geval vormen dergelijke maatregelen beperkingen die in beginsel onverenigbaar zijn met de fundamentele vrijheden van artikel 28 EG en artikel 49 EG.
46 Met betrekking tot het argument van de Spaanse regering dat de inschrijvingsverplichtingen enkel verkoopmodaliteiten zijn die volgens de rechtspraak van het Hof in de zaak Keck(14) geen beperking van de fundamentele vrijheden inhouden, kan worden volstaan met vast te stellen dat nationale rechtsvoorschriften die de rechtmatigheid van het in de handel brengen van apparaten afhankelijk stellen van de naleving van bepaalde inschrijvingsvoorschriften niet als verkoopmodaliteiten in de zin van de genoemde rechtspraak kunnen worden aangemerkt.
Dwingende vereisten van algemeen belang
47 Belemmeringen van het vrije verkeer van goederen of van de vrijheid van dienstverrichting kunnen in bepaalde gevallen echter worden aanvaard wanneer sprake is van een rechtvaardingsgrond, bijvoorbeeld wanneer zij bedoeld zijn ter waarborging van dwingende vereisten van algemeen belang en evenredig zijn aan het beoogde doel, dat wil zeggen wanneer zij geschikt, noodzakelijk en proportioneel zijn.(15) Nagegaan moet dus worden of de Spaanse inschrijvingsvoorschriften aan deze voorwaarden voldoen.
48 De door de Spaanse regering aangevoerde consumentenbescherming door waarborging van de mededinging vormt ongetwijfeld een algemeen belang. Voorts kan worden aangenomen dat de inschrijving van alle exploitanten en van de door hen gebruikte decoders om de evolutie van de markt voor digitale televisiediensten te kunnen volgen, een passende manier is om deze markt transparant te maken.
49 Er bestaan evenwel ernstige twijfels over de vraag, of de litigieuze inschrijvingsvoorschriften als voorwaarde voor het in de handel brengen van de decoders en het aanbieden van digitale televisiediensten "noodzakelijk" zijn in de zin van de rechtspraak van het Hof. Het Hof heeft herhaaldelijk verklaard dat beperking van een fundamentele vrijheid slechts dan noodzakelijk kan zijn, wanneer er voor het bereiken van het beoogde doel geen enkel minder verstrekkend middel bestaat dat deze fundamentele vrijheid niet of in geringere mate beperkt.(16)
50 In dit verband moet het door de verwijzende rechter aangehaalde artikel 2, punt 9, van Real Decreto 136/97 in aanmerking worden genomen. Deze bepaling luidt als volgt:
- "In elk geval laat het bepaalde in dit artikel de mogelijkheden van de Comisión del Mercado de las Telecomunicaciones [...] onverlet om de activiteit van exploitanten van voorwaardelijke-toegangssystemen en van uitzendingen te beperken of te verhinderen, wanneer dat noodzakelijk is ter bescherming van de mededinging en om de pluraliteit van de aangeboden diensten te waarborgen".
51 Blijkbaar oefent de commissie voor de telecommunicatiemarkt ook taken op het gebied van de bewaking van de mededinging uit en beoogt de inschrijving in het bij deze commissie gehouden register het toezicht op de mededinging op de markt voor digitale televisiediensten te vereenvoudigen. In zoverre zou men ook kunnen zeggen dat - zoals de Spaanse regering heeft betoogd - de inschrijvingsvoorschriften een omzetting van richtlijn 95/47/EG vormen.
52 Toch moet een nationale maatregel, ook al beoogt hij de omzetting van een richtlijn, de grenzen van de fundamentele vrijheden in acht nemen. In casu dient zij met name noodzakelijk en evenredig te zijn aan het nagestreefde doel. Wanneer constitutieve inschrijvingsverplichtingen de enige doeltreffende methode zijn voor het toezicht op een markt waarop het gevaar van misbruik van een dominante marktpositie bestaat, zouden dergelijke voorschriften ook voor andere, aan hetzelfde gevaar blootgestelde markten moeten bestaan, wat evenwel kennelijk niet het geval is. De Spaanse regering heeft ook geen argumenten aangevoerd ten betoge dat de mededingingssituatie op de markt voor digitale televisiediensten dusdanig verschilt van die op andere mogelijk bedreigde markten, dat het toezicht op die markt niet of niet voldoende doeltreffend kan plaatsvinden met meer gebruikelijke maatregelen die de fundamentele vrijheden minder beperken.
53 Een nationale regeling zoals die welke in het hoofdgeding is beschreven, die als noodzakelijke voorwaarde voor het rechtmatig in de handel brengen van decoders voor digitale televisiediensten, een inschrijving van de exploitanten en deze apparaten voorschrijft, is bijgevolg in zoverre niet verenigbaar met artikel 28 EG en artikel 49 EG.
3. Advies of technisch rapport van nationale autoriteiten
54 Tussen partijen bestaat onenigheid over de vraag, of en in hoeverre controles met betrekking tot de naleving van de technische specificaties van richtlijn 95/47/EG die reeds in andere lidstaten zijn uitgevoerd, in aanmerking worden genomen bij het advies of technisch rapport (hierna: "advies") dat bij de nationale autoriteiten moet worden verkregen, dan wel in voorkomend geval deze verplichtingen overbodig kunnen maken.
55 Het nationale recht, zoals beschreven door de verwijzende rechter in de eerste prejudiciële vraag, houdt in dat de Spaanse regeling
- "als noodzakelijke voorwaarde voor het in de handel brengen van (decoders) - ook die welke wettig in andere lidstaten zijn vervaardigd of in de handel gebracht - de volgende cumulatieve verplichtingen oplegt:
- [...] voorafgaand advies of technisch rapport van de nationale autoriteiten met betrekking tot de naleving van de in de nationale regeling vastgestelde technische [...] voorschriften [...]".
56 Dienaangaande moet om te beginnen het volgende worden opgemerkt. De waarborging (in casu in de vorm van controles) dat is voldaan aan de technische vereisten voor decoders die zijn geproduceerd in Spanje of daar voor het eerst in de handel zijn gebracht, is niet alleen rechtmatig, maar wordt ook door richtlijn 95/47/EG voorgeschreven. Deze richtlijn heeft evenwel betrekking op een gebied van de interne markt dat overeenkomstig artikel 57, lid 2, EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 47, lid 2, EG), artikel 66 EG-Verdrag (thans artikel 55 EG) en artikel 100A EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 95 EG) is geharmoniseerd. Dus moet ervan uit worden gegaan, dat er in elke lidstaat regelingen bestaan voor de omzetting van richtlijn 95/47/EG, en dat deze van toepassing zijn op de aldaar geproduceerde of in de handel gebrachte decoders. Zoals reeds is uiteengezet, verlangen de Spaanse rechtsvoorschriften desondanks voor alle uit de Gemeenschap afkomstige decoders een voorafgaand advies of technisch rapport van de nationale autoriteiten.
57 Volgens de vaste rechtspraak van het Hof vormen dergelijke "dubbele controles" ongerechtvaardigde beperkingen van de fundamentele vrijheden, wanneer en voorzover daarmee opnieuw wordt nagegaan of aan de reeds in het land van herkomst gecontroleerde voorwaarden is voldaan.(17) Dit geldt met name wanneer men op grond van de communautaire harmonisatievoorschriften de aanwezigheid kan veronderstellen van toezichtmogelijkheden die in voldoende mate gelijkwaardig en doeltreffend zijn.(18)
58 Voorzover dus nationale regelingen het rechtmatig in de handel brengen van de litigieuze decoders die in andere lidstaten rechtmatig geproduceerd of in de handel gebracht zijn, afhankelijk stellen van een voorafgaand advies of technisch rapport van de nationale autoriteiten, zoals in het hoofdgeding is uiteengezet, zijn zij onverenigbaar met artikel 28 EG en artikel 49 EG.
VII - Derde prejudiciële vraag
59 Met de derde prejudiciële vraag wenst de verwijzende rechter te vernemen, of de inschrijvingsvoorschriften, alsmede de verkrijging van een voorafgaand advies of technisch rapport van de nationale autoriteiten, als noodzakelijke voorwaarde om de decoders in de handel te mogen brengen, "technische voorschriften" vormen in de zin van richtlijn 83/189/EEG, die aan de Commissie hadden moeten worden medegedeeld.
60 Aangezien de litigieuze Spaanse rechtsvoorschriften in 1997 zijn vastgesteld, moet deze prejudiciële vraag worden onderzocht op basis van richtlijn 83/189/EEG, in de versie van richtlijn 94/10/EG(19) (hierna: "richtlijn 83/189/EEG").
61 De Commissie en Canal Satélite Digital benadrukken de constitutieve werking van de Spaanse rechtsvoorschriften voor het in de handel brengen van de decoders. Volgens hen gaat het om "technische voorschriften", aangezien de naleving daarvan voorwaarde is voor het rechtmatig in de handel brengen van de decoders. De Spaanse regering betwist de toepasselijkheid van richtlijn 83/189/EEG en baseert zich hiertoe op haar beschrijving van het nationale recht, volgens welke de inschrijvingsvoorschriften uitsluitend declaratoir van aard zijn. Haars inziens is er geen sprake van "technische voorschriften" in de zin van richtlijn 83/189/EEG, aangezien daarmee enkel die nationale voorschriften bedoeld zijn die de facto of de jure moeten worden nageleefd voor het in de handel brengen.
62 De Commissie, Canal Satélite Digital en de Belgische regering zijn van mening dat de litigieuze Spaanse voorschriften betrekking hebben op de constructie van de decoders. Volgens hen gaat het om "technische voorschriften" in de vorm van "andere" voorschriften. De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA vindt dat het bij deze rechtsvoorschriften niet gaat om andere voorschriften, aangezien zij geen directe gevolgen voor de kenmerken van de litigieuze decoders hebben.
63 De Spaanse regering en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA voeren verder aan dat deze rechtsvoorschriften uitdrukkelijk zijn aangemerkt als maatregelen ter omzetting van richtlijn 95/47/EG en dat bijgevolg de uitzondering van artikel 10, lid 1, eerste gedachtestreepje, van richtlijn 83/189/EEG van toepassing is. Artikel 10 heeft tot doel administratieve procedures te vereenvoudigen. De litigieuze Spaanse rechtsvoorschriften zijn aan de Commissie meegedeeld in het kader van de bijzondere mededelingsplicht van richtlijn 95/47/EG en bij die gelegenheid aangemerkt als controlemechanisme voor de naleving van de in de richtlijn opgenomen technische specificaties. Dat de richtlijn geen voorschriften met betrekking tot een inschrijving bevat en de nationale maatregel in dit opzicht dus verder gaat dan de inhoud van de richtlijn, is niet relevant, zolang de maatregel de inhoud van de richtlijn dient, hetgeen in casu het geval is. De Belgische regering, Canal Satélite Digital en de Commissie nemen in wezen een tegenovergesteld standpunt in.
64 De Spaanse regering wijst ten slotte op de verenigbaarheid van het inschrijvingsstelsel met richtlijn 97/13/EG betreffende telecommunicatiediensten.(20) De uitzondering van artikel 10, lid 1, eerste gedachtestreepje, van richtlijn 83/189/EEG is ook van toepassing met betrekking tot richtlijn 97/13/EG. Dat laatstgenoemde richtlijn pas na de inwerkingtreding van de Spaanse voorschriften van kracht is geworden, is irrelevant. Volgens haar vormden de litigieuze Spaanse rechtsvoorschriften een vervroegde omzetting, wat verenigbaar is met het gemeenschapsrecht.
65 Om te beginnen moet worden vastgesteld, dat het bij de rechtsvoorschriften betreffende de inschrijving van exploitanten en hun decoders enerzijds en bij de verplichting vooraf een advies of technisch rapport van de nationale autoriteiten te verkrijgen anderzijds, ook wat richtlijn 83/189/EEG betreft, om twee verschillende zaken gaat, die bijgevolg hierna afzonderlijk zullen worden behandeld.
A - Inschrijvingsvoorschriften
66 Met de verwijzende rechter moet ervan worden uitgegaan dat de Spaanse rechtsvoorschriften de rechtmatigheid van het in de handel brengen van de decoders afhankelijk stellen van de inschrijving van de exploitanten en de door hen gebruikte decoders.
67 Bijgevolg moet worden nagegaan, of deze rechtsvoorschriften overeenkomstig artikel 8, lid 1, van richtlijn 83/189/EEG hadden moeten worden meegedeeld. Dit zou het geval zijn, indien het "technische voorschriften" in de zin van artikel 1, punt 9, van richtlijn 83/189/EEG betrof en de uitzondering van artikel 10, lid 1, eerste gedachtestreepje, niet van toepassing was.
68 Om te beginnen moet worden nagegaan of het bij de Spaanse rechtsvoorschriften gaat om regelingen betreffende het in de handel brengen van "producten" in de zin van artikel 1, punt 1, van richtlijn 83/189/EEG. De inschrijving betreft in de eerste plaats de decoders. Deze moeten als "producten" in de zin van de richtlijn worden beschouwd, tenminste voorzover zij digitale in analoge televisiesignalen omzetten. De decoders hebben tevens een ondersteunende technische functie ten behoeve van het aanbieden van diensten, namelijk de toegang tot speciale digitale televisiekanalen. Voorts worden zij gebruikt om door de ontvangst van decoderingssoftware de toegangsbeperkingen voor betaaltelevisie op te heffen.
69 Ten slotte heeft de inschrijving eveneens betrekking op de dienstverrichters, namelijk de exploitanten van digitale televisiediensten met voorwaardelijke toegang. Bijgevolg moet worden nagegaan, of dergelijke inschrijvingsvoorschriften voor dienstverrichters en voor apparaten, die - onder andere - het aanbieden van diensten mogelijk maken, binnen de werkingssfeer van richtlijn 83/189/EEG vallen.(21) De Spaanse rechtsvoorschriften brengen mij er bijgevolg toe stil te staan bij het onderscheid tussen nationale voorschriften over het in de handel brengen van producten en nationale voorschriften over het aanbieden van diensten.
70 In de betreffende periode vielen diensten niet binnen de werkingssfeer van de destijds geldende versie van richtlijn 83/189/EEG. Pas met de laatste wijziging van de in 1998 gecodificeerde richtlijn werden bepaalde dienstverrichtingen, namelijk diensten in het kader van de informatiemaatschappij, uitdrukkelijk binnen de werkingssfeer van de richtlijn opgenomen.(22) Bijgevolg vallen (en vielen in de betreffende periode) nationale voorschriften ter regeling van het verrichten van diensten als zodanig in beginsel buiten de werkingssfeer van de richtlijn. Evenwel valt niet uit te sluiten, dat lidstaten dienstverrichtingen probeerden te regelen door het vaststellen van voorschriften voor het verhandelen van apparaten of producten die noodzakelijk zijn voor het aanbieden van bepaalde diensten. Aangezien in dat geval in wezen de regeling van de dienstverrichtingen in de eerste plaats komt, lijkt de vraag gerechtvaardigd of dan nog sprake is van voorschriften die "moeten worden nageleefd voor het in de handel brengen of het gebruik [van een product]" en die bijgevolg moeten worden meegedeeld.
71 Voor een mogelijke afbakening van mededelingsplichtige voorschriften voor "producten" en voorschriften voor "diensten" die niet of niet noodzakelijk hoeven te worden meegedeeld, kan bijvoorbeeld worden uitgegaan van de doelstelling van het nationale voorschrift met betrekking tot het in de handel brengen. Een dergelijke benadering lijkt evenwel niet erg nuttig, aangezien een afbakening waarschijnlijk vooral dan moeilijk is, wanneer nationale voorschriften voor het verhandelen van producten zich zowel op de kenmerken van de producten zelf als op de regeling van de daarmee te verrichten diensten richten.
72 Gelet op het feit dat richtlijn 83/189/EEG een onder andere op artikel 100 EG-Verdrag (thans artikel 94 EG) gebaseerde harmonisatiemaatregel was en dat de wijzigingsrichtlijn 94/10/EG onder andere op basis van artikel 100A EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 95 EG) werd vastgesteld, en ook rekening houdend met het onderscheid in het Verdrag tussen het vrije verkeer van goederen en de vrijheid van dienstverrichting, lijkt een dergelijke afbakening ook niet doorslaggevend te zijn voor de beantwoording van de vraag inzake de werkingssfeer van de richtlijn.(23)
73 De vraag of richtlijn 83/189/EEG van toepassing is, lijkt daarom niet af te hangen van een mogelijk voorwerp van de inschrijvingsplicht (bijvoorbeeld exploitanten van televisiediensten), noch van een bijzondere functie van de producten (bijvoorbeeld toegang verlenen tot speciale digitale televisiekanalen en opheffen van de toegangsbeperkingen van televisiediensten), wanneer duidelijk is dat de inschrijvingvoorschriften betrekking hebben op het in de handel brengen van een "product" in de zin van artikel 1, punt 1, van richtlijn 83/189. Dit is in de onderhavige zaak het geval.
74 Wanneer dus de Spaanse inschrijvingsvoorschriften betrekking hebben op het in de handel brengen van een "product", dan moet worden onderzocht of zij "technische voorschriften" vormen in de zin van artikel 1, punt 9, van richtlijn 83/189. Een "technisch voorschrift" kan volgens de omschrijving van richtlijn 83/189 een "technische specificatie" (artikel 1, punt 2) of een "andere eis" (artikel 1, punt 3) zijn.
75 Aangezien de Spaanse inschrijvingsvoorschriften niet enkel betrekking hebben op de "kenmerken" van de decoders, vormen zij geen "technische specificaties" in de zin van de richtlijn. Bijgevolg kan het gaan om "andere eisen". Hieronder valt elk nationaal voorschrift dat betrekking heeft op de "levenscyclus van het product nadat dit in de handel is gebracht, [...] wanneer deze voorwaarden op significante wijze de samenstelling, de aard of de verhandeling van het product kunnen beïnvloeden".
76 Met de introductie van het begrip "andere eis" is in 1994 de werkingssfeer van richtlijn 83/189/EEG uitgebreid. Voor de uitlegging van die bepaling moet worden verwezen naar de rechtspraak van het Hof ter zake van het begrip "technische specificatie". Uit deze rechtspraak kan worden afgeleid dat enkel die nationale voorschriften binnen de werkingssfeer van richtlijn 83/189/EEG vallen, die betrekking hebben op de kenmerken van een product.(24) Ook de formulering van de bepaling betreffende een "andere eis" gaat uit van de gedachte dat de naleving van het nationale voorschrift materiële gevolgen ("samenstelling", "aard") heeft voor het product. De bepaling werd uitgebreid met de toevoeging van de term "verhandeling".
77 Aangezien volgens de Spaanse regering de inschrijvingsvoorschriften tot doel hebben toe te zien op de markt voor digitale televisiediensten, zou de naleving daarvan geen enkele invloed moeten hebben op de kenmerken van de producten of op de verhandeling ervan. Een registratie van de exploitanten van digitale televisiediensten met voorwaardelijke toegang en de door hen in de handel gebrachte decoders, zoals bepaald door de Spaanse rechtsvoorschriften, kan in zoverre geen "andere eis" in de zin van artikel 1, punt 3, van richtlijn 83/189/EEG vormen.
78 Bijgevolg moet worden vastgesteld dat de Spaanse rechtsvoorschriften, voorzover zij de rechtmatige verhandeling van de decoders afhankelijk stellen van de inschrijving van de decoders en de exploitanten, geen "technische voorschriften" zijn die krachtens artikel 8, lid 1, van de richtlijn hadden moeten worden meegedeeld.
79 Voor het geval dat het Hof het hiermee niet eens is, moet nog worden stilgestaan bij het argument van de Spaanse regering, dat de rechtmatigheid van de niet-mededeling van de inschrijvingsvoorschriften, overeenkomstig artikel 10, lid 1, eerste gedachtestreepje, van richtlijn 83/189/EEG, voortvloeit uit de vervroegde(25) omzetting van richtlijn 97/13/EG.
80 Deze argumentatie is klaarblijkelijk gebaseerd op de rechtspraak van het Hof in het arrest Inter-Environnement Wallonie(26), volgens welke richtlijnen reeds vóór het verstrijken van hun omzettingstermijn bepaalde rechtsgevolgen sorteren. Hiertegen kan in de eerste plaats worden ingebracht dat niets in dit arrest erop wijst dat richtlijnen ook gedurende de periode vóór hun inwerkingtreding rechtsgevolgen zouden sorteren.
81 Volgens de rechtspraak van het Hof vloeien de vervroegde rechtsgevolgen van een richtlijn voort uit het beginsel van de gemeenschapstrouw, neergelegd in artikel 10 EG.(27) Uitzonderingen, zoals artikel 10, lid 1, eerste gedachtestreepje, van richtlijn 83/189/EEG, moeten volgens de vaste rechtspraak van het Hof in beginsel beperkt worden uitgelegd en het beginsel van de gemeenschapstrouw lijkt niet geschikt voor een uitbreiding van de werkingssfeer van communautaire normen die aan individuele lidstaten onder zeer strikte voorwaarden uitzonderingen op de toepassing van het gemeenschapsrecht toestaan.
82 Hieruit volgt dat een lidstaat geen aanspraak kan maken op de uitzondering van artikel 10, lid 1, eerste gedachtestreepje, van richtlijn 83/189/EEG met een beroep op gemeenschapsrecht dat ten tijde van de mededelingsplicht nog niet van kracht was.
B - Advies of technisch rapport van de nationale autoriteiten
83 Volgens de uiteenzettingen van de verwijzende rechter stellen de Spaanse voorschriften het rechtmatig in de handel brengen van de decoders tevens afhankelijk van het verkrijgen van een advies of het opstellen van een technisch rapport van de Spaanse autoriteiten. Dit advies of technisch rapport dient ter bevestiging van de conformiteit van de decoders met de technische eisen van richtlijn 95/47/EG.
84 Artikel 2, punt 4, derde volzin, van Real Decreto 136/1997 luidt:
- "[...] In elk geval wordt verzocht om het verplichte rapport van de technische diensten van de Dirección General de Telecomunicaciones van het Ministerio de Fomento met betrekking tot de naleving van de regels in Real Decreto Ley 1/1997 van 31 januari 1997, waarbij richtlijn 95/47/EEG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 inzake het gebruik van normen voor het uitzenden van televisiesignalen in Spaans recht is omgezet en waarbij aanvullende maatregelen voor de liberalisering van de sector [definitieve, gecorrigeerde versie] zijn getroffen."
85 Onderzocht moet worden, of de mededelingsplicht van artikel 8, lid 1, van richtlijn 83/189/EEG had kunnen vervallen, vanwege de toepasselijkheid van artikel 10, lid 1, eerste gedachtestreepje, van deze richtlijn, aangezien het blijkbaar nationale omzettingsmaatregelen betreft die reeds in het kader van richtlijn 95/47/EG zijn meegedeeld.
86 Blijkbaar wil de Spaanse regeling met de keuring van de decoders de naleving van de technische normen van richtlijn 95/47/EG waarborgen. De technische vereisten van de artikelen 1 tot en met 5 van richtlijn 95/47/EG zijn "technische specificaties" in de zin van artikel 1, punt 2, van richtlijn 83/189/EEG.
87 In deze omstandigheden is bijgevolg sprake van een geval van toepassing van artikel 10, lid 1, eerste gedachtestreepje, van richtlijn 83/189/EEG.
VIII - Conclusie
88 Gelet op het voorafgaande, geef ik het Hof in overweging de prejudiciële vragen te beantwoorden als volgt:
"1) Artikel 28 EG moet aldus worden uitgelegd, dat het in de weg staat aan een nationale regeling die voor verrichters van diensten met voorwaardelijke toegang als noodzakelijke voorwaarde voor het in de handel brengen van de hiertoe noodzakelijke apparaten - hieronder begrepen apparaten die in andere lidstaten rechtmatig zijn geproduceerd of verhandeld - voorziet in bestuursrechtelijke vereisten, zoals die in het hoofdgeding.
2) Artikel 49 EG moet aldus worden uitgelegd, dat het in de weg staat aan een nationale regeling die voor verrichters van diensten met voorwaardelijke toegang voorziet in bestuursrechtelijke vereisten, zoals die in het hoofdgeding.
3) De artikelen 1 tot en met 5 van richtlijn 94/57/EG moeten aldus worden uitgelegd, dat zij in beginsel niet in de weg staan aan nationale regelingen zoals die in hoofdgeding, mits deze verenigbaar zijn met gemeenschapsrechtelijke bepalingen van hogere rang.
4) Richtlijn 83/189/EEG, in de versie van richtlijn 94/10/EG, moet aldus worden uitgelegd, dat nationale rechtsvoorschriften, volgens welke verrichters van diensten met voorwaardelijke toegang als noodzakelijke voorwaarde voor het rechtmatig in de handel brengen van de daartoe benodigde apparaten
- zichzelf en de apparaten in een administratief register moeten laten inschrijven, geen $technische voorschriften' in de zin van artikel 1, punt 9, van de richtlijn vormen;
- een voorafgaand advies of technisch rapport van de nationale autoriteiten, zoals hierboven beschreven, moeten overleggen, $technische voorschriften' vormen in de zin van artikel 1, punt 9, van de richtlijn en mededelingsplichtig zijn, tenzij is voldaan aan de voorwaarden van artikel 10, lid 1, eerste gedachtestreepje, van de richtlijn."
(1) - PB L 281, blz. 51.
(2) - PB L 109, blz. 8.
(3) - PB L 100, blz. 30.
(4) - Zie arresten van 16 december 1981, Foglia (244/80, Jurispr. blz. 3045), en 29 oktober 1998, Zaninotto (C-375/96, Jurispr. blz. I-6629), beschikking van 25 mei 1998, Nour (C-361/97, Jurispr. blz. I-3101), en arrest van 15 december 1995, Bosman (C-415/93, Jurispr. blz. I-4921).
(5) - Arrest van 14 januari 1982, Reina, (65/81, Jurispr. blz. 33, punt 7); zie ook reeds arrest van 19 december 1968, Cicco (19/68, Jurispr. blz. 657); alsmede arrest van 11 april 2000, Deliège (gevoegde zaken C-51/96 en C-191/97, Jurispr. blz. I-2549, punt 29).
(6) - Richtlijn 91/263/EEG van de Raad van 29 april 1991 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie en de onderlinge erkenning van de conformiteit van de apparatuur (PB L 128, blz. 1).
(7) - Arrest van 24 november 1993 (gevoegde zaken C-267/91 en C-268/91, Jurispr. blz. I-6097).
(8) - Zie, bijvoorbeeld, arrest van 2 april 1998, Norbrook Laboratories (C-127/95, Jurispr. blz. I-1531, punt 32 e.v.).
(9) - Arrest van 30 april 1974 (155/73, Jurispr. blz. 409, punt 6 e.v.).
(10) - Zie arresten van 18 maart 1980, Debauve (52/79, Jurispr. blz. 833), 26 april 1988, Bond van Adverteerders (352/85, Jurispr. blz. 2085), 18 juni 1991, ERT (260/89, Jurispr. blz. I-2925), 5 oktober 1994, TV10 (C-23/93, Jurispr. blz. I-4795), 9 februari 1995, Leclerc-Siplec (C-412/93, Jurispr. blz. I-179) en 9 juli 1997, De Agostini e.a. (C-34/95, Jurispr. blz. I-3843).
(11) - Dat is de reden waarom ondernemingen zoals verzoekster in het hoofdgeding, dat wil zeggen exploitanten van diensten inzake voorwaardelijke toegang, in het algemeen ook decoders verhandelen.
(12) - Arresten van 30 november 1983, van Bennekom (227/82, Jurispr. blz. 3883) en 24 maart 1994, Commissie/België (C-80/92, Jurispr. blz. I-1019), recentelijk conclusie van advocaat-generaal Cosmas van 30 november 1999 in zaak Corsten (C-58/98) en arrest in dezelfde zaak van 3 oktober 2000 (Jurispr. blz. I-7919), arresten van 9 maart 2000, Commissie/Italië (C-358/98, (Jurispr. blz. I-1255) en 14 december 2000, Commissie/Frankrijk (C-55/99, (Jurispr. blz. I-11499 ).
(13) - Volgens de vaste rechtspraak staat het aan de nationale rechter om het nationale recht uit te leggen; zie reeds arrest van 19 maart 1964, Unger (75/63, Jurispr. blz. 369), en arrest van 19 juni 1973, Capolongo (77/72, Jurispr. blz. 611).
(14) - Aangehaald in voetnoot 8.
(15) - Zie arresten van 20 februari 1979, REWE (120/78, Jurispr. blz. 649, punt 8), en 3 december 1974, Binsbergen (33/74, Jurispr. blz. 1299, punt 10).
(16) - Zie, bijvoorbeeld, arresten van 25 juli 1991, Säger (C-76/90, Jurispr. blz. I-4221) en 30 november 1995, Gebhard (C-55/94, Jurispr. blz. I-4165).
(17) - Zie, bijvoorbeeld, arresten van 8 november 1979, Denkavit (251/78, Jurispr. blz. 3369), en 17 december 1981, Webb (279/80, Jurispr. blz. 3305).
(18) - Arrest van 4 december 1986, Commissie/Duitsland (205/84, Jurispr. blz. 3755, punt 36).
(19) - Richtlijn 83/189/EEG is in 1998 buiten werking getreden en werd vervangen door een gecodificeerde versie die op haar beurt weer is gewijzigd, namelijk bij richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (PB L 204, blz. 37) en bij richtlijn 98/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 juli 1998 tot wijziging van richtlijn 98/34/EG betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (PB L 217, blz. 18).
(20) - Richtlijn 97/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 april 1997 betreffende een gemeenschappelijk kader voor algemene machtigingen en individuele vergunningen op het gebied van telecommunicatiediensten (PB L 117, blz. 15).
(21) - Dit is met name van betekenis sinds het Hof zich in zijn arrest van 30 april 1996, CIA Security International (C-194/94, Jurispr. blz. I-2201), heeft gebogen over de rechtsgevolgen van een schending van de mededelingsplicht.
(22) - Volgens artikel 1, punt 2, van richtlijn 98/34/EG, in de versie van richtlijn 98/48/EG, geldt dit evenwel niet voor "televisieomroepdiensten bedoeld in artikel 1, onder a, van richtlijn 89/552/EEG" (PB L 298, blz. 23). Volgens de omschrijving van richtlijn 89/552/EEG zijn "televisie-omroepen" onder andere "het oorspronkelijke uitzenden [...] via satelliet, in al dan niet gecodeerde vorm van voor ontvangst door het publiek bestemde televisieprogramma's". Bijgevolg valt zelfs volgens de thans geldende versie van de richtlijn het aanbieden van digitale televisieprogramma's als zodanig niet binnen de werkingssfeer ervan.
(23) - In dit opzicht is de eerste overweging van de considerans van de oorspronkelijke versie van richtlijn 83/189/EEG misleidend. In de bij richtlijn 94/10/EG gewijzigde versie is in de overwegingen van de considerans enkel nog sprake van de "goede werking van de interne markt".
(24) - Arresten van 16 september 1997, Commissie/Italië (C-279/94, Jurispr. blz. I-4743, punt 34), 30 april 1996 (C-194/94, aangehaald in voetnoot 22, punt 25), 20 juni 1996, Semeraro e.a. (C-418/93, Jurispr. blz. I-2975, punt 38), en 12 oktober 2000, Snellers (C-314/98, (Jurispr. blz. I-8633, punt 37 e.v.).
(25) - De Spaanse rechtsvoorschriften werden op 31 januari 1997 van kracht. Richtlijn 97/13/EG trad op 27 mei 1997 in werking, en haar omzettingstermijn eindigde op 31 december 1997.
(26) - Arrest van 18 december 1997 (C-129/96, Jurispr. blz. I-7411).
(27) - Destijds artikel 5 EG-Verdrag.
Full & Egal Universal Law Academy