Conclusie van de advocaat generaal
1. Met het onderhavige beroep krachtens artikel 226 EG verzoekt de Commissie het Hof vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 98/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 1998 inzake de toepassing van Open Network Provision (ONP) op spraaktelefonie en inzake de universele telecommunicatiedienst in een door concurrentie gekenmerkt klimaat (hierna: richtlijn"), of althans door deze bepalingen niet aan de Commissie mee te delen, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2. Deze richtlijn strekt tot harmonisatie van de voorwaarden voor een open en efficiënte toegang tot vaste publieke telefoonnetten en telefoondiensten alsook tot harmonisatie van de gebruiksvoorwaarden ervan in een omgeving van open en concurrerende markten overeenkomstig de beginselen van Open Network Provision (ONP). De richtlijn moet de beschikbaarheid van kwalitatief hoogwaardige vaste publieke telefoondiensten binnen de Gemeenschap garanderen en de diensten definiëren waartoe alle gebruikers, met inbegrip van de consumenten, in het kader van de universele dienst tegen een aan de specifieke nationale omstandigheden aangepaste betaalbare prijs toegang moeten hebben.
3. Volgens artikel 32, lid 1, van de richtlijn doen de lidstaten de nodige bepalingen in werking treden om uiterlijk op 30 juni 1998 aan de richtlijn te voldoen, en stellen zij de Commissie ervan onverwijld in kennis.
4. Nadat de Commissie had geconstateerd dat de termijn van artikel 32, lid 1, van de richtlijn was verstreken zonder dat de Italiaanse autoriteiten haar in kennis hadden gesteld van de maatregelen die zij voor de omzetting van de richtlijn in de nationale rechtsorde hadden getroffen, en bij gebreke van andere gegevens waaruit kon worden geconcludeerd dat de Italiaanse Republiek de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen was nagekomen, heeft zij laatstgenoemde op 25 augustus 1998 aanmaningsbrief nr. SG(7301)D/11246 gestuurd en haar aangemaand binnen twee maanden haar opmerkingen te maken.
5. In haar antwoord van 16 oktober 1998 verklaarde de Italiaanse Republiek dat de noodzakelijke maatregelen ter uitvoering van de richtlijn in voorbereiding waren. Geen enkele definitieve wettekst werd evenwel formeel aan de Commissie meegedeeld.
6. Bijgevolg heeft de Commissie overeenkomstig de procedure van artikel 226 EG aan deze lidstaat bij brief van 22 januari 1999 een met redenen omkleed advies gestuurd waarin zij stelde dat de Italiaanse regering haar nog steeds niet had meegedeeld welke bepalingen zij ter uitvoering van de richtlijn had vastgesteld en haar uitnodigde binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de kennisgeving van het advies die bepalingen alsnog vast te stellen en haar mee te delen.
7. Op het met redenen omkleed advies ontving de Commissie een antwoord bij brief nr. 5626 van 12 april 1999 waarbij een ontwerpdecreet voor omzetting van verschillende gemeenschapsrichtlijnen, waaronder de betrokken richtlijn, was gevoegd. Bij gebreke van andere gegevens die de conclusie wettigden dat de Italiaanse Republiek zich naar de inhoud van het met redenen omkleed advies had gevoegd, heeft de Commissie besloten het onderhavige beroep in te stellen. Het verzoekschrift is ter griffie van het Hof ingeschreven op 29 oktober 1999. Daarin verzoekt zij vast te stellen dat de Italiaanse Republiek de krachtens de richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen doordat zij de noodzakelijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen tot nakoming ervan niet heeft vastgesteld en de Commissie niet heeft meegedeeld, en de Italiaanse Republiek te verwijzen in de kosten.
8. Zoals de Commissie terecht opmerkt, is een richtlijn volgens artikel 249 EG verbindend ten aanzien van het te bereiken resultaat voor elke lidstaat waarvoor zij bestemd is. Deze verplichting omvat de inachtneming van de in de richtlijn gestelde termijnen.
9. Volgens vaste rechtspraak van het Hof, kan een lidstaat zich voorts niet beroepen op bepalingen, praktijken of situaties van zijn nationale rechtsorde ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van uit het EG-Verdrag of communautaire voorschriften voortvloeiende verplichtingen en termijnen.
10. In casu moesten de lidstaten krachtens de litigieuze bepalingen uiterlijk op 30 juni 1998 de nodige maatregelen nemen en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen. Aangezien de termijn is verstreken zonder dat de Italiaanse Republiek de nodige maatregelen heeft genomen om aan de richtlijn te voldoen en zonder dat zij daarover enige betekenisvolle informatie heeft verstrekt, is zij de krachtens artikel 249 EG en artikel 32 van de richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
11. De Italiaanse Republiek betwist de haar verweten niet-nakoming niet. Zij wijst er alleen op dat voor de omzetting van de richtlijn reeds lang een ontwerpregeling in de zin van artikel 1, lid 3, van het decreto legge nr. 115 van 1 mei 1997 is vastgesteld, dat, na wijziging, wet nr. 189 van 1 juli 1997 is geworden en dat dit ontwerp ter informatie aan de Commissie en voor advies aan de Consiglio di Stato is meegedeeld. Alvorens zich uit te spreken achtte deze laatste het evenwel dienstig de Autorità per le garanzie nelle comunicazioni en de Autorità garante della concorrenza e del mercato te raadplegen.
12. In deze omstandigheden heeft de Italiaanse Republiek mijns inziens de definitieve maatregelen voor omzetting van de richtlijn niet binnen de gestelde termijn vastgesteld of althans de Commissie daarvan in kennis gesteld, zodat de door de Commissie aan deze lidstaat verweten niet-nakoming is bewezen.
Conclusie
13. Mitsdien geef ik het Hof in overweging:
- vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 98/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 1998 inzake de toepassing van Open Network Provision (ONP) op spraaktelefonie en inzake de universele telecommunicatiedienst in een door concurrentie gekenmerkt klimaat, of althans door deze bepalingen niet aan de Commissie mee te delen, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
- de Italiaanse Republiek te verwijzen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy