Conclusie van de advocaat generaal
I - Feiten, procesverloop en conclusies
1. Na het beroep gedeeltelijk te hebben ingetrokken, stelt de Commissie met onderhavige niet-nakomingsprocedure het verzuim tot omzetting van een richtlijn aan de orde.
2. Richtlijn 95/69/EG van de Raad van 22 december 1995 houdende vaststelling van de voorwaarden en bepalingen voor de erkenning en de registratie van bedrijven en tussenpersonen in de sector diervoeding en tot wijziging van de richtlijnen 70/524/EEG, 74/63/EEG, 79/373/EEG en 82/471/EEG, moest uiterlijk op 1 april 1998 zijn omgezet.
3. De Commissie ontving geen mededeling van de Helleense Republiek over de omzetting. Bij brief van 16 juli 1998 maande zij de Helleense Republiek daarom om binnen twee maanden haar opmerkingen te maken. Deze brief bleef onbeantwoord. De Commissie zond de Helleense Republiek daarom op 18 januari 1999 een met redenen omkleed advies, waarin een laatste termijn van twee maanden voor omzetting werd vastgesteld. Ook op dit advies werd niet gereageerd. De Commissie van de Europese Gemeenschappen leidde daarop tegen de Helleense Republiek de onderhavige niet-nakomingsprocedure in, die op 1 december 1999 ter griffie van het Hof is ingeschreven.
4. De Commissie van de Europese Gemeenschappen verzoekt, het Hof:
- vast te stellen dat de Helleense Republiek door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 95/69/EG, de krachtens het EG-Verdrag en deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
- de Helleense Republiek te verwijzen in de kosten.
5. De Helleense Republiek concludeert tot verwerping van het beroep.
II - Beoordeling door het Hof
Argumenten van partijen
6. De Commissie stelt vast dat lidstaten op grond van artikel 249, lid 3, EG en artikel 10 EG verplicht zijn de maatregelen te treffen die nodig zijn om richtlijnen vóór afloop van de daarin gestelde termijn in nationaal recht om te zetten. De lidstaten hebben ook de plicht, de Commissie deze maatregelen onverwijld mee te delen. Deze termijnen zijn echter verstreken zonder dat de Helleense Republiek de Commissie de bepalingen tot omzetting van de genoemde richtlijn in nationaal recht heeft meegedeeld.
7. De Helleense Republiek deelt mee, dat de werkzaamheden ter voorbereiding van de omzetting van de genoemde richtlijn vergevorderd zijn en dat de desbetreffende maatregelen binnenkort worden vastgesteld.
Beoordeling
8. Op het in het kader van de niet-nakomingsprocedure relevante tijdstip, te weten het moment waarop de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn van twee maanden te rekenen vanaf 18 januari 1999 afliep, was - zelfs rekening houdend met een eventuele verlenging van de termijn wegens de verzending per post - de niet-nakoming ontegenzeglijk nog niet opgeheven. De Helleense Republiek moet daarom overeenkomstig het verzoek veroordeeld worden.
9. Over de kosten met betrekking tot het nog aanhangige beroep dient overeenkomstig artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering te worden beslist. De Helleense Republiek dient overeenkomstig artikel 69, lid 5, van het Reglement voor de procesvoering ook in de kosten met betrekking tot de door de Commissie ingetrokken beroepen te worden verwezen, aangezien ook deze het gevolg zijn van een te late omzetting van richtlijnen.
III - Conclusie
10. Derhalve wordt voorgesteld, als volgt te beslissen:
1) Door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 95/69/EG van de Raad van 22 december 1995 houdende vaststelling van de voorwaarden en bepalingen voor de erkenning en de registratie van bedrijven en tussenpersonen in de sector diervoeding en tot wijziging van de richtlijnen 70/524/EEG, 74/63/EEG, 79/373/EEG en 82/471/EEG, is de Helleense Republiek de krachtens het EG-Verdrag en deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Helleense Republiek wordt verwezen in de kosten."
Full & Egal Universal Law Academy