Conclusie van de advocaat generaal
Opmerking vooraf
1. Bij beschikking van 18 december 1999 heeft het Finanzgericht Düsseldorf (Duitsland) het Hof twee prejudiciële vragen over de gecombineerde nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief (hierna ook: GN") gesteld. Met de eerste vraag wenst het Finanzgericht te vernemen, of geluidskaarten voor automatische gegevensverwerkende machines onder de posten 8471, 8473 of 8543 moeten worden ingedeeld. Met de tweede vraag, die wordt gesteld voor het geval de geluidskaarten onder post 8543 moeten worden ingedeeld, vraagt de verwijzende rechter of de verordeningen (EG) nr. 1153/97 en 2086/97 van de Commissie, op grond waarvan deze kaarten daaronder zijn ingedeeld, geldig zijn.
2. Geluidskaarten zijn printplaten met actieve en passieve componenten, die met hun connector in de daartoe voorziene bus op de moederkaart van automatische gegevensverwerkende machines (hierna ook: computers") worden gemonteerd. Zij dienen enerzijds om de in bepaalde software als digitale gegevens bewaarde geluiden in analoge signalen om te zetten en daardoor hoorbaar te maken, en anderzijds om analoge signalen in digitale gegevens om te zetten zodat zij verwerkt en opgeslagen kunnen worden.
De relevante wetgeving
3. Bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (hierna: verordening nr. 2658/87") is een als gecombineerde nomenclatuur" aangeduide goederennomenclatuur vastgesteld ten behoeve van het gemeenschappelijk douanetarief en van de statistieken van de buitenlandse handel van de Gemeenschap. De GN berust op het wereldwijd geharmoniseerde systeem voor de codificatie van goederen, dat door de Internationale Douaneraad in het kader van de Wereld Douane Organisatie is opgesteld.
4. Post 8471 in hoofdstuk 84 van bijlage I bij genoemde verordening omvat Automatische gegevensverwerkende machines en eenheden daarvoor; magnetische en optische lezers, machines voor het in gecodeerde vorm op dragers overzetten van gegevens en machines voor het verwerken van die gegevens, elders genoemd noch elders onder begrepen".
5. Nadat op 13 december 1996 in het kader van de Wereldhandelsorganisatie de overeenkomst inzake de handel in informatietechnologieproducten (ITA) was gesloten, stelde de Commissie verordening nr. 1153/97 vast, waarmee o.a. de postonderverdeling 8471 80, andere eenheden voor automatische gegevensverwerkende machines", en de nadere postonderverdeling 8471 80 90, andere", werden opgenomen. Deze laatste heeft betrekking op eenheden die geen randeenheden (die onder postonderverdeling 8471 80 10 vallen) zijn.
6. Met betrekking tot post 8471 is ook aantekening 5 B bij hoofdstuk 84 van de gecombineerde nomenclatuur opgesteld, waarin wordt bepaald wat onder eenheid" voor een automatische gegevensverwerkende machine in de zin van deze post moet worden verstaan. Deze aantekening luidde, voorzover hier van belang, in de versie die ten tijde van de feiten van het hoofdgeding van toepassing was:
Automatische gegevensverwerkende machines kunnen voorkomen in de vorm van systemen bestaande uit een variabel aantal afzonderlijke eenheden. Een eenheid wordt als een deel van een compleet systeem aangemerkt, indien zij aan alle hierna omschreven voorwaarden voldoet, te weten:
a) zij moet, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenschakeling van één of meer andere eenheden, op de centrale verwerkingseenheid kunnen worden aangesloten;
b) zij moet speciaal zijn ontworpen om van een dergelijk systeem deel uit te maken (zij moet, tenzij het een gestabiliseerde voedingseenheid betreft, bijvoorbeeld in staat zijn gegevens te ontvangen of te leveren in een vorm -- code of signalen - die bruikbaar is voor het systeem).
Dergelijke afzonderlijk aangeboden eenheden worden eveneens onder post 8471 ingedeeld.
Machines die een automatische gegevensverwerkende machine bevatten of daarmede in samenhang worden gebruikt en een eigen functie vervullen, worden niet onder post 8471 ingedeeld. Dergelijke machines worden ingedeeld onder de post die overeenkomstig hun functie in aanmerking komt of, bij ontbreken daarvan, onder een sluitpost."
7. Deze aantekening 5 B bij hoofdstuk 84 van de gecombineerde nomenclatuur is later bij verordening nr. 2086/97 gewijzigd. De nieuwe versie luidt, voorzover hier van belang:
B. Automatische gegevensverwerkende machines kunnen voorkomen in de vorm van systemen bestaande uit een variabel aantal afzonderlijke eenheden. Met inachtneming van het bepaalde in letter E hierna, wordt een eenheid als een deel van een compleet systeem aangemerkt, indien zij aan alle hierna omschreven voorwaarden voldoet, te weten:
a) zij moet van de soort zijn die uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem;
b) zij moet, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenschakeling van een of meer andere eenheden, op de centrale verwerkingseenheid kunnen worden aangesloten; en
c) zij moet in staat zijn gegevens te ontvangen of te leveren in een vorm - codes of signalen - die bruikbaar is voor het systeem.
[...]
E. Machines die een eigen functie, andere dan automatische gegevensverwerking, vervullen en die een automatische gegevensverwerkende machine bevatten of daarmede in samenhang worden gebruikt, worden ingedeeld onder de post die overeenkomstig hun functie in aanmerking komt of, bij ontbreken daarvan, onder een sluitpost."
8. Volgens de toelichting van de Internationale Douaneraad bij het geharmoniseerde systeem betreffende post 8471 bestaat de gegevensverwerking in het behandelen van gegevens van alle soorten in vooraf vastgelegde logische stappen en voor een of meer bepaalde doelen. Uitgesloten van deze post zijn daarentegen machines, apparaten en instrumenten met een eigen functie, ook indien daarin een automatische gegevensverwerkende machine is ingebouwd, of indien zij tijdens het functioneren aan een automatische gegevensverwerkende machine worden aangesloten; zij moeten worden ingedeeld onder de post die met hun functie overeenstemt.
9. Post 8473 in hoofdstuk 84 van bijlage I bij verordening nr. 2658/87 omvat Delen en toebehoren (andere dan koffers, hoezen en dergelijke), waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor machines en toestellen bedoeld bij de posten 8469 tot en met 8472". Tot deze algemene post behoort volgens genoemde verordening bovendien de postonderverdeling 8473 30 00, delen en toebehoren van de machines bedoeld bij post 8471". Bovendien is bij verordening nr. 1153/97 de verdere postonderverdeling 8473 30 10, Elektronische assemblages", toegevoegd.
10. Hoofdstuk 85 van bijlage I bij verordening nr. 2658/87 bevat post 8543, Elektrische machines, apparaten en toestellen, met een eigen functie, niet genoemd of niet begrepen onder andere posten van dit hoofdstuk".
11. Van belang is, dat verordening nr. 1153/97 aan deze post de postonderverdeling 8543 89 79 heeft toegevoegd. Deze omvat uitbreidingssets (zogenaamde upgrade kits) voor automatische gegevensverwerkende machines en eenheden daarvoor, gereedgemaakt voor de verkoop in het klein, ten minste bestaande uit een elektronische assemblage waarmee de automatische gegevensverwerkende machine en de eenheden daarvoor geluidssignalen kunnen bewerken (geluidskaarten), luidsprekers en/of een microfoon".
12. Deze postonderverdeling is ten slotte gewijzigd bij verordening nr. 2086/97, die het aantal daarin vastgelegde producten heeft uitgebreid. In de sinds 1 januari 1998 geldende versie van deze verordening luidt de genoemde postonderverdeling namelijk als volgt: apparaten waarmee de automatische gegevensverwerkende machine en eenheden daarvoor geluidssignalen kunnen bewerken (geluidskaarten); uitbreidingssets (zogenaamde upgrade kits) voor automatische gegevensverwerkende machines en eenheden daarvoor, gereedgemaakt voor de verkoop in het klein, ten minste bestaande uit een elektronische assemblage waarmee de automatische gegevensverwerkende machine en de eenheden daarvoor geluidssignalen kunnen bewerken (geluidskaarten), luidsprekers en/of een microfoon)". Hierdoor heeft verordening nr. 2086/97 in postonderverdeling 8543 89 79 de geluidskaarten opgenomen die ik als zelfstandig" zal aanduiden, dat wil zeggen geluidskaarten zonder luidsprekers en/of microfoon.
Feiten en procedure
De nationale procedure
13. In juli 1997 heeft CBA Computer Handels- und Beteiligungs GmbH, voorheen VOBIS Microcomputer AG (hierna: CBA Computer"), voor de maand juli 1997 de invoer van geluidskaarten uit Taiwan aangegeven voor het vrije verkeer in de Gemeenschap.
14. In haar aangifte vermeldde CBA Computer, dat deze geluidskaarten onder postonderverdeling 8543 moesten worden ingedeeld, dus onder elektrische machines, apparaten en toestellen, met een eigen functie, niet genoemd of niet begrepen onder andere posten van hoofdstuk 85". Zij paste dan ook een douanerecht van 3,8 % toe en betaalde een bedrag van in totaal 352,49 DEM. Op 11 augustus 1997 boekte het Hauptzollamt Aachen de douanerechten op basis van de door CBA Computer verstrekte gegevens.
15. Op 31 juli 1997 diende CBA Computer een bezwaarschrift tegen haar eigen aangifte in. Zij was van mening, dat de door haar ingevoerde geluidskaarten onder postonderverdeling 8473 30 10 moesten worden ingedeeld, zodat het douanerecht 2,5 % bedroeg. Zij voerde een aantal argumenten aan waarop ik hierna zal ingaan, en legde tot staving van dit standpunt een bindende tariefinlichting van 13 januari 1995 van de Deense douane over, die indeling van geluidskaarten onder postonderverdeling 8473 30 10 voorschrijft.
16. Bij beschikking van 20 mei 1998 verwierp het Hauptzollamt Aachen het bezwaarschrift, waarbij zij tevens een naheffing van 111,29 DEM oplegde, aangezien de geluidskaarten op grond van de inmiddels in werking getreden verordening nr. 2086/97 onder de postonderverdeling 8543 89 90 moest worden ingedeeld, zodat het toepasselijke douanerecht 5 % bedroeg. Hoewel deze verordening pas op 1 januari 1998, dus na de feiten van het hoofdgeding, in werking was getreden, was deze volgens het Hauptzollamt ook van toepassing op goederen die vóór die datum waren ingevoerd, aangezien deze verordening nr. 2658/87 niet had gewijzigd, maar enkel de tekst van post 8543 had verduidelijkt.
17. Op 4 juni 1998 is CBA Computer tegen deze beschikking in beroep gekomen bij het Finanzgericht Düsseldorf, waarbij zij zich met name beriep op het inmiddels gewezen arrest van het Hof in de zaak Techex Computer. Volgens dit arrest moesten de door haar ingevoerde geluidskaarten als andere eenheden voor automatische gegevensverwerkende machines" onder postonderverdeling 8471 80 90 worden ingedeeld.
De prejudiciële vragen
18. Van oordeel, dat het in het bij hem aanhangige geding in wezen om de uitlegging van de genoemde GN-posten gaat, heeft het Finanzgericht Düsseldorf op 8 december 1999 de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vragen voorgelegd:
1. Moet de gecombineerde nomenclatuur in de versie van bijlage I bij verordening (EG) nr. 1153/97 van de Commissie van 24 juni 1997 tot wijziging van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, aldus worden uitgelegd, dat elektronische assemblages waarmee automatische gegevensverwerkende machines en de eenheden daarvoor geluidssignalen kunnen bewerken (geluidskaarten), onder post [ ] 8471, post 8473 of post 8543 worden ingedeeld?
2. Zijn de verordeningen (EG) nr. 1153/97 van de Commissie van 24 juni 1997 en (EG) nr. 2086/97 van de Commissie van 4 november 1997 tot wijziging van bijlage I van verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, geldig voorzover volgens die verordeningen post 8543 van de gecombineerde nomenclatuur de sub 1 beschreven geluidskaarten omvat?"
De toepasselijke rechtspraak
19. Alvorens deze vragen te onderzoeken, wijs ik erop dat het onderhavige geding moet worden gezien in de context van een aantal andere geschillen over de douanetariefindeling van elektronische apparaten of onderdelen en met name van informaticaproducten. Het Hof heeft over deze producten al veel vragen beantwoord. Met name van belang zijn, voorzover hier relevant, het reeds genoemde arrest Techex en het meer recente arrest Peacock, waarin respectievelijk de indeling van de grafische kaart Vista Board" en die van netwerkkaarten in de GN aan de orde waren.
20. In het eerste van deze arresten oordeelde het Hof, dat de Vista Board" een voor het gebruik in een automatische gegevensverwerkende machine bedoelde eenheid was. Aangezien deze kaarten geen andere functie vervulden dan de verwerking van gegevens (in dit geval beeldverwerking), konden zij niet als eenheid met een eigen functie" in de zin van aantekening 5 B bij hoofdstuk 84 van de gecombineerde nomenclatuur worden beschouwd, zodat zij onder post 8471 moesten worden ingedeeld. Deze beginselen zijn uitgewerkt en verduidelijkt in het arrest Peacock, dat na de schriftelijke procedure, maar vóór de terechtzitting in de onderhavige zaak is uitgesproken.
Eerste vraag
Argumenten van partijen
21. CBA Computer betoogt in haar schriftelijke opmerkingen eveneens, dat geluidskaarten geen eigen functie in de zin van aantekening 5 E bij hoofdstuk 84 van de gecombineerde nomenclatuur hebben, en daarom als eenheden voor gegevensverwerkende machines onder postonderverdeling 8471 80 90 moeten worden ingedeeld. De vaststellingen van het Hof in het arrest Techex gelden namelijk ook voor het onderhavige geval, aangezien geluidskaarten pas kunnen functioneren wanneer zij in een computer zijn ingebouwd, waarbij hun functie niet anders is dan die van grafische kaarten, namelijk gegevensverwerking", met als enige verschil dat er geen beelden maar geluiden worden verwerkt. Om deze redenen moeten geluidskaarten eveneens onder post 8471 worden ingedeeld.
22. De Commissie voert hiertegen in haar schriftelijke opmerkingen aan, dat geluidskaarten niet onder post 8471 kunnen worden ingedeeld, omdat zij daar niet worden genoemd. Bovendien is het door CBA Computer gehanteerde criterium van gegevensverwerking op zichzelf niet doorslaggevend voor een indeling onder deze post, mede omdat de functie van geluidskaarten niet tot de traditionele functies van een computer behoort. Hun functie lijkt eerder op die van een CD-speler, en dus op die van een onder post 8543 in te delen apparaat. Tot slot is volgens de Commissie ook een indeling onder post 8473 uitgesloten, omdat geluidskaarten niet onmisbaar zijn voor het functioneren van een automatische gegevensverwerkende machine en er dus geen deel van uitmaken.
23. Geluidskaarten horen onder post 8543, waaronder ook geluidsopname- en -weergaveapparatuur valt. Aangezien geluidskaarten door het ontbreken van een eigen luidspreker of microfoon niet tot de onder postonderverdeling 8543 89 79 genoemde uitbreidingssets kunnen worden gerekend, moeten zij, als delen van automatische gegevensverwerkende machines met een eigen functie, onder postonderverdeling 8543 89 (andere") worden ingedeeld.
24. Ter terechtzitting benadrukte de Commissie nogmaals de juistheid van haar argumenten, maar merkte ook op dat zich de laatste maanden, na afloop van de schriftelijke procedure, een ontwikkeling heeft voorgedaan die strookt met de opvatting van CBA Computer. In dit verband wees zij op het arrest Peacock en op de bespreking van de kwestie binnen het comité voor het geharmoniseerde systeem van de Wereld Douane Organisatie.
25. Wat het arrest Peacock betreft, sloot de Commissie niet uit dat de argumenten van het Hof met betrekking tot de netwerkkaarten ook op geluidskaarten kunnen worden toegepast. Er zijn goede redenen om geluidskaarten onder post 8471 in te delen. Toch heeft de Commissie haar standpunt niet volledig losgelaten, en acht zij het nog steeds verdedigbaar, geluidskaarten tot post 8543 te rekenen. Zij motiveert dit met name met het reeds in haar schriftelijke opmerkingen gebruikte argument dat geluid - in tegenstelling tot beeld - geen wezenlijke functie van een automatische gegevensverwerkende machine is. Een computer zonder geluidskaart en zonder luidspreker is immers nog steeds een computer, maar zonder beeld en beeldscherm niet meer.
26. Wat de besprekingen binnen de Wereld Douane Organisatie betreft, merkte de Commissie op dat zich bij de kwestie van de indeling van geluidskaarten internationaal een koerswijziging heeft voorgedaan. Zij verwees in dit verband naar een statistiek van juli 1999 van de Wereld Douane Unie om aan te tonen, dat tot op dat moment slechts drie landen, namelijk Australië, Nieuw-Zeeland en de Filippijnen, geluidskaarten onder post 8471 80 indeelden, terwijl de meeste andere landen deze tot post 8543 89 rekenden. Pas in november 2000 tekende zich bij het overleg en de stemmingen tijdens de 26e zitting van het comité GS een meerderheid af vóór indeling van geluidskaarten onder post 8471 80.
Uitlegging van de gecombineerde nomenclatuur
27. Na de uiteenzetting van de argumenten van partijen geef ik nu mijn standpunt over de eerste prejudiciële vraag, waarbij ik de relevante rechtspraak van het Hof als uitgangspunt neem.
28. Zoals bekend heeft het Hof verscheidene malen vastgesteld dat het doorslaggevende criterium voor de hoogte van het douanetarief van goederen in beginsel moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen zoals omschreven in de tekst van de post van het gemeenschappelijk douanetarief en in de aantekeningen bij de paragrafen of hoofdstukken. Daarom is het, net als voor de producten in kwestie, niet doorslaggevend welke functies de automatische gegevensverwerkende machine, in haar geheel, dankzij het product (de eenheid) kan vervullen.
29. Dit geldt in het bijzonder voor netwerkkaarten. Aangezien zij namelijk uitsluitend [zijn] bestemd voor automatische gegevensverwerkende machines [en zij] rechtstreeks daarop [zijn] aangesloten, en [...] hun functie erin [bestaat] gegevens te leveren en te ontvangen in een voor die machines bruikbare vorm", zijn zij vergelijkbaar met alle andere middelen waarmee een automatische gegevensverwerkende machine gegevens ontvangt of levert. Zij hebben dan ook geen eigen functie", d.w.z. geen functie die zij zonder een dergelijke machine zouden kunnen vervullen. Juist op grond daarvan kon het Hof in het arrest Peacock tot de conclusie komen, dat aantekening 5 B bij hoofdstuk 84 van de gecombineerde nomenclatuur zich niet verzet tegen de indeling van netwerkkaarten onder post 8471.
30. Om de netwerkkaarten definitief in te delen, vroeg het Hof zich vervolgens af, of deze kaarten, als eenheden" voor automatische gegevensverwerkende machines onder post 8471 of als delen" of toebehoren" van deze machines, onder post 8473 vielen. Het Hof bepaalde in dit verband, dat de in aantekening 5 B bij hoofdstuk 84 van de gecombineerde nomenclatuur genoemde eenheden" aan de daarin gestelde voorwaarden voldoen, aangezien zij op de centrale eenheid kunnen worden aangesloten en speciaal zijn ontworpen om van een automatisch gegevensverwerkend systeem deel uit te maken". Daarentegen is het begrip deel" gedefinieerd als iets dat voor de werking van het geheel noodzakelijk is. Aangezien netwerkkaarten zowel in de vorm van steekkaarten als in andere vorm bestaan, met name als zelfstandige eenheden, kon het Hof tot de slotsom komen, dat deze kaarten net als grafische kaarten als eenheden" voor automatische gegevensverwerkende machines zijn te beschouwen en daarmee onder post 8471 kunnen worden ingedeeld.
Toepasselijkheid van de rechtspraak van het Hof op de tariefindeling van geluidskaarten
31. Kan deze rechtspraak ook voor de beantwoording van de vraag van de nationale rechter naar de tariefindeling van geluidskaarten worden gebruikt? Voor een antwoord hierop moet eerst de vraag worden gesteld, of geluidskaarten technische en functionele kenmerken hebben waardoor zij zo sterk van grafische en netwerkkaarten verschillen dat er andere tariefcriteria moeten worden vastgesteld.
32. Deze vraag kan naar mijn mening slechts ontkennend worden beantwoord. Ik wijs er in de eerste plaats op dat geluidskaarten net als grafische en netwerkkaarten een gegevensverwerkingsfunctie hebben, en er enerzijds toe dienen om externe analoge signalen in digitale gegevens om te zetten, teneinde verwerking door de machine mogelijk te maken, en anderzijds om de in bepaalde software bewaarde digitale gegevens in analoge signalen om te zetten.
33. Zoals CBA Computer heeft vermeld, heeft een geluidskaart net als een grafische kaart drie basisonderdelen:
1. een analoog-digitaalomvormer die analoge gegevens in digitale gegevens omvormt, zodat de automatische gegevensverwerkende machine deze kan verwerken en eventueel opslaan;
2. een beeld- of geluidsprocessor, die de berekeningen (d.w.z. de gegevensverwerking) uitvoert en de elektronische processen stuurt, en
3. een digitaal-analoogomvormer, die de in de automatische gegevensverwerkingsmachine verwerkte en/of opgeslagen digitale gegevens in de door een uitvoereenheid (beeldscherm of luidspreker) verwerkbare analoge gegevens omzet.
34. Het enige onderscheid bestaat er dus in, dat in het ene geval beelden en in het andere geval geluiden worden verwerkt. Overigens heeft de Commissie ter terechtzitting toegegeven, dat de twee soorten kaarten wat het gebruik en de werking betreft niet van elkaar verschillen.
35. Op dit punt kan dus worden vastgesteld dat geluidskaarten - samengestelde elektronische schakelingen waarmee automatische gegevensverwerkende machines en de eenheden daarvoor geluidssignalen kunnen verwerken - geen eigen functie" in de zin van aantekening 5 B bij hoofdstuk 84 van de gecombineerde nomenclatuur, maar een gegevensverwerkingsfunctie hebben. Zij moeten dan ook als eenheden" voor automatische gegevensverwerkende machines worden beschouwd en bijgevolg onder post 8471 worden ingedeeld.
36. Zoals ik echter reeds heb opgemerkt, was de Commissie het weliswaar eens met deze beoordeling van de functie van geluidskaarten, maar heeft zij vastgehouden aan haar standpunt dat de kaarten onder post 8543 moeten worden ingedeeld, hetzij omdat hun functie op die van CD-spelers lijkt, hetzij omdat de weergave van geluid, in tegenstelling tot de weergave van beelden, geen wezenlijke of traditionele functie van een computer is.
37. Gezien bovenstaande overwegingen kan een geluidskaart naar mijn mening echter niet op grond van de functie met een CD-speler worden vergeleken. De kaart is namelijk een middel waarmee een automatische gegevensverwerkende machine gegevens ontvangt of levert. Zonder deze machine kan de kaart geen zelfstandige functie vervullen. Zoals CBA Computer overigens ter terechtzitting betoogde, is een vergelijking met geluidsopname- of -weergaveapparaten niet houdbaar, aangezien geluidskaarten in tegenstelling tot geluidsopname- of -weergavedragers een op te nemen of weer te geven geluid niet kunnen opslaan, maar de akoestische gegevens wel kunnen verwerken. Hieruit kan slechts worden afgeleid, dat een geluidskaart in tegenstelling tot een CD-speler buiten de machine geen zelfstandige functie kan vervullen.
38. In de tweede plaats kan niet in ernst worden beweerd, zoals de Commissie wil, dat de visualisering van gegevens op het beeldscherm en het beeldscherm zelf wezenlijke bestanddelen van een computer zijn, maar het geluid en de luidsprekers niet. Zoals CBA Computer ter terechtzitting heeft opgemerkt, bestaan er computers, vooral grote gegevensverwerkingsapparaten, die zonder beeldscherm kunnen functioneren. Meer in het algemeen lijkt mij het criterium van de traditionele functie van een computer ook te beperkt om de kenmerken van een dergelijke functie te kunnen bepalen, aangezien dit niet op de technische kenmerken van het betrokken product berust en ook geen rekening houdt met de zeer snelle ontwikkelingen in de informatietechnologie van de afgelopen jaren.
39. Bovenstaande overwegingen brengen mij tot de slotsom dat samengestelde elektronische schakelingen waarmee automatische gegevensverwerkende machines en eenheden daarvoor geluidssignalen kunnen verwerken (geluidskaarten), geen eigen functie in de zin van aantekening 5 B bij hoofdstuk 84 van de gecombineerde nomenclatuur vervullen en bijgevolg als eenheden" voor automatische gegevensverwerkende machines onder post 8471 moeten worden ingedeeld.
Tweede vraag
40. Met de tweede vraag wenst de verwijzende rechter van het Hof te vernemen, of de verordeningen nr. 1153/97 en 2086/97 geldig zijn voorzover deze de geluidskaarten onder post 8543 indelen. De verwijzende rechter wijst er namelijk op, dat de Europese Gemeenschap zich volgens artikel 3, lid 1, sub a, van het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (PB 1987, L 198, blz. 3), verbonden heeft, de draagwijdte van de tariefposten niet te veranderen, hetgeen is gebeurd toen zij de geluidskaarten op de hierboven vermelde wijze indeelde. Volgens de rechtspraak van het Hof geeft artikel 9, lid 1, van verordening nr. 2658/87 de Commissie weliswaar een ruime beoordelingsbevoegdheid bij de verduidelijking van de inhoud van de posten die voor de indeling van een goed in aanmerking komen, maar is de Commissie niet bevoegd om de inhoud van de tariefposten te wijzigen.
41. Volgens CBA Computer zijn de bedenkingen van de nationale rechter kennelijk gegrond: de verordeningen nr. 1153/97 en 2086/97 moeten inderdaad als ongeldig worden beschouwd voorzover zij de indeling van de geluidskaarten betreffen, aangezien de posten 8471 en 8543 daarbij onjuist worden uitgelegd.
42. De Commissie neemt het tegenovergestelde standpunt in, zij het met de door de ontwikkelingen op dit gebied ingegeven voorbehouden waarop ik reeds uitvoerig ben ingegaan. Ter terechtzitting betoogde zij met name, dat verordening nr. 1153/97 niet ongeldig was, aangezien het geharmoniseerde systeem niet voorschrijft dat geluidskaarten onder een andere postonderverdeling dan postonderverdeling 8543 89 moeten worden ingedeeld, en verordening nr. 2086/97 niet op de feiten van het hoofdgeding van toepassing is, omdat de betrokken importen in juli 1997 plaatsvonden terwijl de verordening pas op 1 januari 1998 in werking is getreden. Daarom is de vraag naar de geldigheid volgens de Commissie niet relevant voor het bij de nationale rechter aanhangige geschil.
43. Naar mijn mening bevatten beide standpunten een element van waarheid, maar biedt geen van tweeën een passend antwoord op de gestelde vraag.
44. In de eerste plaats stel ik vast, dat verordening nr. 1153/97 geen bepaling bevat over de indeling van zelfstandige" geluidskaarten, dat wil zeggen kaarten zonder luidspreker en/of microfoon, waarvan in het hoofdgeding sprake is. Alleen door middel van uitlegging komt de Commissie tot de vaststelling dat deze kaarten onder postonderverdeling 8543 89 moeten worden ingedeeld. Indien dat zo is, dan ligt het voor de hand dat de vraag naar de ongeldigheid van deze verordening niet aan de orde is, zelfs niet indien zou zijn bewezen - wat ik hierboven meen te hebben gedaan - dat de uitlegging van de Commissie niet steekhoudend is.
45. In verordening nr. 2086/97 heeft de Commissie de zelfstandige" geluidskaarten uitdrukkelijk ingedeeld onder postonderverdeling 8543 89 79. Bij deze verordening kan de vraag naar de geldigheid dan ook wel degelijk worden gesteld. Indien de hier verdedigde opvatting dat deze indeling onjuist is, wordt aanvaard, zou hieruit volgen dat de Commissie een kennelijke beoordelingsfout heeft gemaakt en de grenzen heeft overschreden van de bevoegdheden die haar voor de nadere bepaling van de inhoud van een post van de gecombineerde nomenclatuur zijn verleend.
46. Ik wijs er echter op, dat verordening nr. 2086/97 op 1 januari 1998 in werking is getreden en geen terugwerkende kracht heeft. Deze laatste kan ook niet, zoals het Hauptzollamt Aachen beweert, uit de kennelijk verklarende aard van de verordening volgen, aangezien de verordening, zoals is gebleken, veeleer een nieuwe regeling ten opzichte van verordening nr. 1153/97 is. Zoals het Hof overigens heeft verklaard, is een verordening waarin de voorwaarden voor indeling onder een post of postonderverdeling worden vastgesteld, [...] constitutief van aard en kan [deze] geen terugwerkende kracht hebben".
47. Hoe gegrond de twijfels van de nationale rechter over de geldigheid van de betrokken verordening ook mogen zijn, feit blijft dat deze niet van toepassing is op het hoofdgeding, dat importen in juli 1997 betreft. De vraag naar de geldigheid is dan ook niet relevant voor de beslissing in het bij de nationale rechter aanhangige geschil, zodat naar mijn mening niet is voldaan aan de voorwaarden op grond waarvan het Hof zich over deze kwestie uitspreekt.
Conclusie
48. Gezien het bovenstaande stel ik het Hof voor, de door de nationale rechter gestelde vragen als volgt te beantwoorden:
1) Samengestelde elektronische schakelingen waarmee automatische gegevensverwerkende machines en eenheden daarvoor geluidssignalen kunnen bewerken (geluidskaarten), die in juli 1997 in de Gemeenschap in het vrije verkeer zijn gebracht, hebben geen eigen functie in de zin van aantekening 5 B bij hoofdstuk 84 van de gecombineerde nomenclatuur, en moeten daarom als ,eenheden voor automatische gegevensverwerkende machines onder post 8471 worden ingedeeld.
2) Aangezien verordening (EG) nr. 1153/97 van de Commissie van 24 juni 1997 tot wijziging van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, geluidskaarten zonder luidsprekers en/of microfoon niet onder post 8453 indeelt en aangezien verordening (EG) nr. 2086/97 van de Commissie van 4 november 1997 tot wijziging van bijlage I van verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, niet op de feiten van het hoofdgeding van toepassing is, is niet voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor ongeldigverklaring van deze verordeningen door het Hof."
Full & Egal Universal Law Academy