Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Sociale politiek - Bescherming van veiligheid en gezondheid van werknemers - Richtlijn 90/270 betreffende werken met beeldschermapparatuur - Werkingssfeer - Begrip grafisch scherm" - Beeldscherm voor weergave van filmopnamen in analoge of gedigitaliseerde vorm - Daaronder begrepen - Begrip bestuurdersplaatsen op voertuigen of machines" - Draagwijdte
(Richtlijn 90/270 van de Raad, art. 1, lid 3, sub a, en art. 2, sub a)
Samenvatting
$$Het doel van bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers, nagestreefd door richtlijn 90/270/EEG betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid met betrekking tot het werken met beeldschermapparatuur, brengt mee dat de voorschriften van de richtlijn en haar bijlage moeten worden nageleefd ongeacht de aard van de op het scherm weergegeven beelden. Aangezien het begrip grafisch scherm" in de zin van artikel 2, sub a, van deze richtlijn bijgevolg ruim moet worden geïnterpreteerd, moet het aldus worden uitgelegd dat het mede beeldschermen voor de weergave van filmopnamen in analoge of gedigitaliseerde vorm omvat.
Daarentegen moet het begrip bestuurdersplaatsen op voertuigen of machines" in de zin van artikel 1, lid 3, sub a, van deze richtlijn, als uitzondering op het toepassingsgebied van de richtlijn, strikt worden uitgelegd. Deze bepaling moet bijgevolg aldus worden uitgelegd, dat het erin vervatte begrip geen betrekking heeft op een werkzaamheid waarbij analoge of gedigitaliseerde beelden met behulp van technische apparatuur en/of computerprogramma's worden bewerkt voor televisie-uitzendingen.
( cf. punten 37, 41, 43, 50, 54, dictum 1-2 )
Partijen
In zaak C-11/99,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EG-Verdrag (thans artikel 234 EG) van het Arbeitsgericht Siegen (Duitsland), in het aldaar aanhangig geding tussen
M. Dietrich
en
Westdeutscher Rundfunk,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van de artikelen 2, sub a, en 1, lid 3, sub a, van richtlijn 90/270/EEG van de Raad van 29 mei 1990 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid met betrekking tot het werken met beeldschermapparatuur (vijfde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van richtlijn 89/391/EEG) (PB L 156, blz. 14),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
samengesteld als volgt: J. C. Moitinho de Almeida (rapporteur), kamerpresident, R. Schintgen, C. Gulmann, J.-P. Puissochet en V. Skouris, rechters,
advocaat-generaal: A. Saggio
griffier: R. Grass
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
- Westdeutscher Rundfunk, vertegenwoordigd door W. Rebel, advocaat te Keulen,
- de Nederlandse regering, vertegenwoordigd door M. A. Fierstra, assistent juridisch adviseur bij het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door P. Hillenkamp, juridisch adviseur, en N. Yerrell, bij de juridische dienst gedetacheerd nationaal ambtenaar, als gemachtigden,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 24 februari 2000,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 7 januari 1999, ingekomen bij het Hof op 18 januari daaraanvolgend, heeft het Arbeitsgericht Siegen overeenkomstig artikel 177 EG-Verdrag (thans artikel 234 EG) drie prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van de artikelen 2, sub a, en 1, lid 3, sub a, van richtlijn 90/270/EEG van de Raad van 29 mei 1990 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid met betrekking tot het werken met beeldschermapparatuur (vijfde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van richtlijn 89/391/EEG) (PB L 156, blz. 14).
2 Deze vragen zijn gerezen in een geding tussen M. Dietrich en haar werkgever, de Westdeutsche Rundfunk (hierna: WDR") - een omroepbedrijf met de rechtsvorm van een publiekrechtelijke nutsinstelling, dat radio- en televisieprogramma's produceert en uitzendt op het grondgebied van de deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen - waarin zij beperking vordert van de arbeidstijd die zij dagelijks aan haar beeldscherm doorbrengt.
Het gemeenschapsrecht
3 Artikel 2, lid 1, van richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (PB L 183, blz. 1; hierna: kaderrichtlijn") bepaalt:
Deze richtlijn is van toepassing op alle particuliere of openbare sectoren (industriële, landbouw-, handels-, administratieve, dienstverlenende, educatieve, culturele, vrijetijdsactiviteiten, enz.)."
4 Volgens artikel 16, lid 1, van deze kaderrichtlijn stelt de Raad bijzondere richtlijnen vast betreffende onder meer de in de bijlage bedoelde gebieden, waaronder werkzaamheden met beeldschermapparatuur".
5 Artikel 1 van richtlijn 90/270 luidt als volgt:
1. In deze richtlijn, die de vijfde bijzondere richtlijn is in de zin van artikel 16, lid 1, van richtlijn 89/391/EEG, worden minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid vastgesteld betreffende het werken met beeldschermapparatuur als omschreven in artikel 2.
2. De bepalingen van richtlijn 89/391/EEG gelden ten volle voor het gehele in lid 1 bedoelde terrein, onverminderd meer dwingende en/of specifieke bepalingen die in de onderhavige richtlijn zijn opgenomen.
3. Deze richtlijn is niet van toepassing op:
a) bestuurdersplaatsen op voertuigen of machines;
b) computersystemen in transportmiddelen;
c) computersystemen die in de eerste plaats bestemd zijn voor gebruik door het publiek;
d) zogenaamde ,draagbare systemen die niet aanhoudend worden gebruikt op een werkplek;
e) rekenmachines, kassa's en andere apparatuur die voorzien is van een klein display voor gegevens of hoeveelheden, dat nodig is voor het directe gebruik van die apparatuur;
f) conventionele schrijfmachines met ,display."
6 Volgens artikel 2, sub a, van deze richtlijn wordt hierin onder beeldscherm" verstaan een alfanumeriek of grafisch scherm, ongeacht het gebruikte afbeeldingsprocédé".
7 In afdeling II (artikelen 3-9) van de richtlijn worden de werkgever een aantal verplichtingen opgelegd inzake veiligheid en gezondheid bij het werken met beeldschermapparatuur.
8 Dienaangaande bepaalt artikel 7 (Dagindeling van het werk"):
De werkgever is gehouden de activiteit van de werknemer zodanig te organiseren dat het dagelijkse werken met een beeldscherm op gezette tijden wordt onderbroken door rustpauzen of andersoortige activiteiten, waardoor de belasting van het werken met een beeldscherm wordt verlicht."
9 Ingevolge artikel 11, lid 1, van richtlijn 90/270 dienden de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden om uiterlijk op 31 december 1992 aan deze richtlijn te voldoen.
Het nationale recht
10 De kaderrichtlijn is in het Duitse recht omgezet bij het Gesetz zur Umsetzung der EG-Rahmenrichtlinie Arbeitsschutz und weiterer Arbeitsschutz-Richtlinien van 7 augustus 1996 (BGBl. 1996 I, blz. 1246).
11 Richtlijn 90/270 is omgezet bij de Verordnung zur Umsetzung von EG-Einzelrichtlinien zur EG-Rahmenrichtlinie Arbeitsschutz van 4 december 1996 (BGBl. 1996 I, blz. 1841), met name bij artikel 3 hiervan, getiteld Verordnung über Sicherheit und Gesundheitsschutz bei der Arbeit an Bildschirmgeräten" (hierna: BildscharbV").
12 In § 2, lid 1, van de BildscharbV wordt onder beeldscherm verstaan: een alfanumeriek of grafisch scherm, ongeacht het gebruikte afbeeldingsprocédé". Volgens § 1, lid 2, punt 1, geldt de BildscharbV niet voor werkzaamheden die worden verricht op met beeldschermen uitgeruste bestuurdersplaatsen op machines of voertuigen".
Het hoofdgeding
13 Blijkens de verwijzingsbeschikking is Dietrich sinds 1 april 1974 werkzaam als montagetechnicus (cutter") in de studio van de WDR te Siegen. Zij heeft tot taak, in samenwerking met de producent van een televisieprogramma filmmateriaal samen te stellen en te bewerken voor uitzending. Haar werk bestaat voor een groot deel uit het bekijken en selecteren van onbewerkte videofragmenten of het controleren van het resultaat hiervan.
14 De studio te Siegen beschikt over vier werkplekken die Dietrich afwisselend met andere montagetechnici gebruikt. Op twee van deze werkplekken wordt op magnetische informatiedragers vastgelegd analoog beeldmateriaal bewerkt voor de uiteindelijke uitzending, die eveneens in analoge vorm geschiedt. De montagetechnicus beschikt daarbij over verschillende technische apparaten die via een schakelpaneel kunnen worden bediend. De via het paneel ingevoerde gegevens worden op een afzonderlijke monitor in beeld gebracht. Op de twee overige werkplekken wordt analoog beeldmateriaal geselecteerd en vervolgens gedigitaliseerd. De aldus gecreëerde (video)bestanden worden daarna met behulp van computerprogramma's die door de montagetechnicus via een toetsenbord worden bediend, verder bewerkt. Het eindresultaat wordt dan in gedigitaliseerde vorm uitgezonden.
15 Volgens Dietrich zijn alle vier de werkplekken Bildschirmarbeitsplätze" (met beeldschermapparatuur uitgeruste werkplekken) in de zin van de BildscharbV en zij eist van de WDR, dat deze overeenkomstig § 5 hiervan haar dagelijkse arbeid zo indeelt, dat het werk aan het beeldscherm op gezette tijden wordt onderbroken door andersoortige arbeid dan wel door een betaalde rustpauze van tien minuten per uur.
16 De WDR weigert dit. Volgens hem is de BildscharbV niet van toepassing op de werkplek van een montagetechnicus, omdat er opeenvolgende elektronische beelden worden bewerkt, waarop het begrip alfanumeriek of grafisch scherm" niet van toepassing is. Dietrich vervaardigt televisiebeelden, geen teksten of grafische voorstellingen. De verschillende stappen in de beeld- of geluidsmontage komen overeen met de bediening van een machine", zoals het geval is met verschillende sturingsprocessen via beeldscherm bij de productie van chemische stoffen of in de medische diagnostiek. Kenmerkend voor de werkplekken bij de productie van televisieprogramma's is, dat zij met verschillende monitoren zijn uitgerust, die nodig zijn voor de bewerking en de beoordeling van het resultaat van het werk.
17 Naar het oordeel van de verwijzende rechter hangt de te geven beslissing af van het antwoord op de vraag, of de BildscharbV op werkplekken van montagetechnici van toepassing is. Dit zou het geval zijn, indien de analoge en/of gedigitaliseerde weergave van filmmateriaal op monitoren onder het begrip grafische weergave" in de zin van § 2, lid 1, van de BildscharbV valt en het geen bestuurdersplaats op een machine" overeenkomstig § 1, lid 2, punt 1, van de BildscharbV betreft.
18 Volgens het Arbeitsgericht Siegen moet het begrip met een beeldscherm uitgeruste werkplek" in de zin van richtlijn 90/270 ruim worden opgevat, teneinde rekening te houden met het doel van de richtlijn, te weten een hogere graad van veiligheid van met een beeldscherm uitgeruste werkplekken te garanderen alsmede de veiligheid en gezondheid van de werknemers te waarborgen. Dit blijkt uit het feit, dat artikel 2, sub a, van de richtlijn niet alleen op de klassieke" tekstverwerking, maar ook op grafische schermen - ongeacht het gebruikte afbeeldingsprocédé - doelt en dat de definitie van het begrip werkplek in artikel 2, sub b, het werken met de computer in zijn verschillende vormen omvat.
19 Naar het oordeel van de nationale rechter kan het begrip grafische weergave" bij een ruime interpretatie ook betrekking hebben op de bewerking via computer van gedigitaliseerde video-opnamen. Daarentegen valt te betwijfelen, of het ook de analoge beeldweergave kan omvatten. Daar het verschil visueel echter niet waarneembaar is en de bescherming van de gezondheid bij gedigitaliseerde en analoge weergaveprocédés van even groot belang is, zijn er redenen om voor beide procédés, eventueel naar analogie, tot dezelfde oplossing te komen.
20 De verwijzende rechter gaat er verder van uit, dat met de uitzonderingen in artikel 1, lid 3, van richtlijn 90/270 niet wordt beoogd, het toepassingsgebied van de richtlijn zodanig te beperken dat tal van vormen van beeldschermwerk erbuiten vallen. Hij neemt derhalve aan, dat onder bestuurdersplaatsen op voertuigen of machines" in de zin van artikel 1, lid 3, sub a, van de richtlijn uitsluitend werkplekken zijn te verstaan, waar een machine of een technische installatie wordt bestuurd via een systeem van automatische dataverwerking en het beeldscherm enkel dient voor de weergave van de ingevoerde gegevens en van de technische gegevens betreffende het productieproces.
21 Aangezien een enge uitlegging van het begrip grafisch scherm in artikel 2, sub a, van richtlijn 90/270 of een ruime uitlegging van het begrip bestuurdersplaats op voertuigen of machines in de zin van artikel 1, lid 3, van de richtlijn tot een tegengestelde oplossing kan leiden, acht de verwijzende rechter uitlegging van deze bepalingen door het Hof noodzakelijk.
22 Het antwoord op deze vragen is relevant voor de beslechting van het geschil; indien de richtlijn van toepassing is op de werkplek van montagetechnici, dan is de BildscharbV dat immers eveneens. Dietrich heeft in dat geval ingevolge § 5 van de BildscharbV recht op onderbreking van haar beeldschermwerk door andersoortige activiteiten of rustpauzen.
23 Ten slotte wordt er door de verwijzende rechter op gewezen, dat het Hof zich tot dusverre slechts eenmaal over richtlijn 90/270 heeft uitgesproken (arrest van 12 december 1996, X, C-74/95 en C-129/95, Jurispr. blz. I-6609), zonder daarbij in te gaan op de in het hoofdgeding aan de orde gestelde kwesties.
24 Onder die omstandigheden heeft het Arbeitsgericht Siegen besloten, de behandeling van de zaak te schorsen en de volgende prejudiciële vragen aan het Hof te stellen:
1. Moet artikel 2, sub a, van richtlijn 90/270/EEG van de Raad van 29 mei 1990 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid met betrekking tot het werken met beeldschermapparatuur aldus worden uitgelegd, dat onder ,grafisch scherm in de zin van deze bepaling ook de weergave van filmopnamen op monitoren moet worden begrepen?
2. Zo neen, moet artikel 2, sub a, van deze richtlijn dan aldus worden uitgelegd, dat onder ,grafisch scherm in de zin van deze bepaling ook de weergave van videobestanden met gedigitaliseerde filmopnamen op monitoren moet worden begrepen?
3. Indien het antwoord op vraag 1 of vraag 2 bevestigend luidt: moet artikel 1, lid 3, sub a, van de richtlijn dan aldus worden uitgelegd, dat onder een bestuurdersplaats op een machine ook een werkplek moet worden verstaan waarop analoog of gedigitaliseerd beeldmateriaal met behulp van technische apparatuur en/of computerprogramma's wordt bewerkt?"
De eerste en de tweede vraag
25 Met deze vragen, die samen dienen te worden onderzocht, wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen, of het begrip grafisch scherm" in de zin van artikel 2, sub a, van richtlijn 90/270 aldus moet worden uitgelegd, dat het doelt op beeldschermen waarop filmopnamen in analoge of gedigitaliseerde vorm worden weergegeven.
26 Volgens de WDR en de Nederlandse regering moet hierop ontkennend worden geantwoord.
27 De WDR wijst erop, dat onder beeldscherm in de zin van artikel 2, sub a, van richtlijn 90/270 een alfanumeriek of grafisch scherm, ongeacht het gebruikte afbeeldingsprocédé, moet worden verstaan. In het hoofdgeding gaat het erom, of het scherm waaraan Dietrich werkt, een grafisch" scherm is.
28 Grafische schermen zijn evenwel uitsluitend schermen waarop tekeningen met het oog op reproductie of als kunstuiting worden weergegeven. Het begrip grafiek" omvat immers de reproductie van geschriften en drukwerk, alsook de tekenkunst, de koper- en staalgraveerkunst en de houtgraveer- en houtsnijkunst, of de afbeelding op een enkel blad van een van deze kunstvormen".
29 Bij de grafische" weergave tekent de maker de te vervaardigen grafiek rechtstreeks op het scherm. De montagetechnicus daarentegen houdt zich niet bezig met het bedienen van computerprogramma's door middel van alfanumerieke tekens of met het maken van grafische voorstellingen, maar kiest uit het filmmateriaal, dat wil zeggen uit elkaar opvolgende beelden, die beelden die geschikt zijn voor het onderwerp dat wordt voorbereidt, en bepaalt in samenspraak met de auteur of de regisseur, welke beelden en geluiden naast en/of na elkaar moeten worden gemonteerd en in welke volgorde, alsook de lengte van deze beelden en geluiden.
30 Het doet niet ter zake, of de beelden in analoge dan wel in gedigitaliseerde vorm worden weergegeven. De twee afbeeldingsprocédés leiden immers tot de weergave van een reeks bewegende beelden op het scherm. Overigens speelt het afbeeldingsprocédé volgens de definitie van artikel 2 van richtlijn 90/270 geen rol bij de afbakening van het toepassingsgebied van deze richtlijn.
31 Het begrip grafisch scherm omvat bijgevolg niet de weergave van filmopnamen op monitoren, ongeacht of dit geschiedt in analoge dan wel in gedigitaliseerde vorm.
32 De Nederlandse regering merkt op, dat het begrip beeldscherm in de zin van richtlijn 90/270 betrekking heeft op de alfanumerieke of grafische aard van de afgebeelde informatie en niet op de afbeeldingswijze.
33 Onder alfanumeriek" en grafisch" in de zin van artikel 2, sub a, van richtlijn 90/270 moet worden verstaan de weergave van tekens en niet van bewegende beelden, zoals wordt bevestigd door de bijlage bij de richtlijn, die de minimumvoorschriften bevat waaraan de werkplekken moeten voldoen. De voorschriften voor het beeldscherm in punt 1, sub b, van deze bijlage hebben immers betrekking op de tekens op het beeldscherm (duidelijkheid, grootte, enzovoort) en op het beeld van het scherm op zich (luminantie en contrast). Deze bijlage bevat geen voorschriften voor bewegende beelden.
34 De weergave van filmopnamen en videobestanden op monitoren betreft informatie in de vorm van bewegende beelden; het gaat dus niet om de weergave van tekens in de zin van artikel 2, sub a, van richtlijn 90/270, zodat het werken aan monitoren in het kader van de montage van analoge beelden en de verdere digitale bewerking ervan buiten het toepassingsgebied van deze richtlijn valt.
35 De opvatting, dat het begrip grafisch scherm" geen beeldschermen voor de weergave van filmopnamen omvat, kan niet worden aanvaard.
36 Dienaangaande moet worden opgemerkt, dat richtlijn 90/270 blijkens de titel en artikel 1 ervan ertoe strekt, minimumvoorschriften vast te stellen inzake veiligheid en gezondheid met betrekking tot het werken met beeldschermapparatuur, en dat volgens de vierde overweging van de considerans de naleving van de minimumvoorschriften die een hogere graad van veiligheid van de met een beeldscherm uitgeruste werkplekken kunnen garanderen, dwingend vereist is om de veiligheid en gezondheid van de werknemers te waarborgen.
37 Dit doel van bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers brengt mee, dat de voorschriften van de richtlijn en haar bijlage, zoals de verplichting alle straling tot verwaarloosbare niveaus te verminderen of rekening te houden met de geluidsproductie door de bij de werkplek behorende apparatuur, moeten worden nageleefd ongeacht de aard van de op het scherm weergegeven beelden.
38 Een enge uitlegging van artikel 2, sub a, van richtlijn 90/270, die beeldschermen voor de weergave van filmopnamen uitsluit van het toepassingsgebied van de richtlijn, zou overigens ertoe leiden, dat een aanzienlijk aantal werknemers niet de bescherming van deze richtlijn zou genieten, hoewel zij zich in een vergelijkbare situatie bevinden als werknemers die een beeldscherm gebruiken als bedoeld door de WDR en de Nederlandse regering. Aldus zou ernstig afbreuk worden gedaan aan het nuttige effect van de richtlijn.
39 Verder is kenmerkend voor de van het toepassingsgebied van richtlijn 90/270 uitgesloten apparatuur, die limitatief wordt opgesomd in artikel 1, lid 3, dat het gebruik van het scherm ofwel van ondergeschikt belang is, ofwel van korte duur, zoals de Commissie terecht heeft opgemerkt. Daarentegen vallen alle vormen van intensief werk aan een beeldscherm onder de richtlijn.
40 Bovendien kan, zoals de Commissie eveneens terecht heeft opgemerkt, uit het feit dat de gemeenschapswetgever voor het begrip beeldscherm geen aanpassing aan de technische vooruitgang heeft voorgeschreven zoals hij dit in artikel 10 van de richtlijn 90/270 wel heeft gedaan voor de minimumvoorschriften van de bijlage, worden afgeleid, dat de wetgever dit begrip voldoende ruim heeft geacht om de doelstellingen van de richtlijn volledig te verwezenlijken.
41 Derhalve moet het begrip grafisch scherm" als bedoeld in artikel 2, sub a, van richtlijn 90/270 ruim worden uitgelegd, zodat het mede beeldschermen voor de weergave van filmopnamen in analoge of gedigitaliseerde vorm omvat.
42 Het doet niet ter zake, of het afgebeelde materiaal analoog dan wel digitaal is opgeslagen, te meer niet daar artikel 2 van richtlijn 90/270 betrekking heeft op beeldschermen, ongeacht het gebruikte afbeeldingsprocédé".
43 Bijgevolg dient op de eerste en de tweede vraag te worden geantwoord, dat het begrip grafisch scherm" in de zin van artikel 2, sub a, van richtlijn 90/270 aldus moet worden uitgelegd, dat het mede beeldschermen voor de weergave van filmopnamen in analoge of gedigitaliseerde vorm omvat.
De derde vraag
44 Voor het geval het Hof de eerste of de tweede vraag bevestigend zou beantwoorden, merkt de WDR op, dat in elk geval bestuurdersplaatsen op voertuigen of machines", waartoe Dietrichs werkplekken behoren, van het toepassingsgebied van richtlijn 90/270 zijn uitgesloten.
45 In richtlijn 90/270 wordt volgens de WDR rekening gehouden met het feit dat regels die voornamelijk voor kantoorwerkzaamheden zijn geschreven, niet kunnen worden toegepast op gebieden die specifieke eisen stellen. Dit blijkt bijvoorbeeld uit artikel 1, lid 3, sub b, van richtlijn 90/270, volgens hetwelk de richtlijn niet van toepassing is op computersystemen in transportmiddelen.
46 Onder bestuurdersplaats op een machine" is een werkplek aan een productiemachine te verstaan, die deel uitmaakt van deze machine doordat via een met een beeldscherm uitgerust besturingssysteem rechtstreeks in het productieproces van de machine kan worden ingegrepen. De verwijzende rechter gaat er ten onrechte van uit, dat onder dat begrip enkel een werkplek valt, waar een machine of een technische installatie via een computersysteem wordt bestuurd en waarbij het beeldscherm enkel dient voor de weergave van de ingevoerde gegevens en van de technische gegevens betreffende het productieproces. Noch de richtlijn noch de BildscharbV bevat een dergelijke beperking.
47 Voor de toepassing van de uitzondering in artikel 1, lid 3, sub a, van richtlijn 90/270 is van belang, zo merkt de WDR tenslotte op, dat de bewerkingen integrerend deel uitmaken van een met een beeldscherm uitgeruste bestuurdersplaats op machines, zoals gebruikelijk is bij besturingsprocessen via beeldscherm in de productiesfeer, met name in de medische diagnostiek. Dit is het geval met bewerkingen aan een montagetafel met een geïntegreerd schakelpaneel. Ook hier is namelijk sprake van een werkplek waar onbewerkte beelden worden gemonteerd met behulp van een technisch apparaat dat is voorzien van een geïntegreerd schakelpaneel met beeldscherm.
48 De redactie van artikel 1, lid 3, sub a, van richtlijn 90/270 geeft geen uitsluitsel over de draagwijdte van het begrip bestuurdersplaats op machines" in de zin van deze bepaling.
49 Zoals het Hof bij de beantwoording van de eerste en de tweede vraag reeds heeft vastgesteld, heeft de gemeenschapswetgever een zeer ruime toepassing willen geven aan richtlijn 90/270. De enige werkplekken die van het toepassingsgebied van de richtlijn zijn uitgesloten, zijn limitatief opgesomd in artikel 1, lid 3, van de richtlijn en hebben betrekking op apparaten waarbij het beeldscherm een ondergeschikte rol vervult of slechts gedurende korte tijd wordt gebruikt.
50 Onder die omstandigheden moet het begrip bestuurdersplaatsen op voertuigen of machines" als uitzondering op het toepassingsgebied van richtlijn 90/270 in elk geval strikt worden uitgelegd.
51 Zoals de Commissie terecht heeft opgemerkt, omvat een werkzaamheid als Dietrich verricht, naast het voortdurend sturen van de productiefasen ook het visueel en auditief volgen van die fasen en van de weergave ervan in de vorm van opeenvolgende beelden op verschillende beeldschermen of monitoren gelijktijdig en moeten tevens intellectuele en scheppende prestaties worden geleverd, waarvoor het gezichtsvermogen evenzeer als het gehoor dient te worden gebruikt.
52 Nergens kan uit worden afgeleid, dat de gemeenschapswetgever de bedoeling zou hebben gehad, een dermate intensief werk aan het beeldscherm onder het begrip bestuurdersplaatsen van voertuigen of machines" te brengen.
53 Bovendien is er te meer reden om een dergelijke werkzaamheid tot het toepassingsgebied van richtlijn 90/270 te rekenen, daar het werken aan een beeldscherm veel belastender is dan het werken aan een gewoon bureau met een computer, waarvan vaststaat dat het onder de bescherming van de richtlijn valt.
54 Bijgevolg moet op de derde vraag worden geantwoord, dat artikel 1, lid 3, sub a, van richtlijn 90/270 aldus moet worden uitgelegd, dat het begrip bestuurdersplaats op machines" geen betrekking heeft op een werkzaamheid als in het hoofdgeding aan de orde is, waarbij analoge of gedigitaliseerde beelden met behulp van technische apparatuur en/of computerprogramma's worden bewerkt voor televisie-uitzendingen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
55 De kosten door de Nederlandse regering en door de Commissie wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, komen niet voor vergoeding in aanmerking. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
uitspraak doende op de door het Arbeitsgericht Siegen bij beschikking van 7 januari 1999 gestelde vragen, verklaart voor recht:
1) Het begrip grafisch scherm" in de zin van artikel 2, sub a, van richtlijn 90/270/EEG van de Raad van 29 mei 1990 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid met betrekking tot het werken met beeldschermapparatuur (vijfde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van richtlijn 89/391/EEG), moet aldus worden uitgelegd, dat het mede beeldschermen voor de weergave van filmopnamen in analoge of gedigitaliseerde vorm omvat.
2) Artikel 1, lid 3, sub a, van richtlijn 90/270 moet aldus worden uitgelegd, dat het begrip bestuurdersplaats op machines" geen betrekking heeft op een werkzaamheid als in het hoofdgeding aan de orde is, waarbij analoge of gedigitaliseerde beelden met behulp van technische apparatuur en/of computerprogramma's worden bewerkt voor televisie-uitzendingen.
Full & Egal Universal Law Academy