Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
1. Vrij verkeer van goederen - Kwantitatieve beperkingen - Maatregelen van gelijke werking - Nationale regeling die verkoop verbiedt van geïmporteerde edelmetalen werken die niet voldoen aan nationale voorschriften inzake edelmetaalgehalte - Rechtvaardiging - Consumentenbescherming - Eerlijkheid van handelstransacties - Voorwaarde
[EG-Verdrag, art. 30 (thans, na wijziging, art. 28 EG)]
2. Vrij verkeer van goederen - Kwantitatieve beperkingen - Maatregelen van gelijke werking - Nationale regeling die voorschrijft dat geïmporteerde edelmetalen werken nationaal stempelmerk moeten dragen - Rechtvaardiging - Consumentenbescherming - Eerlijkheid van handelstransacties - Voorwaarde
[EG-Verdrag, art. 30 (thans, na wijziging, art. 28 EG)]
3. Vrij verkeer van goederen - Kwantitatieve beperkingen - Maatregelen van gelijke werking - Nationale regeling die voorschrijft dat geïmporteerde en op regelmatige wijze van stempelmerk voorziene edelmetalen werken stempelmerk dragen dat is goedgekeurd door instantie die is aangewezen door nationale vereniging van edelsmeden, of internationaal stempelmerk dragen - Op regelmatige wijze aangebracht stempelmerk van instantie die garanties inzake onafhankelijkheid biedt, en stempelmerk dat consumenten passende informatie verschaft - Ontoelaatbaarheid
[EG-Verdrag, art. 30 (thans, na wijziging, art. 28 EG)]
4. Vrij verkeer van goederen - Kwantitatieve beperkingen - Maatregelen van gelijke werking - Nationale regeling die verschillende stempelmerken vaststelt voor nationale edelmetalen werken en voor gelijksoortige ingevoerde werken - Ontoelaatbaarheid - Rechtvaardiging - Geen
[EG-Verdrag, art. 30 (thans, na wijziging, art. 28 EG)]
Samenvatting
1. Een regelgeving van een lidstaat betreffende gehalten van edelmetalen werken die de verkoop op nationaal grondgebied verbiedt van werken van edelmetaal (goud, zilver of platina), met de beschrijving en vermelding van het edelmetaalgehalte die zij dragen in het land van oorsprong, welke producten in andere lidstaten op regelmatige wijze zijn vervaardigd en in de handel gebracht, doch die niet voldoen aan de nationale voorschriften inzake het edelmetaalgehalte, dan wel de verplichting oplegt bij import van deze producten de stempelmerken te vervangen door die welke gelden voor de naaste, lagere officiële nationale norm inzake het edelmetaalgehalte, vormt een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve invoerbeperking in de zin van artikel 30 van het Verdrag (thans, na wijziging, artikel 28 EG).
Een dergelijke beperking van de intracommunautaire handel kan niet worden gerechtvaardigd door overwegingen van consumentenbescherming en eerlijkheid van de handelstransacties wanneer een consument die met het nationale stelsel van edelmetaalgehalten vertrouwd is, gelijkwaardige en begrijpelijke informatie verkrijgt van een stempelmerk dat is aangebracht op een uit een andere lidstaat afkomstig werk in edelmetaal.
( cf. punten 28-29, 33, 76 en dictum )
2. Een regelgeving van een lidstaat betreffende het stempelmerken van werken van edelmetaal die voorschrijft dat werken van edelmetaal die worden ingevoerd uit een andere lidstaat en op het nationale grondgebied op de markt worden gebracht, het merk van de verantwoordelijke producent, bewerker of verkoper dienen te dragen, welk merk geregistreerd dient te zijn door een nationale vereniging van edelsmeden die de instantie aanwijst die deze producten van het goedgekeurde stempelmerk dient te voorzien, wanneer deze artikelen overeenkomstig de wettelijke regeling van de lidstaat van oorsprong reeds zijn voorzien van het stempelmerk van de verantwoordelijke producent, vormt een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve invoerbeperking in de zin van artikel 30 van het Verdrag (thans, na wijziging, artikel 28 EG).
Een dergelijke beperking van de intracommunautaire handel kan niet worden gerechtvaardigd door overwegingen van consumentenbescherming en eerlijkheid van de handelstransacties, indien de uit andere lidstaten afkomstige edelmetalen werken niet reeds zijn voorzien van merken die voor hetzelfde doel kunnen dienen, te weten in casu identificatie van een verantwoordelijke persoon. Identificatie van de voor een werk van edelmetaal verantwoordelijke persoon is in beginsel mogelijk, wanneer op dit werk een handtekenmerk is aangebracht overeenkomstig de wetgeving van een andere lidstaat.
( cf. punten 46, 49-51, 76 en dictum )
3. Een lidstaat komt de krachtens artikel 30 van het Verdrag (thans, na wijziging, artikel 28 EG) op hem rustende verplichtingen niet na door voor te schrijven dat werken van edelmetaal die zijn ingevoerd uit een andere lidstaat en op het nationale grondgebied in de handel worden gebracht, en die in een andere lidstaat op regelmatige wijze zijn voorzien van een stempelmerk dat is aangebracht door een instantie die garanties inzake onafhankelijkheid biedt, en de consumenten passende informatie verschaft, een stempelmerk dienen te dragen dat is goedgekeurd door een instantie die is aangewezen door een nationale vereniging van edelsmeden, of een internationaal stempelmerk dat is erkend in overeenstemming met het Verdrag inzake onderzoek en stempeling van edelmetalen werken.
( cf. punt 76 en dictum )
4. Een lidstaat komt de krachtens artikel 30 van het Verdrag (thans, na wijziging, artikel 28 EG) op hem rustende verplichtingen niet na door verschillende stempelmerken te hanteren voor producten die zijn vervaardigd op het nationaal grondgebied en gelijksoortige producten die uit andere lidstaten afkomstig zijn. Het vereiste om op bepaalde werken van edelmetaal verschillende stempelmerken aan te brengen naargelang zij uit het eigen land afkomstig zijn of zijn ingevoerd, vormt een maatregel van gelijke werking als kwantitatieve invoerbeperkingen, die ingevolge de verdragsbepalingen inzake het vrije goederenverkeer niet kan worden gerechtvaardigd.
( cf. punten 74, 76 en dictum )
Partijen
In zaak C-30/99,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door R. B. Wainwright en M. Shotter als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Ierland, vertegenwoordigd door M. A. Buckley als gemachtigde, bijgestaan door A. M. Collins, BL, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verweerder,
ondersteund door
Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, vertegenwoordigd door R. Magrill als gemachtigde, bijgestaan door M. Hoskins, barrister, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
interveniënt,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat Ierland de krachtens artikel 30 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 28 EG) op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen
- door de verkoop in Ierland te verbieden van werken van edelmetaal (goud, zilver of platina), met de beschrijving en vermelding van het edelmetaalgehalte die zij dragen in het land van oorsprong, welke producten in andere lidstaten op regelmatige wijze zijn vervaardigd en in de handel gebracht, doch die niet voldoen aan de Ierse voorschriften inzake het edelmetaalgehalte, dan wel door de verplichting op te leggen bij import van deze producten de stempelmerken te vervangen door die welke gelden voor de naaste, lagere officiële Ierse norm inzake het edelmetaalgehalte;
- door voor te schrijven dat werken van edelmetaal (goud, zilver of platina) die worden ingevoerd uit een andere lidstaat en in Ierland op de markt worden gebracht, het merk van de verantwoordelijke producent, bewerker of verkoper dienen te dragen, welk merk geregistreerd dient te zijn door de instantie die de keurmeester aanwijst die deze producten van het goedgekeurde stempelmerk dient te voorzien, ook wanneer deze artikelen overeenkomstig de wettelijke regeling van de lidstaat van oorsprong reeds zijn voorzien van het stempelmerk van de verantwoordelijke producent;
- door voor te schrijven dat werken van edelmetaal (goud, zilver of platina) die zijn ingevoerd uit een andere lidstaat en in Ierland in de handel worden gebracht, en die in een andere lidstaat op regelmatige wijze zijn voorzien van een stempelmerk dat is erkend door een instantie die garanties biedt inzake onafhankelijkheid, en de consumenten passende informatie verschaft, een stempelmerk dienen te dragen dat is goedgekeurd door de keurmeester (Assay Master) die is aangewezen door de Wardens and Commonalty of Goldsmiths van de stad Dublin;
- door verschillende stempelmerken te hanteren voor producten die zijn vervaardigd in Ierland en gelijksoortige producten die uit andere lidstaten afkomstig zijn,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: A. La Pergola, kamerpresident, M. Wathelet, D. A. O. Edward, P. Jann (rapporteur) en C. W. A. Timmermans, rechters,
advocaat-generaal: L. A. Geelhoed,
griffier: D. Louterman-Hubeau, afdelingshoofd,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de pleidooien van partijen ter terechtzitting van 7 december 2000,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 22 februari 2001,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij op 5 februari 1999 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EG-Verdrag (thans artikel 226 EG) het Hof verzocht vast te stellen dat Ierland de krachtens artikel 30 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 28 EG) op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen
- door de verkoop in Ierland te verbieden van werken van edelmetaal (goud, zilver of platina), met de beschrijving en vermelding van het edelmetaalgehalte die zij dragen in het land van oorsprong, welke producten in andere lidstaten op regelmatige wijze zijn vervaardigd en in de handel gebracht, doch die niet voldoen aan de Ierse voorschriften inzake het edelmetaalgehalte, dan wel door de verplichting op te leggen bij import van deze producten de stempelmerken te vervangen door die welke gelden voor de naaste, lagere officiële Ierse norm inzake het edelmetaalgehalte;
- door voor te schrijven dat werken van edelmetaal (goud, zilver of platina) die worden ingevoerd uit een andere lidstaat en in Ierland op de markt worden gebracht, het merk van de verantwoordelijke producent, bewerker of verkoper dienen te dragen, welk merk geregistreerd dient te zijn door de instantie die de keurmeester aanwijst die deze producten van het goedgekeurde stempelmerk dient te voorzien, ook wanneer deze artikelen overeenkomstig de wettelijke regeling van de lidstaat van oorsprong reeds zijn voorzien van het stempelmerk van de verantwoordelijke producent;
- door voor te schrijven dat werken van edelmetaal (goud, zilver of platina) die zijn ingevoerd uit een andere lidstaat en in Ierland in de handel worden gebracht, en die in een andere lidstaat op regelmatige wijze zijn voorzien van een stempelmerk dat is erkend door een instantie die garanties biedt inzake onafhankelijkheid, en de consumenten passende informatie verschaft, een stempelmerk dienen te dragen dat is goedgekeurd door de keurmeester (Assay Master) die is aangewezen door de Wardens and Commonalty of Goldsmiths van de stad Dublin;
- door verschillende stempelmerken te hanteren voor producten die zijn vervaardigd in Ierland en gelijksoortige producten die uit andere lidstaten afkomstig zijn.
2 Bij beschikking van de president van het Hof van 6 september 1999 is het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland toegelaten tot interventie ter ondersteuning van de conclusies van Ierland.
Nationale wetgeving
3 De Ierse wet- en regelgeving die van toepassing is op werken van edelmetaal, is neergelegd in de Hallmarking Act 1981 (wet inzake het stempelmerken; hierna: wet"), de Hallmarking (Approved Hallmarks) Regulations 1983 (verordening inzake de goedgekeurde stempelmerken), de Hallmarking (Approved Hallmarks) (Amendment) Regulations 1990 (gewijzigde verordening inzake de goedgekeurde stempelmerken), de Hallmarking (Irish Standards of Fineness) Regulations 1983 (verordening inzake de edelmetaalgehalten) en in de Hallmarking (Irish Standards of Fineness) (Amendment) Regulations 1990 (gewijzigde verordening inzake de edelmetaalgehalten).
4 De Hallmarking (Irish Standards of Fineness) Regulations 1983 en de Hallmarking (Irish Standards of Fineness) (Amendment) Regulations 1990 bevatten de toegestane gehalten voor werken die geheel of gedeeltelijk van edelmetaal zijn vervaardigd. Deze verordeningen completeren de gehalten die reeds zijn genoemd in het op 22 december 1637 aan de Wardens and Commonalty of Goldsmiths van de stad Dublin verleende charter, in Section 22 van de Plate Assay Act 1783 (wet inzake de edelmetaalgehalten) en Section 3 van de Plate Assay (Ireland) Act 1807 (wet inzake de edelmetaalgehalten). De toegestane gehalten voor goud zijn: 916,6, 833, 750, 585, 417 en 375 duizendsten, wat overeenkomt met 22, 20, 18, 14, 10 en 9 karaat. Voor zilver zijn de gehalten 925 en 958,4 duizendsten en voor platina 950 duizendsten.
5 Werken van edelmetaal moeten voorzien zijn van een goedgekeurd stempelmerk. Section 2 van de wet geeft de volgende definitie van een goedgekeurd stempelmerk:
(a) een merk dat, voor of na inwerkingtreding van de wet, rechtmatig is aangebracht door de keurmeester (Assay Master), volgens het desbetreffende van kracht zijnde recht;
(b) een merk dat rechtmatig is aangebracht door een keuringsinstantie in het Verenigd Koninkrijk vóór 21 februari 1927;
(c) een ,internationaal keurmerk, dat wil zeggen, een merk dat is voorgeschreven door regelingen op grond van Section 3 van de wet, zoals erkend door de betrokken minister op grond van een verdrag of een internationale overeenkomst waarbij Ierland partij is en dat betrekking heeft op edelmetalen, en dat rechtmatig is aangebracht door de keurmeester of in een ander land dan Ierland."
6 Volgens Regulation 7 van de Hallmarking (Approved Hallmark) Regulations 1983 is een internationaal merk" een merk dat is erkend in overeenstemming met het Verdrag inzake onderzoek en stempeling van edelmetalen werken (hierna: verdrag"), waarbij Ierland en verschillende andere lidstaten partij zijn.
7 Regulation 5 van de Hallmarking (Approved Hallmarks) Regulations 1983 vermeldt drie merken als goedgekeurde merken, die moeten worden aangebracht op alle werken van edelmetaal tenzij het ingevoerde werken zijn waarop het internationale keurmerk al is aangebracht: het toepasselijke merk van de Dublin Assay Office, het gehaltemerk dat is aangebracht door de Dublin Assay Office, en een merk of letter ter aanduiding van het jaar van fabricage van het werk of het jaar waarin het werk van het stempelmerk is voorzien, ook aangebracht door de Dublin Assay Office.
8 Luidens Section 9 van de wet moet op werken van edelmetaal die worden aangeboden aan de Assay Master om te worden voorzien van een goedgekeurd stempelmerk, eveneens een handtekenmerk worden aangebracht. Dit merk duidt de verantwoordelijke producent, bewerker of verkoper van het gewaarmerkte werk aan. De Assay Master en een verantwoordelijke kunnen regelingen treffen om het handtekenmerk te laten aanbrengen door de Assay Master. Het handtekenmerk moet worden geregistreerd bij de Wardens and Commonalty of Goldsmiths van de stad Dublin.
9 Section 3, lid 2, van de wet bepaalt, dat bij verordening verschillende stempelmerken kunnen worden voorgeschreven voor werken die in Ierland worden gefabriceerd en voor ingevoerde werken.
10 Op grond daarvan schrijft Regulation 5 van de Hallmarking (Approved Hallmarks) Regulations 1983 voor in Ierland vervaardigde werken en voor bepaalde ingevoerde werken een verschillend stempelmerk van de Assay Office voor. Regulation 4 van de Hallmarking (Approved Hallmarks) Regulations 1983 en Regulation 10 van de Hallmarking (Approved Hallmarks) (Amendment) Regulations 1990 stellen, respectievelijk voor platina en voor 10 karaats goud, eveneens verschillende stempelmerken vast voor in Ierland vervaardigde en voor ingevoerde werken.
De precontentieuze procedure
11 Van oordeel dat de Ierse wetgeving inzake stempelmerken in strijd was met artikel 30 van het Verdrag, heeft de Commissie Ierland bij brief van 28 juni 1993 aangemaand om binnen een termijn van twee maanden haar opmerkingen kenbaar te maken overeenkomstig de procedure van artikel 169 van het Verdrag. De Ierse autoriteiten hebben bij brief van 13 oktober 1993 op deze aanmaning geantwoord.
12 Aangezien zij dit antwoord ontoereikend vond, heeft de Commissie Ierland op 11 november 1996 een met redenen omkleed advies gezonden, met het verzoek om daaraan binnen twee maanden te voldoen. In hun antwoord van 3 april 1997 bestreden de Ierse autoriteiten, dat de bestaande wetgeving het vrije verkeer van werken van edelmetaal beperkt op een andere wijze dan op grond van artikel 36 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 30 EG) is toegestaan.
13 Daar de contacten tussen de diensten van de Commissie en de Ierse autoriteiten niet tot een voor de Commissie bevredigend resultaat hebben geleid, heeft zij besloten het onderhavige beroep in te stellen.
Ten gronde
De voorschriften inzake de gehalten van werken van edelmetaal
Argumenten van partijen
14 De Commissie betoogt, dat de Ierse voorschriften inzake edelmetaalgehalten maatregelen van gelijke werking als kwantitatieve beperkingen vormen, daar zij de verhandeling in Ierland van edelmetalen werken die in andere lidstaten rechtmatig zijn vervaardigd en in de handel gebracht, maar die niet in overeenstemming zijn met de Ierse vereisten, onder de benaming en met de vermelding van het edelmetaalgehalte van het land van oorsprong verbieden.
15 Dergelijke werken mogen in Ierland niet worden ingevoerd als werken van goud, platina of zilver. Aangezien zij niet mogen worden verkocht met het in het oorspronkelijke stempelmerk vermelde gehalte, moet dit stempelmerk bovendien worden verwijderd en vervangen door een stempelmerk met het naaste, lagere officiële Ierse gehalte.
16 De Commissie erkent weliswaar, dat de Ierse regelgeving aldus bijdraagt tot de consumentenbescherming en de eerlijkheid van de handelstransacties, maar merkt niettemin op, dat deze belangen moeten worden verzekerd met wederzijdse eerbiediging van de bonafide praktijken die in de verschillende lidstaten vanouds worden toegepast.
17 Volgens haar kan een lidstaat niet eisen, dat een nieuw stempelmerk wordt aangebracht op uit een andere lidstaat ingevoerde producten, wanneer de door deze lidstaat voorgeschreven stempelmerken gelijkwaardige informatie verschaffen en begrijpelijk zijn voor de consument van het land van invoer. De Commissie is dienaangaande van oordeel, dat een stempelmerk dat het nominale edelmetaalgehalte in duizendsten aangeeft, de consument gelijkwaardige informatie verschaft. Bovendien bestaan er middelen om de consument volledig te informeren over de betekenis van een niet-Iers stempelmerk, zoals een aanvullende etikettering of het plaatsen van mededelingen in de etalage.
18 De Commissie heeft van de Ierse autoriteiten een kopie van een ontwerpverordening tot wijziging van de Ierse regelgeving inzake edelmetaalgehalten ontvangen, op grond waarvan de gehalten genoemd in het ontwerp van 22 april 1996 voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten betreffende werken van edelmetaal (hierna: ontwerp-richtlijn") zouden worden overgenomen. Zij is bereid een beperking van het aantal gehalten tot de in de Gemeenschap meest gebruikte als een evenredige maatregel te erkennen. Dit Ierse ontwerp is evenwel nog niet van kracht.
19 De Ierse regering betoogt, dat de lidstaten bevoegd zijn de verhandeling van ingevoerde goederen, ook indien daarbij de bonafide praktijken worden gerespecteerd die in een andere lidstaat vanouds worden toegepast, te verbieden wanneer redenen van algemeen belang dit rechtvaardigen.
20 Het gehaltemerk verzekert een doeltreffende consumentenbescherming en bevordert de eerlijkheid van de handelstransacties. Zonder dit merk kan de consument gemakkelijk worden misleid omtrent het precieze edelmetaalgehalte van een werk. Een etiketteringsplicht kan de consument naar haar aard niet dezelfde waarborg bieden als onuitwisbare en niet van het voorwerp te verwijderen stempelafdrukken.
21 De Ierse regering meent verder, dat een beperking van het aantal gehalten een evenredige maatregel is voor de verwezenlijking van deze doelstellingen: dit zou blijken uit de ontwerp-richtlijn en de Commissie lijkt dit ook zelf toe te geven in haar verzoekschrift.
22 In repliek betoogt de Commissie, dat voor de aanduiding van edelmetaalgehalten het beginsel van wederzijdse erkenning" moet gelden. In verband met de verwijzing in het verzoekschrift naar de etikettering van werken van edelmetaal bevestigt zij, dat deze het stempelmerk niet moet vervangen, maar aanvullen.
23 Bovendien vermelden de in andere lidstaten erkende en rechtmatig aangebrachte stempelmerken het edelmetaalgehalte in het algemeen in duizendsten. Op grond van het Verdrag erkent Ierland reeds stempelmerken die het gehalte enkel in duizendsten aangeven, zonder vermelding van het karaat. De Commissie leidt hieruit af, dat andere gehalten dan degene die het Ierse stelsel momenteel erkent, eveneens aanvaardbaar moeten zijn.
24 In dupliek stelt de Ierse regering, dat de Commissie weliswaar heeft erkend dat een beperking van het aantal gehalten gerechtvaardigd kan zijn ter bevordering van de consumentenbescherming en van de eerlijkheid van de handelstransacties, maar niet heeft aangetoond waarom een dergelijke beperking enkel evenredig is, indien de in de Gemeenschap meest gebruikte gehalten worden aanvaard.
Beoordeling door het Hof
25 Volgens vaste rechtspraak is iedere handelsregeling van de lidstaten die de intracommunautaire handel al dan niet rechtstreeks, daadwerkelijk of potentieel, kan belemmeren, als een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve beperking te beschouwen (arrest van 11 juli 1974, Dassonville, 8/74, Jurispr. blz. 837, punt 5).
26 Volgens het arrest van 20 februari 1979, Rewe-Zentral, Cassis de Dijon" (120/78, Jurispr. blz. 649) zijn als door artikel 30 verboden maatregelen van gelijke werking aan te merken belemmeringen van het vrije goederenverkeer die, bij gebreke van harmonisatie van de wettelijke regelingen, voortvloeien uit de toepassing op goederen uit andere lidstaten, waar zij rechtmatig zijn vervaardigd en in de handel gebracht, van voorschriften betreffende de voorwaarden waaraan die goederen moeten voldoen (zoals voorschriften met betrekking tot hun benaming, vorm, afmetingen, gewicht, samenstelling, aanbiedingsvorm, etikettering of verpakking), ook indien die voorschriften zonder onderscheid op alle producten van toepassing zijn, wanneer die toepassing niet kan worden gerechtvaardigd door een doel van algemeen belang, dat zou moeten voorgaan boven de eisen van het vrije goederenverkeer (arrest van 15 september 1994, Houtwipper, C-293/93, Jurispr. blz. I-4249, punt 11).
27 Het Hof heeft reeds beslist, dat een nationale regeling inzake werken van edelmetaal de invoer moeilijker en duurder maakt, wanneer zij eist, dat werken die worden ingevoerd uit andere lidstaten waar zij rechtmatig in het verkeer zijn gebracht en overeenkomstig de wetgeving van die staten zijn gewaarmerkt, in de lidstaat van invoer opnieuw worden gewaarmerkt (arrest Houtwipper, reeds aangehaald, punt 13).
28 Dit is het geval voor de Ierse regeling inzake edelmetaalgehalten. Werken die niet aan de voorschriften ervan voldoen, mogen immers slechts in Ierland worden ingevoerd en verhandeld, nadat een nieuw stempelmerk met het lagere gehalte van de nationale regeling is aangebracht.
29 Wat de mogelijke rechtvaardiging van de beperkende werking van de Ierse regeling betreft, moet worden opgemerkt, dat de verplichting voor de importeur om op edelmetalen werken een stempelmerk te laten aanbrengen dat het edelmetaalgehalte aangeeft, in beginsel een doeltreffende bescherming van de consument verzekert en de eerlijkheid van de handelstransacties bevordert (arrest Houtwipper, reeds aangehaald, punt 14).
30 In zijn arrest van 22 juni 1982, Robertson e.a. (220/81, Jurispr. blz. 2349, punt 12) heeft het Hof evenwel verklaard, dat een lidstaat geen nieuwe waarmerking mag voorschrijven voor producten die zijn ingevoerd uit een andere lidstaat, waar zij rechtmatig in het verkeer zijn gebracht en overeenkomstig de wetgeving van die staat zijn gewaarmerkt, wanneer die stempelmerken, ongeacht de vorm ervan, informatie verschaffen die gelijkwaardig is aan die van de in de lidstaat van invoer voorgeschreven stempelmerken, en begrijpelijk is voor de consument van die staat.
31 Volgens de Ierse regeling moet het gehalte van edelmetalen werken worden aangegeven in duizendsten.
32 Voor de beoordeling, of de aanduiding in duizendsten op een niet in deze regeling voorzien gehaltemerk de consument gelijkwaardige en begrijpelijke informatie verschaft, dient - zoals het Hof reeds meermaals heeft gedaan bij de beantwoording van de vraag, of een benaming, merk of reclame-uiting op grond van de bepalingen van het Verdrag of van het afgeleide recht als mogelijk misleidend was te beschouwen - te worden uitgegaan van de vermoedelijke verwachting van de redelijk geïnformeerde, omzichtige en oplettende gemiddelde consument (zie, met name, arrest van 16 juli 1998, Gut Springenheide en Tusky, C-210/96, Jurispr. blz. I-4657, punt 31).
33 Een stempelmerk dat is aangebracht op een uit een andere lidstaat afkomstig werk in edelmetaal en dat het gehalte in duizendsten aangeeft, verschaft een consument die met het Ierse stelsel van edelmetaalgehalten vertrouwd is, gelijkwaardige en begrijpelijke informatie.
34 Bijgevolg hoeft niet te worden onderzocht, in hoeverre een eventuele onduidelijkheid in de informatie die door een dergelijk stempelmerk wordt verschaft, kan worden gecompenseerd door het aanbrengen van etiketten of het plaatsen van mededelingen in de etalage.
35 Evenmin hoeft te worden onderzocht, of Ierland de aanduiding in duizendsten van alle edelmetaalgehalten moet toestaan, dan wel zich mag beperken tot de gehalten die in de Gemeenschap het meest worden gebruikt. Het staat immers vast, dat de Commissie Ierland enkel verwijt, de in de Gemeenschap het meest gebruikte gehalten niet toe te laten, en dat de Ierse regelgeving die bij het verstrijken van de in het met redenen omkleed advies vermelde termijn van kracht was, zelfs het gebruik van die gehalten niet toestaat.
36 De grief met betrekking tot de Ierse regeling inzake edelmetaalgehalten is bijgevolg gegrond.
De voorschriften inzake het handtekenmerk
Argumenten van partijen
37 Met betrekking tot het door Section 9 van de wet voorgeschreven handtekenmerk betoogt de Commissie, dat een systeem dat producenten, bewerkers of verkopers van edelmetalen werken uit andere lidstaten verplicht om in Ierland een handtekenmerk op hun naam te laten registreren, de invoer in Ierland van dergelijke uit andere lidstaten afkomstige werken kan beperken. De importeurs moeten immers hetzij samenwerken met een importeur wiens handtekenmerk reeds is geregistreerd in Ierland - wat herstempeling impliceert van werken die voorzien zijn van een in een andere lidstaat geregistreerd handtekenmerk -, hetzij zelf de formaliteiten vervullen voor registratie van hun handtekenmerk in Ierland.
38 Het Hof heeft in verschillende arresten geoordeeld, dat de verplichting om in de lidstaat van invoer een vertegenwoordiger aan te wijzen, als een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve beperking moet worden beschouwd en in strijd is met artikel 30 van het Verdrag (arresten van 2 maart 1983, Commissie/België, 155/82, Jurispr. blz. 531, en 28 februari 1984, Commissie/Duitsland, 247/81, Jurispr. blz. 1111).
39 Volgens de Commissie kan het doel van algemeen belang - identificatie van de persoon die verantwoordelijk is voor een werk van edelmetaal - in beginsel ook worden bereikt, wanneer het werk is voorzien van een handtekenmerk in overeenstemming met de wetgeving van een andere lidstaat. Enkel in uitzonderlijke gevallen waarin gevaar voor verwarring bestaat, zouden eventueel aanvullende formaliteiten kunnen worden geëist om de effectiviteit van het controlesysteem te handhaven. Het systematisch opleggen van dergelijke aanvullende formaliteiten is daarentegen niet gerechtvaardigd.
40 De Ierse regering betoogt, dat er geen bepaling bestaat volgens welke de in het handtekenmerk aangeduide verantwoordelijke persoon de Ierse nationaliteit moet bezitten, in Ierland moet zijn gevestigd, en daar een vertegenwoordiger of een filiaal moet hebben. De groep van personen die een handtekenmerk kunnen laten registreren, is praktisch onbeperkt. Het handtekenmerk hoeft ook niet in Ierland te worden aangebracht. Bovendien zal de Assay Office zonder extra kosten het handtekenmerk aanbrengen, wanneer ook het stempelmerk door deze instantie wordt verzorgd.
41 Volgens de Ierse regering is het vereiste van een Iers handtekenmerk verenigbaar met het gemeenschapsrecht, aangezien het enkel geldt voor werken van edelmetaal die niet voorzien zijn van een stempelmerk dat een gelijkwaardige waarborg biedt als het overeenkomstige Iers stempelmerk. De gelijkwaardigheid is met name erkend voor werken die worden ingevoerd uit de lidstaten die partij zijn bij het verdrag.
42 Ierland heeft zich overigens tegenover de Commissie bereid verklaard om werken van edelmetaal die voorzien zijn van een in een andere lidstaat aangebracht handtekenmerk, toe te laten wanneer die werken volgens de regelgeving van die lidstaat in de handel mogen worden gebracht en bewijs van registratie van het handtekenmerk in die staat wordt geleverd. De Commissie heeft de gelijkwaardigheid van de handtekenmerken op uit andere lidstaten afkomstige werken van edelmetaal evenwel niet aangetoond.
43 Volgens de Ierse regering aanvaardt de Commissie, dat de Ierse autoriteiten bewijs van de registratie van het betrokken handtekenmerk in een andere lidstaat eisen en aanvullende formaliteiten voorschrijven om de doeltreffendheid van hun controlesysteem te handhaven. De Commissie lijkt dus de noodzaak van handhaving van een stelsel van voorafgaand toezicht op handtekenmerken voor werken van edelmetaal te aanvaarden. Volgens de Ierse regering verstoort een systeem als door de Commissie wordt voorgestaan, evenzeer het vrije verkeer van goederen als het bestaande Ierse stelsel van handtekenmerken.
44 De Commissie merkt hierover op, dat ingevoerde werken van edelmetaal voorzien van een internationaal stempelmerk in de zin van Section 2 van de wet in Ierland zijn vrijgesteld van de verplichte merking met een bij de Assay Master geregistreerd handtekenmerk. Het is derhalve voldoende, dat het handtekenmerk aan de desbetreffende voorwaarden van het verdrag voldoet, te weten dat het merk ter aanduiding van degene die aansprakelijk is voor het gehalte [...] bestaat uit de naam van de betrokkene, een afkorting daarvan of een symbool dat is aangetekend in een officieel register van de Verdragsluitende Staat of van één van zijn waarborginstellingen, op het grondgebied waarvan het betrokken voorwerp wordt gekeurd". Officiële registers van handtekenmerken bestaan ook in lidstaten die geen partij zijn bij het verdrag. Over het algemeen zal er geen gevaar voor verwarring zijn, aangezien het handtekenmerk samen met de andere keurmerken kan worden onderzocht. Overigens moet het mogelijk zijn, een netwerk voor informatie-uitwisseling op te richten waarmee snel kan worden geverifieerd of een merk geregistreerd is en wie de verantwoordelijke persoon is.
45 De Ierse regering verwerpt het betoog van de Commissie voorzover deze stelt, dat de officiële registers van handtekenmerken van de lidstaten die geen verdragspartij zijn, gelijkwaardig zijn aan de registers van de lidstaten die wel verdragspartij zijn. Zij meent dat, aangezien er geen werkelijke gelijkwaardigheid tussen de keurmerken is - hiervoor zou immers een beoordeling van de keurmerken met al hun kenmerken vereist zijn - Ierland niet verplicht is om de bepalingen van het verdrag toe te passen op de handtekenmerken die zijn geregistreerd in de lidstaten die geen verdragspartij zijn. Zij merkt bovendien op, dat de Commissie geen stappen heeft ondernomen voor de oprichting van een netwerk van informatie-uitwisseling tussen de registrerende instanties en dat geen voorstel in die zin is opgenomen in de ontwerp-richtlijn.
Beoordeling door het Hof
46 De Ierse regeling inzake het handtekenmerk vormt een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve invoerbeperking, aangezien zij voor de verhandeling in Ierland van een product dat in een andere lidstaat rechtmatig in de handel is gebracht, hetzij hernieuwde waarmerking, hetzij vervulling van aanvullende formaliteiten voorschrijft, te weten registratie van het handtekenmerk in Ierland.
47 Hierbij is zonder belang, dat deze specifiek aan de invoer gekoppelde formaliteiten relatief makkelijk zijn te vervullen en geringe kosten meebrengen, zoals de Ierse regering betoogt.
48 Evenmin is voor de vaststelling dat deze betrokken regeling het intracommunautaire handelsverkeer kan belemmeren, het bewijs vereist, dat Ierland de erkenning van een in een andere lidstaat geregistreerd handtekenmerk daadwerkelijk heeft geweigerd.
49 Wat de mogelijke rechtvaardiging van een dergelijke regeling betreft, heeft het Hof aanvaard, dat de verplichting voor de fabrikant of importeur om op werken van edelmetaal, stempelmerken die de fabrikant aangeven, aan te brengen, op zich een doeltreffende bescherming van de consument kan verzekeren en de eerlijkheid van de handelstransacties kan bevorderen (arrest Robertson e.a., reeds aangehaald, punt 11).
50 Het vereiste van een in Ierland geregistreerd handtekenmerk is op die gronden evenwel slechts gerechtvaardigd, indien de uit andere lidstaten afkomstige edelmetalen werken niet reeds zijn voorzien van merken die voor hetzelfde doel kunnen dienen, te weten in casu identificatie van een verantwoordelijke persoon.
51 De Commissie heeft dan ook terecht gesteld, dat identificatie van de voor een werk van edelmetaal verantwoordelijke persoon in beginsel mogelijk is, wanneer op dit werk een handtekenmerk is aangebracht overeenkomstig de wetgeving van een andere lidstaat.
52 Om te beginnen is het gevaar voor verwarring - dat niet zo groot lijkt, gelet op het feit dat het handtekenmerk niet afzonderlijk, maar samen met de andere elementen van het keurmerk moet worden onderzocht - niet voldoende om de algemene verplichting tot registratie van een handtekenmerk in Ierland te rechtvaardigen.
53 Verder blijkt uit het feit dat Ierland in het kader van het verdrag reeds de gelijkwaardigheid aanvaardt van handtekenmerken die zijn geregistreerd in lidstaten die partij bij het verdrag zijn, dat het de registratie in Ierland niet onontbeerlijk acht.
54 Aangezien de Ierse regelgeving zoals deze van toepassing was aan het einde van de in het met redenen omklede advies gestelde termijn, zelfs de mogelijkheid uitsluit om een handtekenmerk dat geregistreerd is in een lidstaat die geen verdragspartij is, als gelijkwaardig te erkennen, gaat zij bovendien in ieder geval verder dan noodzakelijk is om het nagestreefde doel te bereiken.
55 Ten slotte moet ook het argument van Ierland worden afgewezen, dat een op de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten gebaseerd controlestelsel het vrije goederenverkeer evenzeer zou beperken als de verplichte registratie van een handtekenmerk in Ierland. Een dergelijk controlestelsel zou immers berusten op het beginsel, dat werken van edelmetaal met een in een andere lidstaat aangebracht handtekenmerk binnen de Gemeenschap vrij moeten kunnen worden verhandeld, terwijl de systematisch vereiste registratie van een handtekenmerk in Ierland een voorafgaande belemmering van het vrije verkeer vormt.
56 Om deze redenen is de grief met betrekking tot de Ierse regeling inzake het handtekenmerk eveneens gegrond.
De voorschriften inzake het goedgekeurde stempelmerk
Argumenten van partijen
57 De door de wet gestelde eis, dat werken van edelmetaal voorzien zijn van een goedgekeurd stempelmerk, dus hetzij een stempelmerk aangebracht door de Assay Master volgens de voorschriften van de Ierse regeling, hetzij een internationaal stempelmerk, is volgens de Commissie in strijd met artikel 30 van het Verdrag, aangezien daarmee de verhandeling wordt verboden van ingevoerde werken van edelmetaal die door een instantie die voldoende waarborgen van onafhankelijkheid biedt, zijn voorzien van een stempelmerk dat informatie verschaft die gelijkwaardig is aan die van de in Ierland voorgeschreven stempelmerken, en voor de Ierse consumenten begrijpelijk is.
58 De Commissie verduidelijkt dienaangaande, dat een afzonderlijke niet-nakomingsprocedure is ingesteld, waarin de vraag aan de orde is, of een stempelmerk aangebracht door de fabrikant of door zijn atelier kan geacht worden voldoende garanties voor onafhankelijkheid te bieden.
59 De Ierse regering geeft toe, dat een lidstaat gelijkwaardige stempelmerken die zijn aangebracht op uit andere lidstaten ingevoerde producten, moet erkennen. Deze gelijkwaardigheid moet evenwel betrekking hebben op zowel de inhoud en de duidelijkheid van het stempelmerk, als de door de controle van het edelmetaalgehalte geboden waarborg.
60 Volgens de Ierse regering dient de Commissie het bewijs te leveren, dat de stempelmerken op werken van edelmetaal in bepaalde lidstaten in feite gelijkwaardig zijn aan die welke volgens de Ierse regeling vereist zijn voor het in de handel brengen van dergelijke werken. De Commissie heeft dit bewijs echter niet geleverd.
61 In repliek verduidelijkt de Commissie, dat haar grief is, dat de Ierse wetgeving zelfs de mogelijkheid van erkenning van in andere lidstaten aangebrachte stempelmerken uitsluit. Er is geen aanvullend bewijs nodig voor het vaststellen van een inbreuk op artikel 30 van het Verdrag. De Commissie herinnert er bovendien aan, dat artikel 30 van het Verdrag mede van toepassing is op de potentiële effecten van de betrokken regeling.
62 De Ierse regering bestrijdt dit argument van de Commissie. De relevante bepalingen van de Ierse regeling tonen integendeel aan, dat Ierland nooit heeft geweigerd om gelijkwaardige stempelmerken die zijn aangebracht in lidstaten die geen verdragspartij zijn, te erkennen. Dit blijkt uit de voorgenomen wijzigingen van de Hallmarking (Approved Hallmarks) Regulations 1983 om deze erkenning uitdrukkelijk vast te leggen. De gewijzigde administratieve bepalingen moeten immers aansluiten bij het bestaande wettelijke kader, dat zelf onveranderd blijft: dit toont duidelijk aan, dat de wet verenigbaar is met het gemeenschapsrecht. Bijgevolg had de Commissie moeten bewijzen, dat het ontbreken van een uitdrukkelijke bepaling omtrent deze erkenning in het Ierse recht een - ten minste potentiële - belemmering van het intracommunautaire handelsverkeer van werken van edelmetaal vormt.
63 Aangezien de Commissie een afzonderlijke procedure heeft ingesteld met betrekking tot de weigering van Ierland om een stempelmerk te erkennen dat door de fabrikant in het kader van een kwaliteitscontroleprocedure is aangebracht, rijst bovendien de vraag, of het beroep niet op procedurele gronden moet worden verworpen, daar het Hof niet kan beslissen op grieven die niet zijn aangevoerd in het met redenen omkleed advies.
64 De regering van het Verenigd Koninkrijk betoogt, dat ook een stelsel van incidentele controles door een onafhankelijke instantie bij lange na niet dezelfde garanties biedt als een stelsel waarin de controle en de waarmerking feitelijk door die instantie zelf worden uitgevoerd. Voorzover de onderzochte grief moet worden opgevat als strekkende tot vaststelling dat een door de fabrikant zelf of door zijn atelier aangebracht stempelmerk als gelijkwaardig aan een door een onafhankelijke instantie aangebracht stempelmerk is te beschouwen, moet hij worden verworpen.
65 In haar opmerkingen op de memorie in interventie van de regering van het Verenigd Koninkrijk bevestigt de Commissie, dat zij het Hof in de onderhavige procedure niet verzoekt om een uitspraak over de vraag, of waarmerking door een fabrikant in het kader van een systeem voor de certificering van de productkwaliteit voldoende garanties voor onafhankelijkheid biedt om als gelijkwaardig aan de waarmerking door een onafhankelijke instantie te worden beschouwd.
Beoordeling door het Hof
66 Om te beginnen zij vastgesteld, dat blijkens de door de Commissie gegeven verklaringen het onderhavige beroep geen betrekking heeft op de vraag, of een door een fabrikant of zijn atelier aangebracht stempelmerk voldoende garanties voor onafhankelijkheid biedt om als gelijkwaardig aan een door een onafhankelijke instantie aangebracht stempelmerk te worden beschouwd. De desbetreffende opmerkingen van de Ierse regering en de regering van het Verenigd Koninkrijk zijn bijgevolg zonder voorwerp.
67 Wat meer algemeen het vereiste van een goedgekeurd stempelmerk betreft, moet worden aanvaard, dat dit een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve invoerbeperking is.
68 In tegenstelling tot wat de Ierse regering betoogt, hoeft de Commissie in dit verband niet aan te tonen, dat in andere lidstaten aangebrachte stempelmerken in feite gelijkwaardig zijn aan de door de Ierse regeling voorgeschreven stempelmerken. Zoals de vertegenwoordiger van de Ierse regering ter terechtzitting heeft moeten toegeven, sloot de Ierse regeling zoals die van kracht was bij het verstrijken van de in het met redenen omkleed advies bepaalde termijn, zelfs de mogelijkheid van erkenning van stempelmerken uit, die zijn aangebracht in lidstaten die geen verdragspartij zijn. Een dergelijke uitsluiting heeft op zijn minst potentiële gevolgen voor het intracommunautaire handelsverkeer.
69 Zoals het Hof heeft geoordeeld in punt 12 van het arrest Robertson, reeds aangehaald, en punt 15 van het arrest Houtwipper, reeds aangehaald, is het vereiste van een aan de nationale voorschriften beantwoordend stempelmerk niet gerechtvaardigd, wanneer de informatie die een door een onafhankelijke instantie in een andere lidstaat aangebracht stempelmerk verschaft, gelijkwaardig is aan die van de in de lidstaat van invoer voorgeschreven stempelmerken, en begrijpelijk is voor de consument van die staat.
70 Aangezien de Ierse regeling die bij het verstrijken van de in het met redenen omkleed advies bepaalde termijn van kracht was, enkel stempelmerken erkent die zijn aangebracht overeenkomstig de wetgeving van lidstaten die verdragspartij zijn, en ten aanzien van werken van edelmetaal die in andere lidstaten van een stempelmerk zijn voorzien, erkenning systematisch uitsluit, kan zij niet worden gerechtvaardigd.
71 Bijgevolg is de grief met betrekking tot de Ierse regeling inzake goedgekeurde stempelmerken eveneens gegrond.
De discriminerende voorschriften inzake stempelmerken
Argumenten van partijen
72 De Commissie merkt op, dat de in de punten 9 en 10 van het onderhavige arrest aangehaalde Ierse regelgeving verschillen handhaaft tussen goedgekeurde stempelmerken op werken die in Ierland zijn vervaardigd, en gelijksoortige stempelmerken op ingevoerde werken. Dergelijke verschillen zijn in strijd met de verdragsbepalingen inzake het vrije goederenverkeer.
73 De Ierse regering bevestigt haar voornemen om haar wetgeving in die zin te wijzigen, dat op werken van edelmetaal niet langer een naar oorsprong verschillend stempelmerk hoeft te worden aangebracht.
Beoordeling door het Hof
74 Het staat vast, dat het vereiste om op bepaalde werken van edelmetaal verschillende stempelmerken aan te brengen naargelang zij uit Ierland afkomstig zijn of zijn ingevoerd, een maatregel van gelijke werking als kwantitatieve invoerbeperkingen vormt, die ingevolge de verdragsbepalingen inzake het vrije goederenverkeer niet kan worden gerechtvaardigd.
75 Bijgevolg is de grief met betrekking tot de discriminerende voorschriften van de Ierse regeling inzake stempelmerken eveneens gegrond.
76 Gelet op het voorgaande dient te worden vastgesteld, dat Ierland de krachtens artikel 30 EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen door
- de verkoop in Ierland te verbieden van werken van edelmetaal (goud, zilver of platina), met de beschrijving en vermelding van het edelmetaalgehalte die zij dragen in het land van oorsprong, welke producten in andere lidstaten op regelmatige wijze zijn vervaardigd en in de handel gebracht, doch die niet voldoen aan de Ierse voorschriften inzake het edelmetaalgehalte, dan wel door de verplichting op te leggen bij import van deze producten de stempelmerken te vervangen door die welke gelden voor de naaste, lagere officiële Ierse norm inzake het edelmetaalgehalte;
- voor te schrijven dat werken van edelmetaal die worden ingevoerd uit een andere lidstaat en in Ierland op de markt worden gebracht, het merk van de verantwoordelijke producent, bewerker of verkoper dienen te dragen, welk merk geregistreerd dient te zijn door de instantie die de keurmeester aanwijst die deze producten van het goedgekeurde stempelmerk dient te voorzien, ook wanneer deze artikelen overeenkomstig de wettelijke regeling van de lidstaat van oorsprong reeds zijn voorzien van het stempelmerk van de verantwoordelijke producent;
- voor te schrijven dat werken van edelmetaal die zijn ingevoerd uit een andere lidstaat en in Ierland in de handel worden gebracht, en die in een andere lidstaat op regelmatige wijze zijn voorzien van een stempelmerk dat is erkend door een instantie die garanties biedt inzake onafhankelijkheid, en de consumenten passende informatie verschaft, een stempelmerk dienen te dragen dat is goedgekeurd door de keurmeester (Assay Master) die is aangewezen door de Wardens and Commonalty of Goldsmiths van de stad Dublin;
- verschillende stempelmerken te hanteren voor producten die zijn vervaardigd in Ierland en gelijksoortige producten die uit andere lidstaten afkomstig zijn.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
77 Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Aangezien Ierland in het ongelijk is gesteld, moet het overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen. Overeenkomstig artikel 69, lid 4, van dit Reglement zal het Verenigd Koninkrijk, dat in het geding is tussengekomen, zijn eigen kosten dragen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Ierland is de krachtens artikel 30 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 28 EG) op hem rustende verplichtingen niet nagekomen door:
- de verkoop in Ierland te verbieden van werken van edelmetaal (goud, zilver of platina), met de beschrijving en vermelding van het edelmetaalgehalte die zij dragen in het land van oorsprong, welke producten in andere lidstaten op regelmatige wijze zijn vervaardigd en in de handel gebracht, doch die niet voldoen aan de Ierse voorschriften inzake het edelmetaalgehalte, dan wel door de verplichting op te leggen bij import van deze producten de stempelmerken te vervangen door die welke gelden voor de naaste, lagere officiële Ierse norm inzake het edelmetaalgehalte;
- voor te schrijven dat werken van edelmetaal die worden ingevoerd uit een andere lidstaat en in Ierland op de markt worden gebracht, het merk van de verantwoordelijke producent, bewerker of verkoper dienen te dragen, welk merk geregistreerd dient te zijn door de instantie die de keurmeester aanwijst die deze producten van het goedgekeurde stempelmerk dient te voorzien, ook wanneer deze artikelen overeenkomstig de wettelijke regeling van de lidstaat van oorsprong reeds zijn voorzien van het stempelmerk van de verantwoordelijke producent;
- voor te schrijven dat werken van edelmetaal die zijn ingevoerd uit een andere lidstaat en in Ierland in de handel worden gebracht, en die in een andere lidstaat op regelmatige wijze zijn voorzien van een stempelmerk dat is erkend door een instantie die garanties biedt inzake onafhankelijkheid, en de consumenten passende informatie verschaft, een stempelmerk dienen te dragen dat is goedgekeurd door de keurmeester (Assay Master) die is aangewezen door de Wardens and Commonalty of Goldsmiths van de stad Dublin;
- verschillende stempelmerken te hanteren voor producten die zijn vervaardigd in Ierland en gelijksoortige producten die uit andere lidstaten afkomstig zijn.
2) Ierland wordt in de kosten verwezen.
3) Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland zal zijn eigen kosten dragen.
Full & Egal Universal Law Academy