Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Beroep wegens niet-nakoming - Beoordeling van gegrondheid door Hof - In aanmerking te nemen situatie - Situatie bij verstrijken van in met redenen omkleed advies gestelde termijn
[EG-Verdrag, art. 169 (thans art. 226 EG)]
Samenvatting
$$In het kader van een beroep krachtens artikel 169 van het Verdrag (thans artikel 226 EG) moet het bestaan van een niet-nakoming worden beoordeeld op basis van de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn. Met sedertdien opgetreden wijzigingen kan het Hof geen rekening houden.
( cf. punt 12 )
Partijen
In zaak C-91/99,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door A. M. Alves Vieira, lid van de juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxembourg bij C. Gómez de la Cruz, lid van die dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Portugese Republiek, vertegenwoordigd door L. Fernandes, directeur van de juridische dienst van het directoraat-generaal Europese Gemeenschappen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, en M. J. Carvalho, jurist bij het Ministerie van Landbouw, Plattelandsontwikkeling en Visserij, als gemachtigden, Rua da Cova da Moura 1, Lissabon,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat de Portugese Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen welke noodzakelijk zijn om volledig te voldoen aan richtlijn 96/43/EG van de Raad van 26 juni 1996 tot wijziging en codificering van richtlijn 85/73/EEG om de financiering van de keuringen en veterinaire controles van levende dieren en bepaalde dierlijke producten te garanderen en tot wijziging van de richtlijnen 90/675/EEG en 91/496/EEG (PB L 162, blz. 1, en rectificatie PB 1997, L 8, blz. 32), de krachtens het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
samengesteld als volgt: L. Sevón, kamerpresident, P. Jann (rapporteur) en M. Wathelet, rechters,
advocaat-generaal: J. Mischo
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 14 maart 2000,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 17 maart 1999, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EG-Verdrag (thans artikel 226 EG) beroep ingesteld, strekkende tot vaststelling dat de Portugese Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen welke noodzakelijk zijn om volledig te voldoen aan richtlijn 96/43/EG van de Raad van 26 juni 1996 tot wijziging en codificering van richtlijn 85/73/EEG om de financiering van de keuringen en veterinaire controles van levende dieren en bepaalde dierlijke producten te garanderen en tot wijziging van de richtlijnen 90/675/EEG en 91/496/EEG (PB L 162, blz. 1, en rectificatie PB 1997, L 8, blz. 32), de krachtens het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Bij artikel 1 van richtlijn 96/43 zijn de titel, de artikelen en de bijlagen van richtlijn 85/73/EEG van de Raad van 29 januari 1985 inzake de financiering van de keuringen en sanitaire controles van vers vlees en van vlees van pluimvee (PB L 32, blz. 14), vervangen door de tekst in de bijlage bij richtlijn 96/43. Richtlijn 85/73 draagt sindsdien de nieuwe titel: richtlijn 85/73/EEG van de Raad van 29 januari 1985 inzake de financiering van de keuringen en veterinaire controles zoals bedoeld in de richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG, 90/675/EEG en 91/496/EEG.
3 Met betrekking tot de uitvoering van de bepalingen van richtlijn 85/73, zoals gewijzigd en gecodificeerd bij richtlijn 96/43, bepaalt artikel 4, lid 1, eerste alinea, van laatstgenoemde richtlijn:
De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om:
i) op 1 juli 1996 aan de bepalingen van artikel 7 en van bijlage A, hoofdstuk I, punt 1, onder e, te voldoen;
ii) op 1 januari 1997 aan de bepalingen van hoofdstuk II en hoofdstuk III, afdeling II, van bijlage A en hoofdstuk II van bijlage C te voldoen;
iii) op 1 juli 1997 aan de overige wijzigingen te voldoen."
4 Artikel 4, lid 1, tweede alinea, van richtlijn 96/43 preciseert evenwel:
De lidstaten beschikken over een aanvullende termijn die tot 1 juli 1999 kan lopen, om aan de bepalingen van hoofdstuk III, afdeling I, van bijlage A, te voldoen."
5 Artikel 4, lid 2, van richtlijn 96/43 bepaalt:
De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijke bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen."
6 Omdat de Commissie geen mededeling had ontvangen over enige maatregel ter omzetting van richtlijn 96/43 in de Portugese rechtsorde en zij evenmin over andere informatie beschikte waaruit zij kon concluderen dat de Portugese Republiek haar verplichting was nagekomen, zond zij deze lidstaat overeenkomstig artikel 169 van het Verdrag bij schrijven van 5 november 1997 een aanmaning om binnen een termijn van twee maanden haar opmerkingen te maken.
7 De Portugese autoriteiten antwoordden daarop bij brief van 25 maart 1998, dat de nodige maatregelen voor de omzetting van richtlijn 96/43 in nationaal recht in voorbereiding waren.
8 Daaruit maakte de Commissie op, dat die maatregelen nog niet waren genomen, waarna zij de Portugese Republiek op 24 augustus 1998 een met redenen omkleed advies toezond, met het verzoek binnen een termijn van twee maanden na betekening van dat advies de nodige maatregelen te nemen om aan haar verplichtingen uit hoofde van richtlijn 96/43 te voldoen.
9 Aangezien de Commissie geen enkele andere informatie betreffende de omzetting van richtlijn 96/43 in intern Portugees recht ontving, heeft zij besloten het onderhavige beroep in te stellen.
10 In haar verweerschrift heeft de Portugese regering haar verzuim om richtlijn 96/43 om te zetten niet betwist; zij betoogt evenwel, dat een ontwerp voor een wetsdecreet strekkend tot omzetting daarvan door de ministerraad was goedgekeurd en weldra in de Diário da República zou worden gepubliceerd.
11 Op 2 juli 1999, dat wil zeggen na sluiting van de schriftelijke procedure, hebben de Portugese autoriteiten ter griffie van het Hof een kopie neergelegd van wetsdecreet nr. 208/99 van 11 juni 1999 (Diário da República I, serie A, nr. 134, van 11 juni 1999), waarbij richtlijn 96/43 wordt geïmplementeerd.
12 Dienaangaande moet erop worden gewezen, dat, in het kader van een beroep krachtens artikel 169 van het Verdrag, het bestaan van een niet-nakoming moet worden beoordeeld op basis van de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn, en dat het Hof met sedertdien opgetreden wijzigingen geen rekening kan houden (zie, met name, arrest van 23 maart 2000, Commissie/Frankrijk, C-327/98, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 28).
13 Uit de door de Portugese Republiek verstrekte inlichtingen blijkt, dat de in artikel 4, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 96/43 bedoelde bepalingen niet binnen de bij dat artikel gestelde termijn in nationaal recht zijn omgezet. Het door de Commissie te dier zake ingestelde beroep moet dan ook gegrond worden verklaard.
14 Wat daarentegen de bepalingen van artikel 4, lid 1, tweede alinea, van richtlijn 96/43 betreft, moet worden opgemerkt, dat de lidstaten volgens de bewoordingen van dat artikel over een aanvullende termijn tot uiterlijk 1 juli 1999 beschikken. Aangezien deze termijn nog niet was verstreken op de uiterste datum die de Commissie de Portugese Republiek had gesteld om aan het met redenen omkleed advies te voldoen, moet het beroep worden verworpen voor zover het tevens betrekking heeft op de vaststelling van de maatregelen om te voldoen aan de bepalingen bedoeld in artikel 4, lid 1, tweede alinea, van richtlijn 96/43.
15 Mitsdien moet worden vastgesteld, dat de Portugese Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan het bepaalde in artikel 4, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 96/43, de verplichtingen niet is nagekomen die krachtens die bepaling op haar rusten, en moet het beroep voor het overige worden verworpen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
16 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover dit is gevorderd. Daar de Portugese Republiek op de belangrijkste punten in het ongelijk is gesteld, dient zij overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten te worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen welke noodzakelijk zijn om te voldoen aan het bepaalde in artikel 4, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 96/43/EG van de Raad van 26 juni 1996 tot wijziging en codificering van richtlijn 85/73/EEG om de financiering van de keuringen en veterinaire controles van levende dieren en bepaalde dierlijke producten te garanderen en tot wijziging van de richtlijnen 90/675/EEG en 91/496/EEG, is de Portugese Republiek de krachtens die bepaling op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Het beroep wordt voor het overige verworpen.
3) De Portugese Republiek wordt in de kosten verwezen.
Full & Egal Universal Law Academy