Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Landbouw - Gemeenschappelijke ordening van markten - Groenten en fruit - Producentenorganisaties - Verplichte bijdragebetaling door niet-aangesloten producenten van verse producten - Vrijstelling van niet-aangesloten producenten van voor verwerking bestemde producten - Toelaatbaarheid - Schending van non-discriminatiebeginsel - Geen
(Verordening nr. 1035/72 van de Raad, art. 15 ter, leden 1 en 8)
Samenvatting
$$Artikel 15 ter, lid 8, van verordening nr. 1035/72 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit, zoals gewijzigd bij verordening nr. 3284/83, moet aldus worden uitgelegd dat een lidstaat, wanneer hij lid 1 van deze bepaling heeft toegepast, dat wil zeggen wanneer hij bepaalde door een telersvereniging vastgestelde regels inzake de productie en de commercialisatie verplicht heeft gesteld voor de in de regio gevestigde telers die niet bij deze vereniging zijn aangesloten, bepaalde niet-aangesloten telers voor hetzelfde product van de bijdrageplicht mag vrijstellen voorzover hun productie niet voor de markt van verse producten, maar voor industriële verwerking bestemd is.
De betrokken situaties zijn objectief verschillend - producten bestemd voor de markt van verse producten en producten bestemd voor verwerking -, zodat het feit dat zij verschillend worden behandeld, niet in strijd is met het algemene discriminatieverbod.
( cf. punten 27-28 en dictum )
Partijen
In zaak C-117/99,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EG-Verdrag (thans artikel 234 EG) van de Cour de cassation (Frankrijk), in het aldaar aanhangig geding tussen
Union nationale interprofessionnelle des légumes transformés (Unilet),
G. Le Bars
en
Association Comité économique régional agricole fruits et légumes de Bretagne (Cerafel),
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 15 ter, lid 8, van verordening (EEG) nr. 1035/72 van de Raad van 18 mei 1972 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (PB L 118, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 3284/83 van de Raad van 14 november 1983 (PB L 325, blz. 1),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: D. A. O. Edward, kamerpresident, L. Sevón, P. Jann (rapporteur), H. Ragnemalm en M. Wathelet, rechters,
advocaat-generaal: S. Alber
griffier: H. A. Rühl, hoofdadministrateur
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
- Union nationale interprofessionelle des légumes transformés (Unilet) en G. Le Bars, vertegenwoordigd door N. Coutrelis, advocaat te Parijs,
- Association Comité économique régional agricole fruits et légumes de Bretagne (Cerafel), vertegenwoordigd door E. Copper-Royer, advocaat bij de Conseil d'État en de Cour de cassation, en J.-P. Cuiec, advocaat te Brest,
- de Franse regering, vertegenwoordigd door K. Rispal-Bellanger, onderdirecteur bij de directie juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, en C. Vasak, adjunct-secretaris buitenlandse zaken bij deze directie, als gemachtigden,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door P. Oliver, juridisch adviseur, als gemachtigde,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van Union nationale interprofessionelle des légumes transformés (Unilet) en G. Le Bars, de Franse regering en de Commissie ter terechtzitting van 13 januari 2000,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 24 februari 2000,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij arrest van 6 april 1999, ingekomen bij het Hof op 9 april daaraanvolgend, heeft de Cour de cassation krachtens artikel 177 EG-Verdrag (thans artikel 234 EG) een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van artikel 15 ter, lid 8, van verordening (EEG) nr. 1035/72 van de Raad van 18 mei 1972 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (PB L 118, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 3284/83 van de Raad van 14 november 1983 (PB L 325, blz. 1; hierna: verordening nr. 1035/72").
2 Deze vraag is gerezen in een geschil tussen Union nationale interprofessionelle des légumes transformés (hierna: Unilet") en G. Le Bars enerzijds, en Association Comité économique régional agricole fruits et légumes de Bretagne (hierna: Cerafel") anderzijds, over de bijdragen die Le Bars over 1994 aan Cerafel verschuldigd zou zijn voor de productie van bloemkool bestemd voor de verwerkende industrie.
De communautaire wetgeving
3 In het kader van de gemeenschappelijke marktordening in de sector groenten en fruit opent artikel 2 van verordening nr. 1035/72 de mogelijkheid, voor producten die bestemd zijn om in verse toestand aan de consument te worden geleverd, kwaliteitsnormen" vast te stellen. Volgens artikel 3, lid 3, sub a, van deze verordening geldt de verplichting om aan deze kwaliteitsnormen te voldoen echter niet voor producten die naar de be- of verwerkende industrie worden verzonden".
4 Artikel 13 van verordening nr. 1035/72 omschrijft, wat onder telersvereniging" moet worden verstaan. Volgens artikel 13, eerste alinea, sub b, houdt een dergelijke vereniging voor de aangesloten telers de verplichting in om
- de gehele productie van het product of de producten waarvoor zij zich hebben aangesloten, via de telersvereniging te verkopen (...)
- ten aanzien van productie en commercialisatie de regels toe te passen die door de telersvereniging zijn vastgesteld met het oog op de verbetering van de kwaliteit der producten en de aanpassing van de aangeboden hoeveelheden aan de eisen van de markt,
- de door de vereniging gevraagde gegevens inzake geoogste en beschikbare hoeveelheden te verstrekken".
5 In artikel 15 ter, lid 1, van verordening nr. 1035/72 wordt bepaald:
Ingeval
- een telersvereniging of
- een groepering van telersverenigingen met dezelfde regels,
die in een bepaalde economische regio werkzaam is, voor een bepaald product wordt beschouwd als representatief voor de productie en voor de telers van die regio, kan de betrokken lidstaat, op verzoek van die vereniging of groepering en, tijdens de eerste drie toepassingsjaren, na raadpleging van de telers van de regio, voor de in deze regio gevestigde telers die niet bij een van de vorengenoemde verenigingen zijn aangesloten, de hierna volgende regels verplicht stellen:
a) de regels inzake het verstrekken van gegevens betreffende de productie als bedoeld in artikel 13, lid 1, sub b, derde streepje,
b) de regels ten aanzien van de productie als bedoeld in artikel 13, lid 1, sub b, tweede streepje,
c) de regels ten aanzien van de commercialisatie als bedoeld in artikel 13, lid 1, sub b, tweede streepje,
d) voor de in bijlage II bedoelde producten, de door de vereniging of de groepering vastgestelde regels inzake het uit de markt nemen van producten (...)
op voorwaarde dat de betrokken regels sedert ten minste één jaar van toepassing zijn."
6 Artikel 15 ter, lid 8, van verordening nr. 1035/72 bepaalt:
Wanneer lid 1 wordt toegepast, kan de betrokken lidstaat besluiten dat niet-aangesloten telers aan de vereniging of in voorkomend geval aan de groepering het volledige bedrag of een deel ervan verschuldigd zijn van de door de aangesloten telers betaalde bijdragen, voor zover deze bestemd zijn voor de financiering van:
- de administratiekosten in verband met de toepassing van de in lid 1 bedoelde regeling;
- de kosten voor acties inzake onderzoek, marktstudie en verkoopbevordering die door de vereniging of groepering worden ondernomen en die aan de gehele productie van de regio ten goede komen."
De nationale wettelijke regeling
7 De communautaire bepalingen betreffende de gemeenschappelijke marktordening in de sector groenten en fruit zijn in Frankrijk met name uitgevoerd bij ministerieel besluit van 18 juni 1992 tot algemeenverbindendverklaring van de door Cerafel vastgestelde regels (JORF van 28 juni 1992, blz. 8469).
8 In artikel 1 van dit besluit worden de regels inzake het verstrekken van gegevens betreffende de productie, de regels betreffende de productie en de commercialisatie, alsmede de verplichting om zich te houden aan de interventievoorwaarden en de prijzen voor het uit de markt nemen van producten, die door Cerafel zijn vastgesteld, verbindend verklaard voor alle in bepaalde departementen gevestigde bloemkooltelers.
9 Artikel 3 van dit besluit machtigt Cerafel om van niet bij een telersvereniging aangesloten producenten bijdragen te heffen, waarvan het bedrag later bij besluit zal worden bepaald. Deze bijdragen zijn bestemd voor het door Cerafel opgerichte beheersfonds, ter financiering van haar administratiekosten, en voor het fonds voor onderzoek, marktstudie en verkoopbevordering, dat eventueel door Cerafel wordt opgericht om algemene acties die aan de gehele productie van de regio ten goede komen, te bekostigen.
10 Het ministerieel besluit van 5 juli 1993 tot vaststelling van de heffingsvoorwaarden voor bijdragen aan Cerafel wegens de algemeenverbindendverklaring van de regels voor bloemkool winter/voorjaar (JORF van 16 juli 1993, blz. 10028) machtigt Cerafel, bijdragen te heffen tot het in het besluit bepaalde bedrag, voor bloemkool winter/voorjaar 1993, uitgezonderd bloemkool die specifiek bestemd is voor de verwerkende industrie".
11 Het ministerieel besluit van 24 juni 1994 tot vaststelling van de heffingsvoorwaarden voor bijdragen aan Cerafel wegens de algemeenverbindendverklaring van de regels voor bloemkool (JORF van 19 juli 1994, blz. 10403) bevat een vergelijkbare machtiging voor het oogstjaar 1994/1995 voor bloemkool geleverd op de markt van verse groenten".
Het hoofdgeding en de prejudiciële vraag
12 Le Bars, een producent van voor verwerking bestemde bloemkool, werd door Cerafel voor het Tribunal d'instance de Saint-Brieuc (Frankrijk) gedagvaard tot betaling van de bijdragen over zijn bloemkoolproductie voor 1994. Unilet werd toegelaten tot interventie aan de zijde van Le Bars.
13 Bij vonnis van 11 september 1996 verklaarde het Tribunal, dat Le Bars de in geding zijnde bijdragen verschuldigd was, met name op grond dat de besluiten van 5 juli 1993 en 24 juni 1994, voor zover daarbij de telers van specifiek voor de verwerkende industrie bestemde bloemkool van bijdragebetaling werden vrijgesteld, onverenigbaar waren met verordening nr. 1035/72.
14 Le Bars en Unilet stelden beroep in cassatie in. Zij stellen dat artikel 15 ter, lid 8, van verordening nr. 1035/72 niet meer doet dan de lidstaten de bevoegdheid verlenen om niet-aangesloten telers tot bijdragebetaling te verplichten.
15 De Cour de cassation, die zich afvraagt wat de draagwijdte is van artikel 15 ter, lid 8, van verordening nr. 1035/72, heeft de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vraag gesteld:
Moet artikel 15 ter, lid 8, van verordening (EEG) nr. 1035/72 van de Raad van 18 mei 1972 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit, aldus worden uitgelegd dat een lidstaat, wanneer hij lid 1 van deze bepaling heeft toegepast, dat wil zeggen wanneer hij bepaalde door een telersvereniging vastgestelde regels inzake de productie en de commercialisatie verplicht heeft gesteld voor de in de regio gevestigde telers die niet bij deze vereniging zijn aangesloten, bepaalde niet-aangesloten telers voor hetzelfde product mag vrijstellen van de bijdrageplicht, voor zover hun productie niet voor de markt van verse producten, maar voor industriële verwerking bestemd is?"
De prejudiciële vraag
16 Cerafel wijst erop, dat het Hof in het arrest van 22 september 1988, Unilec (212/87, Jurispr. blz. 5075, punt 13), heeft verklaard, dat de verwezenlijking van de door verordening nr. 1035/72 beoogde doelstellingen op het gebied van de marktordening voor verse landbouwproducten impliceert, dat deze regeling na de oogst van de groenten en het fruit effect kan sorteren, ongeacht de bestemming van de producten. Cerafel leidt daaruit het beginsel af, dat verse en verwerkte producten op een en dezelfde wijze moeten worden behandeld, hetgeen zou betekenen dat een lidstaat geen bepalingen mag vaststellen waarbij telers van voor verwerking bestemde producten worden vrijgesteld van bijdragebetaling.
17 Unilet, de Franse regering en de Commissie stellen, dat de lidstaten zelf mogen beoordelen of er aanleiding is, de door de telersverenigingen vastgestelde regels verplicht te stellen voor niet-aangesloten telers. Zij erkennen dat verordening nr. 1035/72 van toepassing is op alle telers van groenten en fruit, ongeacht de bestemming van de geoogste producten (arrest Unilec, reeds aangehaald, punt 13), maar zij merken op, dat het Hof zich niet heeft uitgesproken over de vraag, of de hoogte van de bijdragen voor de telers gelijk moet zijn dan wel kan variëren naar gelang van de bestemming van deze producten.
18 Elke lidstaat heeft volgens hen dan ook een zekere beoordelingsruimte, waaraan alleen het algemene verbod van discriminatie grenzen kan stellen. Voor specifiek voor verwerking bestemde bloemkool gelden reeds bij het zaaien precieze voorwaarden, waardoor zij zich onderscheidt van producten die bestemd zijn voor de markt van verse producten. Op grond van deze verschillen achten zij het gerechtvaardigd, dat telers van voor verwerking bestemde producten worden vrijgesteld van bijdragebetaling.
19 Om te beginnen moet worden opgemerkt, dat het bij de in artikel 15 ter van verordening nr. 1035/72 aan de lidstaten verleende machtiging om een bevoegdheid gaat. Volgens lid 1 van deze bepaling kan de betrokken lidstaat bepaalde door een telersvereniging of een groepering van telersverenigingen vastgestelde regels verplicht stellen voor niet-aangesloten telers. Volgens lid 8 van deze bepaling kan de lidstaat, wanneer hij lid 1 toepast, besluiten dat niet-aangesloten telers aan de vereniging of de groepering het volledige bedrag of een deel ervan verschuldigd zijn van de door de aangesloten telers betaalde bijdragen.
20 Hieruit volgt, dat de lidstaten onder de in artikel 15 ter van verordening nr. 1035/72 gestelde voorwaarden beschikken over een beoordelingsbevoegdheid die zij binnen de grenzen van het gemeenschapsrecht kunnen uitoefenen.
21 In het licht van deze overwegingen moet worden onderzocht, of een lidstaat bevoegd is om, wanneer hij artikel 15 ter, lid 1, van verordening nr. 1035/72 toepast, de telers van voor verwerking bestemde producten vrij te stellen van betaling van de bijdragen die aan de telers van verse producten worden opgelegd.
22 In dit verband moet in de eerste plaats de uitlegging worden afgewezen die door Cerafel aan het arrest Unilec (reeds aangehaald) wordt gegeven. In dat arrest heeft het Hof inderdaad verklaard, dat voor producten die bestemd zijn om aan een verwerker te worden verkocht, dezelfde regels gelden als voor verse producten. Dit betekent weliswaar, dat voor de algemeenverbindendverklaring van de regels inzake voor verwerking bestemde producten dezelfde voorwaarden gelden als met betrekking tot verse producten, maar niet, dat de lidstaten bij de uitoefening van hun beoordelingsbevoegdheid al deze producten precies hetzelfde moeten behandelen, ongeacht hun bestemming.
23 In de tweede plaats moet worden onderzocht, of een stelsel als in het leven is geroepen bij de in het hoofdgeding bedoelde nationale regeling, verenigbaar is met het verbod van discriminatie tussen producenten van de Gemeenschap, neergelegd in artikel 40, lid 3, EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 34, lid 2, EG). Volgens vaste rechtspraak van het Hof houdt dit verbod in dat, behoudens objectieve rechtvaardiging, vergelijkbare situaties niet verschillend en verschillende situaties niet gelijk mogen worden behandeld (zie arrest van 17 juli 1997, National Farmers' Union e.a., C-354/95, Jurispr. blz. I-4559, punt 61).
24 Volgens artikel 15 ter, lid 8, van verordening nr. 1035/72 heeft de mogelijkheid die een lidstaat heeft om te besluiten, dat de niet-aangesloten telers aan een telersvereniging of een groepering van telersverenigingen een bijdrage verschuldigd zijn van het volledige bedrag of een deel van de door de aangesloten telers betaalde bijdragen, uitsluitend betrekking op bijdragen die bestemd zijn om bepaalde kosten te financieren, te weten de administratiekosten die het gevolg zijn van de algemeenverbindendverklaring van de door de vereniging of groepering vastgestelde regels, alsmede de kosten die voortvloeien uit door de vereniging of groepering ondernomen acties inzake onderzoek, marktstudie en verkoopbevordering.
25 Unilet, de Franse regering en de Commissie stellen, zonder op dit punt door Cerafel te zijn tegengesproken, dat bij voor verwerking bestemde producten, waarvoor krachtens artikel 3, lid 3, sub a, van verordening nr. 1035/72 niet de kwaliteitsnormen voor op de markt voor verse producten geleverde producten gelden, de criteria van kwaliteit en kwantiteit, de teeltmethoden, de oogstschema's en de bewerkingsmethoden worden vastgelegd in contracten die vóór de aanvang van het verkoopseizoen tussen producenten en verwerkers worden gesloten.
26 De regels inzake het verstrekken van gegevens betreffende de productie, de regels ten aanzien van de productie, de regels ten aanzien van de commercialisatie en de regels inzake het uit de markt nemen van producten zijn slechts ten dele of zelfs in het geheel niet van toepassing op voor verwerking bestemde producten. Ook komen de acties inzake onderzoek, marktstudie en verkoopbevordering die door een telersvereniging of groepering van telersverenigingen kunnen worden ondernomen, slechts ten dele of in het geheel niet ten goede aan deze producten.
27 De betrokken situaties zijn dus objectief verschillend, zodat het feit dat zij verschillend worden behandeld, niet in strijd is met het algemene discriminatieverbod.
28 Gelet op de voorgaande overwegingen, moet op de vraag worden geantwoord, dat artikel 15 ter, lid 8, van verordening nr. 1035/72 aldus moet worden uitgelegd dat een lidstaat, wanneer hij lid 1 van deze bepaling heeft toegepast, dat wil zeggen wanneer hij bepaalde door een telersvereniging vastgestelde regels inzake de productie en de commercialisatie verplicht heeft gesteld voor de in de regio gevestigde telers die niet bij deze vereniging zijn aangesloten, bepaalde niet-aangesloten telers voor hetzelfde product mag vrijstellen van de bijdrageplicht, voor zover hun productie niet voor de markt van verse producten, maar voor industriële verwerking bestemd is.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
29 De kosten door de Franse regering en de Commissie wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer)
uitspraak doende op de door de Cour de cassation bij arrest van 6 april 1999 gestelde vraag, verklaart voor recht:
Artikel 15 ter, lid 8, van verordening (EEG) nr. 1035/72 van de Raad van 18 mei 1972 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit, zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 3284/83 van de Raad van 14 november 1983, moet aldus worden uitgelegd dat een lidstaat, wanneer hij lid 1 van deze bepaling heeft toegepast, dat wil zeggen wanneer hij bepaalde door een telersvereniging vastgestelde regels inzake de productie en de commercialisatie verplicht heeft gesteld voor de in de regio gevestigde telers die niet bij deze vereniging zijn aangesloten, bepaalde niet-aangesloten telers voor hetzelfde product mag vrijstellen van de bijdrageplicht, voor zover hun productie niet voor de markt van verse producten, maar voor industriële verwerking bestemd is.
Full & Egal Universal Law Academy