Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Ambtenaren - Regeling andere personeelsleden - Plaatselijk functionarissen - Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd - Omzetting in overeenkomst voor onbepaalde tijd - Toepasselijkheid van nationale wettelijke regeling
(Regeling andere personeelsleden, art. 79)
Samenvatting
$$Artikel 79 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen, moet aldus worden uitgelegd dat deze bepaling eraan in de weg staat dat een gemeenschapsinstelling met een plaatselijk functionaris een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd sluit, wanneer haar eigen regeling inzake de arbeidsvoorwaarden van plaatselijk functionarissen, die op basis van de voorschriften en gebruiken van de staat van tewerkstelling is vastgesteld, zich daartegen verzet.
Aangezien het gaat om een geschil betreffende een overeenkomst van plaatselijk functionaris gesloten door de Europese Stichting voor opleiding, die de regeling van de Commissie inzake de arbeidsvoorwaarden van plaatselijk functionarissen in Italië toepast, dient de nationale rechter te onderzoeken, of overeenkomstig artikel 3 van deze regeling de omstandigheden of de aard van het werk vereisen dat de overeenkomst voor bepaalde tijd wordt gesloten. Zo dat niet het geval is, dient hij die overeenkomst om te zetten in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
( cf. punt 31 en dictum )
Partijen
In zaak C-126/99,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EG-Verdrag (thans artikel 234 EG) van de Pretore di Torino (Italië), in het aldaar aanhangig geding tussen
R. Vitari
en
Europese Stichting voor opleiding,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 79 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: A. La Pergola, kamerpresident, M. Wathelet (rapporteur), D. A. O. Edward, P. Jann en L. Sevón, rechters,
advocaat-generaal: D. Ruiz-Jarabo Colomer
griffier: R. Grass
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
- R. Vitari, vertegenwoordigd door C. Cotto, advocaat te Turijn,
- de Europese Stichting voor opleiding, vertegenwoordigd door E. en M. de la Forest de Divonne, advocaten te Turijn,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door G. Valsesia, juridisch hoofdadviseur, als gemachtigde,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 6 juli 2000,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 30 maart 1999, ingekomen bij het Hof op 14 april daaraanvolgend, heeft de Pretore di Torino krachtens artikel 177 EG-Verdrag (thans artikel 234 EG) een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van artikel 79 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen (hierna: Regeling").
2 Deze vraag is gerezen in een geschil tussen R. Vitari en de Europese Stichting voor opleiding (hierna: Stichting") betreffende de beëindiging van hun arbeidsverhouding.
Het toepasselijke recht
De gemeenschapsregeling
3 De te Turijn (Italië) gevestigde Stichting is opgericht bij verordening (EEG) nr. 1360/90 van de Raad van 7 mei 1990 (PB L 131, blz. 1). Artikel 14 van die verordening, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 2063/94 van de Raad van 27 juli 1994 (PB L 216, blz. 9), bepaalt:
Personeel
Het personeel van de Stichting is onderworpen aan de verordeningen en regelingen van toepassing op de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen.
De Stichting oefent ten aanzien van haar personeel de bevoegdheden uit van het tot aanstelling bevoegde gezag.
De raad van bestuur stelt in overeenstemming met de Commissie passende uitvoeringsbepalingen vast."
4 Artikel 4, eerste alinea, van de Regeling bepaalt:
Als plaatselijk functionaris (...) wordt aangemerkt het personeelslid dat overeenkomstig de plaatselijke gebruiken is aangesteld om handenarbeid of hulpdiensten te verrichten in een ambt dat niet is opgenomen in de lijst van het aantal ambten (...)"
5 Artikel 79 van de Regeling luidt:
(...) de arbeidsvoorwaarden van plaatselijke functionarissen, inzonderheid ter zake van:
a) aanstelling en ontslag,
b) verloven,
c) bezoldiging,
[worden] door elke instelling vastgesteld aan de hand van de voorschriften en gebruiken ter plaatse waar de functionaris zijn werkzaamheden moet verrichten".
6 De Stichting heeft geen specifieke regeling voor haar plaatselijke functionarissen vastgesteld, doch past de regeling inzake arbeidsvoorwaarden voor plaatselijke functionarissen van de Commissie (hierna: regeling van de Commissie") toe. Artikel 3 daarvan bepaalt, dat de arbeidsovereenkomst van een plaatselijk functionaris voor onbepaalde of voor bepaalde duur kan worden gesloten, doch preciseert dat een overeenkomst voor bepaalde duur slechts kan worden gesloten op voorwaarde dat de omstandigheden of de aard van het werk de vaststelling van een termijn vereisen".
7 Ten slotte bepaalt artikel 81, lid 1, van de Regeling:
Geschillen tussen de instelling en de plaatselijke functionaris die in een lidstaat is tewerkgesteld, zijn onderworpen aan het gerecht dat bevoegd is ingevolge de wetten ter plaatse waar de functionaris zijn werkzaamheden verricht."
De nationale wettelijke regeling
8 Artikel 1 van Italiaanse wet nr. 230 van 18 april 1962 betreffende de regeling van arbeidsverhoudingen van bepaalde duur (GURI nr. 125 van 17 mei 1962), zoals gewijzigd (hierna: wet nr. 230/62"), bepaalt dat de arbeidsovereenkomsten in beginsel voor onbepaalde duur worden gesloten, en staat arbeidsovereenkomsten voor bepaalde duur slechts toe in de aldaar genoemde gevallen, namelijk wanneer iemand in dienst wordt genomen:
- voor seizoenarbeid;
- ter vervanging van werknemers die afwezig zijn wegens ziekte, zwangerschap, bevallingsverlof of militaire dienst;
- voor buitengewone of occasionele taken en diensten;
- voor werk in opeenvolgende fasen waarvoor gespecialiseerde werknemers nodig zijn;
- voor de productie van specifieke voorstellingen of radio- of televisieprogramma's, of
- voor specifieke luchthaventaken.
9 Bij wege van uitzondering en op voorwaarde dat de werknemer vooraf daarmee instemt, mag volgens artikel 2 van deze wet de overeenkomst voor bepaalde duur slechts eenmaal worden verlengd voor een periode die de duur van de oorspronkelijke overeenkomst niet overschrijdt, mits deze verlenging noodzakelijk is wegens toevallige en onvoorzienbare omstandigheden en in het kader daarvan dezelfde activiteiten worden verricht. Wordt de arbeidsverhouding na de oorspronkelijk voorziene datum voortgezet, dan wordt de overeenkomst geacht voor onbepaalde duur te zijn gesloten vanaf de datum waarop de eerste overeenkomst voor bepaalde duur is ondertekend.
10 In bijzondere wetten zijn andere gevallen voorzien waarin overeenkomsten voor bepaalde duur mogen worden gesloten.
Het hoofdgeding
11 Oorspronkelijk was Vitari door de Stichting als hulpfunctionaris aangeworven bij overeenkomst voor bepaalde duur, die eenmaal is verlengd en die in totaal de periode van 16 oktober 1995 tot en met 29 februari 1996 bestreek. Nadien sloot Vitari met de Stichting een overeenkomst als plaatselijk functionaris voor bepaalde duur voor de periode van 1 maart tot 31 december 1996. Deze overeenkomst is verlengd tot 30 juni 1997, op welke datum de Stichting de arbeidsverhouding met Vitari beëindigd achtte.
12 Daarop wendde Vitari zich tot de Pretore di Torino met het betoog, dat de Stichting volgens de Italiaanse wetgeving en in het bijzonder wet nr. 230/62 de arbeidsverhouding niet op die manier mocht beëindigen, daar deze sedert 1 maart 1996, de datum waarop hij voor de eerste keer als plaatselijk functionaris was aangeworven, als een overeenkomst voor onbepaalde duur moest worden beschouwd.
13 De Stichting was daarentegen van mening, dat tegenover haar niet een beroep op de Italiaanse wettelijke regeling kon worden gedaan, daar haar personeel ingevolge artikel 14 van verordening nr. 1360/90, zoals gewijzigd, onderworpen is aan de verordeningen en regelingen van toepassing op de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen".
14 Aangezien de Pretore di Torino zich afvraagt, wat de verhouding is tussen het nationale recht inzake arbeidsverhoudingen en de Regeling, en meer in het bijzonder hoe artikel 79 van de Regeling moet worden uitgelegd, heeft hij besloten de behandeling van de zaak te schorsen en het Hof te verzoeken om een prejudiciële beslissing over de navolgende vraag:
Moet artikel 79 van [de Regeling], waar het bepaalt dat ,de arbeidsvoorwaarden van plaatselijke functionarissen, inzonderheid ter zake van:
a) aanstelling en ontslag;
b) verloven;
c) bezoldiging,
door elke instelling [worden] vastgesteld aan de hand van de voorschriften en gebruiken ter plaatse waar de functionaris zijn werkzaamheden moet verrichten, aldus worden begrepen, dat het de Europese instelling is toegestaan, van de nationale wetgeving af te wijken, met het gevolg dat uitsluitend de regeling van communautaire oorsprong geldt, of legt het in ieder geval de verplichting op, de nationale wet in acht te nemen, vooral wanneer het om een dwingende regeling gaat, die geen afwijkingen toestaat?"
De prejudiciële vraag
Opmerkingen van partijen
15 Met zijn vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen, of artikel 79 van de Regeling aldus moet worden uitgelegd, dat deze bepaling niet eraan in de weg staat dat een gemeenschapsinstelling met een plaatselijk functionaris een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur sluit, terwijl volgens de nationale wettelijke regeling die geldt op het grondgebied van de staat waar de functionaris zijn werkzaamheden dient te verrichten, een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur moet worden gesloten.
16 Aangezien artikel 79 van de Regeling verwijst naar de voorschriften en gebruiken ter plaatse waar de functionaris zijn werkzaamheden moet verrichten, zijn artikel 3 van de regeling van de Commissie en de artikelen 1 en 2 van wet nr. 230/62 volgens Vitari complementaire bepalingen. Zijns inziens beperken die bepalingen juist de gevallen waarin de Stichting arbeidsovereenkomsten voor bepaalde duur mag sluiten.
17 De Stichting is daarentegen van mening, dat de vraag van de verwijzende rechter ongegrond is, daar de regeling van de Commissie, zoals die in casu is toegepast, in overeenstemming is met de nationale wetgeving inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde duur. Zij merkt op, dat die materie in Italië wordt geregeld door vele wettelijke of conventionele teksten waarbij het gebruik van overeenkomsten voor bepaalde duur sedert het einde der jaren tachtig aanzienlijk is geliberaliseerd.
18 Subsidiair betoogt de Stichting, dat uit de formulering van artikel 79 van de Regeling blijkt, dat de gemeenschapswetgever de instellingen niet heeft verplicht, de wetgeving van de lidstaat waar de plaatselijke functionarissen hun werkzaamheden verrichten, strikt na te leven. Hij zou hun integendeel hebben toegestaan ter zake van de arbeidsvoorwaarden van die functionarissen een autonome regeling vast te stellen, die zich echter moet laten leiden door de in de staat van tewerkstelling geldende beginselen.
19 De Commissie verwijst naar de conclusie van advocaat-generaal Capotorti in de zaak Desmedt (arrest van 25 juni 1981, 105/80, Jurispr. blz. 1701) en wijst met nadruk op het gemengde karakter van de regeling die op plaatselijke functionarissen van toepassing is, in die zin dat zowel gemeenschapsrecht als nationaal recht daarvoor van belang is. De functie van de nationale wetgeving lijkt dus enerzijds te zijn, een grens te stellen aan de normatieve bevoegdheid van de gemeenschapsinstellingen, en anderzijds alle kwesties te regelen die niet door het gemeenschapsrecht worden bestreken.
20 Op basis van het arrest van 3 oktober 1985, Tordeur e.a. (232/84, Jurispr. blz. 3223), betoogt de Commissie evenwel, dat de toepassing van nationale bepalingen niet tot een aantasting van de autonomie van de gemeenschapsinstellingen mag leiden. Indien de sanctie voor de niet-naleving van een nationale bepaling zou zijn, dat tussen de werknemer die voor bepaalde duur is aangeworven en de instelling die hem tewerkstelt, een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur ontstaat, dan zou dat volgens de Commissie een aantasting zijn van de exclusieve bevoegdheid die het tot aanstelling bevoegd gezag ter zake van de indienstneming van personeel heeft.
Beoordeling door het Hof
21 Volgens artikel 3 van de regeling van de Commissie moeten de overeenkomsten met plaatselijke functionarissen die hun werkzaamheden in Italië verrichten in beginsel voor onbepaalde duur worden gesloten en zijn afwijkingen van dit beginsel slechts toegestaan, indien de omstandigheden of de aard van het werk vereisen dat een termijn wordt bepaald. Op dit punt bestaat er geen contradictie tussen die bepaling en de relevante nationale bepalingen, die eveneens de voorkeur geven aan overeenkomsten voor onbepaalde duur.
22 Weliswaar is de nationale wettelijke regeling waarnaar de verwijzende rechter verwijst, explicieter in die zin, dat daarin de gevallen waarin bij wege van uitzondering overeenkomsten voor bepaalde duur mogen worden gesloten, uitdrukkelijk worden genoemd.
23 Uit artikel 79 van de Regeling kan echter niet worden afgeleid, dat op de arbeidsverhouding tussen een gemeenschapsinstelling en een plaatselijk functionaris het nationale recht van de staat op wiens grondgebied de plaatselijke functionaris zijn werkzaamheden verricht, als zodanig moet worden toegepast. Volgens dat artikel worden de arbeidsvoorwaarden van plaatselijke functionarissen namelijk door elke instelling vastgesteld op basis van de voorschriften en gebruiken" van de staat van tewerkstelling, wat enkel betekent dat de door iedere instelling vastgestelde regeling niet in strijd mag zijn met de basisregels van het toepasselijke nationale recht.
24 Zoals uit punt 21 van dit arrest blijkt, is artikel 3 van de regeling van de Commissie in overeenstemming met de fundamentele strekking van de Italiaanse wetgeving.
25 De verwijzende rechter dient dus conform artikel 81, lid 1, van de Regeling te onderzoeken, of overeenkomstig artikel 3 van de regeling van de Commissie de omstandigheden of de aard van de aan Vitari opgedragen werkzaamheden rechtvaardigden, dat een overeenkomst voor bepaalde duur werd gesloten. Gelijk de advocaat-generaal in punt 32 van zijn conclusie beklemtoont, bevat de verwijzingsbeschikking in ieder geval geen enkele aanwijzing op basis waarvan het Hof een eventueel oordeel zou kunnen geven.
26 Mocht de verwijzende rechter van oordeel zijn, dat in het hoofdgeding artikel 3 van de regeling van de Commissie is geschonden, in die zin dat de omstandigheden of de aard van het werk niet de vaststelling van een termijn vereisten, dan dient hij om tot een rechtmatige situatie te komen, de betrokken overeenkomst, die voor bepaalde duur is gesloten, om te zetten in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur.
27 Een dergelijk gevolg van de schending van artikel 3 van de regeling van de Commissie kan niet als een aantasting van de autonomie van de instellingen of de agentschappen van de Gemeenschappen worden aangemerkt, zulks anders dan het Hof heeft geoordeeld in het arrest Tordeur e.a. (reeds aangehaald) waarin de omstandigheden fundamenteel verschilden van die welke in de zaak in het hoofdgeding aan de orde zijn.
28 Het arrest Tordeur e.a. (reeds aangehaald) betrof namelijk de vraag, of het gemeenschapsrecht eraan in de weg staat dat op de gemeenschapsinstellingen, wanneer die een beroep doen op diensten van uitzendbureaus, een nationale wetgeving wordt toegepast waarin wordt bepaald dat in geval van schending van een aantal bepalingen inzake uitzendarbeid de uitzendkracht en hij die van diens diensten gebruik maakt, door een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur zullen zijn gebonden.
29 Het Hof oordeelde, dat ofschoon de sociale bescherming van de uitzendkracht niet worden mag ontkracht, enkel omdat deze werknemer ter beschikking wordt gesteld van een gemeenschapsinstelling, een dergelijke bescherming evenwel niet kan worden verzekerd door maatregelen die de autonomie van de gemeenschapsinstellingen zouden aantasten (arrest Tordeur e.a., reeds aangehaald, punt 27).
30 In de zaak in het hoofdgeding bepaalt artikel 3 van de door de Stichting toegepaste regeling van de Commissie juist, dat in Italië met plaatselijke functionarissen alleen arbeidsovereenkomsten voor bepaalde duur mogen worden gesloten, indien de omstandigheden of de aard van het werk vereisen dat een termijn wordt vastgesteld.
31 Gelet op het voorgaande moet op de vraag van de verwijzende rechter worden geantwoord, dat artikel 79 van de Regeling aldus moet worden uitgelegd, dat deze bepaling eraan in de weg staat dat een gemeenschapsinstelling met een plaatselijk functionaris een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur sluit, wanneer haar eigen regeling die op de arbeidsvoorwaarden van plaatselijke functionarissen van toepassing is en die is vastgesteld op basis van de voorschriften en gebruiken van de staat van tewerkstelling, zich daartegen verzet. De verwijzende rechter dient dus te onderzoeken, of overeenkomstig artikel 3 van de regeling van de Commissie de omstandigheden of de aard van de aan de plaatselijke functionaris opgedragen werkzaamheden vereisten, dat de tussen partijen in het hoofdgeding gesloten overeenkomst voor bepaalde duur werd gesloten. Zo dat niet het geval is, dient hij die overeenkomst om te zetten in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
De kosten door de Commissie wegens indiening van haar opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
uitspraak doende op de door de Pretore di Torino bij beschikking van 30 maart 1999 gestelde vraag, verklaart voor recht:
Artikel 79 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen, moet aldus worden uitgelegd dat deze bepaling eraan in de weg staat dat een gemeenschapsinstelling met een plaatselijk functionaris een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur sluit, wanneer haar eigen regeling die op de arbeidsvoorwaarden van plaatselijke functionarissen van toepassing is en die is vastgesteld aan de hand van de voorschriften en gebruiken van de staat van tewerkstelling, zich daartegen verzet. De verwijzende rechter dient dus te onderzoeken, of overeenkomstig artikel 3 van de regeling van de Commissie de omstandigheden of de aard van de aan de plaatselijke functionaris opgedragen werkzaamheden vereisten, dat de tussen partijen in het hoofdgeding gesloten overeenkomst voor bepaalde duur werd gesloten. Zo dat niet het geval is, dient hij die overeenkomst om te zetten in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur.
Full & Egal Universal Law Academy