Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Op basis van groenten en fruit verwerkte producten - Productiesteun - Verplichting voor verwerkers om telers minimumprijs te betalen - Deelneming van telers in bepaalde bijkomende kosten - Toelaatbaarheid - Forfaitaire berekening - Ontoelaatbaarheid
(Verordening nr. 426/86 van de Raad; verordening nr. 1558/91 van de Commissie, art. 6, lid 3, sub e)
Samenvatting
$$De bij verordening nr. 426/86 ingevoerde gemeenschapsregeling betreffende de productiesteunregeling voor bepaalde producten, verkregen uit in de Gemeenschap geoogste groenten en fruit, sluit niet uit dat de verwerkers de telers bepaalde diensten kunnen verlenen, zoals met name de terbeschikkingstelling van kisten voor de oogst van de tomaten, waarvan de kosten ten laste van de telers kunnen worden gebracht. Verder is het feit dat in een brancheovereenkomst voor tomaten voor industriële verwerking, die in een lidstaat is gesloten tussen de telersverenigingen en de verenigingen van verwerkende bedrijven, wordt bepaald dat voor de aan de telers toerekenbare kosten een grens is vastgesteld die op basis van de vervoerskosten is berekend, op zich niet in strijd met de gemeenschapsregeling. De lidstaten moeten echter toezien op de strikte naleving van de verplichting voor de verwerkers om de minimumprijs te betalen, met name in die zin dat de kosten van vervoer van de plaats van productie naar de plaats van verwerking niet ten laste van de telers kunnen worden gebracht.
Elke rechtstreekse of indirecte omzeiling van die verplichting vormt een schending van het gemeenschapsrecht. Immers, artikel 6, lid 3, sub e, van verordening nr. 1558/91 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor op basis van groenten en fruit verwerkte producten beoogt te voorkomen dat de minimumprijs door middel van ondoorzichtige praktijken wordt ontdoken.
Ongeacht de vraag of de bepalingen van die overeenkomst voldoende duidelijk zijn geformuleerd, voldoet een wijdverbreide praktijk waarbij het aandeel van de telers niet aan de hand van de werkelijke kosten voor elke teler, maar forfaitair wordt berekend door het in de brancheovereenkomst vermelde maximale percentage ten laste te brengen van de telers, niet aan de verplichting voor de verwerkers om de minimumprijs te betalen.
( cf. punten 19-22 )
Partijen
In zaak C-146/99,
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door U. Leanza als gemachtigde, bijgestaan door D. Del Gaizo, avvocato dello Stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door F. P. Ruggeri Laderchi als gemachtigde, bijgestaan door A. Dal Ferro, avvocato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verweerster,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van beschikking 1999/186/EG van de Commissie van 3 februari 1999 houdende weigering van communautaire financiering voor bepaalde uitgaven van de lidstaten in het kader van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Garantie (PB L 61, blz. 34), voorzover daarin de uitgaven van de Italiaanse Republiek voor steun aan de verwerking van tomaten worden geweigerd ten belope van 7 421 939 820 ITL,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
samengesteld als volgt: F. Macken, kamerpresident, N. Colneric, C. Gulmann (rapporteur), V. Skouris en J. N. Cunha Rodrigues, rechters,
advocaat-generaal: C. Stix-Hackl,
griffier: L. Hewlett, administrateur,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de pleidooien van partijen ter terechtzitting van 15 maart 2001, waarbij de Italiaanse Republiek werd vertegenwoordigd door D. Del Gaizo en de Commissie door L. Visaggio als gemachtigde, bijgestaan door A. Dal Ferro,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 3 mei 2001,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 21 april 1999, heeft de Italiaanse Republiek krachtens artikel 173, eerste alinea, EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 230, eerste alinea, EG) verzocht om nietigverklaring van beschikking 1999/186/EG van de Commissie van 3 februari 1999 houdende weigering van communautaire financiering voor bepaalde uitgaven van de lidstaten in het kader van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Garantie (PB L 61, blz. 34; hierna: bestreden beschikking"), voorzover daarin de uitgaven van de Italiaanse Republiek voor steun aan de verwerking van tomaten worden geweigerd ten belope van 7 421 939 820 ITL.
2 Dat bedrag komt overeen met een forfaitaire correctie van 2 % van alle uit hoofde van het EOGFL gedeclareerde uitgaven van de Italiaanse Republiek in het kader van de steun aan de verwerking van tomaten.
Rechtskader
3 Bij verordening (EEG) nr. 426/86 van de Raad van 24 februari 1986 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector van op basis van groenten en fruit verwerkte producten (PB L 49, blz. 1) is voor bepaalde producten, verkregen uit in de Gemeenschap geoogste groenten en fruit, een productiesteunregeling ingesteld. Artikel 3, lid 1, van deze verordening bepaalt:
De productiesteun wordt toegekend aan het verwerkende bedrijf dat in het kader van contracten tussen enerzijds telers, erkende telersverenigingen of groeperingen daarvan en anderzijds verwerkende bedrijven of overeenkomstig de wet in de Gemeenschap opgerichte verenigingen of groeperingen daarvan, voor het basisproduct aan de teler een prijs heeft betaald die ten minste gelijk is aan de minimumprijs."
4 Bij de artikelen 4, lid 1, eerste alinea, en 5, lid 1, van verordening nr. 426/86, zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 1202/90 van de Raad van 7 mei 1990 (PB L 119, blz. 66), zijn criteria vastgesteld op basis waarvan de Commissie de aan de telers te betalen minimumprijs en het bedrag van de productiesteun bepaalt.
5 Voor het verkoopseizoen 1996/1997 zijn de aan de telers te betalen minimumprijs, alsmede het bedrag van de steun bij de productie van op basis van tomaten verwerkte producten vastgesteld in de bijlagen bij verordening (EG) nr. 1398/96 van de Commissie van 18 juli 1996 (PB L 180, blz. 6). In bijlage I bij deze verordening wordt de aan de telers te betalen minimumprijs berekend in ecu per 100 kg nettogewicht, af producent".
6 De artikelen 2 tot en met 4 van verordening (EEG) nr. 1558/91 van de Commissie van 7 juni 1991 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake de productiesteunregeling voor op basis van groenten en fruit verwerkte producten (PB L 144, blz. 31) bepalen, dat de verwerkers van de betrokken producten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten verschillende gegevens moeten meedelen.
7 Artikel 6 van deze verordening bepaalt:
1. De in artikel 3 van verordening (EEG) nr. 426/86 bedoelde contracten, hierna ,verwerkingscontracten te noemen, moeten schriftelijk worden gesloten. Het verwerkingscontract kan ook worden opgesteld in de vorm van een verbintenis tot levering tussen een of meer telers, enerzijds, en hun erkende, als verwerker optredende vereniging of unie, anderzijds.
2. [...]
3. In de verwerkingscontracten wordt met name vermeld:
[...]
e) de aan de medecontractant voor de basisproducten te betalen prijs, kosten, in het bijzonder die voor verpakking, laden, vervoer en lossen, en belastingen niet inbegrepen. Al deze bedragen worden in voorkomend geval afzonderlijk vermeld.
[...]"
De feiten
8 Op 17 juli 1996 hebben de Italiaanse telersverenigingen en de verenigingen van verwerkende bedrijven overeenkomstig Italiaanse wet nr. 88 van 16 maart 1988 betreffende brancheovereenkomsten (hierna: wet nr. 88") voor het verkoopseizoen 1996/1997 een branche-beheerovereenkomst gesloten voor tomaten die zijn bestemd voor industriële verwerking (GURI nr. 187 van 10 augustus 1996; hierna: brancheovereenkomst").
9 Artikel 11 van de brancheovereenkomst heeft betrekking op de betalingsmodaliteiten. Het bepaalt met name dat de teler, in zijn hoedanigheid van verkoper, enkel de vervoerkosten draagt met betrekking tot het afhalen van lege bakken (bins) en andere kisten of soortgelijk materiaal, die nodig zijn voor de levering van het basisproduct aan de verwerkingsindustrieën". Volgens hetzelfde artikel komen partijen uitdrukkelijk overeen dat in dat geval de aan de telers en telersorganisaties in rekening te brengen vervoerkosten nooit meer zullen kunnen bedragen dan 35 % van de met bewijsstukken gestaafde kosten van het gehele vervoer, met inbegrip van het overbrengen van het basisproduct van de plaats van de oogst naar het verwerkingsbedrijf, die, zoals de gemeenschapsverordening bepaalt, voor rekening van de verwerkingsindustrie komen".
10 In haar syntheseverslag nr. VI/6462/98 over de resultaten van de controles voor de goedkeuring van de rekeningen betreffende het EOGFL, afdeling Garantie, over het begrotingsjaar 1995, zoals geconsolideerd op 12 januari 1999, heeft de Commissie de bestreden financiële correctie gerechtvaardigd als volgt:
Uit bij de inspecties verkregen informatie is gebleken dat de tomatentelers door de verwerkers verplicht werden om 35 % van de transportkosten voor de grondstoffen zelf voor hun rekening te nemen, wat strijdig is met de communautaire bepalingen en met name met artikel 6, lid 3, sub 3, van verordening nr. 1558/91.
[...]
Op basis van de informatie waarover zij beschikken, zijn de diensten van de Commissie van oordeel dat het niet-inachtnemen van de betrokken communautaire voorschriften neerkomt op onvolledige betaling van de minimumprijs voor de geleverde grondstoffen aan de telers en dat de verwerkende bedrijven daardoor een ongerechtvaardigd concurrentievoordeel krijgen ten opzichte van de bedrijven in andere landen.
[...]"
Argumenten van partijen
11 Volgens de Italiaanse regering betekent het feit dat artikel 6, lid 3, sub e, van verordening nr. 1558/91 bepaalde uitgaven noemt waarmee in de minimumprijs geen rekening kan worden gehouden, niet betekent dat verder geen kosten door de verwerkers aan de telers in rekening kunnen worden gebracht. Immers, de bestaansreden van die bepaling is enkel, te voorkomen dat de bij de gemeenschapsbepalingen vastgestelde minimumprijs wordt ontdoken via ondoorzichtige praktijken, zoals de vaststelling van een totale prijs die zowel de verkoopprijs van het product als de beloning van aanvullende prestaties dekt. Gelet op dit doel, is het niet volstrekt uitgesloten dat de telers kosten betreffende de verkoop van de tomaten voor hun rekening nemen; in het bijzonder is een in het kader van de partij-autonomie door partijen vrij aanvaarde gedeeltelijke betaling van de transportprijs niet uitgesloten.
12 De Italiaanse regering stelt ook dat de gemeenschapswetgever, indien hij zich, zoals de Commissie beweert, als doel had gesteld om alle bijkomende kosten uitsluitend ten laste van de verwerker te brengen, zich duidelijker zou hebben uitgedrukt, door uitdrukkelijk te vermelden dat de verwerkingscontracten moeten voorzien in een nettoprijs, vrij van kosten.
13 Zij betoogt verder, dat de terbeschikkingstelling van kisten geen verband houdt met verwerkingshandelingen waarvan de kosten uitsluitend door de verwerkers moeten worden gedragen.
14 De bestreden correctie kan verder niet worden gebaseerd op de omstandigheid dat de Italiaanse autoriteiten hun eigen verklaringen niet met bewijzen hebben gestaafd. Zij hebben immers nooit betoogd dat de vervoerkosten volledig door de verwerkers werden betaald. Integendeel, zij hebben steeds loyaal toegegeven, dat 35 % van die kosten, die enkel het vervoer van aan de verwerkers toebehorende lege kisten en de verspreiding ervan in de oogstvelden betreffen, door de telers in het kader van de brancheovereenkomst konden worden gedragen. Volgens de Italiaanse regering kon de Commissie overigens niet onbekend zijn met de inhoud van die overeenkomst, omdat die bij wet nr. 88 was bekrachtigd en omdat de Commissie bepaalde aspecten ervan had betwist.
15 Bovendien verdedigt de Italiaanse regering een strikte uitlegging van het in artikel 6, lid 3, sub e, van verordening nr. 1558/91 gebruikte begrip vervoer van het product met het argument dat dit begrip enkel het overbrengen van basisproducten van de oogstvelden naar de verwerkingsbedrijven dekt, en niet het door de verwerkers aan de telers ter beschikking stellen van kisten.
16 De Commissie stelt om te beginnen in wezen, dat de bijdrage aan de vervoerkosten, zelfs indien deze beperkt is tot 35 % van de met documenten gestaafde kosten van het gehele vervoer, de minimumprijs uiteindelijk zal verminderen en in strijd is met het vereiste van de in bijlage I bij verordening nr. 1398/96 genoemde betaling van een minimumprijs af producent". Vervolgens voegt zij daaraan toe, dat er zeer duidelijk een nauw verband bestaat tussen de kosten voor het gebruik van de kisten die nodig zijn voor de levering van tomaten, en het vervoer zelf. Ten slotte beklemtoont zij het door de gemeenschapsregeling met de invoering van een minimumprijs nagestreefde doel, namelijk bescherming van de telers.
Beoordeling door het Hof
17 In de eerste plaats moet worden vastgesteld, dat de minimumprijs die de verwerkers overeenkomstig de betrokken gemeenschapsregeling aan de telers moeten betalen, een prijs af producent" is, zodat de vervoerkosten van de plaats van productie naar de plaats van verwerking niet ten laste van de telers kunnen worden gebracht.
18 In de tweede plaats moet eraan worden herinnerd, dat de in punt 9 van dit arrest aangehaalde bepalingen van de brancheovereenkomst enerzijds inhouden dat de teler enkel de kosten draagt voor het afhalen van de lege kisten die nodig zijn voor de levering van de tomaten aan de verwerkers, en anderzijds dat de aldus aan de telers in rekening te brengen kosten niet meer kunnen bedragen dan 35 % van de met bewijsstukken gestaafde kosten van het gehele vervoer, met inbegrip van het overbrengen van het basisproduct van de plaats van productie naar de plaats van verwerking. Dienaangaande heeft de Italiaanse regering ter terechtzitting gepreciseerd, dat de betrokken kisten niet dienen om de tomaten van de vestigingsplaats van de teler naar het verwerkingsbedrijf over te brengen, maar uitsluitend om de tomaten te oogsten.
19 Zoals de Italiaanse regering heeft opgemerkt, sluit de gemeenschapsregeling niet uit dat de verwerkers de telers bepaalde diensten kunnen verlenen, zoals met name de terbeschikkingstelling van kisten die dienen voor de oogst van de tomaten, waarvan de kosten ten laste van de telers kunnen worden gebracht. Verder is het feit dat voor de aan de telers in rekening te brengen kosten een grens is vastgesteld die op basis van de vervoerkosten is berekend, op zich niet in strijd met de gemeenschapsregeling. De lidstaten moeten echter toezien op de strikte naleving van de verplichting voor de verwerkers om de minimumprijs te betalen, met name in die zin dat de vervoerkosten van de plaats van productie naar de plaats van verwerking niet ten laste van de telers kunnen worden gebracht.
20 Elke rechtstreekse of zijdelingse omzeiling van die verplichting vormt een schending van het gemeenschapsrecht. Immers, artikel 6, lid 3, sub e, van verordening nr. 1558/91 beoogt te voorkomen dat de minimumprijs door middel van ondoorzichtige praktijken wordt ontdoken.
21 Dienaangaande moet, zonder dat behoeft te worden uitgemaakt of de in punt 9 van dit arrest aangehaalde bepalingen van de brancheovereenkomst voldoende duidelijk zijn geformuleerd, worden vastgesteld, dat in veel verwerkingscontracten die in verschillende streken van Italië overeenkomstig de brancheovereenkomst zijn gesloten en die bij het verzoekschrift zijn gevoegd, het aandeel van de telers in de vervoerkosten, in de zin van artikel 11 van die overeenkomst, is vastgesteld op 35 % van de kosten van het gehele vervoer.
22 Zoals de Commissie heeft opgemerkt, blijkt dus dat volgens een wijdverbreide praktijk het aandeel van de telers niet aan de hand van de werkelijke kosten voor elke teler, maar forfaitair wordt berekend door het in de brancheovereenkomst vermelde maximale percentage ten laste te brengen. Een dergelijke forfaitaire berekening voldoet niet aan de in punt 19 van dit arrest in herinnering gebrachte verplichting.
23 De Commissie was dus terecht van mening, dat op basis van de brancheovereenkomst gesloten verwerkingscontracten een onvolledige betaling van de minimumprijs af producent" tot gevolg hebben.
24 Bijgevolg moet worden vastgesteld dat de uit hoofde van het EOGFL gedeclareerde uitgaven van de Italiaanse Republiek in het kader van de steun aan de verwerking van tomaten niet overeenkomstig de gemeenschapsregels zijn verricht en dat de Commissie de litigieuze forfaitaire correctie dus mocht toepassen.
25 In die omstandigheden moet het beroep van de Italiaanse Republiek worden verworpen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
26 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Aangezien de Italiaanse Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende:
1) Verwerpt het beroep.
2) Verwijst de Italiaanse Republiek in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy