Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-nakoming - Rechtvaardiging - Ontoelaatbaarheid
Partijen
In zaak C-316/99,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door K.-D. Borchardt als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Bondsrepubliek Duitsland, vertegenwoordigd door W.-D. Plessing en C.-D. Quassowski als gemachtigden,
verweerster,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat de Bondsrepubliek Duitsland, door niet binnen de gestelde termijn alle maatregelen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 96/43/EG van de Raad van 26 juni 1996 tot wijziging en codificering van richtlijn 85/73/EEG om de financiering van de keuringen en veterinaire controles van levende dieren en bepaalde dierlijke producten te garanderen en tot wijziging van de richtlijnen 90/675/EEG en 91/496/EEG (PB L 162, blz. 1; rectificatie PB 1997, L 8, blz. 32), de krachtens het EG-Verdrag en deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
samengesteld als volgt: M. Wathelet, kamerpresident, P. Jann (rapporteur) en L. Sevón, rechters,
advocaat-generaal: A. Tizzano,
griffier: R. Grass,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 18 januari 2001,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 24 augustus 1999, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG beroep ingesteld, strekkende tot vaststelling dat de Bondsrepubliek Duitsland, door niet binnen de gestelde termijn alle maatregelen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 96/43/EG van de Raad van 26 juni 1996 tot wijziging en codificering van richtlijn 85/73/EEG om de financiering van de keuringen en veterinaire controles van levende dieren en bepaalde dierlijke producten te garanderen en tot wijziging van de richtlijnen 90/675/EEG en 91/496/EEG (PB L 162, blz. 1; rectificatie PB 1997, L 8, blz. 32), de krachtens het EG-Verdrag en deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Volgens artikel 1 van richtlijn 96/43 zijn de titel, de artikelen en de bijlagen van richtlijn 85/73/EEG van de Raad van 29 januari 1985 inzake de financiering van de keuringen en sanitaire controles van vers vlees en van vlees van pluimvee (PB L 32, blz. 14) vervangen door de tekst in de bijlage bij richtlijn 96/43. Richtlijn 85/73 draagt sindsdien de nieuwe titel: richtlijn 85/73/EEG van de Raad van 29 januari 1985 inzake de financiering van de keuringen en veterinaire controles zoals bedoeld in de richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG, 90/675/EEG en 91/496/EEG.
3 Met betrekking tot de uitvoering van de bepalingen van richtlijn 85/73, zoals gewijzigd en gecodificeerd bij richtlijn 96/43, bepaalt artikel 4, lid 1, eerste alinea, van laatstgenoemde richtlijn:
De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om:
i) op 1 juli 1996 aan de bepalingen van artikel 7 en van bijlage A, hoofdstuk I, punt 1, onder e, te voldoen;
ii) op 1 januari 1997 aan de bepalingen van hoofdstuk II en hoofdstuk III, afdeling II, van bijlage A en hoofdstuk II van bijlage C te voldoen;
iii) op 1 juli 1997 aan de overige wijzigingen te voldoen."
4 Artikel 4, lid 1, tweede alinea, van richtlijn 96/43 preciseert evenwel:
De lidstaten beschikken over een aanvullende termijn die tot 1 juli 1999 kan lopen, om aan de bepalingen van hoofdstuk III, afdeling I, van bijlage A, te voldoen."
5 Artikel 4, lid 2, van richtlijn 96/43 bepaalt:
De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijke bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen."
6 Overeenkomstig de procedure van artikel 226, eerste alinea, EG deed de Commissie, nadat zij de Bondsrepubliek Duitsland in de gelegenheid had gesteld haar opmerkingen te maken, deze lidstaat bij brief van 7 augustus 1998 een met redenen omkleed advies toekomen, met het verzoek binnen een termijn van twee maanden na betekening van dat advies de nodige maatregelen te nemen om aan zijn verplichtingen uit hoofde van richtlijn 96/43 te voldoen.
7 Daar uit de informatie die de Duitse autoriteiten de Commissie naar aanleiding van dit advies zonden, bleek dat de omzetting van richtlijn 96/43 in nationaal recht onvolledig was, heeft de Commissie besloten het onderhavige beroep in te stellen.
8 In haar verweerschrift betwist de Duitse regering niet, dat richtlijn 96/43 nog niet volledig ten uitvoer is gelegd, doch zij betoogt dat dit te wijten is aan het feit dat die richtlijn op talrijke punten enigszins onduidelijk, ja zelfs tegenstrijdig, is.
9 Om de door de advocaat-generaal in de laatste volzin van punt 13 van zijn conclusie genoemde reden, namelijk dat een lidstaat zich niet op problemen verband houdende met de uitlegging van een richtlijn kan beroepen om de uitvoering ervan uit te stellen tot na de gestelde termijn, en overeenkomstig de door hem in dat kader aangehaalde rechtspraak moet het beroep gegrond worden geacht, voorzover het betrekking heeft op het verzuim van de Duitse autoriteiten om de maatregelen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de bepalingen van artikel 4, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 96/43.
10 Om de door de advocaat-generaal in punt 10 van zijn conclusie genoemde redenen moet het beroep evenwel worden verworpen, voorzover het eveneens betrekking heeft op het verzuim van die autoriteiten om de maatregelen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de bepalingen van artikel 4, lid 1, tweede alinea, van richtlijn 96/43.
11 Mitsdien moet worden vastgesteld, dat de Bondsrepubliek Duitsland, door niet binnen de gestelde termijn alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan het bepaalde in artikel 4, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 96/43, de krachtens deze alinea op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen, en moet het beroep voor het overige worden verworpen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
12 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Daar de Bondsrepubliek Duitsland op de belangrijkste punten in het ongelijk is gesteld, dient zij overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten te worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan het bepaalde in artikel 4, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 96/43/EG van de Raad van 26 juni 1996 tot wijziging en codificering van richtlijn 85/73/EEG om de financiering van de keuringen en veterinaire controles van levende dieren en bepaalde dierlijke producten te garanderen en tot wijziging van de richtlijnen 90/675/EEG en 91/496/EEG, is de Bondsrepubliek Duitsland de krachtens deze alinea op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Het beroep wordt voor het overige verworpen.
3) De Bondsrepubliek Duitsland wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy