Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-nakoming - Rechtvaardiging - Ontoelaatbaarheid
(Art. 226 EG)
Samenvatting
$$Een lidstaat kan zich niet beroepen op nationale bepalingen, praktijken of situaties ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door een richtlijn voorgeschreven verplichtingen of termijnen.
De regeringen van de lidstaten nemen deel aan de voorbereiding van de richtlijnen en moeten dan ook in staat zijn, binnen de gestelde termijn de voor de tenuitvoerlegging daarvan noodzakelijke wettelijke regeling op te stellen.
( cf. punt 10 )
Partijen
In zaak C-319/99,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door M. Nolin, lid van de juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van die dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Franse Republiek, vertegenwoordigd door K. Rispal-Bellanger, onderdirecteur bij de directie juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, en A. Maitrepierre, chargé de mission bij die directie, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Franse ambassade, Boulevard Joseph II 8 B,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat de Franse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen mee te delen of de maatregelen te treffen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 95/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 inzake het gebruik van normen voor het uitzenden van televisiesignalen (PB L 281, blz. 51), de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),
samengesteld als volgt: C. Gulmann (rapporteur), kamerpresident, J.-P. Puissochet en F. Macken, rechters,
advocaat-generaal: A. Saggio
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 20 juni 2000,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 26 augustus 1999, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG het Hof verzocht om vast te stellen dat de Franse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen mee te delen of de maatregelen te treffen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 95/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 inzake het gebruik van normen voor het uitzenden van televisiesignalen (PB L 281, blz. 51), de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Volgens artikel 8 van richtlijn 95/47 moeten de lidstaten uiterlijk negen maanden na de datum van de inwerkingtreding van de richtlijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om daaraan te voldoen en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen. Aangezien de richtlijn op 23 november 1995 in werking is getreden, is de aan de lidstaten gestelde uitvoeringstermijn op 23 augustus 1996 verstreken.
3 Daar de Commissie geen kennis had gekregen van enige maatregel ter uitvoering van richtlijn 95/47 door de Franse Republiek, zond zij haar op 16 januari 1997 een aanmaningsbrief, met het verzoek om binnen een termijn van twee maanden haar opmerkingen kenbaar te maken over het - bij gebreke van informatie veronderstelde - ontbreken van de nodige maatregelen voor de omzetting van die richtlijn in nationaal recht.
4 Daar de Commissie op 14 oktober 1998 van de Franse regering nog steeds geen bericht over die uitvoering had ontvangen, zond zij de Franse Republiek een met redenen omkleed advies. Daarin stelde zij vast, dat deze de krachtens richtlijn 95/47 op haar rustende verplichtingen niet was nagekomen, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen of mee te delen die nodig waren om daaraan te voldoen, en verzocht zij haar, binnen een termijn van twee maanden na de betekening ervan aan dit advies te voldoen.
5 Bij brief van 15 december 1998 deelde de Franse regering de Commissie mee, dat de vertraging in de uitvoering van richtlijn 95/47 te wijten was aan een regeringswissel. Zij vroeg nog eens twee maanden uitstel om een precies tijdsschema voor de uitvoering van richtlijn 95/47 op te stellen en verzocht om een gesprek met de bevoegde diensten van de Commissie om de ontwerpteksten ter uitvoering van de richtlijn voor te stellen. Deze bijeenkomst had plaats op 22 januari 1999.
6 Op 8 juni 1999 deelde de Franse regering de Commissie mee, dat de Assemblée nationale op 26 mei 1999 een amendement tot uitvoering van richtlijn 95/47 had goedgekeurd in het kader van de eerste lezing van een wetsontwerp inzake de audiovisuele media. In het najaar van 1999 zou de senaat zich verder over dat wetsontwerp buigen.
7 Daar de Franse autoriteiten haar op 23 augustus 1999 geen enkele maatregel ter uitvoering van richtlijn 95/47 hadden meegedeeld, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
8 In haar verweerschrift betwist de Franse regering niet, dat de nationale bepalingen die nodig zijn ter uitvoering van richtlijn 95/47, niet zijn vastgesteld. Zij bevestigt enkel dat de uitvoeringsprocedure aan de gang is en zal leiden tot de definitieve vaststelling van de in haar brief van 8 juni 1999 in antwoord op het met redenen omklede advies beschreven wettelijke regeling, alsook van een reeks administratieve besluiten. Zij verzekert dat zij in elk geval zeer grote inspanningen heeft geleverd om richtlijn 95/47 zo spoedig mogelijk volledig uit te voeren.
9 De Franse regering merkt op, dat de door artikel 8 van richtlijn 95/47 gestelde termijn van negen maanden voor de omzetting van die richtlijn door de lidstaten bijzonder kort was, in het bijzonder gelet op het feit dat krachtens artikel 7 ervan richtlijn 92/38/EEG van de Raad van 11 mei 1992 inzake de vaststelling van normen voor het per satelliet uitzenden van televisiesignalen (PB L 137, blz. 17) wordt ingetrokken en vervangen. Volgens de Franse regering is deze situatie allesbehalve eenvoudig uit een oogpunt van rechtszekerheid en maakt zij de omzetting van de richtlijn in nationaal recht tot een bijzonder ingewikkelde zaak. Zij erkent evenwel, dat de korte termijn die aan de lidstaten voor de uitvoering van de richtlijn is gegund, de vertraging bij het vaststellen van de nodige nationale uitvoeringsbepalingen niet kan rechtvaardigen.
10 Het is vaste rechtspraak dat een lidstaat zich niet op nationale bepalingen, praktijken of situaties kan beroepen ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door een richtlijn voorgeschreven verplichtingen of termijnen (zie, met name, arrest van 15 juni 2000, Commissie/Griekenland, C-470/98, Jurispr. blz. I-4657, punt 11). Bovendien nemen de regeringen van de lidstaten deel aan de voorbereiding van de richtlijnen en moeten zij dan ook in staat zijn, binnen de gestelde termijn de voor de tenuitvoerlegging daarvan noodzakelijke wettelijke regeling op te stellen (zie arrest van 1 maart 1983, Commissie/België, 301/81, Jurispr. blz. 467, punt 11).
11 Aangezien richtlijn 95/47 in casu niet binnen de gestelde termijn is uitgevoerd, dient het door de Commissie ingestelde beroep gegrond te worden geacht.
12 Bijgevolg moet worden vastgesteld, dat de Franse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 95/47, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
13 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, indien dat is gevorderd. Aangezien de Franse Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 95/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 inzake het gebruik van normen voor het uitzenden van televisiesignalen, is de Franse Republiek de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Franse Republiek wordt in de kosten verwezen.
Full & Egal Universal Law Academy