Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-betwiste niet-nakoming
(Art. 226 EG)
Partijen
In zaak C-370/99,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door K. Banks en M. Desantes als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Ierland, vertegenwoordigd door M. A. Buckley als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verweerder,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat Ierland, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken (PB L 77, blz. 20), de krachtens die richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
samengesteld als volgt: M. Wathelet, kamerpresident, P. Jann en L. Sevón (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: P. Léger,
griffier: R. Grass,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 19 oktober 2000,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij op 4 oktober 1999 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift heeft de Commissie krachtens artikel 226 EG het Hof verzocht vast te stellen dat Ierland, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken (PB L 77, blz. 20), de krachtens die richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Op grond van artikel 16, leden 1 en 2, van richtlijn 96/9 dienden de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden om vóór 1 januari 1998 aan deze richtlijn te voldoen en dienden zij de Commissie de tekst mee te delen van de bepalingen van nationaal recht die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied zouden vaststellen.
3 Daar de Commissie niet op de hoogte was gesteld van de maatregelen die Ierland had moeten treffen om richtlijn 96/9 ten uitvoer te leggen, maande zij die lidstaat bij brief van 31 maart 1998 aan om binnen twee maanden zijn opmerkingen kenbaar te maken.
4 In antwoord op die aanmaningsbrief deelden de Ierse autoriteiten bij brief van 18 mei 1998 mee, dat een wetsvoorstel voor de tenuitvoerlegging van richtlijn 96/9 bijna was afgerond.
5 Daar zij geen verdere informatie ontving, zond de Commissie Ierland bij brief van 2 oktober 1998 een met redenen omkleed advies waarin zij het verzocht, binnen een termijn van twee maanden na de betekening van dit advies aan de voorwaarden ervan te voldoen.
6 In antwoord op dit met redenen omkleed advies deelden de Ierse autoriteiten bij brief van 1 december 1998 mee, dat het wetsvoorstel ter uitvoering van richtlijn 96/9 binnenkort zou worden aangenomen, zonder echter precies aan te geven wanneer. Volgens die brief werd de vertraging bij de tenuitvoerlegging van de richtlijn verklaard door de aanzienlijke wetgevende werkzaamheden die nodig waren voor de invoering van een efficiënt en modern stelsel voor het auteursrecht en de naburige rechten.
7 Toen verdere informatie over de omzetting van richtlijn 96/9 in nationaal Iers recht uitbleef, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
8 De Commissie herinnert aan de verplichtingen die op de lidstaten rusten krachtens de artikelen 189, derde alinea, en 5 EG-Verdrag (thans de artikelen 249, derde alinea, EG en 10 EG) en artikel 16 van richtlijn 96/9, en stelt dat Ierland, in strijd met die verplichtingen, niet binnen de voorgeschreven termijn de vereiste maatregelen heeft getroffen om de bepalingen van die richtlijn in nationaal recht om te zetten.
9 In zijn verweerschrift ontkent Ierland niet, dat het richtlijn 96/9 niet binnen de gestelde termijn ten uitvoer heeft gelegd, doch het betoogt, dat voor die tenuitvoerlegging een volledige herziening van de wetgeving betreffende de artistieke eigendom noodzakelijk is gebleken, en dat die taak weldra beëindigd zal worden. Het verzoekt daarom, de niet-nakomingsprocedure voor een periode van zes maanden te schorsen, zodat het de nodige nationale bepalingen kan vaststellen. Na onderzoek van die bepalingen zou de Commissie dan afstand van instantie kunnen doen.
10 De Commissie verzet zich tegen dit verzoek om schorsing van de procedure, met name gezien de tijd die Ierland heeft gehad om richtlijn 96/9 ten uitvoer te leggen, aangezien het beroep pas anderhalf jaar na het verstrijken van de in die richtlijn genoemde omzettingstermijn is ingesteld. Zij voegt hieraan toe, dat indien zij niet binnen de normale door het Hof gestelde termijn optrad, zij de verplichtingen niet zou nakomen die op haar als hoedster van het Verdrag rusten.
11 Om de door de advocaat-generaal in de punten 12 tot en met 15 van zijn conclusie uiteengezette redenen moet worden vastgesteld dat Ierland, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 96/9, de krachtens die richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
12 Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, indien dit is gevorderd. Aangezien Ierland in het ongelijk is gesteld, moet het overeenkomstig de conclusie van de Commissie in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken, is Ierland de krachtens die richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Ierland wordt verwezen in de kosten van de procedure.
Full & Egal Universal Law Academy