Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-betwiste niet-nakoming
(Art. 226 EG)
Partijen
In zaak C-395/99,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door F. P. Ruggeri Laderchi, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van die dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door U. Leanza, hoofd van de dienst diplomatieke geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, bijgestaan door P. G. Ferri, avvocato dello Stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Italiaanse ambassade, Rue Marie-Adélaïde 5,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 96/51/EG van de Raad van 23 juli 1996 tot wijziging van richtlijn 70/524/EEG betreffende toevoegingsmiddelen in de diervoeding (PB L 235, blz. 39), en richtlijn 96/93/EG van de Raad van 17 december 1996 inzake de certificering van dieren en dierlijke producten (PB 1997, L 13, blz. 28), of althans door deze bepalingen niet mee te delen, de krachtens het EG-Verdrag en die richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
samengesteld als volgt: M. Wathelet, kamerpresident, P. Jann (rapporteur) en L. Sevón, rechters,
advocaat-generaal: S. Alber
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 14 september 2000,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 12 oktober 1999, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 226 EG verzocht vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 96/51/EG van de Raad van 23 juli 1996 tot wijziging van richtlijn 70/524/EEG betreffende toevoegingsmiddelen in de diervoeding (PB L 235, blz. 39), en richtlijn 96/93/EG van de Raad van 17 december 1996 inzake de certificering van dieren en dierlijke producten (PB 1997, L 13, blz. 28), of althans door deze bepalingen niet mee te delen, de krachtens het EG-Verdrag en die richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Richtlijn 96/51 bepaalt in artikel 2, lid 1:
De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om:
a) aan de volgende in artikel 1 bedoelde bepalingen te voldoen:
- punt 4: artikel 6, lid 1, artikel 9 D, lid 2, artikel 9 E, lid 3, artikel 9 F, artikel 9 G, artikel 9 H, artikel 9 I, artikel 9 J, artikel 9 N, artikel 9 O, op 1 januari 1997,
- punten 10, 12, 19 en 20, uiterlijk op 1 april 1998;
b) (...)
Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
(...)"
3 Richtlijn 96/93 bepaalt in artikel 9, lid 1:
De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om vóór 1 januari 1998 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
(...)"
4 Daar de Commissie geen kennisgeving van enige maatregel tot omzetting van de richtlijnen 96/51 en 96/93 in Italiaans recht had ontvangen en niet over andere informatie beschikte waaruit zij kon opmaken dat de Italiaanse Republiek aan haar uitvoeringsverplichting had voldaan, maande zij die lidstaat bij brieven van 16 juli 1998 voor richtlijn 96/51 en 3 juni 1998 voor richtlijn 96/93 aan om binnen een termijn van twee maanden haar opmerkingen te maken.
5 De Italiaanse autoriteiten antwoordden niet op die aanmaningsbrieven.
6 De Commissie was dus van mening dat de maatregelen tot uitvoering van enerzijds de in artikel 2, lid 1, sub a, van richtlijn 96/51 bedoelde bepalingen en anderzijds de bepalingen van richtlijn 96/93 nog niet waren vastgesteld, en deed de Italiaanse Republiek op 11 december 1998 met redenen omklede adviezen toekomen met het verzoek, binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving ervan de nodige maatregelen vast te stellen om de uit die richtlijnen voortvloeiende verplichtingen na te komen.
7 Bij twee brieven van 22 februari 1999 antwoordden de Italiaanse autoriteiten, dat zij de nodige nationale maatregelen tot uitvoering van de richtlijnen 96/51 en 96/93 aan het voorbereiden waren.
8 Daar de Commissie geen andere informatie over de uitvoering van de richtlijnen ontving, heeft zij besloten het onderhavige beroep in te stellen.
9 De Italiaanse regering erkent te laat te zijn met de vaststelling en mededeling van de maatregelen tot uitvoering van de richtlijnen 96/51 en 96/93. Die vertraging zou het gevolg zijn van de ingewikkeldheid van de procedure die krachtens het Italiaanse recht moet worden gevolgd. De goedkeuringsprocedures zouden thans echter in de eindfase zijn beland.
10 Uit de door de Italiaanse regering verstrekte inlichtingen blijkt, dat de in artikel 2, lid 1, sub a, van richtlijn 96/51 bedoelde bepalingen, alsook de bepalingen van richtlijn 96/93 niet binnen de gestelde termijnen in nationaal recht zijn omgezet. In die omstandigheden moet het door de Commissie te dier zake ingestelde beroep gegrond worden geacht.
11 Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijnen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de in artikel 2, lid 1, sub a, van richtlijn 96/51 bedoelde bepalingen, alsook aan de bepalingen van richtlijn 96/93, de krachtens die bepalingen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
12 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover dit is gevorderd. Aangezien de Italiaanse Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijnen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de bepalingen van artikel 2, lid 1, sub a, van richtlijn 96/51/EG van de Raad van 23 juli 1996 tot wijziging van richtlijn 70/524/EEG betreffende toevoegingsmiddelen in de diervoeding, alsook aan de bepalingen van richtlijn 96/93/EG van de Raad van 17 december 1996 inzake de certificering van dieren en dierlijke producten, is de Italiaanse Republiek de krachtens die bepalingen op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy