Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-betwiste niet-nakoming
(Art. 226 EG)
Partijen
In zaak C-408/99,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door M. Wolfcarius, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van die dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Ierland, vertegenwoordigd door M. A. Buckley, Chief State Solicitor, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Ierse ambassade, Route d'Arlon 28,
verweerder,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat Ierland, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen, die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 94/55/EG van de Raad van 21 november 1994 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (PB L 319, blz. 7) en richtlijn 96/86/EG van de Commissie van 13 december 1996 tot aanpassing aan de technische vooruitgang van richtlijn 94/55 (PB L 335, blz. 43), of althans door de Commissie niet van dergelijke bepalingen in kennis te stellen, de krachtens die richtlijnen op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: D. A. O. Edward, kamerpresident, L. Sevón, P. J. G. Kapteyn, H. Ragnemalm (rapporteur) en M. Wathelet, rechters,
advocaat-generaal: A. Saggio
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 25 mei 2000,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 25 oktober 1999, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG beroep ingesteld, strekkend tot de vaststelling dat Ierland, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen, die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 94/55/EG van de Raad van 21 november 1994 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (PB L 319, blz. 7) en richtlijn 96/86/EG van de Commissie van 13 december 1996 tot aanpassing aan de technische vooruitgang van richtlijn 94/55 (PB L 335, blz. 43), of althans de Commissie niet van dergelijke bepalingen in kennis te stellen, de krachtens die richtlijnen op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Volgens artikel 10 van richtlijn 94/55 en artikel 2 van richtlijn 96/86 moesten de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om vóór 1 januari 1997 aan deze richtlijnen te voldoen en dienden zij de Commissie daarvan onverwijld in kennis te stellen.
3 Aangezien zij na afloop van de gestelde termijn geen enkele mededeling had ontvangen betreffende de maatregelen die waren vastgesteld ter uitvoering van de richtlijnen 94/55 en 96/86, heeft de Commissie de Ierse regering bij brief van 31 maart 1998 uitgenodigd om binnen een termijn van twee maanden haar opmerkingen kenbaar te maken.
4 Bij brief van 26 mei 1998 deelden de Ierse autoriteiten de Commissie mee, dat richtlijn 94/55, zoals gewijzigd bij richtlijn 96/86, zou worden uitgevoerd door een regeling die krachtens de in voorbereiding zijnde wetgeving zou worden vastgesteld, en wel zodra die wetgeving door het parlement zou zijn goedgekeurd.
5 Op 16 oktober 1998 bracht de Commissie een met redenen omkleed advies uit, waarin zij Ierland verzocht binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van dit advies de nodige maatregelen te treffen om te voldoen aan de krachtens de richtlijnen 94/55 en 96/86 op hem rustende verplichtingen.
6 Bij brief van 24 november 1998 gaven de Ierse autoriteiten de Commissie te kennen, dat de regeling zo spoedig mogelijk na de goedkeuring van de wetgeving door het Parlement zou worden toegepast.
7 Aangezien de Commissie geen nadere mededeling ontving dat de wetgevingsprocedure was afgerond en de betrokken wetgeving was aangenomen, heeft zij het onderhavige beroep ingesteld.
8 In dit beroep betoogt de Commissie, dat Ierland de richtlijnen 94/55 en 96/86 niet binnen de gestelde termijn heeft uitgevoerd, zodat deze lidstaat de krachtens het Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
9 Ierland betwist de hem verweten niet-nakoming niet en betoogt enkel, dat het voorontwerp van de regeling die nodig is om de uitvoering van voornoemde richtlijnen te verzekeren, in voorbereiding is bij een interministeriële werkgroep.
10 Hieruit volgt, dat de twee betrokken richtlijnen niet binnen de daarin gestelde termijn zijn omgezet, zodat het door de Commissie ingestelde beroep gegrond moet worden verklaard.
11 Mitsdien moet worden vastgesteld, dat Ierland, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen 94/55 en 96/86, de krachtens die richtlijnen op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
12 Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover dit is gevorderd. Aangezien de Ierse Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 94/55/EG van de Raad van 21 november 1994 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg en richtlijn 96/86/EG van de Commissie van 13 december 1996 tot aanpassing aan de technische vooruitgang van richtlijn 94/55, is Ierland de krachtens die richtlijnen op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Ierland wordt in de kosten verwezen.
Full & Egal Universal Law Academy