Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-nakoming - Rechtvaardiging - Ontoelaatbaarheid
(Art. 226 EG)
Samenvatting
$$Een lidstaat kan zich niet op nationale bepalingen, praktijken of situaties beroepen ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door een richtlijn voorgeschreven verplichtingen en termijnen.
( cf. punt 10 )
Partijen
In zaak C-423/99,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door C. Schmidt, lid van de juridische dienst, en G. Bisogni, bij die dienst gedetacheerd nationaal ambtenaar, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van diezelfde dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door U. Leanza, hoofd van de dienst diplomatieke geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, bijgestaan door I. M. Braguglia, avvocato dello Stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Italiaanse ambassade, Rue Marie-Adélaïde 5,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 98/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 1998 inzake de toepassing van Open Network Provision (ONP) op spraaktelefonie en inzake de universele telecommunicatiedienst in een door concurrentie gekenmerkt klimaat, of althans door deze bepalingen niet aan de Commissie mee te delen, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),
samengesteld als volgt: C. Gulmann (rapporteur), kamerpresident, J.-P. Puissochet en F. Macken, rechters,
advocaat-generaal: G. Cosmas
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 21 september 2000,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 29 oktober 1999, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 226 EG verzocht vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 98/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 1998 inzake de toepassing van Open Network Provision (ONP) op spraaktelefonie en inzake de universele telecommunicatiedienst in een door concurrentie gekenmerkt klimaat (PB L 101, blz. 24; hierna: richtlijn"), of althans door deze bepalingen niet aan de Commissie mee te delen, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Artikel 32, lid 1, van de richtlijn bepaalt, dat de lidstaten de nodige bepalingen in werking doen treden om uiterlijk op 30 juni 1998 aan de richtlijn te voldoen en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
3 Nadat de Commissie had geconstateerd, dat de in de richtlijn gestelde termijn was verstreken zonder dat de Italiaanse autoriteiten haar in kennis hadden gesteld van de maatregelen die zij ter omzetting van die richtlijn hadden getroffen, heeft zij, bij gebreke van andere gegevens waaruit kon worden geconcludeerd dat de Italiaanse Republiek de noodzakelijke bepalingen had vastgesteld, de Italiaanse regering bij brief van 25 augustus 1998 aangemaand, binnen twee maanden haar opmerkingen dienaangaande te maken.
4 Bij brief van 16 oktober 1998 antwoordde de Italiaanse regering, dat de noodzakelijke maatregelen ter uitvoering van de richtlijn in voorbereiding waren.
5 Aangezien haar formeel geen enkel definitief wetgevingsbesluit was toegezonden, richtte de Commissie op 26 januari 1999 een met redenen omkleed advies tot de Italiaanse Republiek. Daarin stelde zij, dat de Italiaanse regering haar nog steeds niet had meegedeeld, welke bepalingen zij ter uitvoering van de richtlijn had vastgesteld, en nodigde zij deze regering uit binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de kennisgeving van het advies, die bepalingen alsnog vast te stellen en aan haar mee te delen.
6 Op 12 april 1999 reageerde de Italiaanse Republiek op het met redenen omkleed advies door middel van de toezending van een ontwerpdecreet waarin uitvoering werd gegeven aan verschillende gemeenschapsrichtlijnen, waaronder de in geding zijnde richtlijn.
7 Bij gebreke van andere gegevens die de conclusie wettigden dat de Italiaanse Republiek zich naar de inhoud van het met redenen omkleed advies had gevoegd, heeft de Commissie besloten het onderhavige beroep in te stellen.
8 In haar verweerschrift bestrijdt de Italiaanse regering niet, dat zij niet de nodige bepalingen heeft vastgesteld om aan de richtlijn te voldoen.
9 Zij betoogt echter, dat een ontwerpverordening ter informatie aan de Commissie en voor advies aan de Consiglio di Stato is toegezonden. Alvorens het gevraagde advies uit te brengen, heeft de Consiglio di Stato het raadzaam geacht de adviezen in te winnen van de Autorità per le garanzie nelle comunicazioni (toezichthoudende autoriteit op het gebied van de telecommunicatie) en de Autorità garante della concorrenza e del mercato (de toezichthoudende autoriteit op het gebied van de mededinging).
10 Dienaangaande zij eraan herinnerd, dat volgens vaste rechtspraak een lidstaat zich niet op nationale bepalingen, praktijken of situaties kan beroepen ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door een richtlijn voorgeschreven verplichtingen of termijnen (zie met name arrest van 15 juni 2000, Commissie/Griekenland, C-470/98, Jurispr. blz. I-4657, punt 11).
11 Aangezien de richtlijn niet binnen de daarin gestelde termijn is omgezet in nationaal recht, moet het door de Commissie ingestelde beroep gegrond worden geacht.
12 Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de voorgeschreven termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijn, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
13 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, indien dat is gevorderd. Aangezien de Italiaanse Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 98/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 1998 inzake de toepassing van Open Network Provision (ONP) op spraaktelefonie en inzake de universele telecommunicatiedienst in een door concurrentie gekenmerkt klimaat, is de Italiaanse Republiek de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy