Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-betwiste niet-nakoming
(Art. 226 EG)
Partijen
In zaak C-457/99,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door M. Kontou-Durande als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Helleense Republiek, vertegenwoordigd door I.-K. Chalkias en D. Tsagkaraki als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verweerster,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat de Helleense Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen
- 95/53/EG van de Raad van 25 oktober 1995 tot vaststelling van de beginselen inzake de organisatie van de officiële controles op het gebied van diervoeding (PB L 265, blz. 17),
- 95/69/EG van de Raad van 22 december 1995 houdende vaststelling van de voorwaarden en bepalingen voor de erkenning en de registratie van bedrijven en tussenpersonen in de sector diervoeding en tot wijziging van de richtlijnen 70/524/EEG, 74/63/EEG, 79/373/EEG en 82/471/EEG (PB L 332, blz. 15), en
- 97/72/EG van de Commissie van 15 december 1997 tot wijziging van richtlijn 70/524/EEG van de Raad betreffende toevoegingsmiddelen in de diervoeding (PB L 351, blz. 55),
de krachtens het EG-Verdrag en deze richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
samengesteld als volgt: S. von Bahr, kamerpresident, D. A. O. Edward en A. La Pergola (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: S. Alber,
griffier: R. Grass,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 14 juni 2001,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 1 december 1999, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG beroep ingesteld, strekkende tot vaststelling dat de Helleense Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen
- 95/53/EG van de Raad van 25 oktober 1995 tot vaststelling van de beginselen inzake de organisatie van de officiële controles op het gebied van diervoeding (PB L 265, blz. 17),
- 95/69/EG van de Raad van 22 december 1995 houdende vaststelling van de voorwaarden en bepalingen voor de erkenning en de registratie van bedrijven en tussenpersonen in de sector diervoeding en tot wijziging van de richtlijnen 70/524/EEG, 74/63/EEG, 79/373/EEG en 82/471/EEG (PB L 332, blz. 15), en
- 97/72/EG van de Commissie van 15 december 1997 tot wijziging van richtlijn 70/524/EEG van de Raad betreffende toevoegingsmiddelen in de diervoeding (PB L 351, blz. 55),
de krachtens het EG-Verdrag en deze richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Ingevolge artikel 24, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 95/53, artikel 21, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 95/69 en artikel 2, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 97/72 moesten de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen treffen om uiterlijk op respectievelijk 30 april, 1 april en 31 maart 1998 aan deze richtlijnen te voldoen, en die maatregelen onverwijld aan de Commissie meedelen.
3 Van oordeel dat de richtlijnen 95/53, 95/69 en 97/72 niet binnen de gestelde termijn in Grieks recht waren omgezet, heeft de Commissie de niet-nakomingsprocedure ingeleid. Na de Helleense Republiek te hebben aangemaand haar opmerkingen te maken, bracht de Commissie op 18 januari 1999 een met redenen omkleed advies uit waarin zij deze lidstaat verzocht, binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving ervan de nodige maatregelen te nemen om aan dit advies te voldoen. Aangezien de Helleense Republiek geen gevolg heeft gegeven aan dit advies, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
4 De Helleense Republiek erkent in haar verweerschrift dat zij de richtlijnen 95/53, 95/69 en 97/72 niet binnen de daarin gestelde termijnen heeft omgezet. Zij verklaart echter dat de voor de omzetting van deze richtlijnen in Grieks recht noodzakelijke maatregelen werden uitgewerkt.
5 Nadat zij naderhand door de Griekse regering in kennis was gesteld van twee ministeriële besluiten waarbij de richtlijnen 95/53 en 97/72 in nationaal recht worden omgezet, heeft de Commissie akte genomen van de vaststelling van deze besluiten en heeft zij met betrekking tot deze twee richtlijnen afstand van instantie gedaan, maar de procedure ten aanzien van richtlijn 95/69 voortgezet.
6 Aangezien richtlijn 95/69 niet binnen de daarin gestelde termijn in nationaal recht is omgezet, moet het beroep van de Commissie gegrond worden verklaard.
7 Derhalve moet worden vastgesteld dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 95/69, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
8 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover zulks is gevorderd. Voorts wordt krachtens lid 5, eerste alinea, van dit artikel op vordering van de partij die afstand doet van instantie, de wederpartij in de kosten veroordeeld, indien dit op grond van de houding van deze partij gerechtvaardigd lijkt.
9 Uit het voorgaande volgt dat in de onderhavige zaak de Helleense Republiek in het ongelijk is gesteld met betrekking tot richtlijn 95/69. Het staat vast dat de latere afstand van instantie met betrekking tot de richtlijnen 95/53 en 97/72 het gevolg was van de houding van genoemde lidstaat, die de maatregelen tot omzetting van deze twee richtlijnen eerst na de instelling van dit beroep heeft vastgesteld. Bijgevolg moet de Helleense Republiek in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
rechtdoende:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 95/69/EG van de Raad van 22 december 1995 houdende vaststelling van de voorwaarden en bepalingen voor de erkenning en de registratie van bedrijven en tussenpersonen in de sector diervoeding en tot wijziging van de richtlijnen 70/524/EEG, 74/63/EEG, 79/373/EEG en 82/471/EEG, is de Helleense Republiek de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Helleense Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy