Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lidstaten Verplichtingen Uitvoering van richtlijnen Niet-nakoming Rechtvaardiging Ontoelaatbaarheid
(Art. 226 EG)
Samenvatting
$$Een lidstaat kan zich niet op nationale bepalingen, praktijken of situaties beroepen ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door een richtlijn voorgeschreven verplichtingen of termijnen.
( cf. punt 10 )
Partijen
In zaak C-494/99,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door M. Patakia en F. Benyon als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Helleense Republiek, vertegenwoordigd door N. Dafniou en D. Tsagkaraki als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verweerster,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat de Helleense Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en, subsidiair, binnen de gestelde termijn aan de Commissie mee te delen, die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 94/56/EG van de Raad van 21 november 1994 houdende vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart (PB L 319, blz. 14), de krachtens het EG-Verdrag en deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),
samengesteld als volgt: C. Gulmann (rapporteur), kamerpresident, F. Macken en J. N. Cunha Rodrigues, rechters,
advocaat-generaal: F. G. Jacobs,
griffier: R. Grass,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 22 februari 2001,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij op 21 december 1999 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG beroep ingesteld om te doen vaststellen dat de Helleense Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en, subsidiair, binnen de gestelde termijn aan de Commissie mee te delen, die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 94/56/EG van de Raad van 21 november 1994 houdende vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart (PB L 319, blz. 14; hierna: richtlijn"), de krachtens het EG-Verdrag en deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Artikel 12, lid 1, van de richtlijn bepaalt, dat de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om uiterlijk op 21 november 1996 aan de richtlijn te voldoen, en dat zij de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
3 Daar de Commissie van de Griekse regering geen enkele mededeling van de maatregelen ter uitvoering van de richtlijn had ontvangen, verzocht zij haar bij aanmaningsbrief van 30 mei 1997, binnen een termijn van twee maanden haar opmerkingen te maken.
4 Bij een brief die op 14 augustus 1997 bij de Commissie binnenkwam, antwoordde de Griekse regering, dat de uitvoeringsmaatregelen op dat moment werden uitgewerkt.
5 Na te hebben vastgesteld, dat de Helleense Republiek de maatregelen die zij voor de uitvoering van de richtlijn moest treffen, nog steeds niet had vastgesteld, bracht de Commissie bij brief van 24 september 1998 een met redenen omkleed advies uit waarin zij de in de aanmaningsbrief vervatte opmerkingen herhaalde en die lidstaat verzocht, binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving ervan aan dat advies te voldoen.
6 Op 30 november 1998 deelden de Griekse autoriteiten, in antwoord op het met redenen omkleed advies aan de Commissie mee dat, ofschoon de grondbeginselen van de richtlijn reeds waren vastgesteld en uitgevoerd, het Ministerie van Vervoer en Communicatie een nieuw presidentieel decreet aan het voorbereiden was met het oog op de volledige omzetting van die richtlijn.
7 Daar de Commissie niet over andere informatie beschikte waaruit zij kon opmaken dat de Helleense Republiek aan haar uit de richtlijn voortvloeiende verplichtingen had voldaan, heeft de Commissie besloten het onderhavige beroep in te stellen.
8 In haar verweerschrift betoogt de Griekse regering, dat een nieuw presidentieel decreet, dat in de ter zake geldende regeling een aantal correcties aanbrengt, in voorbereiding is om volledig aan de geest en het doel van de richtlijn te voldoen. De Griekse regering voegt daaraan toe dat, wegens de verplichting om een aantal artikelen van wet nr. 1815/88 betreffende het onderzoek van ongevallen in te trekken, de bevoegde autoriteiten hebben besloten een wetsontwerp betreffende de toepassing van de richtlijn in te dienen, en de verschillende vragen die, met name wat de werking van het op te richten orgaan betreft, zijn gerezen, in een presidentieel decreet te regelen.
9 In haar dupliek betoogt de Griekse regering, dat het wetsontwerp betreffende de uitvoering van de richtlijn momenteel wordt onderzocht door de Raad van State.
10 Dienaangaande zij eraan herinnerd, dat volgens vaste rechtspraak een lidstaat zich niet op nationale bepalingen, praktijken of situaties kan beroepen ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door een richtlijn voorgeschreven verplichtingen of termijnen (zie, onder meer, arrest van 15 juni 2000, Commissie/Griekenland, C-470/98, Jurispr. blz. I-4657, punt 11).
11 In de onderhavige zaak is de richtlijn niet binnen de daarin gestelde termijn in nationaal recht omgezet. Het door de Commissie ingestelde beroep moet dus gegrond worden geacht.
12 Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om volledig aan de richtlijn te voldoen, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
13 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Aangezien de Helleense Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om volledig te voldoen aan richtlijn 94/56/EG van de Raad van 21 november 1994 houdende vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart, is de Helleense Republiek de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Helleense Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy