Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
Partijen
In zaak C-233/99,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 234 EG van het Københavns Byret (Denemarken), in de aldaar dienende strafzaak tegen
Tonny Haugsted Hansen,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van de artikelen 5, 7 en 18 van richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval (PB L 365, blz. 10), en van artikel 30 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 28 EG),
geeft
DE PRESIDENT VAN HET HOF,
advocaat-generaal D. Ruiz-Jarabo Colomer gehoord,
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 17 juni 1999, ingekomen ter griffie van het Hof op 21 juni daaraanvolgend, heeft het Københavns Byret krachtens artikel 234 EG drie prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van de artikelen 5, 7, 9 en 18 van richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval (PB L 365, blz. 10), alsmede van artikel 30 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 28 EG).
2 Bij brief van 14 februari 2002, ingekomen ter griffie van het Hof op 20 februari daaraanvolgend, heeft het Københavns Byret het Hof meegedeeld, zijn verzoek in te trekken.
3 Bijgevolg moet de doorhaling van de onderhavige zaak worden gelast.
4 De kosten door de Deense en de Nederlandse regering, de regering van het Verenigd Koninkrijk en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
DE PRESIDENT VAN HET HOF
beschikt:
Zaak C-233/99 wordt in het register van het Hof doorgehaald.
Full & Egal Universal Law Academy