Samenvatting
Trefwoorden
1 Kort geding - Voorwaarden voor ontvankelijkheid - Ontvankelijkheid van beroep in hoofdzaak - Irrelevant - Grenzen
[EG-Verdrag, art. 185 en 186 (thans art. 242 EG en 243 EG); Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 104, lid 2]
2 Ambtenaren - Beroep - Recht van beroep - Personen die aanspraak maken op hoedanigheid van ambtenaar of van personeelslid, niet zijnde plaatselijk functionaris - Persoon die niet uitdrukkelijk wordt genoemd in beschikking die aanstelling van ambtenaren in afwijking van Statuut mogelijk maakt
[EG-Verdrag, art. 179 (thans art. 236 EG); Ambtenarenstatuut, art. 90 en 91]
3 Kort geding - Opschorting van tenuitvoerlegging - Voorlopige maatregelen - Voorwaarden - Ernstige en onherstelbare schade - Bewijslast
[EG-Verdrag, art. 185 en 186 (thans art. 242 EG en 243 EG); Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 104, leden 1 en 2]
Samenvatting
1 De vraag of het beroep in de hoofdzaak ontvankelijk is, dient in principe niet in het kader van het kort geding te worden onderzocht, maar moet worden aangehouden tot het onderzoek van het beroep in de hoofdzaak, behoudens indien dit laatste voorshands kennelijk niet-ontvankelijk lijkt. Een uitspraak over de ontvankelijkheid in de fase van het kort geding, wanneer die ontvankelijkheid niet al meteen volstrekt uitgesloten moet worden geacht, zou immers de beslissing van het Gerecht in de hoofdzaak prejudiciëren.
2 Artikel 179 EG-Verdrag (thans artikel 236 EG), krachtens hetwelk de gemeenschapsrechter bevoegd is uitspraak te doen in elk geschil tussen de Gemeenschap en haar personeelsleden, binnen de grenzen en onder de voorwaarden vastgesteld in het Statuut of voortvloeiende uit de regeling welke op hen toepasselijk is, moet aldus worden uitgelegd, dat het niet alleen van toepassing is op degenen die de hoedanigheid van ambtenaar of van personeelslid, niet zijnde plaatselijk functionaris, bezitten, doch ook op degenen die deze hoedanigheid opeisen. De artikelen 90 en 91 van het Statuut, betreffende verzoeken en beroep, gelden immers niet alleen voor ambtenaren in actieve dienst, maar ook voor kandidaten voor een ambt en voor kandidaten bij een vergelijkend onderzoek.
Wanneer het tot aanstelling bevoegd gezag bij een beschikking van de Raad wordt toegestaan, in afwijking van het Statuut, een categorie van uitdrukkelijk genoemde personen als ambtenaar op proef aan te stellen, kan een persoon die niet tot die categorie behoort niet worden aangemerkt als kandidaat voor een ambt bij de Gemeenschappen.
3 De spoedeisendheid van een verzoek in kort geding moet worden getoetst aan de vraag of een voorlopige uitspraak noodzakelijk is om te voorkomen dat de partij die om een voorlopige maatregel verzoekt, op ernstige en onherstelbare wijze in zijn belangen wordt geschaad.
Het is deze partij die moet bewijzen, dat hij de uitkomst van de procedure in de hoofdzaak niet kan afwachten zonder een nadeel met ernstige en onherstelbare gevolgen te ondergaan.
Full & Egal Universal Law Academy