Samenvatting
Trefwoorden
Beroep tot nietigverklaring - Natuurlijke en rechtspersonen - Handelingen die hen rechtstreeks en individueel raken - Verordening betreffende inschrijving van bepaalde benamingen in "Register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen" - Beroep van producent die producten onder ingeschreven benamingen verkoopt en bij nationale autoriteit bezwaar heeft aangetekend tegen die inschrijving - Niet-ontvankelijkheid
(Art. 226 EG, 230 EG en 249, tweede alinea, EG; verordening nr. 2081/92 van de Raad, art. 7; verordening nr. 378/1999 van de Commissie)
Samenvatting
$$Is niet ontvankelijk, het door een producent van een aantal cidersoorten die onder verschillende benamingen met de aanduiding "Pays d'Auge" worden verkocht, ingestelde beroep tot nietigverklaring van verordening nr. 378/1999 tot aanvulling van de bijlage bij verordening (EG) nr. 2400/96 betreffende de inschrijving van bepaalde benamingen in het "Register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen" bedoeld in verordening (EEG) nr. 2081/92, voorzover die leidt tot inschrijving, als beschermde oorsprongsbenaming, van de benamingen "Pays d'Auge/Pays d'Auge-Cambremer".
Die verordening is immers een maatregel van algemene strekking in de zin van artikel 249, tweede alinea, EG, aangezien zij, door aan alle ondernemingen wier producten aan de geografische en kwalitatieve vereisten voldoen, het recht toe te kennen die producten onder een van in de verordening bedoelde benamingen in de handel te brengen, en dat recht te ontzeggen aan alle ondernemingen wier producten niet voldoen aan die voorwaarden, die voor alle producenten gelijk zijn, van toepassing is op objectief bepaalde situaties en rechtsgevolgen heeft ten aanzien van op algemene en abstracte wijze aangeduide personen.
Het is weliswaar niet uitgesloten, dat een bepaling als die welke hier in geding is, die naar haar aard en strekking een normatief karakter heeft, een natuurlijke of rechtspersoon individueel kan raken, doch dit is in casu niet het geval. Dat verzoekster een groot deel van de betrokken markt in handen heeft, volstaat op zich niet om haar te karakteriseren ten opzichte van iedere andere marktdeelnemer die door de bestreden verordening wordt geraakt, en het gebruik van de geografische aanduiding waarop zij zich beroept, berust niet op een specifiek recht dat zij vóór de vaststelling van de bestreden verordening op nationaal of communautair niveau zou hebben verworven en waarop die verordening inbreuk zou hebben gemaakt.
Evenmin volstaat voor de ontvankelijkheid van het beroep, dat verzoekster bezwaar heeft aangetekend tegen de inschrijving van bovengenoemde benaming door aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarin zij is gevestigd, een naar behoren gemotiveerde verklaring te zenden, welk bezwaar niet aan de Commissie zou zijn overgelegd.
In het kader van het stelsel van bezwaar waarin verordening nr. 2081/92 voorziet, zijn de aan particulieren toegekende procedurele waarborgen immers uitsluitend de verantwoordelijkheid van de lidstaten, en staan deze op geen enkele wijze ter beoordeling van de Commissie, zodat particulieren op communautair niveau geen specifieke procedurele waarborgen zijn verleend. Zelfs al zou de nationale bevoegde autoriteit door de weigering om het tegen de inschrijving ingediende bezwaar aan de Commissie te zenden bepaalde procedurele rechten van verzoekster hebben geschonden, hieruit volgt niet, dat het beroep tot nietigverklaring om die reden ontvankelijk zou zijn.
In het kader van een dergelijk beroep is de gemeenschapsrechter immers niet bevoegd uitspraak te doen over de wettigheid van een handeling van een nationale autoriteit, zelfs al is die handeling verricht in het kader van een communautaire regelgeving, wanneer uit de bevoegdheidsverdeling tussen de nationale autoriteiten en de gemeenschapsinstellingen op het betrokken gebied duidelijk blijkt, dat de handeling van de nationale autoriteit het beslissende gemeenschapsorgaan bindt en derhalve bepalend is voor de inhoud van de op gemeenschapsniveau te nemen beslissingen. Onder voorbehoud van een eventueel beroep bij het Hof krachtens artikel 226 EG, zijn dus de nationale rechterlijke instanties bij uitsluiting bevoegd om, eventueel na een prejudiciële verwijzing naar het Hof, uitspraak te doen over de wettigheid van de betrokken nationale handeling alsmede over de eventuele aansprakelijkheid van de betrokken lidstaat, indien wordt gesteld dat door die handeling schade is toegebracht.
Full & Egal Universal Law Academy