Conclusie van de advocaat generaal
1. Kan een geraspte kaas die niet voldoet aan het productdossier van de beschermde oorsprongsbenaming Parmigiano Reggiano" en derhalve in Italië niet onder de benaming parmesan" (parmezaan) mag worden verkocht, in Italië worden geproduceerd om voorzien van het etiket parmesan" buiten de grenzen van de staat van registratie in de handel te worden gebracht? Indien ja, welke voorwaarden gelden dan voor deze verhandeling buiten Italië? Aldus luiden in essentie de vragen die het Tribunale di Parma (Italië) aan het Hof voorlegt.
2. Ter beantwoording van de vragen van de verwijzende rechter dient het Hof de voorwaarden te preciseren voor de toepassing van de afwijkende overgangsregeling die bij artikel 13, lid 2, van verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad is ingevoerd.
I - Juridisch kader
3. De verordening schept een juridisch kader voor de oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen van bepaalde landbouwproducten en levensmiddelen waarvoor een verband bestaat tussen de kenmerken van het product of levensmiddel en de geografische oorsprong daarvan. Hiertoe voorziet de verordening in een stelsel van registratie op communautair niveau van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen. De registratie die volgens een in de verordening vastgelegde procedure plaatsvindt, verleent de betrokken producten een specifieke bescherming. In de artikelen 3, lid 1, eerste alinea, en 13, lid 2, van de verordening zijn evenwel een algemene uitzondering en een tijdelijke afwijking van de op deze wijze ingevoerde beschermingsregeling vastgelegd.
4. De verordening is weliswaar vastgesteld op de grondslag van artikel 37 EG, maar streeft tevens doelstellingen na op het gebied van de bescherming van de consument en de eerlijke mededinging.
5. Volgens artikel 2, lid 1, van de verordening [wordt] [d]e communautaire bescherming van oorsprongsbenamingen [...] van producten [...] verkregen overeenkomstig de bepalingen van deze verordening".
6. Artikel 2, lid 2, van de verordening luidt:
In deze verordening wordt verstaan onder:
a) ,oorsprongsbenaming: de naam van een streek, van een bepaalde plaats of, in uitzonderlijke gevallen, van een land, die wordt gebruikt in de benaming van een landbouwproduct of levensmiddel:
- dat afkomstig is uit die streek, die bepaalde plaats of dat land
en
- waarvan de kwaliteit of de kenmerken hoofdzakelijk of uitsluitend aan het geografische milieu, dat factoren van natuurlijke en menselijke aard omvat, zijn toe te schrijven en waarvan de productie, de verwerking en de bereiding in het geografische gebied geschieden".
7. Volgens artikel 3, lid 1, eerste alinea, van de verordening kunnen [b]enamingen die soortnamen zijn geworden", niet worden geregistreerd.
8. Artikel 3, lid 1, tweede, derde en vierde alinea, van de verordening definieert wat onder een soortnaam" moet worden verstaan.
9. De procedures voor de registratie van oorsprongsbenamingen worden in de artikelen 4 tot en met 7 en 17 van de verordening geregeld.
10. De procedure krachtens de artikelen 4 tot en met 7 van de verordening wordt algemeen aangeduid als de ,normale procedure", in tegenstelling tot de zogenaamde vereenvoudigde" procedure van artikel 17, die is bestemd voor benamingen die op het tijdstip van de inwerkingtreding van de verordening reeds bestonden. In het onderhavige geval werd de vereenvoudigde" procedure toegepast.
11. Artikel 17 van de verordening bepaalt aldus:
1. Binnen zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening delen de lidstaten de Commissie mee, welke van hun wettelijk beschermde benamingen of, in de lidstaten waar geen beschermingssysteem bestaat, welke van hun door het gebruik algemeen gangbaar geworden benamingen zij krachtens deze verordening willen laten registreren.
2. De Commissie registreert volgens de procedure van artikel 15 de in lid 1 bedoelde benamingen die overeenkomen met de eisen van de artikelen 2 en 4. Artikel 7 is niet van toepassing. Soortnamen worden evenwel niet geregistreerd.
3. De lidstaten kunnen de nationale bescherming van de overeenkomstig lid 1 meegedeelde benamingen handhaven totdat een besluit over de registratie is genomen."
12. De registratie leidt tot de toepassing van een stelsel van communautaire bescherming van de BOB's. Artikel 13, leden 1 en 3, van de verordening bepaalt hiertoe als volgt:
1. Geregistreerde benamingen zijn beschermd tegen:
a) elk rechtstreeks of onrechtstreeks gebruik door de handel van een geregistreerde benaming voor producten die niet onder de registratie vallen, voorzover deze producten vergelijkbaar zijn met de onder deze benaming geregistreerde producten of voorzover het gebruik van de benaming betekent dat wordt geprofiteerd van de reputatie van deze beschermde benaming;
b) elk misbruik, elke nabootsing of voorstelling, zelfs indien de werkelijke oorsprong van het product is aangegeven of indien de beschermde benaming is vertaald, of vergezeld gaat van uitdrukkingen zoals ,soort, ,type, ,methode, ,op de wijze van, ,imitatie, en dergelijke;
c) elke andere valse of misleidende aanduiding met betrekking tot de herkomst, de oorsprong, de aard of de wezenlijke hoedanigheden van het product op de binnen- of buitenverpakking, in reclamemateriaal of documenten betreffende het betrokken product, alsmede het gebruik van een recipiënt die tot misverstanden over de oorsprong van het product aanleiding kan geven;
d) elke andere praktijk die het publiek ten aanzien van de werkelijke oorsprong van het product kan misleiden.
Indien een geregistreerde benaming de naam omvat van een landbouwproduct of levensmiddel die als soortnaam wordt beschouwd, wordt het gebruik van die soortnaam op dat landbouwproduct of levensmiddel niet beschouwd als strijdig met het bepaalde onder a) of b).
[...]
3. Beschermde benamingen mogen geen soortnamen worden."
13. Artikel 13, lid 2, van de verordening bevat evenwel de volgende aanvulling:
2. In afwijking van lid 1, punten a) en b), mogen de lidstaten de nationale regelingen waarmee het gebruik van overeenkomstig artikel 17 geregistreerde benamingen wordt toegelaten, handhaven gedurende een tot maximaal vijf jaar beperkte periode na de datum van bekendmaking van de registratie op voorwaarde dat:
- de producten wettelijk onder vermelding van deze benamingen in de handel zijn gebracht gedurende ten minste vijf jaar vóór de datum van bekendmaking van deze verordening,
- de ondernemingen de betrokken producten legaal in de handel hebben gebracht en gedurende de in het eerste streepje bedoelde periode de benamingen zonder onderbreking hebben gebruikt,
- uit de etikettering van de producten duidelijk de werkelijke oorsprong ervan blijkt.
Deze afwijking mag er evenwel niet toe leiden dat de producten vrijelijk in de handel worden gebracht op het grondgebied van een lidstaat waarvoor deze benamingen verboden waren."
14. De Italiaanse Republiek heeft verzocht om de registratie van de benaming Parmigiano Reggiano" op de grondslag van artikel 17 van de verordening. De Commissie heeft de genoemde benaming opgenomen onder de BOB bedoeld in de bijlage bij verordening (EG) nr. 1107/96.
II - Feiten en procesverloop
15. Uit het dossier blijkt dat de onderneming Nuova Castelli SpA uit Reggio Emilia, waarvan Bigi wettelijk vertegenwoordiger is, reeds sinds lange tijd in Italië een gedroogde geraspte kaas, gepasteuriseerd en in poedervorm, op basis van een mengsel van verschillende soorten kaas van verschillende oorsprong produceert, die bestemd is om uitsluitend buiten Italië, met name in Frankrijk, in de handel te worden gebracht. Deze kaas wordt verkocht met een etiket waarop het woord parmesan" duidelijk zichtbaar is, zonder evenwel kaas van de communautaire BOB Parmigiano Reggiano" te bevatten.
16. Ter terechtzitting heeft de raadsman van Bigi verklaard dat Castelli over meerdere, uitsluitend in Italië gelegen productie-installaties beschikt. Met een deel daarvan wordt kaas geproduceerd die voldoet aan het productdossier van de BOB Parmigiano Reggiano" en voor verhandeling in Italië bestemd is, met een ander deel kaas onder de benaming parmesan" die niet aan dit productdossier voldoet. De laatstgenoemde kaas is evenwel uitsluitend bestemd voor verhandeling op de buitenlandse markt, met name in Frankrijk. Ook is naar voren gebracht dat Castelli een vestiging in Frankrijk heeft die uitsluitend de in Italië geproduceerde kaas invoert.
17. Op 11 november 1999 is een door Castelli geproduceerde partij kaas, verpakt met het etiket parmesan" en bestemd voor export naar andere lidstaten, bij een in Parma gevestigde expediteur in beslag genomen. De inbeslagneming werd verricht op initiatief van het Consorzio, het organisme waarin de producenten van kaas met de BOB Parmigiano Reggiano" zijn verenigd, dat zich als civiele partij heeft gevoegd in de strafprocedure tegen Bigi voor het Tribunale di Parma.
18. Bigi wordt verdacht van de verhandeling in verpakkingen van 40 gram, voor de verkoop op de Europese markt en met name op de Franse markt, van gedroogde geraspte en gepasteuriseerde kaas in poedervorm die is bereid uit een mengsel van verschillende soorten kaas van verschillende oorsprong, waarbij op het etiket de benaming parmesan" wordt gebruikt, waarmee hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan een bedrieglijke handelspraktijk en de verkoop van industriële producten met vermeldingen die het publiek kunnen misleiden. Bigi wordt bovendien schending ten laste gelegd van het verbod op het gebruik van erkende oorsprongs- en typebenamingen, door deze te vervalsen of gedeeltelijk te wijzigen door toevoegingen, ook indirect, met rectificaties als type, gebruik, smaak, of dergelijke". Deze feiten zijn omschreven en strafbaar gesteld in de artikelen 515 en 517 van het Italiaanse wetboek van strafrecht en de artikelen 9 en 10 van wet nr. 125 van 10 april 1954.
19. Als verweer doet Bigi een beroep op artikel 13, lid 2, van de verordening. Volgens hem heeft de Italiaanse Republiek op grond van dit artikel niet het recht om in Italië gevestigde producenten de fabricage te verbieden van kaas met de benaming parmesan" die niet voldoet aan de BOB Parmigiano Reggiano", wanneer die kaas bestemd is voor de uitvoer naar en de verhandeling in andere lidstaten.
20. Aangezien de verwijzende rechter twijfelt over de juiste uitlegging van dit artikel, verzoekt hij het Hof, ter beslechting van het bij hem aanhangige geding, om de beantwoording van de volgende zeven prejudiciële vragen:
1) Moet artikel 13, lid 2, van verordening (EEG) nr. 2081/92 [zoals gewijzigd bij artikel 1 van verordening (EG) nr. 535/97] aldus worden uitgelegd, dat vanwege de betrokken lidstaat geen enkele normatieve of administratieve handeling noodzakelijk is om het gebruik op zijn grondgebied mogelijk te maken van benamingen die aanleiding kunnen geven tot verwarring met krachtens artikel 17 van verordening (EEG) nr. 2081/92 geregistreerde benamingen?
2) Volstaat voor de rechtmatigheid van het gebruik van bovenbedoelde benamingen op het grondgebied van de betrokken lidstaat, dat deze lidstaat zich niet tegen het gebruik van die benaming verzet?
3) Volstaat het achterwege blijven van verzet vanwege de lidstaat op het grondgebied waarvan de benaming wordt gebruikt die tot verwarring met de overeenkomstig artikel 17 van verordening (EEG) nr. 2081/92 geregistreerde benaming kan leiden, om een rechtmatig karakter te verlenen aan het gebruik van die benaming door een onderneming gevestigd op het grondgebied van de lidstaat waar de benaming is geregistreerd, wanneer die onderneming de betrokken benaming alleen gebruikt voor producten die bestemd zijn om te worden verkocht buiten het land van registratie en uitsluitend op het grondgebied van de lidstaat die zich tegen het gebruik van die benaming niet heeft verzet?
4) Verstrijkt de termijn van vijf jaar als bedoeld in artikel 13, lid 2, van verordening (EEG) nr. 2081/92, voor het gebruik met betrekking tot het product waarvan de benaming is geregistreerd op 12 juni 1996 [zie verordening (EG) nr. 1107/96, reeds aangehaald], op 12 juni 2001?
5) Heeft een onderneming gevestigd in een lidstaat, op verzoek waarvan een beschermde oorsprongsbenaming (BOB) overeenkomstig artikel 17 van verordening (EEG) nr. 2081/92 is geregistreerd, en die een benaming die tot verwarring met de geregistreerde benaming kan leiden, zonder onderbreking gedurende vijf jaar vóór de inwerkingtreding van verordening (EEG) nr. 2081/92 (24 juli 1993) heeft gebruikt, het recht om deze benaming te gebruiken om het onderscheid duidelijk te maken met producten die uitsluitend bestemd zijn om te worden verkocht buiten de lidstaat van registratie, en alleen op het grondgebied van een lidstaat die zich niet tegen het gebruik van die benaming op zijn grondgebied heeft verzet?
6) Indien de vijfde vraag bevestigend wordt beantwoord: kan de onderneming die is gevestigd in de lidstaat van registratie van de BOB, rechtmatig haar producten identificeren door de benaming die tot verwarring kan leiden met de geregistreerde benaming, te gebruiken tot het verstrijken van het vijfde jaar volgend op de datum van registratie van de beschermde benaming (12 juni 1996), dit wil zeggen tot 12 juni 2001?
7) Is er van uit te gaan, dat bij het verstrijken van de in de zesde vraag supra bedoelde datum (12 juni 2001) een verbod geldt op het gebruik van elke benaming die tot verwarring kan leiden met de geregistreerde benaming, in alle lidstaten, voor elke marktdeelnemer die niet uitdrukkelijk het recht heeft om de geregistreerde benaming in de zin van verordening (EEG) nr. 2081/92 te gebruiken?"
III - Ontvankelijkheid van de prejudiciële vragen
A - De door de Duitse regering opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid
21. De Duitse regering is van mening dat de beslissing in het hoofdgeding niet afhangt van het antwoord op de gestelde vragen, aangezien de benaming parmesan" een soortnaam" is die niet binnen de door artikel 13 van de verordening ingestelde beschermingssfeer valt. Derhalve geeft zij het Hof in overweging, het prejudiciële verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, aangezien dit irrelevant alsmede algemeen en hypothetisch van aard zou zijn.
22. Volgens vaste rechtspraak van het Hof staat het in het kader van de in artikel [234 EG] voorgeschreven samenwerking tussen het Hof en de nationale rechterlijke instanties, uitsluitend aan de nationale rechter aan wie het geschil is voorgelegd en die de verantwoordelijkheid draagt voor de te geven rechterlijke beslissing, om, gelet op de bijzonderheden van het geval, zowel de noodzaak van een prejudiciële beslissing voor het wijzen van zijn vonnis te beoordelen, als de relevantie van de vragen die hij aan het Hof voorlegt. Wanneer de vragen betrekking hebben op de uitlegging van gemeenschapsrecht, is het Hof derhalve in beginsel verplicht daarop te antwoorden."
23. Nochtans heeft het Hof ook geoordeeld, dat het in uitzonderlijke gevallen aan hem staat om, ter toetsing van zijn eigen bevoegdheid, een onderzoek in te stellen naar de omstandigheden waaronder de nationale rechter hem om een prejudiciële beslissing heeft verzocht [...]. Het Hof kan slechts weigeren een uitspraak te doen over een prejudiciële vraag van een nationale rechter, wanneer duidelijk blijkt dat de gevraagde uitlegging van het gemeenschapsrecht geen enkel verband houdt met een reëel geschil of met het voorwerp van het hoofdgeding, wanneer het vraagstuk van hypothetische aard is, of wanneer het Hof niet beschikt over de gegevens, feitelijk en rechtens, die voor hem noodzakelijk zijn om een nuttig antwoord te geven op de gestelde vragen [...]".
24. De vragen van de verwijzende rechter hebben betrekking op de uitlegging van het gemeenschapsrecht. Hij verzoekt het Hof namelijk om precisering van de werkingssfeer van artikel 13, lid 2, van de verordening. Bijgevolg is het Hof in beginsel gehouden hierop te antwoorden.
25. Ook is het niet evident dat het geschil hypothetisch van aard is, of dat het Hof niet over voldoende gegevens, feitelijk en rechtens, beschikt om een nuttig antwoord te geven op de gestelde vragen. Het geschil is reëel en het voorwerp daarvan is nauwkeurig omschreven. In het hoofdgeding gaat het in wezen om de vraag of het gebruik van de benaming parmesan" voor de bereiding van een product dat niet voldoet aan de kenmerken van de BOB Parmigiano Reggiano", met het oog op de verhandeling daarvan buiten Italië, al dan niet toelaatbaar is.
26. Voorts staat het [v]olgens vaste rechtspraak [...] in het kader van de bij artikel [234 EG] ingestelde procedure van samenwerking tussen de nationale rechterlijke instanties en het Hof aan het Hof om de verwijzende rechter een nuttig antwoord te geven aan de hand waarvan deze het bij hem aanhangige geding kan oplossen".
Met het oog hierop moet het Hof de hem voorgelegde vragen herformuleren of nagaan, of een vraag over [inzonderheid] de geldigheid van een bepaling van gemeenschapsrecht op een juiste uitlegging van de betrokken bepaling berust."
27. Zou het bezwaar van de Duitse regering alleen het verwijt aan de verwijzende rechter inhouden, het gemeenschapsrecht onjuist te hebben toegepast door de benaming parmesan" niet als soortnaam" te kwalificeren, dan zou de exceptie van niet-ontvankelijkheid ongegrond zijn. De toepassing van het gemeenschapsrecht op de feiten van het geding behoort immers tot de uitsluitende bevoegdheid van de nationale rechter.
28. Met haar exceptie beoogt de Duitse regering evenwel ook de onjuiste uitlegging door de verwijzende rechter van de bepalingen van de verordening betreffende de definities van de begrippen soortnaam" en BOB" te laken en daarmee de relevantie van de prejudiciële vragen in twijfel te trekken als gevolg van deze onjuiste interpretatie.
De Duitse regering is namelijk van mening dat de benaming parmesan", aangezien deze niet geregistreerd is, niet onder de bescherming valt die artikel 13, lid 1, van de verordening aan de BOB Parmigiano Reggiano" verleent. Ook kan de benaming parmesan" ingevolge artikel 3, lid 1, van de verordening niet meer worden geregistreerd, omdat deze benaming een soortnaam is geworden. Aangezien de prejudiciële vragen uitsluitend betrekking hebben op de uitlegging van de bepalingen van de verordening betreffende de bescherming die verbonden is met de BOB, berusten de vragen volgens de Duitse regering op een onjuiste uitlegging van het gemeenschapsrecht en zijn zij voor de beslissing in het hoofdgeding niet relevant. Bijgevolg geeft de Duitse regering het Hof in overweging, haar uitlegging van de verordening te bevestigen en de vragen niet-ontvankelijk te verklaren.
29. Het staat buiten kijf dat de vragen van de verwijzende rechter noch algemeen, noch hypothetisch van aard zijn. Bijgevolg is de door de Duitse regering opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid ongegrond.
30. Niettemin staat het evenzeer vast dat deze vragen kennelijk niet nuttig zijn voor de beslissing in het hoofdgeding, wanneer de benaming parmesan" niet binnen de beschermingssfeer zou vallen die krachtens artikel 13, lid 1, van de verordening voor de BOB Parmigiano Reggiano" geldt. Bijgevolg kan het Hof de vraag naar de ontvankelijkheid van het prejudiciële verzoek pas dan beantwoorden, wanneer het tevoren heeft nagegaan of de verwijzende rechter artikel 13, lid 1, van de verordening correct heeft uitgelegd. Het gaat derhalve om de vaststelling van de reikwijdte van de bescherming die de verordening aan een samengestelde benaming als de BOB Parmigiano Reggiano" verleent.
B - Bewoordingen van de preliminaire vraag
31. De enige preliminaire uitleggingsvraag is die of de verordening in die zin moet worden uitgelegd, dat in een geval als het onderhavige de litigieuze benaming parmesan" binnen de werkingssfeer van artikel 13, lid 1, van de verordening kan vallen. Ingeval deze vraag bevestigend wordt beantwoord, dient ingevolge artikel 13, lid 3, van de verordening te worden vastgesteld dat zij geen soortnaam meer kan worden. De prejudiciële vragen zouden derhalve onderzocht dienen te worden. Immers, in een dergelijk geval zou het ingevolge artikel 13, lid 1, van de verordening ongeoorloofde gedrag van Bigi krachtens de afwijkende bepalingen van artikel 13, lid 2, van de verordening toelaatbaar kunnen zijn.
32. In geval van een ontkennend antwoord zouden de prejudiciële vragen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, zonder dat behoeft te worden nagegaan of de benaming parmesan" al dan niet een soortnaam is. In tegenstelling tot hetgeen de Duitse regering betoogt, zou, gelet op het door de verwijzende rechter geschetste feitelijk en juridisch kader, de beantwoording van de vraag of het bij deze benaming al dan niet om een soortnaam gaat, kennelijk irrelevant zijn zowel voor de beoordeling van de gegrondheid van de exceptie van niet-ontvankelijkheid als voor de beslissing van de verwijzende rechter in het hoofdgeding.
33. Immers, zou de benaming parmesan" als een soortnaam moeten worden beschouwd, dan zou deze niet meer onder de bescherming van artikel 13, lid 1, van de verordening kunnen vallen en derhalve in de gehele Gemeenschap gebruikt mogen worden. De strafvervolging jegens Bigi zou bijgevolg moeten worden gestaakt.
34. Zou de benaming parmesan" niet als een soortnaam moeten worden aangemerkt, dan zou de Italiaanse Republiek gerechtigd zijn om krachtens de verordening om registratie te verzoeken. Maar zelfs indien die lidstaat deze benaming als BOB zou kunnen laten registreren, zouden Bigi niet meer feiten ten laste gelegd kunnen worden. Immers, krachtens het beginsel dat strafrechtelijke bepalingen geen terugwerkende kracht kunnen hebben, kan Bigi niet worden vervolgd op grond van een wet die ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten nog niet in werking was getreden.
35. De vraag of deze benaming al dan niet het karakter van een soortnaam heeft, is weliswaar niet zonder belang voor kaasproducenten die kaas op de markt brengen met het etiket parmesan" die niet voldoet aan het productdossier van de BOB Parmigiano Reggiano". Volgens artikel 3, lid 1, tweede alinea, van de verordening kunnen benamingen die de gangbare naam zijn geworden van landbouwproducten of levensmiddelen, niet onder de bescherming van de verordening vallen en kunnen deze benamingen in de gehele Gemeenschap gebruikt worden. Ook voor de Italiaanse Republiek kan deze vraag van belang zijn. Volgens artikel 3, lid 1, eerste alinea, van de verordening kan een soortnaam niet worden geregistreerd. De beantwoording van de vraag of de benaming parmesan" al dan niet een soortnaam is, zou de Italiaanse Republiek bijgevolg onmiddellijk uitsluitsel kunnen geven over de kans van slagen van een aanvraag voor registratie van deze benaming.
36. In het licht van de door de verwijzende rechter verstrekte feitelijke en juridische gegevens zijn de hierboven geschetste gevallen echter zuiver hypothetisch van aard.
37. Voorts staat het niet aan het Hof om te beoordelen of een benaming al dan niet een soortnaam is, maar heeft het enkel de taak om de bepalingen van de verordening uit te leggen en de criteria vast te leggen die bij die beoordeling in acht moeten worden genomen.
38. In het arrest Denemarken e.a./Commissie van 16 maart 1999 heeft het Hof verklaard dat om vast te stellen of een naam al dan niet een soortnaam is geworden, [de Commissie rekening moet houden] met alle factoren, en in ieder geval die welke uitdrukkelijk zijn genoemd [in artikel 3, lid 1, van de verordening], namelijk de bestaande situatie in de lidstaat waar de naam zijn oorsprong heeft en in het traditionele verbruiksgebied, de situatie in andere lidstaten, en de relevante nationale of communautaire wetgeving".
39. De beoordeling of een benaming al dan niet een soortnaam is, staat volgens de verordening aan de Commissie, die zulks doet volgens de speciaal hiervoor in de verordening geregelde procedure, na inwinning van onderbouwde adviezen en rekening houdend met alle argumenten voor en tegen.
40. Aangezien de beoordeling of een benaming al dan niet een soortnaam is volgens de verordening tot de bevoegdheid van de Commissie behoort, ben ik van mening dat het Hof in dezen niet de taak van de Commissie mag overnemen. De rol van het Hof bestaat enkel in een toetsing van de wettigheid van de besluiten van de Commissie (of van de Raad) op dit gebied, overeenkomstig artikel 230 EG.
41. Voorts is het duidelijk dat het Hof in het onderhavige geval niet over alle gegevens beschikt die noodzakelijk zijn om op nuttige wijze na te gaan of de benaming parmesan" al dan niet een soortnaam is. De gegevens die door een minderheid van de lidstaten aan het Hof zijn verstrekt als antwoord op de vóór de terechtzitting gestelde schriftelijke vraag met betrekking tot dit punt, zijn in zoverre duidelijk onvoldoende. De lidstaten die opmerkingen hebben ingediend, hebben onvoldoende bruikbare gegevens verstrekt met betrekking tot de cumulatieve en dwingende criteria die ingevolge artikel 3, lid 1, derde alinea, van de verordening in aanmerking moeten worden genomen bij de vaststelling of een benaming al dan niet een soortnaam is, en bovendien hebben te weinig lidstaten opmerkingen ingediend.
42. Gelet op het voorafgaande geef ik het Hof in overweging om zich allereerst te beperken tot de vraag of de verordening in die zin moet worden uitgelegd dat, in een geval als het onderhavige, de litigieuze benaming parmesan" valt binnen de omvang van de bescherming die artikel 13, lid 1, van de verordening aan BOB's verleent.
C - Antwoord op de preliminaire vraag
43. Het staat vast dat de benaming Parmigiano Reggiano" geregistreerd is en de bescherming geniet die artikel 13, leden 1 en 3, van de verordening aan BOB's verleent.
44. Volgens de bepalingen van dit artikel is de benaming Parmigiano Reggiano" onder meer beschermd tegen elk gebruik door de handel voor producten die niet onder de registratie vallen, voorzover dit gebruik betekent dat wordt geprofiteerd van de reputatie van de kaas Parmigiano Reggiano". Voorts is elk misbruik, elke nabootsing of voorstelling van deze geregistreerde benaming of de vertaling daarvan ter aanduiding van een niet onder de registratie vallend product verboden. Anders gezegd, ingevolge de gecombineerde bepalingen van artikel 13, lid 1, eerste alinea, sub a en b, van de verordening verbiedt de registratie van de oorsprongsbenaming Parmigiano Reggiano" het gebruik door de handel van deze benaming en de vertaling daarvan ter aanduiding van producten die niet voldoen aan het productdossier van het onder de registratie vallende product.
45. De hierboven bedoelde preliminaire vraag houdt derhalve in dat moet worden nagegaan, of de term parmesan" moet worden beschouwd als de vertaling van de samengestelde benaming Parmigiano Reggiano", waarop de registratie betrekking heeft.
46. Volgens de verwijzende rechter dient deze vraag noodzakelijkerwijs bevestigend te worden beantwoord, aangezien het woord parmesan" slechts de letterlijke vertaling is van de benaming Parmigiano Reggiano". Hieruit concludeert hij dat de bescherming die de verordening aan de BOB Parmigiano Reggiano" verleent, ook geldt voor de benaming parmesan".
47. Deze beoordeling wordt gedeeld door de Italiaanse, de Griekse, de Portugese en de Franse regering, alsmede door de Commissie en partijen in het hoofdgeding.
48. De Duitse en de Oostenrijkse regering betwisten deze zienswijze. Volgens hen kan de term parmesan" niet worden beschouwd als de vertaling van de BOB Parmigiano Reggiano", maar heeft hij een zelfstandige betekenis en wordt hij gebruikt als algemene benaming van het product. Onder parmesan" verstaan de Duitse en Oostenrijkse consumenten kaas die geraspt is of bestemd is om geraspt te worden en die bij bepaalde gerechten wordt geserveerd. Parmesan" doet niet denken aan de naam van een kaas die uit de streek rond Parma afkomstig is, of, meer in het algemeen, uit Italië. Onder Parmigiano Reggiano" verstaan de Duitse consumenten veeleer een soort parmesan" van een bijzondere kwaliteit, afkomstig uit Italië, met een aromatische smaak, variërend van sterk tot pikant, die een bepaalde tijd nodig heeft om te rijpen (ten minste twaalf maanden).
49. Het staat buiten kijf dat het zelfstandig naamwoord parmesan" de letterlijke vertaling is in meerdere talen - in het bijzonder in het Duits, het Engels en het Frans - van het Italiaanse Parmigiano", als afzonderlijke term. Voorts vormt volgens de meerderheid van de regeringen die opmerkingen hebben ingediend, met uitzondering van de Duitse en de Oostenrijkse regering, deze term op zichzelf in zijn vertaalde vorm een aanduiding van de samengestelde oorsprongsbenaming Parmigiano Reggiano".
50. Ik ben eveneens van mening dat het zelfstandig naamwoord parmesan" de vertaalde vorm is van de samengestelde benaming Parmigiano Reggiano". Mijns inziens is het woord parmesan" méér dan de letterlijke vertaling van die geregistreerde benaming; het woord parmesan" vormt de getrouwe vertaling ervan in die zin dat het de historische, culturele, juridische en economische realiteit tot uitdrukking brengt die verbonden is met de geregistreerde benaming en het onder deze registratie vallende product.
51. Zich baserend op diverse bronnen, benadrukt de Franse regering de volledige overeenstemming tussen de begrippen parmesan" en Parmigiano Reggiano". Historisch onderzoek met betrekking tot parmesan" en Parmigiano Reggiano" heeft haars inziens aangetoond, dat deze producten met elkaar overeenkomen. Onder verwijzing naar het proefschrift van Malagoli geeft zij een overzicht van de geschiedenis van deze kaas, waarbij zij erop wijst dat het woord Parmigiano" aanvankelijk slechts een bijvoeglijk naamwoord was, afgeleid van de in Emilia-Romagna gelegen stad Parma. Oorspronkelijk werd het begrip parmesan" of Parmigiano" gebruikt om zowel de inwoners van die stad als alle in die stad geproduceerde waren aan te duiden. Vanaf de zestiende eeuw werd het woord Parmigiano" echter in verschillende teksten met het Latijnse woord caseus (kaas) in verband gebracht. Met de toenemende bekendheid van de kaas volstond het bijvoeglijk naamwoord dat de herkomst ervan aanduidde, om ondubbelzinnig de gedachte aan de kaas op te roepen en werd het alleen gebruikt.
52. Het zelfstandig naamwoord Parmigiano" drukt niet alleen de verbondenheid met het geografische gebied rond de stad Parma uit, maar duidt ook het oorspronkelijke productiegebied van de parmesan"-kaas aan. Het gebruik van de term Parmigiano" roept bij de Europese consument onmiddellijk de gedachte op aan de in dit gebied van Italië geproduceerde kaas en niet aan een inwoner van die Italiaanse stad. Het zelfstandig naamwoord Parmigiano" is, anders gezegd, onlosmakelijk verbonden met een bijzonder voedingsmiddel, namelijk de kaas die in een specifiek geografisch gebied van Italië wordt geproduceerd. Daarentegen roept de term Reggiano" niet de gedachte op aan een bijzonder landbouwproduct of voedingsmiddel. Het op zichzelf staande en van het woord Parmigiano" losgekoppelde gebruik van deze term kan bijgevolg bij de Europese consument niet leiden tot verwarring met het onder de registratie vallende product, namelijk de kaas Parmigiano". Evenzo kan degene die de term Reggiano" als zodanig bezigt, niet ongerechtvaardigd profiteren van de reputatie die met het beschermde product, de Parmigiano", verbonden is. Anders gezegd, de term Parmigiano" is het wezenlijke bestanddeel van de BOB Parmigiano Reggiano".
53. De Italiaanse regering en het Consorzio hebben uiteengezet, waarom de Italiaanse Republiek de registratie van de samengestelde benaming Parmigiano Reggiano" heeft aangevraagd - en niet enkel van de benaming Parmigiano". De reden hiervoor ligt in de hierboven beschreven historische en culturele context en in de feitelijke economische situatie in Italië. De kaas met de oorsprongsbenaming Parmigiano" wordt niet alleen in de stad Parma en omstreken geproduceerd, maar ook in een ruimer geografisch gebied, namelijk Reggio nell'Emilia". De Italiaanse regering heeft daarom de registratie van de samengestelde benaming Parmigiano Reggiano" aangevraagd, zodat alle producenten van parmesan die binnen het geografische productiegebied van deze kaas werkzaam zijn, de rechtsbescherming kunnen krijgen die de verordening aan de BOB's verleent. Met deze registratie wilde de Italiaanse Republiek bijgevolg de juridische consequenties trekken uit de economische en culturele realiteit in Italië. Zodoende heeft zij de rechtsbescherming verkregen voor de producenten van parmesan die binnen het geografische productiegebied van deze kaas werkzaam zijn, dat vanzelfsprekend de stad Parma en haar omgeving alsmede de stad Reggio nell'Emilia en haar omgeving omvat. De overeenstemming of de equivalentie tussen de benamingen Parmigiano" of parmesan" en Parmigiano Reggiano" is de reden waarom de Italiaanse regering enkel de registratie van deze samengestelde" benaming heeft aangevraagd. Anders gezegd, de aanvraag voor de afzonderlijke registratie van de beide benamingen werd niet overwogen, aangezien daarmee om de bescherming van twee verschillende producten zou worden verzocht, terwijl het in het onderhavige geval gaat om één en hetzelfde, uit een specifieke streek in Italië afkomstig product.
54. De oorsprongsbenaming Parmigiano Reggiano" heeft bijgevolg betrekking op parmesan, een karakteristieke kaas, afkomstig uit een bepaalde plaats (de stad Parma en haar omgeving) en uit die bepaalde streek (Reggio nell'Emilia). Het gaat dus om een product waarvan de Commissie heeft erkend dat de kwaliteit of de kenmerken hoofdzakelijk of uitsluitend zijn toe te schrijven aan het geografische milieu, dat factoren van natuurlijke en menselijke aard omvat, en waarvan de productie, de verwerking en de bereiding in het aldus afgebakend geografische gebied plaatsvinden.
55. Uit het voorafgaande volgt dat de benamingen parmesan" en Parmigiano Reggiano" equivalent zijn. Bijgevolg ben ik van mening dat, in een geval als het onderhavige, artikel 13, lid 1, eerste alinea, sub a en b, van de verordening in die zin moet worden uitgelegd dat de bescherming die verbonden is aan de BOB Parmigiano Reggiano" ook geldt voor de vertaling parmesan" ervan. Krachtens artikel 13, lid 3, van de verordening kan deze benaming geen soortnaam meer worden. Bijgevolg geef ik het Hof in overweging om de door de Duitse regering naar voren gebrachte exceptie van niet-ontvankelijkheid te verwerpen.
IV - Inhoud van de prejudiciële vragen
56. Uit de motivering van de verwijzingsbeschikking blijkt dat de nationale rechter vraagt naar de verenigbaarheid van een aantal bepalingen van nationaal recht met artikel 13, lid 2, van de verordening.
57. De verwijzende rechter preciseert dat het gebruik door de handel van de benaming parmesan" in Italië reeds vele jaren aan strikte regels onderworpen is. Zo verbiedt de Italiaanse wetgeving de vrije verhandeling in Italië van kaas met de benaming parmesan", wanneer dit product niet voldoet aan het productdossier van de geregistreerde BOB. Elke schending van dat voorschrift is ingevolge de Italiaanse wet van 1954 strafbaar.
De Italiaanse wet verbiedt voorts in Italië gevestigde producenten en ondernemingen om parmesan te produceren die niet voldoet aan het productdossier van de geregistreerd BOB, zelfs indien het litigieuze product bestemd is voor verhandeling in lidstaten die zich op artikel 13, lid 2, van de verordening zouden kunnen beroepen. De verwijzende rechter vraagt zich af, of dit bijzondere voorschrift van het Italiaanse recht verenigbaar is met de afwijkende regeling van artikel 13, lid 2, van verordening.
58. Uit de motivering van de verwijzingsbeschikking en de bewoordingen van een deel van de derde en de vijfde vraag blijkt dat de nationale rechter in hoofdzaak wenst te vernemen, of artikel 13, lid 2, van de verordening in die zin moet worden uitgelegd dat een lidstaat, op verzoek waarvan een BOB is geregistreerd, het gebruik door de handel van deze benaming mag verbieden voor een product dat niet onder de registratie valt, maar wel met het onder deze benaming geregistreerde product vergelijkbaar is, op grond dat het in de lidstaat van de registratie is geproduceerd, hoewel het betrokken product bestemd is om te worden uitgevoerd naar en te worden verhandeld in een andere lidstaat, waar deze benaming krachtens artikel 13, lid 2, rechtmatig zou kunnen worden geacht.
59. In geval van een ontkennend antwoord op deze eerste vraag verzoekt de verwijzende rechter door middel van zeven vragen het Hof om te preciseren, welke voorwaarden moeten zijn vervuld voor de toepassing van de afwijkende regeling.
60. Aangezien een ontkennend antwoord op de eerste vraag van invloed is op het onderzoek van de andere vragen van de verwijzende rechter, moet eerst bij die vraag worden stilgestaan.
V - Antwoorden op de vragen van de verwijzende rechter
61. Het antwoord op de eerste vraag bestaat in de afbakening van de materiële werkingssfeer van de bij artikel 13, lid 2, van de verordening ingestelde afwijkende regeling.
62. Artikel 13, lid 2, eerste alinea, tweede streepje, bepaalt dat de afwijkende regeling enkel van toepassing is op ondernemingen [die] de betrokken producten legaal in de handel hebben gebracht [...]".
63. Het doel van artikel 13, lid 2, van de verordening luidt volgens de derde overweging van de considerans van verordening nr. 535/97 als volgt: [D]aar het om bestaande en in de lidstaten reeds gebruikte benamingen gaat, [moet een] [...] aanpassingsperiode aan de producenten [...] worden toegestaan om te voorkomen dat zij nadeel ondervinden".
64. Deze bepalingen kunnen op twee manieren worden uitgelegd.
65. De eerste mogelijke uitlegging is de begrippen producenten" in de derde overweging van de considerans van verordening nr. 535/97 en ondernemingen" in artikel 13, lid 2, eerste alinea, tweede streepje, van de verordening in die zin op te vatten dat hiermee uitsluitend de marktdeelnemers worden bedoeld die gevestigd zijn in de lidstaten die vasthouden aan hun nationale regeling, krachtens welke het gebruik van de overeenkomstig artikel 17 van de verordening geregistreerde benamingen toelaatbaar is voor vergelijkbare, niet onder deze registratie vallende producten. De marktdeelnemers die in de lidstaat van registratie gevestigd zijn, zijn bijgevolg uitgesloten van de werkingssfeer van de afwijkende regeling. Deze uitlegging is restrictief in die zin dat zij de werkingssfeer van de afwijkende regeling beperkt tot bepaalde, nauwkeurig gedefinieerde producenten of ondernemingen. In dat geval zou het een onderneming als Castelli, die is gevestigd in Italië, de lidstaat van de registratie van de litigieuze BOB, verboden kunnen worden om in Italië parmesan te produceren die niet voldoet aan de BOB, zelfs indien deze kaas voor de uitvoer is bestemd.
66. De tweede mogelijke uitlegging is de begrippen producenten" en ondernemingen" in die zin op te vatten dat hiermee alle marktdeelnemers worden bedoeld, al dan niet gevestigd in de lidstaat van registratie, die onder een geregistreerde benaming producten verhandelen die niet onder de registratie vallen, mits deze producten bestemd zijn om te worden verhandeld in een lidstaat die vasthoudt aan zijn nationale regeling, krachtens welke het gebruik van de overeenkomstig artikel 17 van de verordening geregistreerde benamingen toelaatbaar is voor vergelijkbare, niet onder deze registratie vallende producten. Deze uitlegging kan als ruim" worden aangemerkt. In dat geval zou het een onderneming als Castelli, die is gevestigd in Italië, de lidstaat van de registratie van de litigieuze BOB, niet verboden kunnen worden om in Italië parmesan te produceren die niet voldoet aan de BOB, zelfs indien deze kaas voor de uitvoer is bestemd.
67. Mijns inziens moet, gelet op de doelstelling van artikel 13, lid 2, de bewoordingen ervan, in het algemeen de met de verordening nagestreefde doelstellingen en ten slotte de bepalingen van artikel 3, lid 1, van de verordening, voor de restrictieve uitlegging worden gekozen.
68. Overeenkomstig de derde overweging van de considerans van verordening nr. 535/97 is het doel van artikel 13, lid 2, van de verordening hierin gelegen, dat deze aanpassingsperiode aan de producenten moet worden toegestaan om te voorkomen dat zij nadeel ondervinden".
69. Enkel de marktdeelnemers die gevestigd zijn in een lidstaat die vasthoudt aan zijn nationale regeling, krachtens welke het gebruik van de overeenkomstig artikel 17 van de verordening geregistreerde benamingen toelaatbaar is voor vergelijkbare, niet onder deze registratie vallende producten, zijn gedwongen om hun activiteiten bij te stellen, met name om hun productie-installaties te wijzigen, teneinde de gemeenschapsregeling betreffende de bescherming van BOB's na te leven. Marktdeelnemers die daarentegen gevestigd zijn in een lidstaat die de registratie krachtens artikel 17 van de verordening aangevraagd heeft, hebben reeds hun activiteiten moeten bijstellen, teneinde aan deze vereisten rechtens te voldoen. Artikel 17 bepaalt immers uitdrukkelijk dat enkel de lidstaten die een beschermingssysteem hebben ingesteld voor de benamingen die zij willen laten registreren, deze registratie krachtens dit artikel kunnen verkrijgen. Het nationale recht van de lidstaat van registratie verbood bijgevolg de productie en verhandeling onder een beschermde benaming van niet onder de registratie vallende producten. Anders gezegd, het nationale recht van deze staat voorzag reeds vóór de vaststelling van de verordening in specifieke gevolgen voor de uitoefening van hun activiteiten. Bijgevolg behoeft aan dergelijke marktdeelnemers geen aanpassingsperiode [...] [te] worden toegestaan".
70. De voorgestelde beperkte uitlegging van de begrippen producenten" en ondernemingen" is bijgevolg in overeenstemming met de door artikel 13, lid 2, van de verordening nagestreefde doelstelling.
71. Deze beperkte uitlegging houdt zich tevens aan de doelstellingen van de verordening, die onder meer bestaan in de consumentenbescherming en de eerlijke mededingingsvoorwaarden, en strookt met de bewoordingen van artikel 13, lid 2, eerste alinea, derde streepje, van de verordening.
72. Artikel 13, lid 2, eerste alinea, derde streepje, van de verordening bepaalt dat ten aanzien van het gebruik, bij wijze van afwijking, van geregistreerde benamingen voor de verhandeling van producten die niet voldoen aan het productdossier van het product dat onder de registratie valt, de voorwaarde geldt dat uit de etikettering van de producten duidelijk de werkelijke oorsprong ervan blijkt".
73. Uit deze bepalingen volgt dat de toepassing van de afwijkende regeling het de consumenten in elk geval mogelijk moet maken om zich op de hoogte te stellen van de geografische oorsprong van het product. Op deze wijze moet worden voorkomen, dat de consumenten misleid worden ter zake van de kwaliteit die zij mogen verwachten van een product dat wordt verhandeld onder een naam die een BOB aanduidt - die derhalve een bepaalde plaats of een streek vermeldt -, terwijl het niet geproduceerd, verwerkt en bereid is in het geografische gebied van de BOB en niet beantwoordt aan de bijzondere kenmerken van het product dat onder de registratie valt.
74. Ik zal een en ander aan de hand van een voorbeeld illustreren. Gedurende deze overgangsperiode, waarin de afwijkende regeling geldt, zouden marktdeelnemers die op legale wijze in Groot-Brittannië kaas verhandelen onder de benaming parmesan", toestemming kunnen krijgen om deze activiteit voort te zetten, mits zij aangeven dat de kaas uit het Verenigd Koninkrijk afkomstig is. Verwarring met de parmesan die onder de registratie valt en in Italië is geproduceerd, zou hierdoor voor de Britse consument onmogelijk of moeilijker zijn.
75. Een keuze voor de ruime" uitlegging zou betekenen, dat de consumentenbescherming niet op de juiste wijze gewaarborgd zou kunnen worden.
76. Opnieuw uitgaand van het bovenstaande voorbeeld zou volgens de ruime" uitlegging een onderneming als Castelli toestemming kunnen krijgen om in het Verenigd Koninkrijk onder het etiket parmesan" kaas te verkopen die niet voldoet aan het productdossier van de geregistreerde BOB, indien de vereisten van artikel 13, lid 2, werden vervuld. Met name geldt overeenkomstig artikel 13, lid 2, eerste alinea, derde streepje, van de verordening het vereiste dat uit de etikettering van de op deze wijze verhandelde producten duidelijk de werkelijke oorsprong ervan blijkt". Aangezien dit product in Parma is vervaardigd, zou een onderneming als Castelli aan deze voorschriften voldoen wanneer zij deze vermelding op het etiket weergeeft.
Op deze wijze zou, ondanks de naleving van de voorschriften van de verordening, de verhandeling van deze kaas door een onderneming als Castelli voor de gemiddeld geïnformeerde consument misleidend kunnen zijn wat de aard van het door hem gekochte product betreft. Deze verwarring zou voortkomen uit het feit dat het product dat in het Verenigd Koninkrijk op de markt wordt gebracht door een onderneming als Castelli, zou lijken op een onder de registratie vallend product, maar niet zou overeenkomen met de BOB van dat product. Immers, bij een parmesan met de vermelding geproduceerd in het Verenigd Koninkrijk" en een parmesan met de vermelding geproduceerd in Parma" zou men ervan mogen uitgaan dat het hierbij gaat om twee verschillende soorten kaas, terwijl dit niet het geval zou zijn. Dit uiterlijk zou bijgevolg in de hand werken dat de Britse consument - op goede gronden - dwaalt ter zake van het soort parmesan dat hij koopt. Derhalve zou de bescherming van de consumenten, een doelstelling die duidelijk in de verordening is vastgelegd, niet gewaarborgd zijn.
77. De toepassing van de afwijkende regeling moet eveneens de eerlijke mededinging tussen de verschillende marktdeelnemers waarborgen.
78. De ruime" uitlegging van de begrippen producenten" en ondernemingen" zou evenwel ook het bereiken van deze doelstelling niet mogelijk maken.
79. Laat ik opnieuw uitgaan van het bovenstaand voorbeeld. Op de grondslag van de ruime" uitlegging zou een onderneming als Castelli op de Britse markt een niet onder de registratie vallend product onder de geregistreerde benaming mogen verhandelen. Vanwege het feit dat deze kaas geproduceerd is in de staat van registratie, zouden echter op de Britse markt oneerlijke mededingingsvoorwaarden kunnen ontstaan waarvan dit product zou profiteren ten nadele van de verschillende concurrenten, zoals de producenten van het product dat onder de registratie valt en de producenten van Britse parmesan.
Immers, in het geval van een in Italië en een in het Verenigd Koninkrijk geproduceerde parmesan, die qua prijs waarschijnlijk overeenkomen, zal de gemiddeld geïnformeerde consument waarschijnlijk geneigd zijn om de uit Italië afkomstige kaas te kopen, in de veronderstelling, op grond van het etiket, dat deze overeenkomt met de BOB. Deze ondernemingen zouden daardoor ongerechtvaardigd voordeel trekken uit de reputatie van de BOB in de concurrentie met de producenten van een in het Verenigd Koninkrijk geproduceerd, maar gelijkwaardig product.
Evenzo zal de Britse consument in het geval van een product dat onder de registratie valt en een product dat niet daaronder valt, maar wel met het geregistreerde product vergelijkbaar is, eveneens geneigd zijn om de kaas te kopen met het uiterlijk van de BOB, aangezien deze waarschijnlijk goedkoper is dan de kaas die onder de registratie valt. Ook in een dergelijk geval zouden ondernemingen als Castelli ongerechtvaardigd profiteren van de reputatie van de BOB en zouden zij, dankzij de mogelijkheid van verkoop tegen lagere prijzen, op oneerlijke wijze concurreren met ondernemingen die een product maken dat wel voldoet aan het productdossier van de BOB. Bovendien zouden de praktijken van ondernemingen als die in het hoofdgeding het merkimago van de op de communautaire markt geregistreerde BOB kunnen schaden.
80. De beperkte uitlegging biedt tevens de lidstaten die een benaming als BOB wensen te laten registreren, de mogelijkheid om hun claim beter te verdedigen jegens staten die van mening zijn dat de betrokken benaming een soortnaam geworden is.
81. Krachtens artikel 3, lid 1, van de verordening behoort namelijk tot de factoren waarmee rekening moet worden gehouden bij de vraag of een naam een soortnaam is geworden, de bestaande situatie in de lidstaat waar de naam zijn oorsprong heeft [...]".
82. Uit deze bepaling volgt dat de juridische status die deze lidstaat, in casu de Italiaanse Republiek, verleent aan een benaming als parmesan", bij de vaststelling of een naam al dan niet een soortnaam is geworden, op gelijke wijze in acht moet worden genomen als de andere in artikel 3, lid 1, genoemde factoren.
83. In het onderhavige geval verbiedt het Italiaanse recht dat parmesan die niet voldoet aan het productdossier van de BOB Parmigiano Reggiano", in Italië wordt geproduceerd. Hiermee geeft de Italiaanse Republiek duidelijk en ondubbelzinnig aan, welke status deze benaming in haar nationale rechtsorde heeft. Anders gezegd, zij geeft te kennen dat deze benaming in Italië beschermd is en daar niet gebruikt kan worden voor de aanduiding van kaas die niet voldoet aan het productdossier van de geregistreerde BOB. Bijgevolg kan deze benaming geen soortnaam worden.
84. Ten slotte moet volgens de vaste rechtspraak van het Hof elke afwijking van een beginsel restrictief worden uitgelegd. Aangezien de regeling van artikel 13, lid 2, van de verordening afwijkt van het in artikel 13, lid 1, opgestelde beginsel van de bescherming van BOB's, dient deze regeling beperkt te worden uitgelegd.
85. Uit het voorafgaande volgt dat enkel de beperkte uitlegging van artikel 13, lid 2, van de verordening die ik aan het Hof in overweging geef, strookt met de bewoordingen van dat artikel, de doelstelling ervan, alsmede met de door de verordening nagestreefde doelstellingen van consumentenbescherming en eerlijke mededinging tussen de marktdeelnemers. De bepalingen van artikel 13, lid 2, van de verordening moeten derhalve in die zin worden uitgelegd, dat zij niet op een geval als het onderhavige van toepassing zijn. Anders gezegd, aangezien Castelli gevestigd is op het grondgebied van de lidstaat van de registratie van de BOB waarom het in het hoofdgeding gaat, is zij, om die reden, uitgesloten van de materiële werkingssfeer van artikel 13, lid 2, van de verordening.
86. Derhalve geef ik het Hof in overweging om deze eerste vraag te beantwoorden als volgt: artikel 13, lid 2, van de verordening moet in die zin worden uitgelegd dat een lidstaat, op verzoek waarvan een BOB is geregistreerd, het gebruik door de handel van deze benaming mag verbieden voor een product dat niet onder de registratie valt, maar wel vergelijkbaar is met het onder deze benaming geregistreerde product, op grond dat het is geproduceerd in de lidstaat van registratie, zelfs indien het betrokken product uitsluitend bestemd is om in een andere lidstaat op de markt te worden gebracht, waar deze benaming krachtens artikel 13, lid 2, rechtmatig zou kunnen worden geacht.
87. Gelet op het antwoord op deze eerste vraag, behoeven de andere vragen geen beantwoording meer.
Conclusie
88. Derhalve geef ik, gelet op het voorafgaande, het Hof in overweging de vragen van het Tribunale di Parma te beantwoorden als volgt:
Artikel 13, lid 2, van verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad van 14 juli 1992 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 535/97 van de Raad van 17 maart 1997, moet in die zin worden uitgelegd dat een lidstaat, op verzoek waarvan een beschermde oorsprongsbenaming is geregistreerd, het gebruik door de handel van deze benaming mag verbieden voor een product dat niet onder de registratie valt, maar wel vergelijkbaar is met het onder deze benaming geregistreerde product, op grond dat het is geproduceerd in de lidstaat van registratie, zelfs indien het betrokken product uitsluitend bestemd is om in een andere lidstaat op de markt te worden gebracht, waar deze benaming krachtens artikel 13, lid 2, van de verordening rechtmatig zou kunnen worden geacht."
Full & Egal Universal Law Academy