Conclusie van de advocaat generaal
1. In de onderhavige niet-nakomingsprocedure verzoekt de Commissie het Hof vast te stellen dat het Koninkrijk der Nederlanden, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 97/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 1997 betreffende bepaalde onderdelen of eigenschappen van motorvoertuigen op twee of drie wielen, de krachtens het Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2. Ingevolge artikel 8, lid 1, van richtlijn 97/24 waren de lidstaten verplicht, de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden om uiterlijk op 18 december 1998 aan de richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis te stellen.
3. Niet betwist wordt, dat de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen op het volgens vaste rechtspraak bepalende tijdstip, namelijk bij het verstrijken van de in het met redenen omklede advies van 10 augustus 1999 gestelde termijn van twee maanden, nog niet waren vastgesteld. Ook bij de indiening van het verzoekschrift op 7 maart 2000 was dit nog niet gebeurd.
4. De Nederlandse regering betwist het verzuim niet, maar wijst op een samenloop van ongunstige omstandigheden die de uitvoering hebben vertraagd. In de loop van de schriftelijke procedure werd gewezen op een ontwerp van de intussen herziene uitvoeringsbepalingen.
5. Het is vaste rechtspraak van het Hof, dat nationale bepalingen, praktijken en situaties van de lidstaten geen rechtvaardiging kunnen opleveren voor de niet-nakoming van uit gemeenschapsrichtlijnen voortvloeiende verplichtingen en termijnen. Om die redenen stel ik voor, het Koninkrijk der Nederlanden overeenkomstig de vordering te veroordelen en overeenkomstig artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering in de kosten te verwijzen.
Conclusie
6. Ik geef het Hof in overweging:
1) vast te stellen dat het Koninkrijk der Nederlanden, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 97/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 1997 betreffende bepaalde onderdelen of eigenschappen van motorvoertuigen op twee of drie wielen, de krachtens het Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen;
2) het Koninkrijk der Nederlanden in de kosten van de procedure te verwijzen.
Full & Egal Universal Law Academy