Conclusie van de advocaat generaal
1. Met haar op 7 maart 2000 tegen de Franse Republiek ingesteld beroep wegens niet-nakoming verzoekt de Commissie het Hof vast te stellen, dat die lidstaat de krachtens artikel 30 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 28 EG) op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen door zich te verzetten tegen de verhandeling in Frankrijk van edelmetalen werken van oorsprong uit andere lidstaten met de aanduiding van de gehalten 999 duizendsten", hoewel die gehalten in de handelspraktijk algemeen worden gebruikt. Voorts verzoekt zij, de Franse Republiek te verwijzen in de kosten van de procedure.
2. In haar verzoekschrift geeft de Commissie de verschillende etappes weer van de bij artikel 169 EG-Verdrag (thans artikel 226 EG) voorgeschreven precontentieuze procedure, die bijzonder lang heeft aangesleept omdat de Franse regering zich in beginsel bereid had verklaard om op dat punt de nationale wetgeving in de door de Commissie gewenste zin aan te passen, maar daar in de praktijk niets van terecht is gekomen.
3. De Commissie verwijt de Franse Republiek, dat de artikelen 521 en 522 van de Code général des impôts een beperking van het handelsverkeer tot gevolg hebben. Artikel 521 bepaalt:
De fabrikanten van werken van goud of van werken die goud, zilver dan wel platina bevatten, zijn onderworpen aan de waarborgwetgeving van dit hoofdstuk, zowel voor hun eigen productie als voor de werken die voor hun rekening door derden met hun materiaal worden uitgevoerd. Ook de personen die deze werken van oorsprong uit andere lidstaten van de Europese Unie en uit derde landen in de handel brengen, of hun vertegenwoordigers, zijn aan deze wetgeving onderworpen."
Artikel 522 bepaalt:
De wettelijke gehalten van werken van goud of die goud bevatten en de wettelijke gehalten van werken van zilver of platina zijn:
a) 916 duizendsten en 750 duizendsten voor werken van goud; 585 duizendsten en 375 duizendsten voor werken die goud bevatten;
b) 925 duizendsten en 800 duizendsten voor werken van zilver;
c) 950 duizendsten, 900 duizendsten en 850 duizendsten voor werken van platina.
[...]"
4. De edelmetalen werken met de gehalten 999 duizendsten die zijn vervaardigd in andere lidstaten waar dat gehalte wordt erkend, wordt immers de toegang tot de Franse markt ontzegd. De Commissie, die verwijst naar de arresten van het Hof inzake edelmetalen van 22 juni 1982 en 15 september 1994, betwist niet het recht van de lidstaten om het gehalte en de waarmerking van de edelmetalen werken te regelen. Hoewel bepaalde gehalten kunnen worden geweigerd omdat zij te dicht aansluiten bij die waarmee de nationale consument vertrouwd is, kan dit niet gelden voor bepaalde gehalten die algemeen in de handel worden gebruikt en die geen dusdanige verwarring teweeg kunnen brengen dat afbreuk wordt gedaan aan de consumentenbescherming en de eerlijkheid van de handelstransacties.
5. Onder deze gehalten, die volgens haar door alle lidstaten zouden moeten worden toegelaten en die daarom in het door haar op 22 april 1996 bij de Raad ingediende voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende werken van edelmetaal zijn opgenomen, komt namelijk het gehalte 999 duizendsten voor.
6. In haar verweerschrift betwist de Franse regering niet dat de artikelen 521 en 522 van de Code général des impôts het handelsverkeer belemmeren, en beroept zij er zich evenmin op dat dwingende vereisten inzake de consumentenbescherming en de eerlijkheid van de handelstransacties zich zouden verzetten tegen de toelating in Frankrijk van het gehalte 999 duizendsten.
7. In een nota van 21 augustus 1996 aan de Commissie geeft zij integendeel aan, dat [...] de gehalten 999 duizendsten [...] gemakkelijk in de Franse wetgeving kunnen worden opgenomen" en in de toelichting bij het ontwerp tot wijziging van artikel 522 van de Code général des impôts dat deel uitmaakt van het ontwerp tot wijziging van de financiewet voor 1997 preciseert zij, dat [d]e wettelijke gehalten van edelmetalen werken voor goud, zilver en platina het gehalte 999 duizendsten niet omvatten. Bepaalde fabrikanten vervaardigen echter dergelijke werken, ook in andere lidstaten van de Europese Unie. Bepaalde klanten willen investeren in edelmetalen werken met een zeer hoog gehalte. De verhandeling ervan op het nationale grondgebied moet dus worden mogelijk gemaakt en daartoe moeten die gehalten bij wet worden erkend."
8. Het lijkt dus vast te staan, dat de Franse regering erkent dat de grief van de Commissie gegrond is, en ik zie ook niet in hoe men zich zou kunnen beroepen op de dwingende vereisten inzake de consumentenbescherming en de eerlijkheid van de handelstransacties, aangezien het gehalte de absolute zuiverheid benadert en hoger is dan de hoogste momenteel door de Franse wetgeving erkende gehalten, die voor werken van goud, zilver en platina respectievelijk 916, 925 en 950 duizendsten bedragen.
9. Anders dan de gehalten die lager zijn dan de laagste door de Franse wetgeving erkende gehalten, kan het gehalte 999 duizendsten de Franse consument niet teleurstellen.
10. Op de datum van instelling van het beroep was de Franse wetgeving echter niet in overeenstemming gebracht met artikel 30 van het Verdrag, hoewel de Franse regering herhaaldelijk heeft verzekerd dat de wijziging op handen was; bij mijn weten is dit tot op heden nog steeds niet gebeurd.
11. Blijkens verschillende door de Franse regering aan de Commissie gerichte nota's, moest de niet-nakoming eerst worden opgeheven door de wijziging van de financiewet voor 1997, dan door de financiewet voor 1998 en uiteindelijk door de wet tot wijziging en vereenvoudiging van de regeling inzake de indirecte belastingen waarvan het ontwerp op 18 juni 1998 werd ingediend.
12. Om mij onbekende redenen is dit echter niet gebeurd.
Conclusie
13. Ik kan dan ook niet anders dan het Hof in overweging geven, het beroep van de Commissie in zijn geheel toe te wijzen en bijgevolg:
1) vast te stellen dat de Franse Republiek de krachtens artikel 30 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 28 EG) op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen door zich te verzetten tegen de verhandeling in Frankrijk van edelmetalen werken van oorsprong uit andere lidstaten met de aanduiding van de gehalten 999 duizendsten";
2) de Franse Republiek in de kosten te verwijzen.
Full & Egal Universal Law Academy