Conclusie van de advocaat generaal
1. De Commissie van de Europese Gemeenschappen verzoekt het Hof vast te stellen dat de Franse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen mee te delen die nodig zijn om te voldoen aan alle bepalingen van richtlijn 97/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 1997 tot wijziging van de richtlijnen 92/50/EEG, 93/36/EEG en 93/37/EEG betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening, overheidsopdrachten voor leveringen respectievelijk overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken (hierna: richtlijn"), of niet de maatregelen te nemen die nodig zijn om daaraan te voldoen, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen. Zij concludeert ook tot verwijzing van de Franse Republiek in de kosten.
2. Artikel 4, lid 1, eerste alinea, van de richtlijn bepaalt, dat de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om uiterlijk op 13 oktober 1998 aan deze richtlijn te voldoen en dat zij de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
3. De Commissie verwijt de Franse autoriteiten, slechts de artikelen 1, punt 1, sub a, 2, punt 1, sub a, en 3, punt 1, sub a, van de richtlijn inzake de bedragen waarboven opdrachten in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen moet worden bekendgemaakt in het interne recht te hebben omgezet. Derhalve moet haars inziens worden vastgesteld dat de Franse Republiek ondanks het verstrijken van de gestelde termijn nog niet de tot omzetting van alle bepalingen van de richtlijn vereiste voorschriften heeft vastgesteld en deze hoe dan ook niet heeft medegedeeld.
4. In haar verweerschrift betwist de Franse Republiek de gestelde niet-nakoming niet. Zij herinnert eraan dat de richtlijn gedeeltelijk door het besluit van 22 april 1998 is omgezet, waarbij de bedragen zijn vastgesteld waarboven een opdracht in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen moet worden bekendgemaakt, en nodigt het Hof uit vast te stellen dat de omzetting van de richtlijn haar voltooiing nadert aangezien een ontwerp-decreet, dat thans bij de bevoegde ministers in studie is, zeer binnenkort aan de Conseil d'État zal worden voorgelegd.
5. Vaststaat dat de Franse Republiek op de datum waarop de termijn van het met redenen omkleed advies verstreek (brief van de Commissie van 3 september 1999; hierin was een termijn van twee maanden vanaf de kennisgeving ervan bepaald), nog steeds niet de noodzakelijke maatregelen had genomen voor de volledige omzetting van de richtlijn.
6. Het beroep van de Commissie moet dus gegrond worden verklaard.
7. Krachtens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de Franse Republiek in de kosten worden verwezen.
Conclusie
8. Mitsdien geef ik het Hof in overweging te verklaren dat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen mee te delen die nodig zijn om te voldoen aan alle bepalingen van richtlijn 97/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 1997 tot wijziging van de richtlijnen 92/50/EEG, 93/36/EEG en 93/37/EEG betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening, overheidsopdrachten voor leveringen respectievelijk overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken, de Franse Republiek de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2) De Franse Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy