Conclusie van de advocaat generaal
1. In de onderhavige zaak verzoekt de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof om vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 98/51/EG, de krachtens het Verdrag en deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2. Volgens vaste rechtspraak moet in een beroep krachtens artikel 226 EG het bestaan van een niet-nakoming worden beoordeeld op basis van de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn.
3. In casu blijkt uit de stukken in het dossier dat de Italiaanse Republiek na afloop van de in het met redenen omkleed advies van de Commissie gestelde termijn van twee maanden, te weten op 14 september 1999, niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen had vastgesteld die nodig zijn om aan richtlijn 98/51 te voldoen. De Italiaanse regering bestrijdt dit feit niet.
Conclusie
4. Bijgevolg geef ik het Hof in overweging om het beroep van de Commissie toe te wijzen en vast te stellen:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 98/51/EG van de Commissie van 9 juli 1998 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van richtlijn 95/69/EG van de Raad houdende vaststelling van de voorwaarden en bepalingen voor de erkenning en de registratie van bedrijven en tussenpersonen in de sector diervoeding, is de Italiaanse Republiek de krachtens artikel 10, lid 1, van richtlijn 98/51 op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten."
Full & Egal Universal Law Academy