Conclusie van de advocaat generaal
I - Inleiding
1. De onderhavige zaak vindt haar oorsprong in geschillen tussen de vennootschappen Lohmann GmbH & Co. KG en medi Bayreuth Weihermüller & Voigtmann GmbH & Co. KG (hierna respectievelijk Lohmann" en medi Bayreuth") enerzijds, en de Duitse douane-autoriteiten, in casu de Oberfinanzdirektion Koblenz, anderzijds, betreffende de indeling van een aantal producten als orthopedische artikelen en toestellen" onder post 9021 van de bij verordening nr. 2658/87 vastgestelde gecombineerde nomenclatuur (hierna: GN"), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1734/96.
II - Rechtskader
2. De GN is een nomenclatuur van goederen, vastgesteld ten behoeve van zowel het gemeenschappelijk douanetarief als de statistieken van de buitenlandse handel van de Gemeenschap; de GN is gebaseerd op het mondiaal geharmoniseerde systeem inzake de codering van goederen (hierna: GS"). In de versie van verordening nr. 1734/96 bevat de GN de volgende bepalingen.
3. Hoofdstuk 90 draagt het opschrift: Optische instrumenten, apparaten en toestellen; instrumenten, apparaten en toestellen, voor de fotografie en de cinematografie; meet-, verificatie-, controle- en precisie-instrumenten, -apparaten en -toestellen; medische en chirurgische instrumenten, apparaten en toestellen; delen en toebehoren van deze instrumenten, apparaten en toestellen."
4. Post 9021 omvat Orthopedische artikelen en toestellen, daaronder begrepen medisch-chirurgische gordels en banden, alsmede krukken; breukspalken en andere artikelen en apparaten voor de behandeling van breuken in het beendergestel; prothesen; hoorapparaten voor hardhorigen en andere voor het verhelpen of verlichten van gebreken of van kwalen dienende apparatuur, die door de patiënt in de hand wordt gehouden of op andere wijze wordt gedragen, dan wel wordt ingeplant."
5. Op grond van aantekening 1 b bij hoofdstuk 90 omvat dit hoofdstuk geen steungordels en andere ondersteunende artikelen, van textielstof, waarbij het beoogde effect op het te ondersteunen of op zijn plaats te houden orgaan enkel wordt verkregen door hun elasticiteit (bijvoorbeeld positiegordels, thoraxbandages, abdominale bandages, gewrichts- en spierbandages) (afdeling XI)".
6. Hoofdstuk 61 van afdeling XI van de GN draagt als opschrift: Kleding en kledingtoebehoren, van brei- of haakwerk", hoofdstuk 62 betreft Kleding en kledingtoebehoren, andere dan van brei- of haakwerk" en hoofdstuk 63 Andere geconfectioneerde artikelen van textiel; stellen of assortimenten; oude kleren en dergelijke; lompen en vodden".
7. Aantekening 2 c bij hoofdstuk 61 vermeldt, net als aantekening 2 b bij hoofdstuk 62 die van gelijke strekking is, dat deze twee hoofdstukken geen betrekking hebben op orthopedische artikelen, zoals breukbanden, medisch-chirurgische gordels en dergelijke".
III - Feiten en procesverloop
8. In 1997 verzochten Lohmann en medi Bayreuth elk de Duitse douane-autoriteiten om bindende tariefinlichtingen voor de indeling van de volgende producten: voor Lohmann de epX Wrist Dynamic" polsbandage, de epX Back Basic" rugbandage, de epX Elbow Basic" elleboogband en de epX Elbow Dynamic" elleboogbandage; voor medi Bayreuth de Stabimed" functionele kniebandage en de Collamed" functionele knie-orthese.
9. In antwoord op deze verzoeken verklaarden de Duitse autoriteiten dat al deze producten moesten worden ingedeeld onder GN-onderverdeling 6307 90 10, dat wil zeggen als geconfectioneerde artikelen van textiel, van brei- of haakwerk. Verzoeksters tekenden bezwaar aan tegen deze indeling, en stelden dat deze producten tot de in GN-post 9021 genoemde orthopedische producten behoorden. Nadat de Oberfinanzdirektion Koblenz hun bezwaren had afgewezen, stelden Lohmann en medi Bayreuth bij het Hessische Finanzgericht Kassel (fiscaal gerecht, hierna: Finanzgericht") vier afzonderlijke beroepen tot nietigverklaring in tegen genoemde bindende tariefinlichtingen en vorderden, de douane-autoriteiten te veroordelen tot afgifte van nieuwe bindende tariefinlichtingen waarin de genoemde producten onder GN-post 9021 werden ingedeeld.
10. Het Finanzgericht heeft twijfels over de juiste tariefindeling van de betrokken artikelen. Het vraagt zich onder meer af wat, gelet op het criterium van de elasticiteit van de stof, de werkingssfeer van aantekening 1 b bij hoofdstuk 90 van de GN is, en wat - voor een eventuele uitsluiting van de betrokken producten van de categorie van orthopedische producten - de betekenis is van de criteria genoemd in het arrest 3M Medica, waarin het Hof heeft verklaard dat de artikelen van post 9021 GN met elkaar gemeen hebben, dat zij speciaal zijn aangepast aan de handicap die zij moeten verhelpen, en speciaal voor een bepaalde persoon zijn vervaardigd".
11. In die omstandigheden heeft het Finanzgericht bij afzonderlijke beschikkingen van 21 februari 2000 besloten de behandeling van de bij hem aanhangige zaken te schorsen en het Hof overeenkomstig artikel 234 EG de volgende prejudiciële vragen te stellen.
In zaak C-260/00,
1) Valt onder de productomschrijving ,orthopedische artikelen in de zin van GN-post 9021 een polsbandage, de zogeheten ,epX Wrist Dynamic, maat M/L, gemaakt van een 1,2 mm dikke, eenkleurige, drielaagse stof met twee buitenlagen van elastisch breiwerk en een zeer dunne, in de dwarsdoorsnede niet zichtbare tussenlaag van kunststof, buisvormig genaaid, waarbij aan elke zijde vier licht gebogen, circa 12 cm lange spalkachtige staafjes van roestvrij metaal zijn verwerkt, met een lengte van circa 19 cm, met bovenaan een diameter van circa 11 cm en onderaan een diameter van circa 9 cm, en met een ronde uitsparing in het midden voor de duim?
2) Kan op grond van het in aantekening 1 b bij hoofdstuk 90 GN gebezigde begrip ,enkel, junctis de aantekeningen 2 c, respectievelijk 2 b bij de hoofdstukken 61 en 62 GN, de elasticiteit van het weefsel ook dan als enig maatgevend criterium worden beschouwd, wanneer de ondersteunende functie niet alleen door een met het gebruiksdoel overeenkomende confectionering, doch ook door andere elementen (hier de spalkachtige staafjes) ten minste wordt versterkt?"
In zaak 261/00,
1) Valt onder de productomschrijving ,orthopedische artikelen in de zin van GN-post 9021 een steungordel voor de rug, de zogeheten ,epX Back Basic rugbandage, maat S, door samenstikken geconfectioneerd, die overwegend bestaat uit opengewerkt elastisch breiwerk met een maximale dikte van 1,5 mm, een lengte van circa 87 cm en een breedte van circa 23 cm, aan de voorkant te sluiten met een klittenband en aan de buitenkant voorzien van twee extra elastische banden van breiwerk die, naar voren getrokken, aangespannen en op het klittenbandgedeelte kunnen worden bevestigd, waarbij in het midden (aan de achterkant) een smalle staaf van kunststof is ingenaaid en in het rugdeel een tas is gemaakt voor een pelotte?
2) Kan op grond van het in aantekening 1 b bij hoofdstuk 90 GN gebezigde begrip ,enkel, junctis de aantekeningen 2 c, respectievelijk 2 b bij de hoofdstukken 61 en 62 GN, de elasticiteit van het weefsel ook dan als enig maatgevend criterium worden beschouwd, wanneer de ondersteunende functie door een op het gebruiksdoel afgestemde confectionering door de verwerking van breiwerk met verschillende elasticiteit ten minste wordt versterkt?"
In zaak C-262/00,
1) Vallen onder de productomschrijving ,orthopedische artikelen in de zin van GN-post 9021 een elleboogband, de zogeheten ,epX Elbow Basic, en een elleboogbandage, de zogeheten ,epX Elbow Dynamic, gemaakt van een 1 mm dikke, eenkleurige, drielaagse stof met twee buitenlagen van elastisch breiwerk en een tussenlaag van kunststof, buisvormig genaaid, met een lengte van 8 cm (elleboogband), respectievelijk 22 cm (elleboogbandage, die tevens anatomisch genaaid is), die beide onder de elleboog over de onderarm worden getrokken en als een manchet worden gedragen, waarin een pelotte is verwerkt, waarover een rondlopende gordel, bestaande uit een elastisch en trekvast deel en een klittenband, loopt?
2) Kan op grond van het in aantekening 1 b bij hoofdstuk 90 GN gebezigde begrip ,enkel, junctis de aantekeningen 2 c, respectievelijk 2 b bij de hoofdstukken 61 en 62 GN, de elasticiteit van het weefsel ook dan als enig maatgevend criterium worden beschouwd, wanneer de ondersteunende functie door andere elementen (hier de pelotte) ten minste wordt versterkt?
3) Ingeval van een bevestigend antwoord op vraag 2: Kan op grond van algemene regel 3 b worden bepaald wanneer de ondersteunende functie van de andere niet uit elastisch weefsel/breiwerk bestaande elementen overweegt, of moeten hierbij andere criteria worden gehanteerd, en zo ja welke?"
In zaak C-263/00,
1) Vallen onder de productomschrijving ,orthopedische artikelen in de zin van GN-post 9021 functionele kniebandages met gewrichtsspalken en functionele knie-orthesen met bandage-effect, die hoofdzakelijk bestaan uit geconfectioneerde neopreen en aan de zijkant zijn voorzien van 30 cm, respectievelijk 37 cm lange aluminium gewrichtsspalken (ook verwijderbaar) met polycentrische gewrichten met extensiebeperking en die over twee banden van klittenband beschikken, waarbij het gebruik overeenkomstig de bestemming van beide kniebandages/knie-orthesen vooronderstelt dat de gewrichten individueel worden ingesteld door middel van staven die de extensie beperken?
2) Kan op grond van het in aantekening 1 b bij hoofdstuk 90 GN gebezigde begrip ,enkel, junctis de aantekeningen 2 c, respectievelijk 2 b bij de hoofdstukken 61 en 62 GN, de elasticiteit van het weefsel ook dan als enig maatgevend criterium worden beschouwd, wanneer de ondersteunende functie door andere materialen wordt versterkt?
3) Ingeval van een bevestigend antwoord op vraag 2: Kan op grond van algemene regel 3 b worden bepaald wanneer de ondersteunende functie van de andere niet uit elastisch weefsel/breiwerk bestaande elementen overweegt, of moeten hierbij andere criteria worden gehanteerd, en zo ja welke?"
12. Bij beschikking van de president van het Hof van 13 september 2000 zijn de bovengenoemde zaken gevoegd voor de schriftelijke en de mondelinge behandeling, alsook voor het arrest.
IV - Juridische analyse
A - Inleiding
13. Het Finanzgericht wenst in wezen van het Hof te vernemen of de betrokken producten vallen onder de goederenomschrijvingen van GN-post 9021 en wat in dit verband de werkingssfeer van aantekening 1 b bij hoofdstuk 90 GN is. Ik zal beide aspecten achtereenvolgens bespreken, en hierbij vooral op het tweede ingaan, omdat, indien mijn analyse uitwijst dat aantekening 1 b op een of meer van de betrokken producten van toepassing is, dit tevens meebrengt dat indeling onder hoofdstuk 90 en dus onder post 9021 uitgesloten is.
14. Vóór mijn bespreking moet ik erop wijzen dat volgens vaste rechtspraak van het Hof in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in beginsel moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de posten van het gemeenschappelijk douanetarief en in de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken zijn omschreven.
15. Voorts merk ik op dat de GS-toelichtingen van de Internationale Douaneraad belangrijke hulpmiddelen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten vormen, maar rechtens niet bindend zijn. Hier dient vooral te worden gewezen op aantekening I bij post 9021, volgens welke de orthopedische artikelen en toestellen van deze post
[...] dienen voor:
- hetzij het voorkomen of verhelpen van lichamelijke misvormingen;
- hetzij het ondersteunen of op hun plaats houden van organen na ziekte of operatie."
16. Aantekening I, punt 11, noemt vervolgens als dergelijke instrumenten en toestellen:
Toestellen tegen het scheefgroeien en tegen andere vervormingen van de ruggengraat, alsmede medisch-chirurgische korsetten en gordels (met inbegrip van bepaalde steungordels), die worden gekenmerkt door:
a. de aanwezigheid van opgevulde delen, kussens, speciale baleinen en veren, die kunnen worden aangepast aan de patiënt, of
b. door de aard van het materiaal waaruit zij zijn vervaardigd (leder, metaal, kunststof, enz.), of
c. de aanwezigheid van versterkte delen van stijve stukken textiel of van banden van verschillende breedte.
De speciale vorm en uitvoering van deze artikelen beantwoorden aan een bepaalde orthopedische functie, waardoor zij verschillen van gewone korsetten en gordels, ook al dienen deze laatste eveneens om organen te ondersteunen en op de goede plaats te houden [...]."
B - De werkingssfeer van aantekening 1 b bij hoofdstuk 90 GN
17. Zoals gezegd, sluit aantekening 1 b bij hoofdstuk 90 GN steungordels en andere ondersteunende artikelen van textielstof, waarbij het beoogde effect op het te ondersteunen of op zijn plaats te houden orgaan enkel wordt verkregen door de elasticiteit, uit van de orthopedische artikelen en toestellen", en deelt deze producten in onder afdeling XI van de GN. Het Finanzgericht wil nagaan of dit ook geldt voor artikelen waarvan de werking niet uitsluitend berust op de elasticiteit van het weefsel, maar ook op een bijzondere confectionering of op aanvullende elementen van niet-textiele materialen. De verwijzende rechter wil dus zien uitgemaakt of volgens de reeds aangehaalde aantekening ook gordels en bandages waarvan de werking voornamelijk berust op de elasticiteit van het weefsel, van hoofdstuk 90 zijn uitgesloten, hoewel in de verschillende taalversies van de aantekening het begrip elasticiteit in combinatie met het bijwoord enkel" (ausschließlich") wordt gebruikt. Zo ja, wenst de verwijzende rechter vervolgens te vernemen welk criterium moet worden gehanteerd ter bepaling van het wezenlijke element waarop de ondersteunende werking van de betrokken producten berust.
18. Behalve de Duitse douane-autoriteiten, die in hun opmerkingen bij het Hof hierover geen standpunt hebben bepaald, hebben alle partijen betoogd dat uit de formulering van de betrokken aantekening duidelijk blijkt dat enkel de elasticiteit van het textiel aan de basis ligt van de ondersteunende werking van de van hoofdstuk 90 GN uitgesloten producten.
19. Ik deel deze opvatting. Ik wijs erop dat het bijwoord enkel" waarop de verwijzende rechter wijst, alleen al naar de letter leidt tot uitsluiting van de werkingssfeer van aantekening 1 b van gordels en banden waarvan aanvullende elementen, anders dan de elasticiteit van het weefsel, eventueel bijdragen aan een ondersteunende werking. Dat genoemde aantekening enigszins anders is geformuleerd in de Italiaanse en Spaanse versie, waarin de term enkel" niet voorkomt, doet hieraan niet af. Deze versies zijn niet alleen volledig verenigbaar met de andere taalversies, maar hebben naar mijn mening dezelfde strekking, daar de ondersteunende werking van genoemde artikelen naar luid daarvan afhankelijk is van de elasticiteit. Bovendien wordt deze uitlegging, zoals medi Bayreuth en de Commissie in navolging van de verwijzende rechter reeds hebben betoogd, bevestigd doordat in hoofdstuk 90 de termen uitsluitend" en voornamelijk" duidelijk van elkaar zijn onderscheiden, zoals blijkt uit de formulering van aantekening 2 b bij dat hoofdstuk.
20. Deze overwegingen lijken mij afdoende om te stellen dat de toepassing van aantekening 1 b bij hoofdstuk 90 is beperkt tot gordels en banden waarvan de ondersteunende functie uitsluitend door de elasticiteit wordt verkregen. Op grond van deze aantekening 1 b moeten deze artikelen onder afdeling XI van de GN worden ingedeeld, aangezien het naar mijn mening in principe gaat om gordels en banden van textielstof die een algemene ondersteuningsfunctie vervullen en niet een bepaalde orthopedische functie", blijkens de toelichting kenmerkend is voor medisch-chirurgische gordels. Deze gordels vallen, zelfs indien zij van textielstof zijn vervaardigd, overeenkomstig de aantekeningen 2 c bij hoofdstuk 61 en 2 b bij hoofdstuk 62 van de GN buiten afdeling XI.
21. Wil aantekening 1 b buiten toepassing blijven, moet een gordel of band zijn werking dus eveneens (of zelfs uitsluitend) aan andere elementen dan elasticiteit ontlenen. Het spreekt echter vanzelf dat de loutere aanwezigheid van deze elementen niet noodzakelijkerwijze meebrengt dat het betrokken product zijn ondersteunende functie eveneens aan deze elementen ontleent; zoals reeds opgemerkt, kunnen elementen die niet van textiel zijn, ook aan een gordel of band zijn toegevoegd om er stabiliteit aan te geven, bijvoorbeeld om vervorming tegen te gaan, zonder dat dit daadwerkelijk bijdraagt aan de functie van ondersteuning van een orgaan. Wil van ondersteuning sprake zijn, is het naar mijn mening dan ook noodzakelijk dat de betrokken elementen specifiek bedoeld en technisch geschikt zijn om deze functie te vervullen, en wel zodanig dat de werking zonder deze elementen anders zou zijn.
22. In dit verband lijkt een gordel of band die is vervaardigd om de elasticiteit ervan doeltreffender te maken teneinde de ondersteuningsfunctie te verbeteren, niet buiten de werkingssfeer van aantekening 1 b te vallen, aangezien ook in dit geval de werking wordt verkregen door de elasticiteit ervan.
23. Gezien het voorgaande hoeft niet te worden nagegaan op basis van welke criteria eventueel moet worden bepaald, aan welk element de betrokken producten overwegend hun ondersteunende werking danken.
24. Nu de werkingssfeer van aantekening 1 b is gedefinieerd, rijst de vraag of deze aantekening op een van de artikelen in de onderhavige zaak van toepassing is, zodat dit artikel niet binnen hoofdstuk 90 van de GN valt. Op basis van de gegevens in het dossier lijkt deze vraag mij ontkennend te moeten worden beantwoord. Al deze artikelen zijn namelijk van textiel gemaakt en voorzien van extra onderdelen (kussens en staafjes of gewrichtsspalken van kunststof of metaal) die volgens de door de verzoeksters gegeven beschrijving op dezelfde wijze als het gedeelte van textiel bijdragen aan de beoogde werking. Weliswaar heeft de verwerende administratie dit voor het Finanzgericht betwist, maar in de processtukken is niets te vinden ter ondersteuning van die betwisting. Ik kan dan ook niet uitsluiten dat bovengenoemde extra onderdelen daadwerkelijk in de door mij aangegeven zin bijdragen aan de ondersteunende functie van de betrokken producten.
C - De indeling van de betrokken producten onder post 9021 van de GN
25. Ingeval bovengenoemde producten gezien hun eigenschappen buiten de werkingssfeer van aantekening 1 b bij hoofdstuk 90 vallen, moet worden nagegaan of zij onder de categorie orthopedische artikelen en toestellen van post 9021 van de GN vallen.
26. Hiertoe moet worden uitgegaan van het arrest 3M Medica, waarin het Hof deze post heeft uitgelegd in het licht van de relevante toelichtingen en heeft verklaard dat de artikelen van die post met elkaar gemeen hebben, dat zij speciaal zijn aangepast aan de handicap die zij moeten verhelpen, en speciaal voor een bepaalde persoon zijn vervaardigd".
27. In de loop van de procedure voor het Hof zijn partijen tot tegengestelde conclusies gekomen met betrekking tot de consequenties van het aangehaalde arrest voor de tariefindeling van de betrokken producten. De Commissie leidt eruit af dat op het moment van het ontstaan van douaneschuld de onder post 9021 vallende artikelen moeten zijn ontworpen voor of aangepast aan een specifieke functionele schade en aan een bepaalde persoon, of nadien worden aangepast door een specialist om het gebruik ervan voor een bepaalde persoon of voor een specifieke functionele schade mogelijk te maken. Dit stemt volgens de Commissie overigens overeen met de toelichting bij de GN, op grond waarvan orthopedische toestellen op maat moeten worden gemaakt voor een bepaalde patiënt.
28. Verzoeksters in het hoofdgeding brengen daartegen in dat voormeld arrest 3M Medica artikelen (in casu schoenen) betreft, die volgens voormelde toelichting slechts onder post 9021 zijn in te delen indien deze op maat zijn gemaakt. De toelichting beperkt het vereiste van vervaardiging op maat echter tot orthopedische zolen en schoenen, zodat niet voor alle artikelen van post 9021 de eis geldt dat deze voor een bepaalde persoon zijn vervaardigd, laat staan dat zij op maat zijn gemaakt.
29. Ik ben van oordeel dat de Commissie zich terecht baseert op het reeds aangehaalde arrest 3M Medica om te stellen dat de artikelen onder post 9021 bestemd zijn om door een bepaalde persoon en voor een bepaalde functionele schade te worden gebruikt. Ik denk echter niet dat een dergelijke conclusie, zoals de Commissie beweert, noodzakelijkerwijze voortvloeit uit het vereiste van vervaardiging op maat. Zoals duidelijk blijkt uit de toelichting, geldt dit vereiste in werkelijkheid alleen voor orthopedische zolen en schoenen, en volgens het arrest 3M Medica geldt het overigens alleen voor schoenen. Ik denk eerder, mede gezien de formulering van de toelichting, dat de gemeenschappelijke kenmerken van de artikelen van post 9021 waarop het Hof in de aangehaalde zaak heeft gewezen, namelijk dat zij speciaal zijn aangepast aan de handicap die zij moeten verhelpen", en speciaal voor een bepaalde persoon zijn vervaardigd", intrinsiek met elkaar verbonden zijn, en meer bepaald dat het tweede uit het eerste voortvloeit. Aangezien immers - zoals blijkt uit de formulering van de toelichting en door partijen niet wordt betwist - de orthopedische artikelen en toestellen van post 9021 bedoeld zijn om een bepaalde functionele schade of de gevolgen ervan te voorkomen of te behandelen, spreekt het vanzelf dat zij hun functie alleen kunnen vervullen indien zij zijn aangepast aan de lichaamsbouw van de betrokken patiënt en aan de wijze waarop genoemde functionele schade zich bij deze patiënt heeft voorgedaan of dreigt voor te doen.
30. Deze oplossing lijkt mij voor de hier aan de orde zijnde artikelen nog meer voor de hand te liggen aangezien, zoals gezegd, toestellen tegen het scheefgroeien en tegen andere vervormingen van de ruggengraat, alsmede medisch-chirurgische korsetten en gordels" volgens de toelichting worden gekenmerkt door de speciale vorm en uitvoering van deze artikelen die beantwoordt aan een bepaalde orthopedische functie. Derhalve betoogt de Commissie terecht dat deze artikelen, voor indeling onder post 9021, moeten zijn aangepast aan de lichaamsbouw van een bepaalde persoon, afhankelijk van de functionele schade die zij moeten voorkomen of genezen.
31. In dit licht lijkt het mij eveneens redelijk te stellen dat voormelde artikelen, indien zij oorspronkelijk niet zijn ontworpen om een specifieke functionele schade van een bepaalde patiënt te voorkomen of te behandelen, hiertoe moeten kunnen worden aangepast. Op dit punt deel ik wederom het standpunt van de Commissie, voorzover deze aanpassing, net als elke andere ingreep ter voorkoming of behandeling van een functionele schade, moet worden uitgevoerd op voorschrift en onder toezicht van een arts.
32. Ik kom tot de conclusie dat de hier aan de orde zijnde artikelen als orthopedische artikelen en toestellen onder post 9021 van de GN moeten worden ingedeeld voorzover zij zijn ontworpen of aangepast om door bepaalde patiënten op voorschrift en onder toezicht van een arts te worden gebruikt, teneinde een specifieke functionele schade of de gevolgen ervan te voorkomen of te behandelen. Naar mijn oordeel is het niet aan het Hof, maar aan de verwijzende rechter om vervolgens in concreto na te gaan of elk van de genoemde artikelen aan bovengenoemde voorwaarden voldoet.
V - Conclusie
33. Gezien al het bovenstaande geef ik het Hof in overweging, voor recht te verklaren:
Bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1734/96, moet als volgt worden uitgelegd:
1. Op grond van aantekening 1 b bij hoofdstuk 90 van de Gecombineerde Nomenclatuur zijn van indeling onder dit hoofdstuk uitgesloten, steungordels en andere ondersteunende artikelen, van textielstof, waarbij het beoogde effect op het te ondersteunen of op zijn plaats te houden orgaan enkel wordt verkregen door hun elasticiteit en waarbij de steungordel of andere ondersteunende artikelen geen ander element, materiaal of voorwerp bevatten die aan deze functie bijdraagt.
2. Voorzover de volgende goederen niet aan de voorwaarden voor de toepasselijkheid van aantekening 1 b bij hoofdstuk 90 van de Gecombineerde Nomenclatuur voldoen, dienen zij onder post 9021 van de Gecombineerde Nomenclatuur te worden ingedeeld, op voorwaarde dat zij op voorschrift en onder toezicht van een arts voor het gebruik door een bepaalde persoon worden aangepast teneinde een specifieke functionele schade of de gevolgen ervan te voorkomen of te behandelen:
- een polsbandage, de zogeheten ,epX Wrist Dynamic, maat M/L, gemaakt van een 1,2 mm dikke, eenkleurige, drielaagse stof met twee buitenlagen van elastisch breiwerk en een zeer dunne, in de dwarsdoorsnede niet zichtbare tussenlaag van kunststof, buisvormig genaaid, waarbij aan elke zijde vier licht gebogen, circa 12 cm lange spalkachtige staafjes van roestvrij metaal zijn verwerkt, met een lengte van circa 19 cm, met bovenaan een diameter van circa 11 cm en onderaan een diameter van circa 9 cm, en met een ronde uitsparing in het midden voor de duim;
- een rugbandage, de zogeheten ,epX Back Basic, maat S, door samenstikken geconfectioneerd, die overwegend bestaat uit opengewerkt elastisch breiwerk met een maximale dikte van 1,5 mm, een lengte van circa 87 cm en een breedte van circa 23 cm, aan de voorkant te sluiten met een klittenband en aan de buitenkant voorzien van twee extra elastische banden van breiwerk die, naar voren getrokken, aangespannen en op het klittenbandgedeelte kunnen worden bevestigd, waarbij in het midden (aan de achterkant) een smalle staaf van kunststof is ingenaaid en in het rugdeel een tas is gemaakt voor een pelotte;
- een elleboogband, de zogeheten ,epX Elbow Basic, en een elleboogbandage, de zogeheten ,epX Elbow Dynamic, gemaakt van een 1 mm dikke, eenkleurige, drielaagse stof met twee buitenlagen van elastisch breiwerk en een tussenlaag van kunststof, buisvormig genaaid, met een lengte van 8 cm (elleboogband), respectievelijk 22 cm (elleboogbandage, die tevens anatomisch genaaid is), die beide onder de elleboog over de onderarm worden getrokken en als een manchet worden gedragen, waarin een pelotte is verwerkt, waarover een rondlopende gordel, bestaande uit een elastisch en trekvast deel en een klittenband, loopt;
- een functionele kniebandage met gewrichtsspalken, de zogeheten ,Stabimed en functionele knie-orthesen met bandage-effect, de zogeheten ,Collamed, die hoofdzakelijk bestaan uit geconfectioneerde neopreen en aan de zijkant zijn voorzien van 30 cm, respectievelijk 37 cm lange aluminium gewrichtsspalken (ook verwijderbaar) met polycentrische gewrichten met extensiebeperking en die over twee banden van klittenband beschikken, waarbij het gebruik overeenkomstig de bestemming van beide kniebandages/knie-orthesen vooronderstelt dat de gewrichten individueel worden ingesteld door middel van staven die de extensie beperken."
Full & Egal Universal Law Academy