CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
J. MISCHO
van 16 mei 2002 (1)
Zaak C-282/00
Refinarias de Açúcar Reunidas SA (RAR)
tegen
Sociedade de Indústrias Agricolas Açoreanas SA (Sinaga)
[verzoek van Tribunal Judicial da Comarca de Ponta Delgada (Portugal) om een prejudiciële beslissing]
„Suiker – Specifieke maatregelen ten behoeve van de Azoren en Madeira – Poseima-programma – Besluit 91/315/EEG – Verordening (EEG) nr. 1600/92”
1. Toen de auteurs van de Verdragen zich de verwezenlijking van een grote interne markt tot doel stelden, beoogden zij geenszins het bestaan van zeer verschillende economische situaties in het gebied waarover die markt zich uitstrekt, te ontkennen.
2. Integendeel, al in de preambule van het EEG-Verdrag verklaren de ondertekenaars, dat zij [verlangen] de eenheid van hun volkshuishoudingen te versterken en de harmonische ontwikkeling daarvan te bevorderen door het verschil in niveau tussen de onderscheidene gebieden en de achterstand van de minder begunstigde gebieden te verminderen.
3. Deze duidelijk tot uitdrukking gebrachte wil om sommige gebieden niet aan de kant van de weg van de economische groei achter te laten, heeft zijn neerslag bijvoorbeeld ook gevonden in de regeling van de staatssteun in artikel 92 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 87 EG).
4. Terwijl deze bepaling staatssteun, voorzover deze het handelsverkeer tussen lidstaten ongunstig beïnvloedt, in principe verbiedt, noemt zij bij de steunmaatregelen die als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt kunnen worden beschouwd, de maatregelen ter bevordering van de economische ontwikkeling van streken waarin de levensstandaard abnormaal laag is of waar een ernstig gebrek aan werkgelegenheid heerst.
5. Als uitdrukking van die wil moet men ook de oprichting, in 1975, zien van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (2) , met de vooropgezette doelstelling de belangrijkste op regionaal gebied bestaande onevenwichtige situaties in de Gemeenschap op te heffen. De vaststelling van de Europese Akte in 1986 biedt de gelegenheid om in het derde deel van het EEG-Verdrag, betreffende het beleid van de Gemeenschap, een nieuwe titel V met het opschrift Economische en sociale samenhang op te nemen, waarin artikel 130 A bepaalt: Teneinde de harmonische ontwikkeling van de Gemeenschap in haar geheel te bevorderen, ontwikkelt en vervolgt de Gemeenschap haar optreden gericht op de versterking van de economische en sociale samenhang. De Gemeenschap stelt zich in het bijzonder ten doel, de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio's en de achterstand van de minst begunstigde regio's te verkleinen. De laatste volzin is nadien twee maal aangevuld, want nadat er in 1992 bij het Verdrag van Maastricht een verwijzing naar de plattelandsgebieden aan was toegevoegd, luidt zij thans in de versie van het Verdrag van Amsterdam als volgt: De Gemeenschap stelt zich in het bijzonder ten doel, de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio's en de achterstand van de minst begunstigde regio's of eilanden, met inbegrip van de plattelandsgebieden, te verkleinen [artikel 130 A EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 158 EG)].
De toepasselijke regelingen
6. De instellingen hebben echter die verdragswijzigingen niet afgewacht om specifieke programma's te ontwikkelen teneinde bepaalde ultraperifere gebieden in staat te stellen hun achterstand in te halen zonder aan hun volledige integratie in de interne markt af te doen. Zo heeft de Raad naar het voorbeeld van zijn besluit 89/687/EEG van 22 december 1989 tot instelling van een programma van speciaal op het afgelegen en insulaire karakter van de Franse overzeese departementen afgestemde maatregelen (POSEIDOM) (3) , op 26 juni 1991 zijn besluit 91/315/EEG tot instelling van een programma van speciaal op het afgelegen en insulaire karakter van Madeira en de Azoren afgestemde maatregelen (POSEIMA), vastgesteld. (4)
7. Daarmee werd gevolg gegeven aan een uitnodiging van de lidstaten aan de gemeenschapsinstellingen, opgenomen in een gemeenschappelijke verklaring bij de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing der Verdragen (5) , om bijzondere aandacht te schenken aan de ontwikkeling van die eilanden, zodat deze de handicaps die voortvloeien uit het feit dat zij ver van het Europese continent zijn gelegen, een bijzondere bergachtige structuur bezitten, ernstige tekortkomingen op het gebied van de infrastructuur kennen en economisch een achterstand hebben, kunnen overwinnen.
8. In de considerans van besluit 91/315 wordt onder meer het volgende overwogen: [...] dat dit programma dient te zijn gebaseerd op het tweeledige beginsel dat de Azoren en Madeira enerzijds deel uitmaken van de Gemeenschap en anderzijds erkenning vergen van hun regionale realiteit, welke samenhangt met hun bijzondere geografische ligging;[...] dat de maatregelen van dit programma de mogelijkheid moeten bieden met de specifieke omstandigheden en problemen van de Azoren en Madeira rekening te houden, zonder daarbij afbreuk te doen aan de integriteit en de samenhang van de communautaire rechtsorde; dat de economische gevolgen van de specifieke maatregelen derhalve tot het grondgebied van de Azoren en Madeira beperkt moeten blijven, zonder rechtstreeks de werking van de gemeenschappelijke markt ongunstig te beïnvloeden;[...][...] dat de uitzonderlijke geografische ligging van de Azoren en Madeira ten opzichte van de bronnen voor de voorziening met toegeleverde producten van bepaalde, voor dagelijks verbruik en voor verwerking op beide archipels essentiële voedingssectoren in die gebieden hoge kosten met zich brengt die voor deze sectoren een ernstige handicap vormen; dat hiertoe in een specifieke regeling voor de bevoorrading met de betrokken producten moet worden voorzien binnen de grenzen van de behoeften van de markt van de beide betrokken archipels en rekening houdend met de lokale productie en met de traditionele handelsstromen.
9. Deze doelstellingen worden in de bijlage bij het besluit, dat wil zeggen in het eigenlijke Poseima-programma, uitgewerkt als volgt: Titel IAlgemene beginselen
4. De maatregelen en acties waarin het Poseima-programma voorziet, moeten het mogelijk maken dat rekening wordt gehouden met de specifieke omstandigheden en problemen van de Azoren en Madeira, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de integriteit en de samenhang van de communautaire rechtsorde.[...]Titel IVSpecifieke maatregelen om met de bijzondere geografische ligging van de betrokken gebieden rekening te houden
9.2. Met betrekking tot de voor het verbruik of de verwerking in de beide gebieden essentiële landbouwproducten zal deze communautaire actie binnen de grenzen van de behoeften van de markt van de Azoren en Madeira, rekening houdend met de lokale productie en de traditionele handelsstromen en erop toeziend dat het aandeel van de rest van de Gemeenschap in de bevoorrading met producten wordt gewaarborgd, bestaan uit:
─ de vrijstelling van heffingen en/of douanerechten en van de in artikel 240 van de Toetredingsakte bedoelde bedragen van de uit derde landen afkomstige producten;
─ het scheppen van de mogelijkheid om onder gelijkwaardige voorwaarden en zonder toepassing van de in voornoemd artikel 240 bedoelde bedragen communautaire producten uit de interventievoorraden of op de markt van de Gemeenschap beschikbare producten te leveren.
De toepassing van dit stelsel berust op de volgende beginselen:
─ de hoeveelheden die onder dit bevoorradingsstelsel vallen zullen jaarlijks door middel van ramingen worden vastgesteld;
─ teneinde te waarborgen dat deze maatregelen op het niveau van de productiekosten en op dat van de consumentenprijzen zullen doorwerken, dient te worden voorzien in een controlemechanisme waarmede de doorwerking ervan tot bij de eindverbruiker kan worden nagegaan;
─ met betrekking tot de voorziening van de Azoren met ruwe suiker zal het stelsel van toepassing blijven tot het ogenblik waarop de ontwikkeling van de plaatselijke productie van suikerbieten het toelaat aan de behoeften van de markt van de Azoren te voldoen en op voorwaarde dat de totale hoeveelheid van op de Azoren geraffineerde suiker 10 000 ton niet overschrijdt;
[...]Titel VSpecifieke maatregelen ten behoeve van de productie van Madeira en de Azoren
14.4. Maatregelen tot ondersteuning van de lokale productie op de Azoren kunnen de vorm aannemen van:
─ voor suikerbieten:
─ een forfaitaire steun per hectare voor de ontwikkeling van de lokale productie tot ten hoogste een hoeveelheid die met een suikerproductie van 10 000 ton overeenkomt;
─ een specifieke steun voor de verwerking van witte suiker van lokaal voortgebrachte suikerbieten ter stabilisering van de bevoorradingskosten;
[...]
10. Voor de uitvoering van het Poseima-programma werd verordening (EEG) nr. 1600/92 van de Raad van 15 juni 1992 vastgesteld, houdende specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwproducten ten behoeve van de Azoren en Madeira. (6) In de considerans ervan wordt onder meer het volgende overwogen: [...] dat de hoeveelheden product waarvoor de specifieke bevoorradingsregeling geldt, moeten worden bepaald aan de hand van ramingsbalansen die periodiek worden opgesteld en in de loop van het verkoopseizoen op basis van de essentiële behoeften van de markten in deze regio's kunnen worden herzien, rekening houdend met de plaatselijke productie en de traditionele handelsstromen;[...] dat het economische effect van de betrokken regeling moet doorwerken in de productiekosten en de prijzen tot in het stadium van de eindgebruiker moet doen dalen; dat passende maatregelen moeten worden vastgesteld om te controleren of dit werkelijk het geval is;[...] dat, om elke verlegging van het handelsverkeer te voorkomen, de producten waarvoor de specifieke bevoorradingsregeling geldt, achteraf niet naar andere delen van de Gemeenschap of naar derde landen mogen worden uitgevoerd; dat, binnen de perken van de traditionele handelsstromen, evenwel van dit beginsel moet worden afgeweken voor de producten die traditioneel na verwerking in de archipels worden herverzonden of wederuitgevoerd;[...]dat, teneinde de interne op het consumptiepatroon afgestemde productie te ondersteunen, voor een aantal teelten en voor een aantal specifieke productierichtingen steunregelingen moeten worden opgezet;[...][...] dat voor de Azoren deze maatregelen met name moeten bijdragen tot de verbetering van de productiesituatie voor suikerbieten en van de concurrentievoorwaarden voor de plaatselijke suikerindustrie, maar tot bepaalde hoeveelheden moeten worden beperkt; [...]
11. In titel I van verordening nr. 1600/92, Specifieke bevoorradingsregeling, bepaalt artikel 3 als volgt:
1. Bij rechtstreekse invoer, in de regio's Azoren en Madeira, van producten waarvoor de specifieke bevoorradingsregeling geldt en die van oorsprong zijn uit derde landen, wordt voor de in de ramingsbalansen vastgestelde hoeveelheden geen heffing of douanerecht toegepast.
2. Om te waarborgen dat zowel ten aanzien van de hoeveelheden als van de prijs en de kwaliteit in de overeenkomstig artikel 2 bepaalde behoeften wordt voorzien, en onder handhaving van het aandeel van de bevoorradingen met producten vanuit de Gemeenschap, worden aan vorengenoemde regio's ook communautaire producten uit openbare interventievoorraden of producten die op de markt van de Gemeenschap beschikbaar zijn, geleverd op voorwaarden die voor de eindgebruiker gelijkwaardig zijn aan de voorwaarden die voor hem gelijkstaan met vrijstelling van de invoerrechten voor producten van oorsprong uit derde landen.Bij de vaststelling van die voorwaarden worden de kosten voor levering uit verschillende bevoorradingsbronnen en de prijzen bij uitvoer naar derde landen in aanmerking genomen.
3. De in dit artikel bedoelde regeling wordt zodanig ten uitvoer gelegd dat, onverminderd de toepassing van lid 4, met name rekening wordt gehouden met:
─ de specifieke behoeften van de betrokken regio's en, voor producten voor verwerking, nauwkeurige kwaliteitseisen;
─ de traditionele handelsstromen met de rest van de Gemeenschap.
4. Voor de bevoorrading van de Azoren met ruwe suiker wordt voor het bepalen van de behoeften uitgegaan van de ontwikkeling van de plaatselijke suikerbietenproductie. De voor de bevoorradingsregeling in aanmerking komende hoeveelheden worden zodanig vastgesteld dat de totale hoeveelheid suiker die jaarlijks in de Azoren wordt geraffineerd, niet meer bedraagt dan 10 000 ton.Wat betreft ruwe suiker, geldt artikel 9 van verordening (EEG) nr. 1785/81 niet voor de Azoren.
12. In dezelfde titel bepaalt artikel 8: De producten waarvoor de in deze titel bedoelde specifieke bevoorradingsregeling wordt toegepast, mogen achteraf niet worden uitgevoerd naar derde landen en niet worden verzonden naar de rest van de Gemeenschap.In geval van verwerking van de betrokken producten in de regio's Azoren en Madeira geldt dit verbod niet voor de traditionele uitvoer noch voor de traditionele verzendingen naar de rest van de Gemeenschap.
13. In titel II, Steunmaatregelen voor de productie op de Azoren en Madeira, afdeling 3, Maatregelen voor de productie op de Azoren, bepaalt artikel 25:
1. Ter stimulering van de suikerbietenproductie wordt een forfaitaire steun per hectare toegekend voor maximaal de oppervlakte die nodig is voor een productie van 10 000 ton witte suiker per jaar.De steun bedraagt 500 ecu per ingezaaide en afgeoogste hectare.
2. Voor de verwerking van op de Azoren geoogste suikerbieten tot witte suiker wordt specifieke steun toegekend voor een jaarlijkse productie van in totaal 10 000 ton geraffineerde suiker.De steun bedraagt 10 ecu per 100 kg geraffineerde suiker. Dit bedrag kan worden aangepast volgens de procedure van lid 3.Bepalingen ter uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 41 van verordening (EEG) nr. 1785/81.
Het hoofdgeding en de prejudiciële vragen
14. Op de Azoren is er maar één suikerraffinaderij, de Sociedade de Indústrias Agricolas Açoreanas SA (hierna: Sinaga), en afgezien van de eindverbruiker is zij dus de enige die zowel van de specifieke bevoorradingsregeling voor ruwe suiker als van de specifieke steun voor de verwerking van op de Azoren geoogste suikerbieten tot witte suiker profiteert.
15. In 1998 verkocht Sinaga een partij witte suiker aan een onderneming op het Portugese vasteland.
16. Dit kwam een op het Portugese vasteland gevestigde producent van witte suiker, Refinarias de Açúcar Reunidas SA (hierna: RAR), ter ore. Deze meende dat Sinaga geen in het kader van het Poseima-programma geproduceerde suiker op het Portugese vasteland mocht verkopen, en daagde haar voor het Tribunal Judicial da Comarca de Ponta Delgada.
17. RAR verzocht die rechterlijke instantie Sinaga bij wege van voorlopige maatregel te gelasten, zich te onthouden van de verkoop op het Portugese vasteland van witte suiker vervaardigd uit ruwe suiker die zij in het kader van het Poseima-programma met vrijstelling van heffing en/of douanerecht heeft ingevoerd of waarvoor de in dat programma geregelde verwerkingssteun is toegekend.
18. Van oordeel dat het voor de uitspraak in het bij hem aanhangige geding van wezenlijk belang was te bepalen, wat de gemeenschapswetgever precies met enkele bepalingen van verordening nr. 1600/92 had bedoeld, heeft de nationale rechter bij beschikking van 11 juli 2000 het Hof de volgende prejudiciële vragen gesteld:
1) Is artikel 8, tweede alinea, van verordening (EEG) nr. 1600/92 van de Raad van 15 juni 1992 van toepassing op
a) door verwerking van ruwe suiker verkregen suiker (de suiker zelf, afkomstig hetzij van ter plaatse geproduceerde suikerbieten, hetzij van ingevoerde ruwe suiker), of
b) enkel op suiker die in suikerwerk zoals gebak, frisdranken, enzovoort, is verwerkt? Wat is met andere woorden de strekking van het begrip verwerking van producten in die bepaling?
2) Kunnen de [in de tabel van de verwijzingsbeschikking] vermelde verkopen [van suiker die het thans door Sinaga geëxploiteerde bedrijf sinds 1907 buiten de Azoren heeft verricht] vallen onder de begrippen traditionele handelsstromen, traditionele uitvoer of traditionele verzending naar de rest van de Gemeenschap, bedoeld in de artikelen 3, lid 3, tweede streepje, en 8, tweede alinea, van genoemde verordening?
3) Is het, ongeacht het antwoord op de vorige vragen, in het kader van de sinds 1998 tot op heden geldende wettelijke regeling toelaatbaar dat Sinaga op het Portugese vasteland suiker verkoopt die zij heeft geproduceerd uit op de Azoren geteelde suikerbieten en voor de productie waarvan zij in het kader van het Poseima-programma communautaire steun ontvangt?
4) Is het, eveneens ongeacht het antwoord op de vorige vragen, in het kader van de sinds september 1998 tot op heden geldende wettelijke regeling toelaatbaar dat Sinaga op het Portugese vasteland suiker verkoopt die zij heeft geproduceerd uit in het kader van hetzelfde programma met vrijstelling van heffing ingevoerde ruwe suiker?
19. Alvorens op deze vragen in te gaan en uiteen te zetten welk antwoord er mijns inziens op moet worden gegeven, wil ik twee opmerkingen vooraf maken.
20. Tijdens de schriftelijke procedure heeft zowel Sinaga als de Portugese regering erop gehamerd, dat waar verordening nr. 1600/92 concrete vorm beoogt te geven aan het Poseima-programma, dat de Azoren in staat moet stellen hun verschillende handicaps te overwinnen, bij de uitlegging van die verordening systematisch de voorkeur moet worden gegeven aan die van de mogelijke interpretaties welke, op alle punten die verband houden met de productie en het in de handel brengen van suiker, het gunstigst is voor de belangen van de Azoren in het algemeen en die van Sinaga in het bijzonder.
21. Ik geloof niet dat het Hof zich bij zijn redenering dient te laten leiden door een dergelijke benadering, waarbij zou worden geredeneerd vanuit een vooroordeel in de eigenlijke zin van het woord.
22. Natuurlijk kan er ook geen sprake van zijn, in het andere uiterste te vervallen en de voorkeur te geven aan een uitlegging die de invloed van het Poseima-programma zoveel mogelijk beperkt.
23. Het valt immers niet te ontkennen dat de gemeenschapswetgever, door dat programma vast te stellen en uit te voeren, de Azoren en dus de daar gevestigde marktdeelnemers, producenten zowel als consumenten, een aantal voordelen heeft willen verschaffen, die in zijn ogen hun legitimiteit ontlenen aan de concrete omstandigheden op de Azoren, die voor de economische ontwikkeling van deze eilanden niet bepaald bevorderlijk zijn.
24. Maar dat betekent niet dat dezelfde wetgever de uitlegging van verordening nr. 1600/92 aan bijzondere regels heeft willen binden, afwijkend van die welke normaal kenmerkend zijn voor de redeneertrant van de gemeenschapsrechter.
25. De bijzondere regeling voor de Azoren is een gemeenschapsregeling zoals alle andere en moet zonder welk apriori ook worden begrepen.
26. Men gaat niet tegen de wil van de gemeenschapswetgever in, wanneer men de traditionele uitleggingsregels toepast om te bepalen, welke voorwaarden aan de aan de marktdeelnemers van de Azoren toegekende voordelen verbonden zijn en welke grenzen de wetgever daarbij heeft willen stellen.
27. In werkelijkheid voldoet men juist aan de wil van de wetgever, wanneer men die voordelen binnen de grenzen houdt die hijzelf heeft getrokken na te hebben onderzocht, welke uitzonderingen ten behoeve van de ontwikkeling van dat gebied konden worden toegestaan zonder het precaire evenwicht van het gemeenschappelijk landbouwbeleid te verstoren.
28. De gedachte achter het Poseima-programma is niet, dat de ontwikkeling van de Azoren het best wordt gewaarborgd door dit gebied buiten de werkingssfeer van het gemeenschapsrecht te plaatsen; het programma gaat er integendeel van uit dat een duurzame ontwikkeling, waarbij de bewoners het meeste baat hebben, kan worden verzekerd door de Azoren in staat te stellen zich dankzij bepaalde overgangsregelingen in de gemeenschappelijke markt te integreren.
29. Mijn tweede opmerking vooraf: ik wil er ook op wijzen dat de in de schriftelijke procedure opgeworpen vraag, hoe verordening nr. 1600/92 zich precies verhoudt tot de gemeenschappelijke marktordening voor suiker en dus tot verordening nr. 1785/81 van de Raad van 30 juni 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (7) , mijns inziens niet in het middelpunt staat van de discussie waartoe de prejudiciële vragen van de nationale rechter uitnodigen.
30. Aangezien niemand beweert dat de Azoren volledig buiten de werkingssfeer van de voorschriften van de gemeenschappelijke marktordening staan, lijkt het mij immers met het oog op de door het Hof te beantwoorden vragen niet nodig zich te plagen met het probleem, of verordening nr. 1600/92 een afwijkende regeling invoert die van toepassing is op de Azoren dan wel een uitsluitend voor dit gebied geldende specifieke regeling.
31. Waar het om gaat, is welke uitlegging moet worden gegeven aan enkele bepalingen van verordening nr. 1600/92, die van toepassing zijn op de productie en het in de handel brengen van suiker op de Azoren, bepalingen die ─ daar is iedereen het mee eens ─ bijzonder zijn in die zin dat het niet de voorschriften van verordening nr. 1785/81 zijn. Of men ze nu afwijkend of specifiek noemt, maakt mijns inziens geen verschil voor de uitlegging waartoe de bewoordingen van die bepalingen en hun verband met de andere bepalingen die tezamen het Poseima-programma vormen, nopen.
32. De keuze tussen die twee kwalificaties lijkt mij in wezen een kwestie van subjectieve beoordeling. Uit het grote verschil tussen de in de rest van de Gemeenschap geldende gemeenschappelijke marktordening en de regeling voor de Azoren ─ ik denk hier met name aan de niet-toepasselijkheid van de interventieregeling ingevolge artikel 3, lid 4, van verordening nr. 1600/92 -, zou men met enig recht kunnen concluderen, dat de Azoren onder een afwijkingsregeling zijn geplaatst. Maar men kan evengoed stellen dat de toepassing van enkele specifieke voorschriften, hoe belangrijk deze ook zijn, geenszins mag verhelen dat verordening nr. 1785/81, als zodanig en voorzover zij niet met een bepaling van verordening nr. 1600/92 in botsing komt, op de Azoren op dezelfde voet van toepassing is als in de rest van de Gemeenschap.
De eerste vraag
33. Bij de eerste vraag is RAR de enige die beweert, dat geraffineerde suiker voor de toepassing van artikel 8 van verordening nr. 1600/92 niet als een door een verwerking verkregen product kan worden beschouwd, en dat dus voor witte suiker die op de Azoren is geproduceerd uit ruwe suiker waarop de in artikel 3 van genoemde verordening omschreven specifieke bevoorradingsregeling is toegepast, artikel 8, tweede alinea, volgens welke [i]n geval van verwerking van de betrokken producten in de regio's Azoren en Madeira [...] dit verbod niet [geldt] voor de traditionele uitvoer noch voor de traditionele verzendingen naar de rest van de Gemeenschap, niet van toepassing is.
34. Enkel wanneer hij verwerkt is in producten als frisdranken, gebak, chocolade of ander suikerwerk, zou geraffineerde suiker kunnen worden geacht een verwerking in de zin van artikel 8, tweede alinea, te hebben ondergaan.
35. Tot staving van deze bewering betoogt RAR, dat waar suiker in al zijn vormen voor de toepassing van het EG-Verdrag als een landbouwproduct wordt beschouwd en de speciale bevoorradingsregeling op landbouwproducten van toepassing is, witte suiker als een onder die regeling vallend product moet worden beschouwd en ingevolge artikel 8, eerste alinea, niet heruitgevoerd of opnieuw verzonden kan worden.
36. Dit lijkt mij geen standpunt dat serieus te verdedigen valt.
37. Ook zonder al te diep te moeten ingaan op de argumenten van Sinaga, de Portugese regering en de Commissie, kunnen hiertegen de twee volgende overwegingen worden ingebracht. In de eerste plaats, wat artikel 8, eerste alinea, verbiedt, is de heruitvoer of herverzending van producten die zelf onder de specifieke bevoorradingsregeling zijn ingevoerd. Witte suiker is echter geen ruwe suiker. In de tweede plaats, witte suiker is nu juist door verwerking van ruwe suiker verkregen en ten opzichte van het onder genoemde regeling ingevoerde product is het dus stellig een verwerkt product.
38. Dat bepaalde producten van eerste verwerking, zoals witte suiker, in de zin van het EG-Verdrag als landbouwproducten worden beschouwd, is voor de toepassing van het Poseima-programma volstrekt irrelevant, daar dit in het kader van de specifieke bevoorradingsregeling en de daarmee samenhangende verboden enkel het oog heeft op welbepaalde producten en niet op alle landbouwproducten.
39. Daarbij komt dat er geen enkel gevaar is dat ondernemingen die gebruik van de specifieke bevoorradingsregeling hebben gemaakt, daarvan profiteren om hun concurrentiepositie op de markt van de rest van de Gemeenschap of bij de uitvoer te verbeteren, aangezien uitvoer en verzending ook na de verwerking tot witte suiker verboden blijven, behalve in het kader van traditionele handelsstromen.
40. Men merke overigens op dat de wetgever zelfs bij verkopen in het kader van traditionele handelsstromen elke vervalsing van de mededinging heeft willen voorkomen; immers, ingevolge artikel 9 van verordening nr. 1600/92 wordt bij uitvoer van een verwerkt product geen uitvoerrestitutie toegekend.
41. Weliswaar zou witte suiker die uit onder de specifieke bevoorradingsregeling ingevoerde ruwe suiker is verkregen, bij herverzending naar een ander punt van het grondgebied van de Gemeenschap eventueel in een gunstige concurrentiepositie kunnen verkeren, al lijkt dit wegens de niet te verwaarlozen transportkosten twijfelachtig, maar hoe dan ook dient die herverzending in het kader van traditionele handelsstromen plaats te vinden. Ik zie echter niet hoe de invoering van het Poseima-programma, dat ─ nogmaals ─ het voor de Azoren mogelijk moet maken zich onder goede voorwaarden in de interne markt te integreren, gepaard had kunnen gaan met de afschaffing van de traditionele handelsstromen.
42. Het is dus duidelijk dat het antwoord op de eerste vraag van de nationale rechter moet luiden, dat witte suiker voor de toepassing van artikel 8, tweede alinea, van verordening nr. 1600/92 als een door verwerking verkregen product is te beschouwen.
De tweede vraag
43. Met zijn tweede vraag wenst de nationale rechter te vernemen of er, gezien de gegevens van een in zijn beschikking opgenomen tabel, gesproken kan worden van traditionele handelsstromen van witte suiker in de zin van artikel 3, lid 3, tweede streepje, van verordening nr. 1600/92, of van traditionele uitvoer of traditionele verzending naar de rest van de Gemeenschap in de zin van artikel 8, tweede alinea, van deze verordening.
44. Laat mij er meteen op wijzen dat bedoelde tabel enkel informatie over verkopen naar het Portugese vasteland en Madeira geeft en dat ik daarom niet zie, hoe ik iets zou kunnen zeggen over het bestaan van traditionele uitvoer, in de zin van verkopen naar derde landen, waarmee bovendien het geding naar aanleiding waarvan de nationale rechter zijn vragen heeft gesteld, volstrekt niets te maken heeft.
45. Wat heeft, na deze precisering, die tabel te vertellen?
46. Om te beginnen moet ik zeggen dat zij niet zoveel bruikbare informatie oplevert, want ofschoon zij tot 1907 teruggaat en loopt tot 1992, bevat zij voor een aantal jaren geen gegevens, zo bijvoorbeeld de jaren 1948 tot en met 1961, 1970 tot en met 1974, 1982 en 1983 en 1986 tot en met 1989.
47. Maar ook voor de wel verwerkte jaren is de tabel niet duidelijk; zij bevat drie kolommen, respectievelijk met het opschrift Madeira, Portugees vasteland en Madeira/Portugees vasteland, zonder dat duidelijk is waar de kolom Madeira/Portugees vasteland betrekking op heeft.
48. Men zou kunnen denken dat voor elk jaar in die kolom het totaal van de twee andere kolommen is vermeld, maar dat is kennelijk niet het geval. Immers, terwijl er voor de jaren 1907 tot en met 1947 cijfers staan in de kolom Portugees vasteland, is er voor die jaren niets in de derde kolom vermeld.
49. Misschien moet dan ervan worden uitgegaan dat de kolom Madeira/Portugees vasteland informatie bevat over verkopen naar hetzij Madeira hetzij het Portugese vasteland, waarbij de precieze bestemming niet kon worden vastgesteld. Daar bij de jaren waarin deze kolom verkopen vermeldt, de twee andere kolommen blanco zijn, zou men geneigd kunnen zijn daaruit te concluderen, dat de instanties die de handelsstatistieken van de Azoren moesten opstellen, enkel aantekening maakten van de verzendingen zonder zich om de bestemming ervan te bekommeren, wat toch wel een beetje bizar is. Maar zelfs bij deze interpretatie is die kolom niet echt bruikbaar om vast te stellen, of er sprake was van traditionele verzending naar de rest van de Gemeenschap in de zin van artikel 8, tweede alinea, en om welke hoeveelheden het daarbij ging.
50. Hoe dan ook, terwijl de kolom Portugees vasteland voor de periode 1907-1947 melding maakt van regelmatige, zij het qua volume zeer uiteenlopende verkopen, bevat hij niets voor de jaren daarna, met uitzondering van 1984 en 1985, waarin de verkopen 3 024 000 respectievelijk 6 175 250 kg zouden hebben bedragen, wat niet weinig is vergeleken met de 10 000 ton die Sinaga ingevolge verordening nr. 1600/92 maximaal mag produceren.
51. De kolom Madeira is tot 1981 blanco. Voor dat jaar wordt 2 236 850 kg opgevoerd. Voor 1990 wordt 184 660 kg vermeld, voor 1991 258 700 kg en voor 1992 ten slotte 30 000 kg.
52. De kolom Madeira/Portugees vasteland vermeldt verkopen van 300 000 tot 6 081 440 kg tussen 1962 en 1970, en van 1 500 kg per jaar tussen 1975 en 1979. Volgens de verwijzende rechter gaat het bij deze laatste verkopen in werkelijkheid om kerstcadeautjes.
53. Tijdens de schriftelijke procedure hebben RAR en de Commissie verklaard, dat wanneer er na een onderbreking sinds 1948 in 1984-1985 plotseling weer cijfers betreffende verkopen naar Portugal verschijnen, dit het gevolg is van de intrekking van het tot dan toe in de Portugese wetgeving bestaande verbod van de verkoop van Azorensuiker op het Portugese vasteland.
54. Ter terechtzitting heeft Sinaga het bestaan van een dergelijk verbod ontkend. Volgens haar ging het in de betrokken jaren niet om de intrekking van een verbod, maar om de afschaffing van een invoerbelasting.
55. Wat echter ook de oorzaak van de onderbreking van de verkopen in de periode 1948-1983 mag zijn geweest, de onderbreking zelf wordt niet betwist, evenmin als het feit dat na 1986 de verkoop naar het Portugese vasteland volledig is weggevallen.
56. Indien een traditie, zoals de Commissie terecht te bedenken geeft, moet worden begrepen als een in de tijd of in het verleden steeds weer herhaalde handeling, met de connotatie van continuïteit en regelmaat in de tijd, dan lijkt het mij moeilijk om te zeggen, dat de door de nationale rechter voorgelegde tabel traditionele handelsstromen zichtbaar maakt.
57. Twee duidelijk geïdentificeerde verzendingen naar het Portugese vasteland in de gehele periode 1948-1992 kunnen bezwaarlijk worden geacht uitdrukking te geven aan een traditie. Hetzelfde geldt voor de verzendingen waarvan zeker is dat zij Madeira als bestemming hadden; gedurende de periode 1907-1992 vonden er in vier jaar, waarvan slechts drie opeenvolgende jaren, dergelijke verzendingen plaats (met hoeveelheden tussen 30 000 en 258 700 kg).
58. In werkelijkheid gaat het eerder om episodische dan om traditionele handelsstromen, want wat eraan ontbreekt, is bestendigheid en regelmaat. Men zou tot dezelfde conclusie komen, indien men zich aansloot bij het standpunt van RAR, volgens hetwelk er slechts sprake van traditionele handelsstromen in de zin van verordening nr. 1600/92 kan zijn, wanneer er gedurende de vijf of eventueel de drie jaar voorafgaande aan de inwerkingtreding van die verordening handelsverkeer is geweest.
59. Dergelijke periodes worden in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid traditioneel in aanmerking genomen wanneer quota of contingenten moeten worden toegekend aan marktdeelnemers bij wie men wil voorkomen, dat hun toegang tot de markt wordt bemoeilijkt door de toepassing van gemeenschapsvoorschriften die voordien niet voor hen golden.
60. In het bijzonder zouden bij de toetreding van nieuwe lidstaten de productiequota voor suiker op een dergelijke basis zijn toegekend.
61. Dit lijkt mij een redelijke oplossing in die zin, dat wanneer de gemeenschapswetgever de traditionele handelsstromen in stand wilde houden, dat niet was om historische rechten te erkennen waarvan verzendingen tussen 1907 en 1947 het bewijs zouden kunnen vormen, maar veel prozaïscher, zoals de Commissie beklemtoont, om niet met de ene hand aan de producenten van de Azoren te ontnemen wat hij hun met de andere hand gaf, of anders gezegd, om te voorkomen dat de instelling van de specifieke bevoorradingsregeling zich keert tegen de archipel welks belang zij moet dienen, doordat de Azoren markten verliezen waarop zij hun producten vóór de invoering van het Poseima-programma regelmatig afzetten, met dien verstande dat de specifieke bevoorradingsregeling evenmin de werking van de gemeenschappelijke markt mocht verstoren door voor de producenten van de Azoren markten te openen waarop zij met een onmiskenbaar concurrentievoordeel zouden kunnen doordringen.
62. Wat verordening nr. 1600/92 wil, is handhaving van de status quo en, gelet op de voorgelegde tabel, hoort daar de traditionele verzending van witte suiker naar het Portugese vasteland stellig niet bij.
63. Dit ontbreken van traditionele handelsstromen met de rest van de Gemeenschap in het bijzondere geval van witte suiker is niet in tegenspraak met de erkenning van de noodzaak om met die stromen rekening te houden, in artikel 3, lid 3, tweede streepje, van verordening nr. 1600/92.
64. Deze bepaling heeft, zoals al gezegd, betrekking op alle producten waarvoor de specifieke bevoorradingsregeling geldt, en niet enkel op suiker, zodat zij door de conclusie waartoe ik in verband met suiker ben gekomen, geenszins elk nuttig effect verliest.
65. Zij kan immers van toepassing zijn op andere producten, waarvoor daadwerkelijk traditionele handelsstromen zouden kunnen bestaan.
66. Ik kan evenwel niet instemmen ─ en het lijkt mij nuttig dit te vermelden, ook al heeft het in de praktijk geen consequenties voor de oplossing van het bij de nationale rechter aanhangige geding ─ met de stelling van RAR, dat lid 3 van artikel 3 niet op suiker van toepassing is, omdat dit product alleen onder lid 4 van dat artikel zou vallen.
67. Immers, wanneer de bepaling van lid 3 onverminderd de toepassing van lid 4 geldt, dan wil dat niet zeggen dat lid 3 niet op suiker van toepassing is; het enige wat daarmee wordt aangegeven, is dat bij de raming van de in te voeren hoeveelheden in de eerste plaats rekening moet worden gehouden met de behoeften van de betrokken regio's en de traditionele handelsstromen, alsook met de ontwikkeling van de lokale suikerbietenproductie, en in de tweede plaats met het feit dat op de Azoren jaarlijks niet meer dan 10 000 ton suiker mag worden geraffineerd.
68. De uitlegging van RAR negeert zowel de normale betekenis van de term onverminderd als het logische verband tussen lid 3 en lid 4.
69. De raming van de behoefte aan bevoorrading met ruwe suiker kan niet uitsluitend op de lokale suikerbietenproductie worden gebaseerd, want dat zou er merkwaardig genoeg op neerkomen, dat de vraag op basis van het aanbod wordt bepaald. Zoals lid 3 aangeeft, moet daarbij noodzakelijkerwijze rekening worden gehouden met de specifieke behoeften van de betrokken regio's in relatie tot hun verbruik, met inaanmerkingneming van de lokale suikerbietenproductie, omdat deze in een deel van die behoeften kan voorzien.
70. Met de ingevoerde ruwe suiker moet het tekort aan witte suiker worden opgeheven, dat bij een vergelijking tussen het verbruik en het aanbod van witte suiker uit ter plaatse geoogste suikerbieten blijkt te bestaan.
71. Op grond van een en ander geef ik het Hof in overweging, de tweede vraag ontkennend te beantwoorden.
De vierde vraag
72. Ik begin nu meteen met het onderzoek van de vierde vraag, want ofschoon deze ongeacht het antwoord op de vorige vragen is gesteld, is het antwoord wel te vinden in wat ik zojuist in verband met de tweede vraag heb vastgesteld.
73. Ik herinner eraan dat artikel 8 van verordening nr. 1600/92 in de eerste alinea een strikt verbod bevat om producten die onder de specifieke bevoorradingsregeling in de Azoren zijn ingevoerd, weer te verzenden of weer uit te voeren. Dit verbod kent slechts één uitzondering, te weten die van de tweede alinea, volgens welke [i]n geval van verwerking van de betrokken producten in de regio's Azoren en Madeira [...] dit verbod niet [geldt] voor de traditionele uitvoer noch voor de traditionele verzendingen naar de rest van de Gemeenschap. Uit wat ik zojuist heb vastgesteld met betrekking tot het ontbreken van traditionele handelsstromen van witte suiker naar het Portugese vasteland, volgt derhalve onontkoombaar dat Sinaga op het Portugese vasteland geen suiker mag verkopen die zij heeft verkregen uit in het kader van het Poseima-programma met vrijstelling van heffing gekochte ruwe suiker.
74. Artikel 8 bevat niet de minste onduidelijkheid of vaagheid die aanleiding zou kunnen geven tot twijfel over het absolute karakter van de verbodsbepalingen van dat artikel.
75. Dat heeft Sinaga er echter niet van weerhouden, in punt 82 van haar opmerkingen te betogen dat het bestaande rechtskader, of men dit nu beziet vanuit de letter van de toepasselijke bepalingen dan wel vanuit de structuur van het stelsel, slechts een uitlegging toelaat die het recht van Sinaga erkent om suiker die zij uit onder de specifieke bevoorradingsregeling ingevoerde ruwe suiker heeft verkregen, op het Portugese vasteland te verkopen, daar deze verkoop onder de bepaling betreffende traditionele verzendingen naar de rest van de Gemeenschap kan worden gebracht.
76. Zelfs beweert zij (punt 72 van haar opmerkingen), dat het enkele feit dat er in het verleden suiker van de Azoren naar het Portugese vasteland is verkocht, moet worden geacht te volstaan voor een beroep op de uitzondering op het verbod van verhandeling buiten de markt van de Azoren. Als ik mij niet vergis, zou dit betekenen dat enkele suikerverkopen naar het Portugese vasteland voldoende bewijs opleveren van het bestaan van traditionele handelsstromen en dat de verwijzing door de gemeenschapswetgever naar dat bestaan geen enkele consequentie heeft in termen van beperking van de volumes die verzonden mogen worden. Deze redenering is kennelijk inacceptabel, daar zij de term traditioneel elke concrete inhoud ontneemt.
77. Het is overigens opvallend dat de Portugese regering, die bij de andere vragen de analyses van Sinaga overneemt, zich bij deze vierde vraag beperkt tot de opmerking dat de Portugese Republiek van oordeel is, dat de suikerindustrie van de Azoren het recht heeft suiker gewonnen uit met vrijstelling van heffing ingevoerde ruwe suiker, op het Portugese vasteland te verkopen met inachtneming van de voorwaarden van artikel 8, tweede alinea, van verordening nr. 1600/92 (punt 57 van haar opmerkingen).
78. Naar mijn mening ─ en ik zeg het nogmaals ─ beoogt de uitzondering die de gemeenschapswetgever voor de traditionele handelsstromen heeft gemaakt, niets anders en niets meer dan het behoud van de status quo. In het geval dat er dergelijke handelsstromen hadden bestaan, zouden de hoeveelheden witte suiker gewonnen uit onder de specifieke bevoorradingsregeling ingevoerde ruwe suiker, die uitgevoerd of naar het Portugese vasteland verzonden konden worden, dus nooit groter hebben kunnen zijn dan de in het kader van bedoelde handelsstromen uitgevoerde of verzonden hoeveelheden.
79. Aangezien ik bij de tweede vraag tot het oordeel ben gekomen, dat met betrekking tot witte suiker het bestaan van traditionele handelsstromen niet kan worden vastgesteld, kan ik hier alleen maar concluderen dat de verzending naar het Portugese vasteland van witte suiker die in de Azoren door Sinaga is geproduceerd uit onder de specifieke bevoorradingsregeling ingevoerde ruwe suiker, op een absoluut verbod stuit.
De derde vraag
80. Rest nog de derde vraag te onderzoeken, die enkele moeilijke problemen doet rijzen. Sinaga, de Portugese regering en de Commissie wijzen erop dat in artikel 25 van verordening nr. 1600/92 de toekenning van een forfaitaire steun per hectare verbouwde suikerbieten en van een specifieke steun voor de verwerking van in de Azoren geoogste suikerbieten tot witte suiker niet is gekoppeld aan een verbod om de in de Azoren uit lokale suikerbieten gewonnen witte suiker uit te voeren of naar het Portugese vasteland te verzenden.
81. Daar bovendien artikel 25 deel uitmaakt van titel II, Steunmaatregelen voor de productie op de Azoren en Madeira, kan niet worden gezegd dat het verbod van artikel 8, dat zelf onderdeel is van titel I, Specifieke bevoorradingsregeling, automatisch ook geldt voor suiker waarop de steunmaatregelen van artikel 25 van toepassing zijn.
82. Evenmin kan men zeggen dat het een algemene regel van het gemeenschappelijk landbouwbeleid is, dat een product waarvoor steun is verleend, niet buiten het productiegebied mag worden afgezet.
83. En ten slotte is er het beginsel van het vrije goederenverkeer, een van de pijlers van de gemeenschappelijke markt. Moet dan, gelet op al deze in een zelfde richting wijzende elementen, Sinaga, de Portugese regering en de Commissie gelijk worden gegeven wanneer zij betogen, dat witte suiker waarvoor de in artikel 25 van verordening nr. 1600/92 bedoelde steun is toegekend, zonder enige beperking naar het Portugese vasteland kan worden verzonden?
84. Dat geloof ik niet. Samen met RAR ben ik van mening dat een dergelijke vrijheid van afzet op het Portugese vasteland de samenhang van het Poseima-programma zou vernietigen.
85. Het moge juist zijn dat verordening nr. 1600/92 geen bepaling bevat die de afzet buiten de Azoren van witte suiker waarvoor krachtens artikel 25 steun is toegekend, verbiedt, maar een dergelijk verbod valt wel af te leiden uit besluit 91/315, dat wil zeggen het Poseima-programma zelf, en met name uit punt 9.2. van de bijlage.
86. Volgens dit punt immers zal, met betrekking tot de voorziening van de Azoren met ruwe suiker, het stelsel van toepassing blijven tot het ogenblik waarop de ontwikkeling van de plaatselijke productie van suikerbieten het toelaat aan de behoeften van de markt van de Azoren te voldoen en op voorwaarde dat de totale hoeveelheid van op de Azoren geraffineerde suiker 10 000 ton niet overschrijdt.
87. Heel duidelijk wil dit zeggen dat de specifieke bevoorradingsregeling vanaf het begin als een overgangsmaatregel is bedoeld, als aanvulling op de ─ ten opzichte van de lokale behoeften ─ te geringe productie van suikerbieten op de Azoren, waarvan de groei juist door middel van de in punt 14.4. van dezelfde bijlage geregelde steunmaatregelen voor de productie en de verwerking tot witte suiker moest worden bewerkstelligd.
88. Het Poseima-programma beoogt in werkelijkheid in de eerste plaats de zelfverzorging van de Azoren te verzekeren, zij het ook met behulp van een zekere mate van steun uit de gemeenschapsbegroting, maar dan wel steun waarbij de plaatselijke landbouwproducties duurzaam baat hebben, en geen steun voor de invoer van verwerkte of halfverwerkte producten uit de rest van de Gemeenschap.
89. Bij gelijkblijvende lokale consumptie zullen de hoeveelheden ruwe suiker die voor toepassing van de specifieke bevoorradingsregeling in aanmerking komen, dus verminderen naarmate de suikerproductie op basis van op de Azoren geoogste suikerbieten toeneemt. Die vermindering is, voorzover het de bevoorrading van de markt van de Azoren met suiker betreft, het kerndoel van het hele ingevoerde stelsel.
90. Zou men toestaan dat de uit ter plaatse geoogste suikerbieten gewonnen suiker aan de lokale markt van de Azoren werd onttrokken, dan zou er niets komen van de beoogde vermindering van de onder de specifieke bevoorradingsregeling ingevoerde hoeveelheden ruwe suiker en zou de gehele operatie, als het vullen van het vat der Danaïden, bij voorbaat tot mislukken zijn gedoemd.
91. Het is immers duidelijk dat, indien Sinaga de mogelijkheid had suiker die zij dankzij de steunmaatregelen van artikel 25 heeft geproduceerd, met een niet te ontkennen mededingingsvoordeel uit de Azoren te verzenden, zij dat zeker zou doen. Dit zou tot gevolg hebben dat de bevoegde autoriteiten bij de jaarlijkse opstelling van de ramingsbalans zouden moeten vaststellen, dat de onder de specifieke bevoorradingsregeling vallende hoeveelheden suiker gelijk moeten blijven of zelfs groter moeten worden teneinde de plaatselijke markt van de Azoren te bevoorraden onder de voorwaarden die het Poseima-programma voor de consumenten aldaar wilde waarborgen.
92. Een dergelijke situatie zou onvermijdelijk op een ware pervertering van het systeem uitlopen en dit, zo dunkt mij, moet tot elke prijs worden voorkomen.
93. Rest nog de vraag hoe dat te bereiken, dat wil zeggen te bewerkstelligen dat Sinaga zich op grond van de regels van gemeenschapsrecht die haar activiteiten beheersen, houdt aan het verbod om suiker waarvoor de in artikel 25 van verordening nr. 1600/92 bedoelde steun is toegekend, uit te voeren of te verzenden.
94. Ik zie hier slechts twee mogelijkheden. De eerste daarvan is dat het Hof oordeelt dat, ofschoon een dergelijk verbod in verordening nr. 1600/92 nergens uitdrukkelijk voorkomt, de uitlegging van deze verordening in samenhang met het bepaalde in besluit 91/315, dat er de rechtsgrondslag van vormt, niettemin tot de conclusie voert dat zij noodzakelijkerwijze, ook al is het maar tussen de regels door, dat verbod bevat.
95. Deze oplossing, dit moet niet verheeld worden, zou het nadeel hebben dat het Hof zich moet wagen aan een uitlegging die het blootstelt aan een kritiek die het waarschijnlijk liever vermijdt.
96. Deze kritiek zou het feit betreffen dat het Hof, terwijl het steeds het fundamentele karakter van het beginsel van het vrije goederenverkeer heeft verkondigd en geoordeeld heeft dat afwijkingen ervan restrictief moeten worden uitgelegd, nu opeens een nieuw element in dat beginsel inbrengt door met impliciete of althans ongeschreven beperkingen voor de dag te komen.
97. De mogelijkheid, om niet te zeggen de waarschijnlijkheid, van die kritiek lijkt mij echter geen onoverkomelijk bezwaar, daar het verbod, ook al staat het niet met zoveel woorden in verordening nr. 1600/92, uit de bijlage bij besluit 91/315 kan worden afgeleid, zonder dat de tekst daarvan geweld moet worden aangedaan.
98. De tweede mogelijkheid is dat het Hof, in plaats van de verordening zo uit te leggen, dat haar incoherentie met het besluit niet aan de dag treedt, akte neemt van die incoherentie ─ te weten het ontbreken in de verordening van een verbod om suiker waarvoor de in artikel 25 bedoelde steun is toegekend, buiten de markt van de Azoren af te zetten ─ en, redenerend vanuit het geldigheidsbegrip, beslist dat door het ontbreken van dat verbod punt 9.2. van de bijlage bij besluit 91/315 is geschonden.
99. Voor deze overstap van uitlegging naar geldigheidstoetsing, die ter terechtzitting onder de aandacht is gebracht, zijn in de rechtspraak van het Hof precedenten te vinden. (8) Behalve dat het Hof hierdoor aan het bovengenoemde bezwaar ontkomt, heeft deze oplossing het voordeel dat zij de zeer duidelijke lijn voortzet van de rechtspraak, dat een uitvoeringsbepaling de grenzen dient te eerbiedigen die door de tekst die er de rechtsgrondslag van vormt, zijn getrokken.
100. Welke weg het Hof ook kiest, ik zie niet hoe het kan ontkomen aan de vaststelling, dat witte suiker waarvoor de steun voor de verwerking van op de Azoren geoogste suikerbieten is toegekend, niet buiten de plaatselijke markt van de Azoren kan worden afgezet.
Conclusie
101. Gelet op het voorgaande, geef ik het Hof in overweging de vragen van de verwijzende rechter te beantwoorden als volgt:
1) Voor de toepassing van artikel 8, tweede alinea, van verordening (EEG) nr. 1600/92 van de Raad van 15 juni 1992 houdende specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwproducten ten behoeve van de Azoren en Madeira, moet uit ingevoerde ruwe suiker verkregen witte suiker worden beschouwd als een door verwerking verkregen product.
2) Uit de door de verwijzende rechter verschafte gegevens blijkt niet van het bestaan van traditionele handelsstromen of van traditionele verzendingen naar de rest van de Gemeenschap in de zin van artikel 3, lid 3, tweede streepje, en artikel 8, tweede alinea, van verordening nr. 1600/92.
3) Witte suiker die op de Azoren uit aldaar geoogste suikerbieten is gewonnen en waarvoor de in artikel 25 van verordening nr. 1600/92 bedoelde steun is toegekend, kan niet buiten de plaatselijke markt van de Azoren worden afgezet.
4) Witte suiker die op de Azoren is verkregen uit ruwe suiker die in het kader van de bij titel I van verordening nr. 1600/92 ingestelde specifieke bevoorradingsregeling is ingevoerd, kan wegens het ontbreken van traditionele verzendingen in de zin van artikel 8, tweede alinea, van genoemde verordening niet naar het Portugese vasteland worden verzonden.
1 – Oorspronkelijke taal: Frans.
2 – Verordening (EEG) nr. 724/75 van de Raad van 18 maart 1975 (PB L 73, blz. 1).
3 – PB L 399, blz. 39.
4 – PB L 171, blz. 10.
5 – PB 1985, L 302, blz. 23.
6 – PB L 173, blz. 1.
7 – PB L 177, blz. 4.
8 – Zie, onder meer, arresten van 1 december 1965, Schwarze (16/65, Jurispr. blz. 1103), en 15 oktober 1980, Roquette Frères (145/79, Jurispr. blz. 2917).
Full & Egal Universal Law Academy