CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
D. RUIZ-JARABO COLOMER
van 4 december 2001 ( 1 )
1.
De Commissie heeft op 2 oktober 2000 beroep ingesteld en het Hof verzocht om de Italiaanse Republiek te veroordelen wegens de vaststelling en de handhaving van artikel 28 van wet nr. 128 ( 2 ), volgens hetwelke op het etiket van cosmetische producten moet worden vermeld of de essences van de parfums of de aroma's die deze producten bevatten, van natuurlijke of kunstmatige oorsprong zijn.
Volgens verzoekster is de lidstaat door aldus te handelen de krachtens richtlijn 76/768 ( 3 ), zoals gewijzigd bij richtlijn 93/35/EEG ( 4 ), en in concreto artikel 6, lid 1, sub g, derde alinea, op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
I — Richtlijn 76/768
2.
Een van de doelstellingen van richtlijn 76/768 was de onderlinge aanpassing van de nationale wetgevingen inzake cosmetische producten, omdat de fabrikanten in de Gemeenschap gedwongen waren hun productie te differentiëren naar gelang de lidstaat waarvoor deze was bestemd, waardoor het handelsverkeer werd belemmerd en de totstandkoming en de werking van de gemeenschappelijk markt rechtstreeks werden beïnvloed.
3.
Daartoe bepaalt artikel 6, lid 1, sub g, derde alinea, dat parfumerende en aromatische verbindingen en grondstoffen daarvan, worden aangegeven door de woorden „parfum” of „aroma”. Volgens artikel 7, lid 1, is het de lidstaten niet toegestaan om het in de handel brengen van cosmetische producten die aan de voorschriften van de richtlijn beantwoorden, te weigeren, te verbieden of te beperken om redenen betreffende de eisen die zijn vervat in deze richtlijn en haar bijlagen. Artikel 3, lid 2, van richtlijn 93/35 verplicht de lidstaten de Commissie de tekst mede te delen van de bepalingen van intern recht die zij op het gebied van cosmetische producten vaststellen.
II — De betwiste Italiaanse regeling
4.
Italië heeft de Commissie de vaststelling van wet nr. 128 meegedeeld, waarbij het nationale recht werd aangepast aan de bij richtlijn 76/768 en richtlijn 93/35 ingevoerde wijzigingen.
De Commissie heeft geconstateerd dat artikel 28 van deze wet de marktdeelnemers verplicht om op het etiket van cosmetische producten uitdrukkelijk te vermelden of de essences van de parfums of aroma's die deze producten bevatten, van natuurlijke of kunstmatige oorsprong zijn, een vereiste waarin de gemeenschapsregeling niet voorziet.
III — De precontcntieuze procedure
5.
Bij brief van 16 oktober 1998 heeft de Commissie de Italiaanse Republiek in de gelegenheid gesteld haar opmerkingen over deze afwijking te maken, wat zij bij brief van 23 december 1998 van haar Permanente Vertegenwoordiging heeft gedaan. In deze brief erkenden de Italiaanse autoriteiten dat artikel 28 van wet nr. 128 in strijd is met de gemeenschapsregeling inzake cosmetische producten, en zegden zij toe om het probleem op te lossen door vaststelling van een nieuwe wet, die reeds in voorbereiding was.
6.
Aangezien deze intentieverklaring niet werd gevolgd door de kennisgeving van de aangekondigde nieuwe wetgeving, heeft de Commissie krachtens artikel 226 EG, eerste alinea, een met redenen omkleed advies uitgebracht waarin zij Italië een termijn van twee maanden stelde om de nodige maatregelen voor de aanpassing van het nationale recht aan richtlijn 76/768 te nemen. In november 1999, toen reeds enkele maanden waren verstreken sedert de afloop van de gestelde termijn, bereikte de Commissie een nota van de Italiaanse autoriteiten waarin zij hun voornemen bevestigden om door wijziging van de bestaande regeling de verweten niet-nakoming ongedaan te maken.
IV — Beoordeling van het beroep
7.
De Commissie heeft de contentieuze procedure ingeleid, omdat de Italiaanse Republiek in september 2000 het nationale recht nog steeds niet aan richtlijn 76/768 had aangepast. Zij verzoekt de lidstaat te veroordelen en in de kosten te verwijzen.
8.
In haar verweerschrift erkent de Italiaanse regering dat zij haar verplichtingen niet is nagekomen, en dat zij daaraan nog geen einde heeft kunnen maken. Zij bevestigt haar voornemen om in het ontwerp van de legge communitaria voor het jaar 2001 een bepaling op te nemen waardoor artikel 28 van wet nr. 128 van 24 april 1998 wordt ingetrokken.
9.
Volgens's Hofs rechtspraak heeft de richtlijn een volledige harmonisatie van de nationale bepalingen inzake verpakking en etikettering van de daarin bedoelde cosmetische producten tot stand gebracht. ( 5 ) Derhalve is de opsomming van de gegevens die overeenkomstig artikel 6 van de richtlijn in onuitwisbare letters goed leesbaar en zichtbaar op de recipiënt en op de verpakking van cosmetische producten moeten worden vermeld in de handel opdat deze kunnen worden gebracht, uitputtend, en mag geen enkele lidstaat de vermelding verlangen van in de richtlijn niet uitdrukkelijk genoemde kwalitatieve en kwantitatieve gegevens betreffende de in de opmaak van de cosmetische producten genoemde stoffen. ( 6 )
10.
Aangezien vaststaat dat Italië niet heeft voldaan aan zijn verplichting om het nationale recht aan de bepalingen van richtlijn 76/768 aan te passen, moet het beroep van de Commissie worden toegewezen en moet de lidstaat wegens niet-nakoming worden veroordeeld en in de kosten worden verwezen.
V — Conclusie
11.
Gelet op het voorgaande geef ik het Hof in overweging:
1)
vast te stellen dat de Italiaanse Republiek de verplichtingen die op haar rusten krachtens artikel 6, lid 1, sub g, derde alinea, van richtlijn 76/768/EEG van de Raad van 27 juli 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake cosmetische producten, zoals gewijzigd bij richtlijn 93/35/EEG van de Raad van 14 juni 1993, niet is nagekomen door de vaststelling en de handhaving van artikel 28 van wet nr. 128 van 24 april 1998, dat vereist dat op het etiket van de cosmetische producten moet worden vermeld of de essences van de parfums of de aroma's die de producten bevatten, van natuurlijke of kunstmatige oorsprong zijn;
2)
de Italiaanse Republiek te verwijzen in de kosten.
( 1 ) Oorspronkelijke taal: Spaans.
( 2 ) Van 24 april 1998, Legge Communitaria 1995-1997.
( 3 ) Richtlijn 76/768/EEG van de Raad van 27 juli 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake cosmetische producten (PB L 262, blz. 169).
( 4 ) Richtlijn van de Raad van 14 juli 1993 (PB L 151, blz. 32).
( 5 ) Arresten van 18 maart 1992, Commissie/Griekenland (C-29/90, Jurispr. blz. I-1971, punt 7), en 5 mei 1993, Commissie/Frankrijk (C-246/91, Jurispr. blz. I-2289, punt 7).
( 6 ) Arrest van 23 november 1989, Parfümeriefabrik 4711 (C-150/88, Jurispr. blz. 3891, punt 17).
Full & Egal Universal Law Academy