Conclusie van de advocaat generaal
1. Het beroep van de Commissie betreft de niet-tijdige omzetting van richtlijn 97/11/EG van de Raad van 3 maart 1997 tot wijziging van richtlijn 85/337/EEG betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (hierna: richtlijn 97/11).
2. Op grond van artikel 3 van richtlijn 97/11 moest deze vóór 14 maart 1999 in nationaal recht worden omgezet. De Commissie heeft het onderhavige beroep ingesteld om te doen vaststellen dat Luxemburg de krachtens het EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen door richtlijn 97/11 niet binnen de gestelde termijn om te zetten, subsidiair, door de omzettingsmaatregelen niet aan de Commissie mee te delen.
3. Luxemburg betwist de gestelde niet-nakoming niet. Op 23 november 1999 heeft het bij de Commissie een ontwerpbesluit ingediend. De Commissie achtte dit onvoldoende en heeft Luxemburg daarom in haar met redenen omkleed advies van 26 januari 2000 een termijn van twee maanden gesteld om zijn verplichtingen na te komen. Bij brief van 17 april 2000 heeft Luxemburg aangekondigd dat het groothertogelijk besluit waarmee de richtlijn zou worden omgezet, naar verwachting in de tweede helft van 2000 zou worden vastgesteld.
4. Volgens vaste rechtspraak is een eventuele opheffing van de inbreuk op het Verdrag na het met redenen omkleed advies niet van invloed op de gegrondheid van het beroep. Het voorwerp van het beroep wordt bepaald door het met redenen omklede advies van de Commissie. Ook indien de daarin genoemde inbreuk na het verstrijken van de krachtens artikel 226, tweede alinea, EG gestelde termijn is opgeheven, blijft handhaving van het beroep van belang ter vaststelling van de grondslag van de aansprakelijkheid die ten gevolge van de niet-nakoming op een lidstaat kan rusten jegens andere lidstaten, de Gemeenschap of particulieren.
5. Luxemburg betwist niet, richtlijn 97/11 niet tijdig te hebben omgezet. Het beroep van de Commissie moet dan ook worden toegewezen.
6. Bovendien heeft de Commissie de verwijzing van Luxemburg in de kosten gevorderd. Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd.
Conclusie
7. Gelet op het een en ander geef ik het Hof in overweging, te beslissen als volgt:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen te nemen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 97/11/EG van de Raad van 3 maart 1997 tot wijziging van richtlijn 85/337/EEG betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten, is het Groothertogdom Luxemburg de krachtens het EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Het Groothertogdom Luxemburg wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy