Conclusie van de advocaat generaal
1. Het voorwerp van het onderhavige beroep van de Europese Commissie is, vast te stellen of de Italiaanse Republiek al dan niet heeft voldaan aan de verplichting om tijdig de verslagen over de toepassing van enkele richtlijnen inzake milieubescherming toe te zenden.
I - Rechtskader
2. Richtlijn 91/692/EEG van de Raad van 23 december 1991 tot standaardisering en rationalisering van de verslagen over de toepassing van bepaalde richtlijnen op milieugebied heeft volgens artikel 1 ervan tot doel de bepalingen inzake de toezending van informatie en de publicatie van verslagen over bepaalde communautaire richtlijnen inzake milieubescherming per sector te rationaliseren en te verbeteren".
3. Bij artikel 5 werd de tekst van onder meer de volgende twee bepalingen vervangen:
a) artikel 18 van richtlijn 75/439/EEG van de Raad van 16 juni 1975 inzake de verwijdering van afgewerkte olie (hierna: richtlijn inzake afgewerkte olie"), gewijzigd bij richtlijn 87/101/EEG,
b) artikel 12 van richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen (hierna: afvalstoffenrichtlijn"), gewijzigd bij richtlijn 91/156/EEG.
4. De nieuwe tekst van deze artikelen luidt als volgt:
Elke drie jaar lichten de lidstaten de Commissie in over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn in het kader van een verslag dat per sector wordt uitgebracht en ook de andere communautaire richtlijnen op dit gebied bestrijkt. Dit verslag wordt opgesteld aan de hand van een vragenlijst of een schema, uitgewerkt door de Commissie volgens de procedure van artikel 6 van richtlijn 91/692/EEG [...] Zes maanden vóór de aanvang van de verslagperiode wordt de vragenlijst of het schema aan de lidstaten toegezonden. Het verslag wordt aan de Commissie voorgelegd binnen negen maanden na de periode van drie jaar waarop het betrekking heeft.
Het eerste verslag bestrijkt de periode van 1995 tot en met 1997.
Binnen negen maanden na ontvangst van de verslagen van de lidstaten publiceert de Commissie een verslag over de tenuitvoerlegging van de richtlijn in de Gemeenschap."
II - De feiten
5. De Commissie stelde vast dat de Italiaanse Republiek had nagelaten haar de verslagen over de genoemde periode van drie jaar toe te zenden en stuurde daarom op 20 juli 1999 een brief met het verzoek om binnen een termijn van twee maanden hiervoor een verklaring te geven. Een antwoord van de Italiaanse autoriteiten bleef uit.
6. Op 26 januari 2000 gaf de Commissie een met redenen omkleed advies waarin zij vaststelde dat de Italiaanse Republiek de verplichtingen had geschonden die op haar rusten krachtens, onder meer, de artikelen 18 van de richtlijn inzake afgewerkte olie en 12 van de afvalstoffenrichtlijn, beide in de versie van artikel 5 van richtlijn 91/692; zij verzocht de Italiaanse autoriteiten binnen een termijn van twee maanden de nodige maatregelen te nemen om een einde te maken aan de inbreuksituatie.
7. De Commissie ontving in het geheel geen verklaring van de Italiaanse autoriteiten over het uitblijven van de verslagen over de uitvoering van de twee genoemde richtlijnen, zodat zij het onderhavige beroep instelde.
III - Conclusies van partijen en procesverloop voor het Hof
8. De Commissie verzoekt het Hof vast te stellen dat de Italiaanse Republiek de krachtens artikel 18 van de richtlijn inzake afgewerkte olie en artikel 12 van de afvalstoffenrichtlijn, in hun gewijzigde versie, op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
9. De Italiaanse regering heeft in het verweerschrift toegegeven dat zij door moeilijkheden bij de verzameling van de gegevens niet binnen de gestelde termijn aan haar verplichtingen had kunnen voldoen. Zij voegt daaraan toe dat de verslagen thans, alhoewel met vertraging, evenwel zijn toegezonden. Gelet op het voorgaande vertrouwt zij erop dat Commissie afstand doet van instantie.
10. De Commissie heeft in repliek verklaard, haar beroep in te trekken voorzover het de niet-nakoming van de afvalstoffenrichtlijn betreft, doch te handhaven met betrekking tot de richtlijn inzake afgewerkte olie, daar de haar verstrekte gegevens onvolledig zijn, hetgeen de Italiaanse regering in dupliek niet betwist.
11. Geen van de partijen heeft om opening van de mondelinge behandeling verzocht.
IV - De niet-nakoming
12. Daar de Commissie haar beroep heeft ingetrokken voorzover het de afvalstoffenrichtlijn betreft, blijft de discussie beperkt tot de niet-nakoming van Italiaanse zijde van de verplichting om tijdig inlichtingen te verstrekken uit hoofde van de richtlijn inzake afgewerkte olie.
13. Verweerster zelf erkent dat zij dit heeft nagelaten, en geeft voorts niet alleen toe dat zij niet heeft voldaan aan de verplichting om de Commissie het verslag over de toepassing van de richtlijn toe te zenden binnen de in het met redenen omkleed advies gegeven termijn, maar ook dat zij dit vervolgens op onvolledige wijze heeft gedaan.
14. Deze verlate en bijgevolg gebrekkige nakoming is niet relevant en kan door het Hof niet in aanmerking worden genomen. Evenmin van belang zijn de inspanningen van de Italiaanse autoriteiten om de inbreuksituatie te beëindigen. Dat zij heeft nagelaten de Commissie binnen de gestelde termijn de relevante informatie over de toepassing van de richtlijn inzake afgewerkte olie toe te zenden, is een objectief feit dat als ingetreden is te beschouwen zodra de termijn was verstreken zonder dat het verslag was toegezonden, wat er ook zij van de moeilijkheden die zich in het uitvoeringsproces hebben voorgedaan of de interne bijzonderheden van de lidstaat die dit proces kunnen belemmeren.
15. Gelet op het voorgaande geef ik het Hof in overweging vast te stellen dat de Italiaanse Republiek de krachtens het gemeenschapsrecht op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen, door bij het verstrijken van de in het met redenen omklede advies gestelde termijn niet de vereiste inlichtingen over de toepassing van de richtlijn inzake afgewerkte olie aan de Commissie te hebben toegezonden.
V - Kosten
16. De Commissie heeft haar beroep met betrekking tot één van de aanvankelijk gestelde inbreuken ingetrokken zonder omtrent de kosten voor de ingetrokken vordering te concluderen. Verweerster heeft in dit verband evenmin een opmerking gemaakt. Overeenkomstig artikel 69, leden 2 en 5, van het Reglement voor de procesvoering moet bijgevolg verweerster worden verwezen in de helft van de kosten; voor het restant dient iedere partij de eigen kosten te dragen.
VI - Conclusie
17. Ik geef het Hof dan ook in overweging:
1) de Commissie akte te verlenen dat zij haar beroep heeft ingetrokken met betrekking tot de niet-nakoming van de informatieverplichting van artikel 12 van richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/156/EEG, in de redactie van artikel 5 van richtlijn 91/692/EEG van de Raad van 23 december 1991 tot standaardisering en rationalisering van de verslagen over de toepassing van bepaalde richtlijnen op milieugebied;
2) vast te stellen dat de Italiaanse Republiek de verplichtingen die op haar rusten uit hoofde van artikel 18 van richtlijn 75/439/EEG van de Raad van 16 juni 1975 inzake de verwijdering van afgewerkte olie, zoals gewijzigd bij richtlijn 87/101/EEG, in de redactie van artikel 5 van richtlijn 91/692, niet is nagekomen door het verslag over de toepassing van de richtlijn als bedoeld in genoemd artikel 18 niet binnen de gestelde termijn toe te zenden;
3) de Italiaanse Republiek in de helft van de kosten en, voor de andere helft, iedere partij in de eigen kosten te verwijzen.
Full & Egal Universal Law Academy