CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
D. RUIZ-JARABO COLOMER
van 11 oktober 2001 ( 1 )
1.
Op 25 oktober 2000 heeft de Commissie krachtens artikel 226 EG beroep ingesteld strekkende tot vaststelling dat Ierland richtlijn 96/82/EG ( 2 ) niet binnen de aan de lidstaten gestelde termijn in nationaal recht heeft omgezet.
1. Richtlijn 96/82
2.
Volgens artikel 1 betreft de richtlijn de preventie van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn, en de beperking van de gevolgen daarvan voor mens en milieu, teneinde op coherente en doeltreffende wijze hoge niveaus van bescherming binnen de gehele Gemeenschap te waarborgen.
3.
Volgens artikel 24 moeten de lidstaten hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen uiterlijk 24 maanden na de inwerkingtreding van de richtlijn aanpassen en de Commissie daarvan in kennis stellen. Tevens moeten de lidstaten de Commissie de tekst van alle belangrijke bepalingen van intern recht meedelen die zij op het onder de richtlijn vallende gebied vaststellen.
4.
Volgens artikel 25 treedt de richtlijn in werking op de 20e dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Aangezien de bekendmaking op 14 januari 1997 heeft plaatsgevonden, is de richtlijn op 3 februari 1997 in werking getreden en is de termijn voor de omzetting in nationaal recht op 3 februari 1999 verstreken.
II. De administratieve procedure
5.
Omdat Ierland de Commissie niet in kennis heeft gesteld van de maatregelen ter uitvoering van de richtlijn, heeft de Commissie dit land schriftelijk aangemaand om binnen twee maanden zijn opmerkingen te maken. In hun antwoord van 19 oktober 1999 hebben de Ierse autoriteiten verklaard dat de wettelijke procedure ter aanpassing van het nationaal recht is gestart.
6.
Op 27 oktober 1999 heeft de Commissie Ierland met een redenen omkleed advies gezonden en verzocht om de bepalingen van de richtlijn binnen twee maanden in nationaal recht om te zetten.
7.
Begin januari 2000 hebben de Ierse autoriteiten de Commissie meegedeeld dat zij de vertraging betreuren en dat zij haar spoedig een ontwerptekst zouden toezenden. In juli van hetzelfde jaar hebben zij een ontwerpregeling toegezonden, getiteld European Communities (Control of Major Accidents Hazards Involving Dangerous Substances) Regulations, 2000, en verzekerd dat deze regeling onmiddellijk na de vaststelling ervan ter kennis zou worden gebracht.
III. De contentieuze procedure
8.
Op 25 oktober 2000 wist de Commissie nog steeds niet zeker of de Ierse wetgeving was gewijzigd, en om die reden heeft zij beroep bij het Hof ingesteld. De Ierse regering heeft op 22 januari 2001 een verweerschrift ingediend. Daarop zijn op 23 februari 2001 een repliek en op 9 april 2001 een dupliek gevolgd.
9.
Aangezien geen van de partijen heeft verzocht om te worden gehoord, heeft het Hof krachtens artikel 44 bis van het Reglement voor de procesvoering besloten om zonder mondelinge behandeling uitspraak te doen.
IV. Onderzoek van het beroep
10.
Ierland erkent, niet te hebben voldaan aan de verplichting om richtlijn 96/82 binnen de gestelde termijn in nationaal recht om te zetten. In de tijdens deze procedure voor het Hof ingediende stukken stelt dit land, dat met de vaststelling op 21 december 2000 van de European Communities (Control of Major Accident Hazards Involving Dangerous Substances) Regulations, 2000 en met de afkondiging op 28 augustus 2000 van de wet, getiteld Planning and Development, 2000, die beide aan de Commissie ter kennis zijn gebracht, de aanpassing van het nationale recht thans is voltooid. Die wet is aangevuld door een besluit van de minister van Milieu van 31 oktober 2000, hoewel bij de indiening van de dupliek nog niet vaststond of deze wettelijke regeling aan de Commissie was toegezonden.
11.
Volgens artikel 249 EG, derde alinea, is een richtlijn ten aanzien van het te bereiken resultaat verbindend voor elke lidstaat waarvoor zij bestemd is, doch wordt aan de nationale instanties de bevoegdheid gelaten vorm en middelen te kiezen. Krachtens artikel 10 EG treffen de lidstaten alle algemene of bijzondere maatregelen welke geschikt zijn om de nakoming van de uit het Verdrag of uit handelingen van de instellingen der Gemeenschap voortvloeiende verplichtingen te verzekeren.
12.
De Ierse regering is van mening dat zij de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen heeft genomen om ervoor te zorgen dat aan de verplichtingen van de richtlijn op haar grondgebied is voldaan. Zo is in juli 1999 aan de bevoegde autoriteiten een circulaire gezonden waarin hen wordt aanbevolen te handelen alsof de gemeenschapsregels reeds in nationaal recht waren omgezet.
13.
In zijn rechtspraak heeft het Hof echter verklaard dat door de autoriteiten opgestelde circulaires naar believen door hen kunnen worden gewijzigd en dus niet alle waarborgen van rechtszekerheid bieden. Eenvoudige administratieve praktijken, die naar hun aard discretionair kunnen worden gewijzigd en waaraan onvoldoende bekendheid is gegeven, kunnen immers niet worden beschouwd als een juiste nakoming van de op een lidstaat rustende verplichtingen. ( 3 )
14.
In dupliek verzekert Ierland dat in mei 2001 diverse regelingen zouden worden vastgesteld die de omzetting van de richtlijn in nationaal recht zouden completeren en binnen twee à drie maanden in werking zouden treden. Zij betwist de haar verweten niet-nakoming van richtlijn 96/82 niet, maar geeft in overweging om de inbreukprocedure te schorsen zodat de Commissie tijd krijgt om de Ierse regelingen te onderzoeken, en zij wijst erop dat de procedure door afstand van instantie zou kunnen worden beëindigd.
15.
Sinds oktober 2001 staat vast dat de Commissie niet van plan is om afstand van instantie te doen. Het voorstel is ook niet relevant, omdat in deze zaak niet is gebleken van omstandigheden die een schorsing van de behandeling krachtens artikel 82 bis, lid 1, sub b, van het Reglement voor de procesvoering rechtvaardigen.
16.
Bovendien wordt, zoals bekend, bij een beroep krachtens artikel 226 EG het voorwerp van geschil bepaald door het met redenen omkleed advies van de Commissie; ook wanneer het verzuim na het verstrijken van de in de tweede alinea van dat artikel gestelde termijn mocht zijn opgeheven, blijft voortzetting van de actie van belang, met name ter vaststelling van de grondslag van de aansprakelijkheid die een lidstaat te dragen kan krijgen jegens hen die aan die niet-nakoming rechten ontlenen. ( 4 )
17.
De Commissie heeft onomstotelijk aangetoond dat de verwerende lidstaat niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen heeft vastgesteld die nodig zijn om aan richtlijn 96/82 te voldoen.
Derhalve moet het beroep worden toegewezen, ongeacht het feit dat Ierland zijn nationale recht na de gestelde termijn aan de genoemde richtlijn heeft aangepast.
V. Kosten
18.
Omdat het beroep van de Commissie gegrond is en haar vordering moet worden toegewezen, dient Ierland volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering in de kosten worden verwezen.
VI. Conclusie
19.
Gelet op het voorgaande geef ik het Hof in overweging:
1)
vast te stellen dat Ierland de krachtens artikel 10, eerste alinea, EG en artikel 249, derde alinea, EG op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen door niet vóór 3 februari 1999 de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken;
2)
Ierland in de kosten van de procedure te verwijzen.
( 1 ) Oorspronkelijke taal: Spaans.
( 2 ) Richtlijn van de Raad van 9 december 1996 betreffende beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (PB 1997, L 10, biz. 13).
( 3 ) Arrest van 15 oktober 1986, Commissie/Italië (168/85, Jurispr. 2945).
( 4 ) Arresten van 7 februari 1973, Commissie/Italië (39/72, Jurispr. blz. 101), punt 11, en 17 juni 1987, Commissie/Italië (154/85, Jurispr. blz. 2717), punt 6.
Full & Egal Universal Law Academy