Conclusie van de advocaat generaal
1. De Commissie heeft tegen het Groothertogdom Luxemburg de onderhavige niet-nakomingsprocedure ingeleid wegens te late omzetting van richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens.
2. Ingevolge artikel 32, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 95/46 doen de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk aan het einde van een termijn van drie jaar te rekenen vanaf de aanneming van deze richtlijn aan deze richtlijn te voldoen. Op het relevante tijdstip - op 24 oktober 1998 - had de Luxemburgse regering de Commissie nog niet in kennis gesteld van bepalingen die zij ter omzetting van de richtlijn had vastgesteld. Bij aanmaningsbrief van 18 december 1998 leidde de Commissie de niet-nakomingsprocedure in. De aanmaningsbrief bleef onbeantwoord, zodat de Commissie op 26 augustus 1999 een met redenen omkleed advies tot het Groothertogdom Luxemburg richtte waarbij een termijn van twee maanden werd gegund. Bij brief van 27 oktober 1999 wees de Luxemburgse regering erop, dat de wetgevende procedure was ingeleid, maar door de regeringswisseling in 1999 vertraging had opgelopen.
3. Bij verzoekschrift van 5 december 2000, ingeschreven bij het Hof op 7 december 2000, heeft de Commissie beroep ingesteld wegens te late omzetting van richtlijn 95/46.
4. De Luxemburgse regering betoogt ook voor het Hof, dat de wetgevende procedure nog niet is afgerond. De vertraging is volgens haar te wijten aan de nieuwe verdeling van de ministeriële bevoegdheden door de regeringswisseling in 1999.
5. De Commissie verzoekt
1) vast te stellen dat het Groothertogdom Luxemburg, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, die eventuele noodzakelijke sancties bevatten, in werking te doen treden die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, de krachtens artikel 32 van deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen;
2) het Groothertogdom Luxemburg te verwijzen in de kosten.
6. De Luxemburgse regering verzoekt
- het beroep te verwerpen;
- subsidiair, de behandeling van de zaak te schorsen.
7. Volgens vaste rechtspraak is het relevante tijdstip voor de beoordeling van het bestaan van een niet-nakoming, het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn. De in het met redenen omkleed advies van 26 augustus 1999 gestelde termijn van twee maanden begon te lopen op het ogenblik van de kennisgeving ervan. De termijn is verstreken zonder dat de Luxemburgse regering aan de eis van de Commissie heeft voldaan.
8. Eveneens volgens vaste rechtspraak van het Hof kan geen beroep worden gedaan op nationale praktijken of situaties ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door gemeenschapsrichtlijnen opgelegde verplichtingen en termijnen, alsmede van de te late omzetting van een richtlijn. Aangezien richtlijn 95/46 aan het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn nog niet in nationaal recht was omgezet, geef ik het Hof in overweging, het Groothertogdom Luxemburg overeenkomstig het verzoek te veroordelen.
9. Over de kosten dient te worden beslist overeenkomstig artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering.
Conclusie
10. Ik geef het Hof in overweging te beslissen als volgt:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, die eventuele noodzakelijke sancties bevatten, in werking te doen treden die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, is het Groothertogdom Luxemburg de krachtens artikel 32 van deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen;
2) Het Groothertogdom Luxemburg wordt verwezen in de kosten."
Full & Egal Universal Law Academy