CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
S. ALBER
van 25 april 2002 (1)
Zaak C-469/00
Société Ravil
tegen
Société Bellon Import
en
Société SPA Biraghi
[verzoek van de Cour de cassation (Frankrijk) om een prejudiciële beslissing]
„Vrij verkeer van goederen – Maatregelen van gelijke werking als kwantitatieve uitvoerbeperkingen – Rechtvaardiging uit hoofde van bescherming van industriële eigendom – Verordening (EEG) nr. 2081/92 – Gebruik van beschermde oorsprongsbenamingen – Voorwaarde van raspen van kaas in productiegebied”
I ─ Inleiding
1. De onderhavige prejudiciële vraag betreft de omvang van de bescherming van de industriële eigendom, meer bepaald van beschermde oorsprongsbenamingen. In concreto gaat het erom of de beschermde oorsprongsbenaming Grana Padano enkel gebruikt mag worden, indien ook het raspen en verpakken van de kaas in het productiegebied plaatsvindt. Verweersters in het hoofdgeding wensen verzoekster te verbieden in Frankrijk geraspte Grana Padano-kaas onder de beschermde oorsprongsbenaming in de handel te brengen.II ─ Juridisch kader
1) De gemeenschapsregeling
Verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad van 14 juli 1992 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (2) (hierna: verordening nr. 2081/92)
2. Verordening nr. 2081/92 beoogt een gemeenschapsregeling in het leven te roepen ter bescherming van bepaalde landbouwproducten en levensmiddelen waarvoor er een verband bestaat tussen de eigenschappen van het product en de geografische oorsprong ervan.
3. Artikel 2, lid 2, bepaalt: In deze verordening wordt verstaan onder:
a) oorsprongsbenaming: de naam van een streek, van een bepaalde plaats of, in uitzonderlijke gevallen, van een land, die wordt gebruikt in de benaming van een landbouwproduct of levensmiddel:
─ dat afkomstig is uit die streek, die bepaalde plaats of dat land en
─ waarvan de kwaliteit of de kenmerken hoofdzakelijk of uitsluitend aan het geografische milieu, dat factoren van natuurlijke en menselijke aard omvat, zijn toe te schrijven en waarvan de productie, de verwerking en de bereiding in het geografische gebied geschieden;
b) geografische aanduiding: de naam van een streek, van een bepaalde plaats of, in uitzonderlijke gevallen, van een land, die wordt gebruikt in de benaming van een landbouwproduct of levensmiddel:
─ dat afkomstig is uit die streek, die bepaalde plaats of dat land en
─ waarvan een bepaalde hoedanigheid, de faam of een ander kenmerk aan deze geografische oorsprong kan worden toegeschreven en waarvan de productie en/of de verwerking en/of de bereiding in het bepaalde geografische gebied geschieden.
4. Om voor een beschermde oorsprongsbenaming (hierna: BOB (3) ) of een beschermde geografische aanduiding (hierna: BGA) in aanmerking te komen, moeten landbouwproducten of levensmiddelen krachtens artikel 4, lid 1, van verordening nr. 2081/92 in overeenstemming zijn met een productdossier . Lid 2 van dit artikel somt op wat het productdossier moet omvatten; daarbij gaat het onder meer om de beschrijving van het landbouwproduct of het levensmiddel, inclusief de grondstoffen, de afbakening van het geografische gebied, de beschrijving van de werkwijze voor het verkrijgen van het landbouwproduct of het levensmiddel en de gegevens die het verband bewijzen met het geografische milieu of de geografische oorsprong, alsmede de eventuele eisen waaraan krachtens communautaire en/of nationale bepalingen moet worden voldaan.
5. Verordening nr. 2081/92 voorziet in een normale en in een ─ in de onderhavige zaak relevante ─ vereenvoudigde procedure om de BOB en de BGA in het door de Commissie bijgehouden Register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen in te schrijven. Het onderscheid bestaat met name hierin dat de vereenvoudigde procedure geen bekendmaking inhoudt van de belangrijkste gegevens uit de aanvraag alsmede van de verwijzing naar de nationale bepalingen in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. De normale procedure wordt geregeld door de artikelen 5 tot en met 7. Artikel 5 bepaalt, samengevat, dat de aanvraag om te beginnen op nationaal niveau wordt ingediend en dat de lidstaat de inhoud ervan nagaat. Indien hij van mening is dat de aanvraag gerechtvaardigd is, zendt hij haar naar de Commissie. Deze gaat volgens artikel 6 door middel van een formeel onderzoek na of de aanvraag alle in artikel 4 genoemde gegevens bevat. Indien de Commissie meent dat de benaming voor bescherming in aanmerking komt, maakt zij in het Publicatieblad de naam en het adres van de aanvrager, de naam van het product, de belangrijkste gegevens uit de aanvraag, de verwijzingen naar nationale bepalingen betreffende de bereiding, productie of vervaardiging, en, zo nodig, de overwegingen waarop zij haar oordeel baseert, bekend. Indien geen lidstaat of wettig betrokken natuurlijke of rechtspersoon uit hoofde van artikel 7 bezwaar aantekent, schrijft de Commissie de benaming in het Register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen in en maakt zij dit in het Publicatieblad bekend.
6. Volgens artikel 8 mogen de vermeldingen BOB en BGA alleen voorkomen op landbouwproducten en levensmiddelen die aan de vereisten van de verordening voldoen.
7. Artikel 13, lid 1, bepaalt: Geregistreerde benamingen zijn beschermd tegen:
a) elk rechtstreeks of onrechtstreeks gebruik door de handel van een geregistreerde benaming voor producten die niet onder de registratie vallen, voorzover deze producten vergelijkbaar zijn met de onder deze benaming geregistreerde producten of voorzover het gebruik van de benaming betekent dat wordt geprofiteerd van de reputatie van deze beschermde benaming;
b) elk misbruik, elke nabootsing of voorstelling, zelfs indien de werkelijke oorsprong van het product is aangegeven of indien de beschermde benaming is vertaald, of vergezeld gaat van uitdrukkingen zoals soort, type, methode, op de wijze van, imitatie, en dergelijke;
c) elke andere valse of misleidende aanduiding met betrekking tot de herkomst, de oorsprong, de aard of de wezenlijke hoedanigheden van het product op de binnen- of buitenverpakking, in reclamemateriaal of documenten betreffende het betrokken product, alsmede het gebruik van een recipiënt die tot misverstanden over de oorsprong van het product aanleiding kan geven;
d) elke andere praktijk die het publiek ten aanzien van de werkelijke oorsprong van het product kan misleiden. [...]
8. Artikel 17 regelt de vereenvoudigde inschrijvingsprocedure van een BOB of BGA en geldt voor nationaal beschermde benamingen die reeds vóór de inwerkingtreding van de verordening bestonden, zoals Grana Padano. Artikel 17 luidt: 1. Binnen zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening (4) delen de lidstaten de Commissie mee, welke van hun wettelijk beschermde benamingen of [...] welke van hun door het gebruik algemeen gangbaar geworden benamingen zij krachtens deze verordening willen laten registreren.2. De Commissie registreert volgens de procedure van artikel 15 de in lid 1 bedoelde benamingen die overeenkomen met de eisen van de artikelen 2 en 4. Artikel 7 is niet van toepassing. [...]3. [...]
9. Na ontvangst en formeel onderzoek van de benamingen die door de lidstaten op grond van voornoemd artikel 17 van verordening nr. 2081/92 waren meegedeeld, stelde de Commissie verordening (EG) nr. 1107/96 van 12 juni 1996 betreffende de registratie van de geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen in het kader van de procedure van artikel 17 van verordening (EEG) nr. 2081/92 (5) vast. De bijlage bij deze verordening bevat de lijst van de als BOB of BGA ingeschreven benamingen, waaronder de BOB Grana Padano.
2) De procedure tot inschrijving van de oorsprongsbenaming Grana Padano als BOB
10. Uit de opmerkingen van de Italiaanse regering blijkt, dat het gebruik van oorsprongsbenamingen voor in Italië geproduceerde kaas is geregeld bij wet nr. 125 van 10 april 1954 (6) en decreet van de President van de Republiek nr. 1269 van 30 oktober 1955. (7) Deze regeling heeft ook betrekking op Grana Padano, waarvan het productiegebied in deze regelgeving werd begrensd.
11. Bij decreet van 22 september 1981 werd de oorsprongsbenaming Grana Padano uitgebreid tot kaas die in stukken in de handel wordt gebracht.
12. Bij decreet van de Presidenza del Consiglio (voorzitterschap van de Italiaanse ministerraad) van 4 november 1991 werd de oorsprongsbenaming Grana Padano opnieuw uitgebreid en wel ditmaal tot geraspte kaas ( grattugiato). Het gebruik van de BOB werd afhankelijk gesteld van de voorwaarde, dat het raspen volgens bepaalde regels in het productiegebied geschiedt en dat de kaas onmiddellijk na het raspen wordt verpakt, zonder verdere behandeling en zonder toevoeging van conserveermiddelen of andere stoffen die de oorspronkelijke organoleptische eigenschappen kunnen veranderen. Het decreet werd op 8 april 1992 bekendgemaakt. (8)
13. Op 18 juni 1954 werd het Consorzio per la tutela del formaggio Grana Padano (hierna: Consortium Grana Padano) opgericht, een samenwerkingsverband van producenten van Grana Padano. De Italiaanse staat heeft het Consortium Grana Padano belast met het toezicht op de naleving van de voorschriften inzake de productie van Grana Padano. Blijkens de uiteenzetting van Ravil kan zij licenties voor het gebruik van de BOB verstrekken.
14. Zoals reeds vermeld, werd de BOB Grana Padano in het kader van verordening nr.1107/96, dat wil zeggen via de vereenvoudigde procedure van artikel 17 van verordening nr. 2081/92, in het door de Commissie bijgehouden Register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen opgenomen. Enkel de BOB Grana Padano werd ingeschreven, niet echter de benaming Grana Padano grattugiato (geraspt) of de door Ravil gebruikte benaming Grana Padano râpé frais (vers geraspt).
3) Bilaterale overeenkomst Italië-Frankrijk
15. Op 28 april 1964 hebben Italië en Frankrijk een bilaterale overeenkomst (9) gesloten op de grondslag van de Internationale overeenkomst nopens het gebruik van oorsprongsbenamingen en benamingen van kaassoorten, die op 1 juni 1951 in Stresa is ondertekend. Volgens de artikelen 1 en 3 van deze overeenkomst is de oorsprongsbenaming Grana Padano in Frankrijk beschermd (zie bijlage B van de overeenkomst) en mag zij enkel worden gebruikt onder de in het Italiaanse recht vastgelegde voorwaarden.
III ─ Hoofdgeding en prejudiciële vraag
16. De in Frankrijk gevestigde firma Ravil heeft op 1 juli 1990 van het Consortium Grana Padano een licentie verkregen voor het in de handel brengen van geraspte Grana Padano onder de benaming Grana Padano râpé frais. Sindsdien heeft zij hele Grana Padano-kazen uit Italië ingevoerd, in Frankrijk geraspt en onder de benaming Grana Padano rapé frais in de handel gebracht.
17. De in Italië gevestigde firma Biraghi produceert en verhandelt aldaar kaas, onder meer Grana Padano. De firma's Bellon Import en Biraghi France zijn beide in Frankrijk gevestigd en zijn alleenimporteurs van de producten van de firma Biraghi voor Frankrijk.
18. Biraghi en Bellon hebben op 4 oktober 1996 Ravil voor het Tribunal de commerce de Marseille gedagvaard en gevorderd om haar op straffe van een dwangsom te verbieden in Frankrijk geraspte kaas onder de benaming Grana Padano râpé frais in de handel te brengen en haar te veroordelen tot schadevergoeding. Zij betoogden dat het decreet van de Presidenza del Consiglio van 4 november 1991 de oorsprongsbenaming Grana Padano tot geraspte kaas uitbreidt en als voorwaarde stelt dat de kaas in het productiegebied wordt geraspt. Het Tribunal de commerce heeft bij vonnis van 5 november 1997 Ravil wegens de verhandeling sinds 1992 tot betaling van schadevergoeding veroordeeld en op straffe van een dwangsom verboden kaas onder de benaming Grana Padano râpé frais te verhandelen. De Cour d'appel d'Aix-en-Provence heeft dit vonnis bevestigd bij arrest van 5 maart 1998. Het achtte genoegzaam aangetoond dat de verhandeling van Grana Padano râpé frais oneerlijke mededinging opleverde. Ravil heeft inbreuk gemaakt op de Italiaanse regeling om tegen een lagere kostprijs te werken en marktaandeel te veroveren op concurrenten die zich wel aan de voorschriften hielden.
19. Ravil is tegen dit arrest in cassatie gegaan. De Cour de cassation is van oordeel dat het decreet van 4 november 1991 een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve uitvoerbeperking in de zin van artikel 29 EG is. Onder verwijzing naar de arresten in de zaken Delhaize (10) en België/Spanje (11) (ook bekend als het Rioja-arrest) heeft het het Hof de volgende prejudiciële vraag voorgelegd: [Moet] artikel 29 [EG] aldus [...] worden uitgelegd, dat het zich verzet tegen een nationale wettelijke regeling die de oorsprongsbenaming Grana Padano voorbehoudt aan kaas die in het productiegebied wordt geraspt, voorzover een dergelijke verplichting niet onontbeerlijk is voor het behoud van de specifieke kenmerken die het product heeft verworven[?]
20. Er zij nog op gewezen dat Ravil sinds 1999 op grond van een eind 1998 tussen haar en het Consortium Grana Padano gesloten overeenkomst de voor uitvoer naar Frankrijk bestemde kaas in Italië laat raspen.
IV ─ Argumenten van partijen
1) Ravil
21. Ravil is van mening dat het vereiste dat het raspen en verpakken in het productiegebied plaatsvindt, de uitvoer van de kaas bemoeilijkt en duurder maakt. De regeling schrikt potentiële importeurs ervan af de kaas in een andere lidstaat in te voeren en te verhandelen.
22. Ravil stelt verder dat de voorwaarde dat de kaas in het productiegebied wordt geraspt en verpakt, niet nodig is om de kwaliteit van het als BOB in de handel gebrachte product te waarborgen. Niet alleen bemoeilijkt de maatregel de uitvoer van Grana Padano en maakt hij deze duurder, maar bovendien verschaft hij de plaatselijke ondernemingen een bijzonder voordeel, namelijk een exclusief recht om de kaas te raspen en te verpakken. Franse ondernemingen moeten hetzij in het productiegebied een overeenkomstige infrastructuur opbouwen, hetzij van onderaannemers gebruik maken. Ravil wijst er ook nog op dat voor Grana Padano in stukken geen verplichting bestaat deze in het productiegebied te verpakken.
23. De regeling van het decreet is niet gerechtvaardigd uit hoofde van bescherming van de industriële eigendom. Verordening nr. 1107/96 beschermt overigens enkel de BOB Grana Padano, doch niet de door Ravil gebruikte benaming Grana Padano râpé frais. Verder is in het productdossier inzake de BOB Grana Padano niets bepaald over de plaats waar de kaas moet worden geraspt en verpakt.
2) Bellon en Biraghi France
24. Bellon en Biraghi France verzetten zich tegen de opvatting dat het decreet een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve uitvoerbeperking is, omdat het even goed geldt voor in Italië verhandelde kaas als voor uitgevoerde kaas. Het is derhalve geen maatregel die specifiek de uitvoer betreft.
25. Zij achten de regeling van het decreet van 4 november 1991 verenigbaar met het gemeenschapsrecht. De BOB is volgens het arrest Exportur (12) als industrieel eigendomsrecht erkend. Door verordening nr. 2081/92 is de gemeenschapsrechtelijke bescherming van de BOB in de plaats getreden van de nationale bescherming. Verordening nr. 1107/96, die de grondslag vormt voor de opneming van de BOB Grana Padano in het door de Commissie bijgehouden register, kan op dit punt niet in strijd zijn met het gemeenschapsrecht, met name niet met artikel 29 EG.
26. De voorwaarde dat de kaas in het productiegebied wordt geraspt en verpakt om de BOB Grana Padano te mogen dragen garandeert de kwaliteit en de bijzondere eigenschappen van het product. Buiten het productiegebied is er geen behoorlijke controle die de kwaliteit van het product kan verzekeren.
27. Een BOB garandeert dat een product uit een bepaald gebied afkomstig is en bepaalde kenmerken bezit. Zij helpt de producent om een klantenkring op te bouwen. Producten met deze BOB hebben een bepaald imago dat door hun kwaliteit wordt bepaald.
28. Bij de verwerking van Grana Padano loopt deze het risico te oxideren, uit te drogen, te krimpen en te fermenteren. Daarom is voor de verwerking speciale kennis vereist. Ook het raspen vereist speciale vaardigheden en kennis. De regeling is derhalve nodig om de reputatie van het product te handhaven.
3) De Franse Republiek
29. De Franse regering wijst erop dat de door Ravil gebruikte benaming, Grana Padano râpé frais, niet dezelfde is als de BOB, namelijk Grana Padano. Het decreet van 4 november 1991 heeft echter tot doel om de bescherming van de oorsprongsbenaming tot geraspte kaas uit te breiden. Aangezien deze bescherming via het productdossier, dat naar de nationale voorschriften verwijst en dus ook naar dit decreet, toekomt aan de BOB Grana Padano, moet ook geraspte kaas die de BOB wil dragen, voldoen aan de voorwaarden van het productdossier, daaronder begrepen de voorwaarde dat de kaas in het productiegebied wordt geraspt.
30. De Franse regering is van mening dat de prejudiciële vraag verkeerd is gesteld. Het gaat in de onderhavige procedure niet om de verenigbaarheid van het Italiaanse decreet met artikel 29 EG, maar om de verenigbaarheid van verordening nr. 1107/96 met het gemeenschapsrecht. De Cour de cassation heeft echter geen argumenten naar voren gebracht waaruit de nietigheid van deze verordening zou kunnen blijken. De feiten zijn derhalve anders dan in de zaken Delhaize en Rioja. De Franse regering stelt daarom voor vast te stellen dat er geen uitspraak hoeft te worden gedaan over de verenigbaarheid van het Italiaanse recht met het gemeenschapsrecht.
31. Ter terechtzitting heeft zij haar betoog uitgebreid en gesteld dat verordening nr. 1107/96 conform het gemeenschapsrecht is. Het raspen van de kaas in het productiegebied is een voorwaarde voor het gebruik van de BOB Grana Padano, die onder de bescherming van verordening nr. 2081/92 kan vallen.
4) De Italiaanse Republiek
32. De Italiaanse Republiek stelt voor om bij de beantwoording van de gestelde vraag een onderscheid te maken tussen de periode voor en na de inwerkingtreding van verordening nr. 1107/96. Voor de periode voor de inwerkingtreding van verordening nr. 1107/96 wijst zij op de bilaterale overeenkomst die Italië en Frankrijk op 28 april 1964 (13) hebben gesloten op de grondslag van de Internationale overeenkomst nopens het gebruik van oorsprongsbenamingen en benamingen van kaassoorten, die op 1 juni 1951 in Stresa is ondertekend. In de overeenkomst is niets bepaald over wijzigingen die na de sluiting van de overeenkomst aan de daarin vermelde oorsprongsbenamingen zouden worden aangebracht, waardoor de regeling van het decreet van 4 november 1991 niet in de overeenkomst is geïncorporeerd. Voor de toepassing van deze overeenkomst omvat de BOB Grana Padano dus geen geraspte kaas. De Italiaanse Republiek komt dan ook tot de conclusie dat Ravil niet in strijd met de overeenkomst van 1964 heeft gehandeld.
33. Vanaf de inwerkingtreding van verordening nr. 1107/96 genoot de BOB Grana Padano in de in het productdossier omschreven mate bescherming. Het productdossier verwijst naar het nationale recht, waartoe ook het decreet van 4 november 1991 behoort. Dientengevolge omvat de BOB sindsdien ook geraspte Grana Padano.
34. Het raspen van de kaas maakt deel uit van het bereidingsproces. Ook daarvoor dienen dus bepaalde bereidingsmethoden te worden gevolgd en op de nakoming ervan dient toezicht te worden uitgeoefend door de daarvoor aangewezen controleorganen. Onder verwijzing naar het arrest Rioja merkt de Italiaanse regering op dat het ook bij de BOB Grana Padano om het behoud van de kwaliteit gaat. Zij wijst op het gevaar dat verkeerd geraspte Grana Padano ranzig wordt en dat door een verkeerde behandeling de reputatie van de volgens de voorschriften van de BOB vervaardigde producten aanzienlijke schade lijdt, alsmede op het feit dat buiten het productiegebied adequate kwaliteitscontrole ontbreekt. Op grond hiervan komt de Italiaanse regering tot de conclusie, dat Ravil voor de periode na de inwerkingtreding van verordening nr. 1107/96, dus vanaf 21 juni 1996, de bepalingen inzake het gebruik van de BOB Grana Padano heeft geschonden.
5) Het Koninkrijk Spanje
35. Ook de Spaanse regering gaat onder verwijzing naar het arrest Rioja ervan uit dat een BOB een industrieel eigendomsrecht is waarvan de bescherming een uitvoerbeperking kan rechtvaardigen. Het raspen van de kaas geschiedt weliswaar aansluitend op de bereiding ervan, maar is bij deze kaas van bijzonder belang, omdat Grana Padano bijna uitsluitend in geraspte vorm wordt geconsumeerd. Evenals bij Riojawijn bieden de controles buiten het productiegebied minder zekerheid voor de kwaliteit van het product dan controles binnen het productiegebied onder toezicht van het Consortium Grana Padano. Ook al vindt het raspen onder optimale omstandigheden en onder inachtneming van alle voorschriften plaats, dan nog kan door het vereiste dat de kaas in het productiegebied wordt geraspt, de kwaliteit van het product beter worden gewaarborgd. Bij beschermde oorsprongsbenamingen is het bijzonder belangrijk de reputatie van het product te handhaven.
6) De Commissie
36. De Commissie verwijst eveneens naar het arrest Rioja en komt tot de conclusie dat het vereiste dat de kaas in het productiegebied wordt geraspt en verpakt, in casu een gerechtvaardigde uitvoerbeperking is.
37. De rechthebbende op een BOB heeft de mogelijkheid de regels voor het gebruik ervan vast te stellen. De BOB behoort tot de industriële eigendom en kan krachtens artikel 30 EG beperkingen in de zin van artikel 29 EG rechtvaardigen.
38. Een BOB garandeert dat een product uit een bepaald gebied afkomstig is en bovendien dat het bepaalde eigenschappen bezit. De uitvoerbeperking die voortvloeit uit het vereiste dat de kaas in het productiegebied wordt geraspt en verpakt, is gerechtvaardigd aangezien enkel in dit gebied adequate kwaliteitscontroles plaatsvinden. Deze beperking is nodig om de oorsprong en de reputatie van het product te garanderen.
39. Grana Padano is een bekende BOB met een grote reputatie. Het product wordt gekenmerkt door bepaalde eigenschappen en een bepaalde know-how die absoluut behouden moeten blijven, wil men de reputatie en de speciale eigenschappen van het product in stand houden.
40. Onder de BOB Grana Padano valt ook geraspte kaas, daar de betrokken kaas vooral in deze vorm in de handel wordt gebracht. Het raspen vormt een bijzondere operatie. De omstandigheden waaronder deze plaatsvindt zijn beslissend voor de smaak van het aangeboden product. Alleen al de keuze van de te raspen hele kaas vereist speciale kennis en vaardigheden. Buiten het productiegebied zijn er geen controles die de inachtneming van deze regels garanderen.
V ─ Beoordeling
1) Voorwerp van de prejudiciële procedure
41. De verwijzingsbeschikking werpt de vraag op naar de verenigbaarheid van het Italiaanse decreet van 4 november 1991 met het gemeenschapsrecht. Deze vraag lijkt wat kort geformuleerd. Aangezien industriële eigendomsrechten ─ waartoe ook oorsprongsbenamingen behoren (14) ─ zijn onderworpen aan het territorialiteitsbeginsel, is het niet vanzelfsprekend dat het Italiaanse decreet in Frankrijk wordt toegepast. Het is dan ook aangewezen om eerst klaarheid te scheppen over het voorwerp van de prejudiciële procedure.
42. De toepassing van het Italiaanse decreet in Frankrijk kan zowel voortvloeien uit de op 28 april 1964 tussen Italië en Frankrijk gesloten overeenkomst inzake de bescherming van oorsprongsbenamingen (15) als uit verordening nr. 1107/96.
43. Ook de tussen de lidstaten na de inwerkingtreding van het EG-Verdrag gesloten overeenkomsten moeten met het gemeenschapsrecht verenigbaar zijn. (16) Voor de periode vóór 21 juni 1996 kan men zich derhalve de vraag stellen in hoeverre de overeenkomst van 28 april 1964 tussen Italië en Frankrijk verenigbaar is met het gemeenschapsrecht, in het bijzonder met artikel 29 EG.
44. De Italiaanse regering stelt dat de overeenkomst niet automatisch met latere wijzigingen in het nationale recht rekening houdt. Aangezien derhalve het decreet van 1991 en dus het bestreden vereiste van het raspen en verpakken in het productiegebied niet formeel in de overeenkomst is opgenomen en er dan ook niet onder valt, strekt de bescherming van de oorsprongsbenaming Grana Padano zich in het raam van deze overeenkomst niet uit tot geraspte kaas. Het staat echter aan de verwijzende nationale rechter om vast te stellen welk nationaal recht ─ waartoe ook de overeenkomst van 1964 behoort ─ moet worden toegepast. In de verwijzingsbeschikking wordt echter niet uiteengezet hoe de overeenkomst van 1964 dient te worden uitgelegd. Voor het verdere onderzoek moet worden aangenomen dat de nationale rechter ervan is uitgegaan dat het Italiaanse decreet op grond van de overeenkomst van 1964 toepasselijk is. Ik wijs er echter op dat de verwijzende rechter deze vraag moet onderzoeken en beslechten. Als voorlopige conclusie kan worden gesteld dat het verzoek om een prejudiciële beslissing de vraag naar de verenigbaarheid van de Frans-Italiaanse overeenkomst met het gemeenschapsrecht aan de orde stelt, voorzover de regeling van het decreet van 4 november 1991, die bepaalt dat geraspte Grana Padano alleen dan onder de oorsprongsbenaming mag worden verkocht indien hij in het productiegebied is geraspt en verpakt, ingevolge deze overeenkomst in Frankrijk toepasselijk zou zijn.
45. Sedert 21 juni 1996 wordt de BOB Grana Padano door verordening nr. 1107/96 juncto verordening nr. 2081/92 in de gehele Gemeenschap beschermd. Het verzoek om een prejudiciële beslissing stelt derhalve ook de vraag naar de geldigheid van verordening nr. 1107/96 aan de orde, voorzover zij het gebruik van de BOB Grana Padano voorbehoudt aan in het productiegebied geraspte en verpakte Grana Padano.
46. Samenvattend dient derhalve vastgesteld te worden, dat zowel de Frans-Italiaanse overeenkomst van 1964 als verordening nr. 1107/96 voorwerp uitmaakt van deze prejudiciële procedure. De rechtmatigheid van beide handelingen staat echter slechts ter discussie voorzover de regeling van het Italiaanse decreet van 4 november 1991 ingevolge deze overeenkomst en deze verordening van toepassing is. Zoals de verwijzende rechter het heeft geformuleerd, gaat het dus uiteindelijk om de vraag of de regeling waarbij geraspte Grana Padano alleen onder deze oorsprongsbenaming in de handel mag worden gebracht indien hij in het productiegebied is geraspt en verpakt, verenigbaar is met het gemeenschapsrecht.
2) Rechtmatigheid van de Frans-Italiaanse overeenkomst van 1964
a) Bestaan van een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve uitvoerbeperking in de zin van artikel 29 EG
47. Volgens 's Hofs vaste rechtspraak verbiedt artikel 29 EG nationale maatregelen die een specifieke beperking van het uitgaand goederenverkeer tot doel of tot gevolg hebben en aldus tot een ongelijke behandeling van de binnenlandse handel en de uitvoerhandel van een lidstaat leiden, waardoor aan de nationale productie of de binnenlandse markt van de betrokken lidstaat een bijzonder voordeel wordt verzekerd. (17)
48. Tegen de veronderstelling dat het hier een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve uitvoerbeperking betreft, pleit om te beginnen het feit, dat het vereiste van het raspen en het verpakken in het productiegebied in gelijke mate geldt voor binnen- en buitenlandse marktdeelnemers. Een in Rome gevestigd bedrijf mag evenmin de kaas raspen in Rome en vervolgens onder de BOB Grana Padano in de handel brengen als Ravil in Frankrijk.
49. Anderzijds verschaft het feit dat de kaas slechts onder de oorsprongsbenaming Grana Padano in de handel mag worden gebracht indien hij in het productiegebied is geraspt en verpakt een bijzonder voordeel aan de in het productiegebied gevestigde ondernemingen, aangezien alleen zij de kaas mogen raspen en verpakken. Deze activiteit blijft aan de in het productiegebied gevestigde industrie voorbehouden.
50. Voorts zou de uitvoer van de kaas naar andere lidstaten door de bestreden regeling duurder kunnen worden, omdat deze vóór de uitvoer verder dient te worden verwerkt. Deze prijsverhoging bemoeilijkt de uitvoer van Grana Padano. Deze argumenten pleiten voor de kwalificatie van het decreet als maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve uitvoerbeperking.
51. Zoals reeds gezegd hanteert de rechtspraak betreffende de uitlegging van artikel 29 EG het criterium of de bestreden maatregel de uitvoer specifiek beperkt. (18) In de arresten Delhaize en Rioja heeft het Hof maatregelen die het gebruik van de oorsprongsbenaming voor Rioja afhankelijk stellen van de voorwaarde dat de wijn in het productiegebied wordt gebotteld, als specifieke beperking van het uitgaand goederenverkeer in de zin van artikel 29 EG beschouwd. (19) In het arrest Rioja heeft het Hof deze vaststelling gebaseerd op het feit dat de wijn binnen het productiegebied ook niet-gebotteld mag worden vervoerd, dit in tegenstelling tot uitgevoerde wijn. (20)
52. De situatie in de onderhavige zaak lijkt hiermee vergelijkbaar. Het bestreden decreet schrijft enkel voor dat de kaas in het productiegebied wordt geraspt en verpakt. Aan deze voorwaarde is ook voldaan indien de kaas binnen het productiegebied van de kaasmakerij naar een ander bedrijf wordt vervoerd, dat dan de kaas overeenkomstig de geldende regels raspt en verpakt. Derhalve kan men ook in de onderhavige zaak tot de conclusie komen dat er sprake is van een specifieke uitvoerbeperking.
53. De slotsom luidt dan ook dat het decreet van 4 november 1991 en in gelijke mate ook de overeenkomst van 1964 maatregelen van gelijke werking als een kwantitatieve uitvoerbeperking in de zin van artikel 29 EG zijn, aangezien zij verschillende voorwaarden stellen aan de binnen- en de buitenlandse handel van een lidstaat en aldus de nationale productie bijzonder bevoordelen.
b) Rechtvaardiging van de maatregel uit hoofde van bescherming van de industriële eigendom in de zin van artikel 30 EG
54. De vraag rijst thans in hoeverre de maatregel is gerechtvaardigd uit hoofde van bescherming van de industriële eigendom in de zin van artikel 30 EG. Oorsprongsbenamingen maken deel uit van de industriële en commerciële eigendom in de zin van artikel 30 EG. (21) De hiermee verbonden handelsbeperkingen zijn gerechtvaardigd, voorzover zij nodig zijn om te waarborgen dat de oorsprongsbenaming haar specifieke functie vervult, dat wil zeggen garandeert dat het aldus aangeduide product afkomstig is uit een bepaald geografisch gebied en bepaalde bijzondere kenmerken bezit. (22) Daarom zou het vereiste dat de kaas in het productiegebied wordt geraspt en verpakt gerechtvaardigd zijn, indien zulks de uit dit gebied afkomstige kaas bijzondere kenmerken zou verlenen die hem kunnen individualiseren, of indien het raspen in het productiegebied voor het behoud van de specifieke kenmerken die de kaas bij zijn bereiding heeft verworven, onontbeerlijk is. Zoals de Commissie terecht opmerkt, kunnen stellig slechts vereisten waarvan de inachtneming noodzakelijk is om de reputatie van de BOB te beschermen, een toelaatbare beperking van het vrij verkeer van goederen vormen die aan het evenredigheidsbeginsel voldoet. (23)
i) Regeling ter bescherming van een bijzonder kenmerk
55. Er moet dus worden nagegaan in hoeverre het raspen en verpakken van de kaas in het productiegebied de kaas een kenmerk verleent of doet behouden dat de keuze van de consument beïnvloedt en dus commercieel relevant is.
56. Het feit dat, zoals Bellon en Biraghi, Italië, Spanje en de Commissie opmerken, voor het raspen bijzondere kennis is vereist, pleit ervoor dat er sprake is van een commercieel relevant kenmerk. De te raspen hele kaas moet zorgvuldig worden uitgekozen, waarvoor bijzondere expertise vereist is. Verder dienen bij het raspen bepaalde, onder meer in artikel 2 van het decreet van 4 november 1991 genoemde parameters in acht te worden genomen, opdat de kwaliteit en de bijzondere eigenschappen van de kaas behouden blijven. Volgens genoemde partijen is deze knowhow enkel in het productiegebied aanwezig.
57. Voor het bestaan van een commercieel relevant kenmerk pleit ook het door Bellon en Biraghi, Italië, Spanje en de Commissie opgemerkte feit, dat het consortium de kwaliteitscontrole op het raspen en verpakken enkel in het productiegebied uitoefent. Zij zijn van mening dat alleen hierdoor een gelijkblijvende hoge kwaliteit van de in de handel gebrachte Grana Padano kan worden verzekerd.
58. Men moet echter ermee rekening houden, dat geen van de partijen heeft gesteld dat het raspen van de kaas in het productiegebied een verrichting is die deze kaas bijzondere kenmerken verleent of voor het behoud van de specifieke kenmerken die deze kaas bij zijn bereiding heeft verworven, onmisbaar is. De bijzondere kennis die vereist is voor de keuze van de hele kaas en het vakkundig raspen overeenkomstig de voor de BOB geldende bepalingen, kan ook buiten het productiegebied worden gebruikt. Het is zeer begrijpelijk dat deze kennis zich, historisch gezien, in het productiegebied heeft ontwikkeld. Er is echter geen enkel argument naar voren gebracht waarom deze kennis slechts in het productiegebied aanwezig zou zijn. Zij die bij de bereiding en de verwerking van een product betrokken zijn, kunnen, met name door opleiding in het productiegebied, de nodige kennis en vaardigheden voor de bereiding en de verwerking van het product verwerven. Zo ook kunnen personen die deze kennis en vaardigheden hebben verworven, uit het productiegebied wegtrekken. Men moet derhalve ervan uitgaan, dat de menselijke factor die het product beïnvloedt in beginsel niet aan het productiegebied is gebonden.
59. Mutatis mutandis geldt dit voor de naleving van bepaalde voorschriften van externe aard bij het raspen, ter bescherming van de kaas tegen de door Bellon en Biraghi genoemde gevaren van oxidatie, uitdroging, krimpen en fermentatie. Dit geldt evenzeer voor de inachtneming van de in artikel 2 van het decreet van 4 november 1991 genoemde technische en technologische parameters. (24) Nergens wordt uitgelegd waarom deze gevaren alleen door raspen in het productiegebied zouden kunnen worden vermeden of waarom de parameters alleen in het productiegebied in acht zouden kunnen worden genomen. Gelet op de huidige technische mogelijkheden is het duidelijk dat deze voorwaarden altijd en overal kunnen worden nagekomen. Er is dan geen reden om het raspen enkel in het productiegebied toe te staan.
60. Gelet op deze omstandigheden en op het feit dat nergens in de verwijzingsbeschikking of in de bij het Hof ingediende opmerkingen het tegendeel wordt beweerd, is het op zijn minst niet duidelijk waarom Grana Padano onvermijdelijk de bijzondere kenmerken die hij door de bereiding heeft verworven zou verliezen, indien hij buiten het productiegebied zou worden geraspt, in de veronderstelling vanzelfsprekend dat het raspen geschiedt met inachtneming van alle andere voorwaarden: zo mag er uitsluitend Grana Padano worden gebruikt en moeten de in artikel 2 van het decreet van 4 november 1991 genoemde technische en technologische parameters in acht worden genomen. De kaas mag immers ook geheel of in stukken worden uitgevoerd en door de eindverbruiker zelf worden geraspt zonder dat hij zijn kwalitatieve eigenschappen verliest. Het blijft overigens een open vraag of degene die de kaas zelf raspt, niet de enige is die de kwaliteit van goede Grana Padano op prijs weet te stellen. Het valt moeilijk te verdedigen dat het raspen door de eindverbruiker is toegestaan, maar dat industrieel raspen, onmiddellijk gevolgd door verpakken, is verboden. Wat het risico van kwaliteitsverlies betreft moet men ook bedenken dat de in zijn geheel geëxporteerde kaas bijvoorbeeld langer bij een kleinhandelaar kan blijven liggen en daardoor het risico loopt uit te drogen, zijn aroma te verliezen of er minder goed te gaan uitzien. Bij industrieel raspen en verpakken kan dit risico eventueel door doelgerichte maatregelen worden opgevangen.
61. Daarbij komt nog het volgende. Het Hof heeft in de zaak Rioja geoordeeld, dat het bottelen van wijn in het productiegebied een gerechtvaardigde beperking van het vrij verkeer van goederen is, aangezien hierdoor de kwaliteit van de gebottelde wijn het best kan worden gegarandeerd. Het spreekt vanzelf dat het feit dat wijn in het productiegebied is gebotteld een commercieel relevant kenmerk van de wijn vormt, aangezien de consument wijn in de eerste plaats in flessen koopt. Bij Grana Padano is de situatie echter anders; deze wordt door de consument hetzij geraspt, hetzij in stukken gekocht. Het is dus duidelijk dat het raspen voor de kaas niet dezelfde betekenis heeft als het bottelen voor de wijn. Van des te minder belang voor de keuze van de consument is de plaats waar de kaas wordt geraspt. Het feit dat de kaas in het productiegebied is geraspt, vormt dus geen commercieel relevant kenmerk ervan.
62. Op dit punt dient de conclusie derhalve te luiden dat de verplichting om Grana Padano in het productiegebied te raspen en te verpakken niet als een maatregel ter bescherming van de bijzondere kenmerken van deze kaas kan worden beschouwd. Het is niet bewezen, dat dit de kaas bijzondere kenmerken verleent en evenmin dat het noodzakelijk is om de tijdens de bereiding verkregen bijzondere kenmerken van de kaas te behouden. Degenen die in de onderhavige procedure opmerkingen hebben geformuleerd, hebben hierop ook minder de nadruk gelegd dan op de controles en de daarvan afhangende reputatie van het product.
ii) Uitoefening van kwaliteitscontroles in het productiegebied
63. Indien men deze stelling volgt, hoeft men strikt genomen niet meer in te gaan op de vraag van de controles die op het raspen worden verricht om de kwaliteit van Grana Padano te waarborgen. Wanneer het raspen in het productiegebied geen commercieel relevant kenmerk is, doet het immers niet meer ter zake of in het productiegebied controles worden uitgeoefend.
64. Er dient dan ook enkel volledigheidshalve op dit argument te worden ingegaan. Dit lijkt mij aangewezen voor het geval dat het Hof bovenstaande analyse niet volgt, en tevens omdat degenen die van mening zijn dat het gaat om een geoorloofde voorwaarde, zich onder verwijzing naar het arrest Rioja vooral op dit argument hebben gebaseerd. Bellon en Biraghi, Italië, Spanje en de Commissie betogen dat speciale kennis nodig is en dat de bijzondere in het decreet genoemde vereisten in acht moeten worden genomen, wil men de kwaliteit en de bijzondere eigenschappen van Grana Padano bij het raspen behouden. Dit is cruciaal voor het behoud van de opgebouwde klantenkring en dus voor de economische waarde van de BOB Grana Padano. Enkel de in het productiegebied systematisch door de bevoegde diensten uitgevoerde controles waarborgen de inachtneming van de relevante criteria. Buiten het productiegebied vinden geen gelijkwaardige controles plaats. De kwestie van de controle dient ten slotte ook te worden onderzocht omdat bij het raspen van de kaas buiten het productiegebied, zoals hierboven uiteengezet, de voor het gebruik van de BOB geldende bepalingen in acht moeten worden genomen. Het kan in dit verband ook relevant zijn hoe de inachtneming van deze vereisten kan worden gewaarborgd. Vooraf moet voor alle duidelijkheid erop gewezen worden, dat het hier enkel om controle van het raspen gaat; buiten het productiegebied geraspte kaas is immers tot het tijdstip waarop hij geraspt wordt aan precies dezelfde controles onderworpen als de in het productiegebied geraspte kaas.
65. Controles dragen bij tot het behoud van de kwaliteit en dus ook van de reputatie van geraspte Grana Padano. Men zou daarom tot de conclusie kunnen komen, dat de voorwaarde dat de kaas onder toezicht van het consortium in het productiegebied wordt geraspt en onmiddellijk daarna zonder toevoeging van conserveringsmiddelen wordt verpakt, gerechtvaardigd is ter bescherming van de industriële eigendom.
66. Hiertegen pleit echter dat controles in beginsel niet alleen in het productiegebied, maar ook daarbuiten kunnen plaatsvinden. De controleurs zouden door het consortium kunnen worden uitgezonden, of in het betrokken gebied gevestigde personen zouden kunnen worden opgeleid tot controleur en met de controle worden belast.
67. Weliswaar heeft het Hof in het arrest Rioja geoordeeld dat controles buiten het productiegebied minder waarborgen bieden voor de kwaliteit en de echtheid van de wijn dan controles in het productiegebied, maar, zoals reeds is gezegd, het raspen van kaas is niet vergelijkbaar met het bottelen van wijn. De consument koopt Grana Padano geraspt of in stukken, terwijl hij wijn gewoonlijk in flessen koopt. Alleen al om die reden kan aan de controles op het raspen niet dezelfde betekenis worden toegekend als aan de controles op het bottelen.
68. Het door Bellon en Biraghi, Spanje en de Commissie genoemde probleem, dat buiten het productiegebied geen gelijkwaardige kwaliteitscontroles worden uitgeoefend, is een algemeen probleem van toepassing van regels in vreemde rechtsorden. Indien de regels inzake het gebruik van de BOB voorzien in de uitoefening van gelijkwaardige controles, dan is de marktdeelnemer die van plan is om de BOB te gebruiken, gehouden de controles ook uit te voeren, zelfs wanneer hij de kaas buiten het productiegebied raspt, anders maakt hij inbreuk op de bepalingen inzake het gebruik van de BOB en mag hij deze niet gebruiken.
69. Juist omdat op grond van de artikelen 8 en 13 van verordening nr. 2081/92 een verbodsvordering kan worden ingesteld, is het mogelijk om de regels inzake het gebruik van de BOB Grana Padano, ook die betreffende eventuele controles, in de gehele Gemeenschap te doen toepassen.
70. Het argument, dat de consument er slechts zeker van kan zijn dat hij Grana Padano koopt indien de kaas in het productiegebied onder toezicht van het consortium geraspt en verpakt wordt, is dan ook niet overtuigend. Op die manier kan weliswaar worden gewaarborgd dat enkel hele kazen die de BOB Grana Padano dragen, worden geraspt, maar het argument gaat ervan uit dat een bedrijf dat buiten het productiegebied Grana Padano verwerkt, eventueel hele kazen gebruikt die de BOB niet mogen voeren en de geraspte kaas niettemin onder die benaming verhandelt. Zo wordt er op ontoelaatbare wijze van uitgegaan dat de concurrent zich onrechtmatig gedraagt. Dit argument dient dan ook te worden afgewezen.
71. De conclusie dient derhalve te luiden dat de regeling van het decreet van 4 november 1991 niet ertoe dient om een commercieel relevant kenmerk te beschermen. De vastgestelde beperking van het vrij verkeer van goederen is dus niet gerechtvaardigd uit hoofde van bescherming van de industriële en commerciële eigendom krachtens artikel 30 EG en is dan ook in strijd met artikel 29 EG.
iii) Evenredigheid
72. Alleen subsidiair en voor het geval dat het Hof bovenstaande redenering niet volgt, zal ik nog onderzoeken of de regeling van het decreet van 4 november 1991 noodzakelijk is om de reputatie van de BOB Grana Padano te beschermen.
73. De voorwaarde dat Grana Padano in het productiegebied wordt geraspt is, met name gelet op de door het consortium uitgevoerde kwaliteitscontroles, een passend middel om te waarborgen, dat de geraspte kaas enkel uit Grana Padano bestaat, uit het productiegebied afkomstig is en volgens de voor het gebruik van de BOB Grana Padano vastgestelde regels is geraspt. De vraag is echter of deze regeling het minst ingrijpende middel is om het doel van eerlijk handelsverkeer en van voorlichting van de consument inzake de oorsprong van het product en zijn bijzondere kenmerken te bereiken, dan wel of er ook andere middelen zijn die minder ingrijpen in het vrij verkeer van goederen en waarmee dit doel even goed kan worden bereikt.
74. Te denken is dan vooral aan een aangepaste etikettering van het product. In het onderhavige geval zou men op het etiket de vermelding Grana Padano, in Frankrijk geraspt (râpé en France) of een gelijkaardige, niet-discriminerende vermelding kunnen aanbrengen.
75. In de zaak Rioja heeft het Hof de hier gesuggereerde oplossing niet gevolgd op grond dat het naast elkaar bestaan van twee verschillende bottelingsmethodes, binnen en buiten het productiegebied, met en zonder de door de groep producenten uitgevoerde stelselmatige controles, het krediet kunnen verminderen dat de benaming denominación de origen calificada bij de consumenten geniet. Dezen gaan er immers van uit dat alle fasen van een gerenommeerde kwaliteitswijn onder het toezicht en de verantwoordelijkheid van de betrokken groep moeten staan. (25)
76. De onderhavige zaak lijkt mij slechts tot op zekere hoogte hiermee vergelijkbaar. Zoals reeds gezegd is vanuit het oogpunt van de consument het raspen van kaas minder productgebonden dan het bottelen van wijn. Verder hebben partijen in de onderhavige zaak, anders dan in de zaak Rioja, niets aangevoerd waaruit blijkt dat de consument geen onderscheid zou kunnen maken tussen in het productiegebied en daarbuiten geraspte Grana Padano of dat er zelfs eventueel niet twee verschillende markten bestaan, een voor de in het productiegebied en een voor de daarbuiten geraspte Grana Padano.
77. Het is ook geenszins evident dat een eventueel negatieve waardering van de buiten het productiegebied geraspte Grana Padano onvermijdelijk op de binnen het productiegebied geraspte kaas zal overslaan. Indien men meer bepaald met aangepaste etiketten werkt, waardoor het onderscheid tussen beide producten voldoende duidelijk is, kan in ieder geval de mondige en goed geïnformeerde consument ─ die niet alleen in het kader van artikel 28 EG (26) , maar ook in het kader van artikel 29 EG als uitgangspunt dient te worden genomen ─ tot het besef komen dat er een onderscheid bestaat tussen een in de regio van Grana Padano geraspte kaas en een die daarbuiten is geraspt. Het gaat om twee van elkaar te onderscheiden vormen waarin Grana Padano in de handel kan worden gebracht. Indien de consument tot de conclusie komt dat de buiten het productiegebied geraspte kaas niet voldoet aan de eisen die hij aan Grana Padano stelt, dan kan hij zich in plaats daarvan de in het productiegebied geraspte Grana Padano aanschaffen. Het is geenszins aangetoond dat de consument die ontevreden is over een bepaalde vorm van het product, onmiddellijk een andere soort kaas kiest.
78. De hier geschetste oplossing via een aangepaste etikettering van het product vindt ook steun in verordening nr. 2081/92. De vijfde overweging van de considerans van deze verordening stelt uitdrukkelijk dat de regels inzake beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen slechts een aanvulling op de algemene etiketteringsbepalingen zijn die zijn neergelegd in richtlijn 78/112/EEG van de Raad van 18 december 1978 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake etikettering en presentatie van levensmiddelen bestemd voor de eindverbruiker alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame. (27)
79. Ik wijs er bovendien op dat ook verordening nr. 2081/92 zelf in conflictsituaties de oplossing zoekt in een aangepaste etikettering. Artikel 12, lid 2, van deze verordening bepaalt dat wanneer een door het gemeenschapsrecht beschermde benaming een homoniem is van een benaming uit een derde land, een dergelijke benaming slechts mag worden gebruikt, indien het land van oorsprong duidelijk en goed leesbaar op het etiket wordt vermeld. Indien de consument bij dergelijke homoniemen in staat kan worden geacht het ene product van het andere te onderscheiden door de vermelding van het land van oorsprong op het etiket, valt niet goed in te zien waarom hij dat ook niet zou kunnen wanneer de plaatsen van verwerking op het etiket worden vermeld.
80. Concluderend stel ik derhalve vast dat er een minder ingrijpend middel is dan beperking van het gebruik van de BOB Grana Padano tot in het productiegebied geraspte en verpakte Grana Padano. Door een aangepaste etikettering van het product kan een even doeltreffende bescherming van de BOB Grana Padano, van de kwaliteit van het product en van zijn reputatie bij de consument worden verkregen. Het decreet van 4 november 1991 gaat dus verder dan nodig en is in zoverre onevenredig.
c) Conclusie betreffende de Frans-Italiaanse overeenkomst
81. Als conclusie van dit deel van het onderzoek stel ik ten slotte vast dat de Frans-Italiaanse overeenkomst onverenigbaar is met het gemeenschapsrecht voorzover het gebruik van de BOB Grana Padano hierbij wordt voorbehouden aan kaas die in het productiegebied wordt geraspt.
3) Rechtmatigheid van verordening nr. 1107/96
82. De BOB Grana Padano is door de inwerkingtreding van verordening nr. 1107/96 gemeenschapsrechtelijk beschermd. Zoals uit artikel 17, lid 3, van verordening nr. 2081/92 blijkt, komt deze communautaire bescherming in de plaats van de vroegere nationale bescherming. (28) Op grond van verordening nr. 1107/96 is de BOB Grana Padano in het door de Commissie bijgehouden register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen opgenomen. Thans dient dus te worden nagegaan in hoeverre de gemeenschapsrechtelijke bescherming van de BOB Grana Padano zich tot geraspte kaas uitstrekt en in hoeverre deze regeling verenigbaar is met verordening nr. 2081/92 en artikel 29 EG of gerechtvaardigd is in de zin van artikel 30 EG. Ook gemeenschapsrechtelijke handelingen moeten met de bepalingen inzake het vrij verkeer van goederen verenigbaar zijn. (29)
a) Omvang van de bescherming van de BOB Grana Padano
83. Ravil bestrijdt dat de bescherming van de BOB Grana Padano zich uitstrekt tot geraspte kaas. Ik stel vast dat krachtens artikel 4 van verordening nr. 2081/92 bij de registratieaanvraag een productdossier moet worden gevoegd, dat overeenkomstig lid 2, sub i, van dit artikel de eventuele eisen bevat waaraan krachtens communautaire en/of nationale bepalingen moet worden voldaan.
84. Het door de Commissie op verzoek van het Hof overgelegde productdossier dat bij de registratieaanvraag van de BOB Grana Padano is gevoegd, verwijst naar het decreet van 4 november 1991. (30) Er is niet gebleken dat deze verwijzing bij de inschrijving van de BOB Grana Padano in het door de Commissie bijgehouden register is doorgehaald. De bescherming van de BOB Grana Padano strekt zich derhalve uit tot geraspte kaas.
b) Verenigbaarheid van de regeling met verordening nr. 2081/92
85. Dit leidt tot de vraag of de Commissie de BOB Grana Padano met de daaraan verbonden ruime bescherming mocht registeren. Er moet derhalve worden onderzocht of de registratie verenigbaar is met verordening nr. 2081/92.
86. Volgens artikel 2, lid 2, sub a, van verordening nr. 2081/92 dient een oorsprongsbenaming ter aanduiding van een landbouwproduct of levensmiddel dat uit die streek, die bepaalde plaats of dat land afkomstig is en waarvan de kwaliteit of de kenmerken hoofdzakelijk of uitsluitend aan het geografisch milieu, dat factoren van natuurlijke en menselijke aard omvat, zijn toe te schrijven en waarvan de productie, de verwerking en de bereiding in het geografische gebied geschieden. Het raspen en verpakken in het productiegebied onder toezicht van het Consortium Grana Padano maakt deel uit van de verwerking en garandeert dat slechts kaas wordt geraspt die onder de BOB Grana Padano in de handel mag worden gebracht. Het toezicht door het consortium waarborgt dat de bepalingen inzake de verwerking van Grana Padano worden nagekomen.
87. Bij het onderzoek naar de rechtmatigheid van een registratie dient rekening te worden gehouden met de door verordening nr. 2081/92 ingevoerde bevoegdheidsverdeling tussen de lidstaten en de Commissie. Zoals het Hof in zijn arrest in de zaak Carl Kühne e.a. heeft uiteengezet, moet een registratieaanvraag ingevolge artikel 5 van verordening nr. 2081/92 bij een lidstaat worden ingediend. Deze dient na te gaan of de aanvraag, gelet op de in deze verordening gestelde eisen, gerechtvaardigd is. Enkel indien hij tot conclusie komt dat zulks het geval is, moet hij ze naar de Commissie doorsturen, die dan ingevolge artikel 6, lid 1, van verordening nr. 2081/92 een louter formeel onderzoek instelt. Dit omvat de controle of het productdossier de krachtens artikel 4 vereiste gegevens bevat, en of de benaming gelet op de in het productdossier vervatte gegevens aan de eisen van artikel 2, lid 2, sub a of b, voldoet. (31) Daarbij onderzoekt de Commissie enkel of de beoordeling door de bevoegde lidstaat niet kennelijk onjuist is. (32) Dit geldt zowel voor de normale procedure van de artikelen 5 tot en met 7, als voor de vereenvoudigde procedure van artikel 17 van verordening nr. 2081/92. (33) De zin van deze bevoegdheidsverdeling is hierin gelegen dat het onderzoek van een registratieaanvraag in belangrijke mate een grondige kennis vereist van gegevens die specifiek zijn voor de betrokken lidstaat, en die de bevoegde autoriteiten van die staat het best kunnen controleren. (34)
88. De hierboven geschetste bevoegdheidsverdeling werkt ook door in het toezicht van de gemeenschapsrechter op de besluiten van de Commissie inzake de registratieaanvragen. Derhalve dient enkel te worden onderzocht, of de Commissie haar verificatieplicht is nagekomen en of aan de hierboven genoemde vereisten van de artikelen 2 en 4 van verordening nr. 2081/92 is voldaan. (35)
89. Aangezien niets wijst op het tegendeel, ga ik ervan uit dat de Commissie de aanvraag heeft onderzocht die de Italiaanse regering volgens de procedure van artikel 17 van verordening nr. 2081/92 samen met het productdossier heeft ingediend. Uit het bovenstaande is althans niet duidelijk gebleken dat het productdossier onvolledig is of dat de daarin vermelde gegevens, met inbegrip van de voorwaarde van het raspen en verpakken onder toezicht van het consortium in het productiegebied, de registratie als BOB niet rechtvaardigen. Derhalve maakt de aanvraag op grond van verordening nr. 1107/96 geen inbreuk op verordening nr. 2081/92.
c) Verenigbaarheid van de regeling met artikel 29 EG
90. Aangezien de bescherming van de BOB Grana Padano zich ook tot geraspte kaas uitstrekt, is het ingevolge artikel 8 van verordening nr. 2081/92 verboden deze benaming binnen de Gemeenschap te gebruiken voor geraspte kaas die wel uit Grana Padano is bereid, maar niet in het productiegebied is geraspt en verpakt. Thans dient dan ook te worden nagegaan in hoeverre de regeling van artikel 8 van verordening nr. 2081/92 juncto verordening nr. 1107/96 en het productdossier van de BOB Grana Padano verenigbaar is met het gemeenschapsrecht, in het bijzonder met de artikelen 29 en 30 EG.
91. Zoals ik hierboven heb uiteengezet, is het Italiaanse decreet een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve uitvoerbeperking in de zin van artikel 29 EG. Het is niet gerechtvaardigd uit hoofde van bescherming van de industriële en commerciële eigendom in de zin van artikel 30. Voorzover deze regeling ingevolge verordening nr. 1107/96 geldt voor de gehele Gemeenschap, is ook deze verordening dus in strijd met de artikelen 29 en 30 EG.
92. Anders dan bij het onderzoek van de periode van vóór de inwerkingtreding van verordening nr. 1107/96 dient hier echter te worden stilgestaan bij de algemene wetgevingstendens om in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid de nadruk te leggen op de kwaliteit van de producten om de reputatie ervan te verbeteren, onder meer door het gebruik van oorsprongsbenamingen. (36) Deze tendens wordt door de tweede tot en met de zesde overweging van de considerans van verordening nr. 2081/92 bevestigd. Rechtsgrondslag van deze verordening is logischerwijze artikel 37 EG, dat deel uitmaakt van het hoofdstuk landbouw van het Verdrag. Het gaat de wetgever daarbij niet alleen om de bescherming van de kwaliteit van landbouwproducten, maar ook en vooral, zoals uit de tweede overweging van de considerans van de verordening blijkt, om de verwezenlijking van structuurpolitieke doeleinden. Streefdoel is een verbetering van de omstandigheden in de landbouwgebieden; daartoe dient het inkomen van de landbouwers te worden verhoogd en dient te worden voorkomen dat de landelijke bevolking wegtrekt. In dit opzicht betoogt Ravil terecht dat de door het decreet van 4 november 1991 opgelegde beperking de bedrijven in het productiegebied een voordeel verschaft. De gemeenschapswetgever had dit zeker voor ogen bij de vaststelling van verordening nr. 2081/92. Deze overwegingen zouden ervoor kunnen pleiten dat de regeling van het decreet van 4 november 1991 en in die zin ook verordening nr. 1107/96 met het gemeenschapsrecht verenigbaar zijn.
93. Tegen het gebruik van structuurpolitieke overwegingen ter rechtvaardiging van beperkingen van het vrij verkeer van goederen pleit om te beginnen de tekst van artikel 30 EG. De opsomming van de gronden die een beperking van het vrij verkeer van goederen kunnen rechtvaardigen, bevat geen categorie structuurpolitieke overwegingen of landbouwbeleid. Volgens de rechtspraak is de opsomming van de in artikel 30 EG genoemde uitzonderingen limitatief. (37)
94. Daarbij komt nog dat artikel 30 EG, als uitzondering op het beginsel van het vrij verkeer van goederen, volgens de algemene interpretatieregels eng moet worden uitgelegd. (38) Ook dit pleit ervoor om kwantitatieve uitvoerbeperkingen en maatregelen van gelijke werking enkel binnen strikte grenzen gerechtvaardigd te achten. Wat de oorsprongsbenamingen betreft, lijkt de toelating van beperkingen die voortvloeien uit de invloed van natuurlijke factoren op het betrokken product gerechtvaardigd, omdat zij aan het productiegebied gebonden zijn. Dit geldt echter niet voor de knowhow, waarvan in beginsel ook buiten het productiegebied gebruik kan worden gemaakt.
95. Bovendien lijkt een ruime uitlegging van artikel 30 EG juist in het kader van het onderzoek naar de uitvoerbeperkingen in de zin van artikel 29 EG niet aangewezen. Zoals reeds is uiteengezet, heeft de rechtspraak de toepassingsvoorwaarden van artikel 29 EG aldus gepreciseerd dat het niet iedere uitvoerbeperking verbiedt, maar enkel die maatregelen die specifiek de uitvoer van goederen verhinderen. Deze rechtspraak definieert de werkingssfeer van het verbod van uitvoerbeperkingen veel minder ruim dan de werkingssfeer van het verbod van invoerbeperkingen in de zin van artikel 28 EG. Volgens de Dassonville-doctrine verbiedt artikel 28 EG iedere maatregel die de intracommunautaire handel al dan niet rechtstreeks, daadwerkelijk of potentieel kan belemmeren. (39) Nu de werkingssfeer van artikel 29 EG al minder ruim is dan die van artikel 28 EG, is er nog minder reden om de uitzonderingen van artikel 30 EG op juist artikel 29 ruim uit te leggen. In het kader van de uitlegging van artikel 30 EG dienen enkel die maatregelen gerechtvaardigd te worden geacht die onontbeerlijk zijn om de oorsprong en de kwaliteit van het door de BOB beschermde product te garanderen.
96. Ten slotte dient ook nog met het volgende rekening te worden gehouden. Bij de uitlegging van de bepalingen betreffende het vrij verkeer van goederen heeft het Hof steeds getracht deze vrijheid te laten prevaleren boven nationale maatregelen die, zoals het hier ter discussie staande decreet, onder meer ook de bescherming van de binnenlandse industrie betroffen. De in dit kader gevoerde gedingen hadden vaak betrekking op levensmiddelen waarvan de grondstoffen voornamelijk uit landbouwproducten bestonden. Een bekend voorbeeld hiervan is het arrest inzake het Duitse Reinheitsgebot voor bier (40) , dat op zijn beurt op een Beiers Reinheitsgebot uit 1516 is terug te voeren. Andere zaken betroffen Italiaanse deegwaren (41) , het minimumvetgehalte van Edammer kaas (42) en het in de handel brengen van diepvriesyoghurt. (43) Op het ogenblik zijn twee zaken met betrekking tot chocolade aanhangig. (44)
97. De rechtspraak betreffende de uitlegging van artikel 28 EG kan een vlucht van de producenten naar industriële eigendomsrechten hebben veroorzaakt, dat wil zeggen dat zij getracht hebben de verloren gegane nationale wettelijke bescherming tegen concurrentie te compenseren door het scheppen van nieuwe eigendomsrechten zoals beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen. In de biersector is deze ontwikkeling zeer opmerkelijk. Sinds het Beierse/Duitse Reinheitsgebot, dat ertoe leidde dat de benaming bier was voorbehouden aan brouwsels die enkel bepaalde ingrediënten bevatten, door het Hof met artikel 28 EG onverenigbaar is verklaard, kunnen in Duitsland onder de benaming bier ook bieren in de handel gebracht worden die in andere lidstaten niet volgens het Reinheitsgebot zijn gebrouwen. In een eerste fase trachtten de Duitse brouwerijen het economisch verlies dat de openstelling van de Duitse markt voor concurrerende producten uit andere lidstaten met zich bracht, te compenseren door reclame, bijvoorbeeld door de vermelding op het etiket nach dem deutschen Reinheitsgebot gebraut. Inmiddels werd Bayerisches Bier als geografisch beschermde aanduiding overeenkomstig de procedure van artikel 17 van verordening nr. 2081/92 in het door de Commissie bijgehouden register ingeschreven. (45) Indien het Hof zich dus al te genereus opstelt bij het erkennen van industriële eigendomsrechten en bepalingen toelaat die niet objectief noodzakelijk zijn om de oorsprong van het product uit een bepaald gebied en diens bijzondere kenmerken te handhaven, dan ontstaat het risico dat het vrij verkeer van goederen en de opening van de nationale markten, die het Hof in het kader van de uitlegging van artikel 28 EG heeft gerealiseerd, in het kader van artikel 29 EG weer verloren gaan.
98. De in de beide laatste punten aangetoonde samenhang tussen de artikelen 28 EG, 29 EG en 30 EG en de gevolgen van de rechtspraak inzake artikel 28 EG, die telkens het vrij verkeer van goederen liet prevaleren, pleiten in ieder geval voor een strikte uitlegging van de rechtvaardigingsgronden van artikel 30 EG.
99. In het productdossier, dat volgens artikel 4 van verordening nr. 2081/92 samen met de registratieaanvraag moet worden overgelegd, kunnen dus enkel voorwaarden worden opgenomen die ontegenzeglijk nodig zijn om de oorsprong en de bijzondere kenmerken van het product te garanderen, maar geen bepalingen die uitsluitend tot doel hebben de plaatselijke, in het productiegebied gevestigde ondernemingen een uitsluitend recht op de verdere verwerking van het product te verschaffen.
100. De conclusie dient dan ook te luiden dat ook de door verordening nr. 2081/92 nagestreefde structuurpolitieke doelstellingen op het gebied van het landbouwbeleid geen rechtvaardigingsgrond in de zin van artikel 30 EG voor de geconstateerde uitvoerbeperking kunnen vormen.
d) Conclusie
101. Op grond van artikel 17 van verordening nr. 2081/92 heeft de Commissie verordening nr. 1107/96 vastgesteld, waarbij de BOB Grana Padano ─ met inbegrip van de in het decreet van 4 november 1991 opgenomen voorwaarde dat de kaas in het productiegebied wordt geraspt en verpakt ─ in het register van de krachtens verordening nr. 2081/92 beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen is opgenomen. Via verordening nr. 1107/96 verkrijgt de hier geconstateerde uitvoerbeperking derhalve gemeenschapsrechtelijke status. Deze verordening moet derhalve wegens inbreuk op artikel 29 EG nietig verklaard worden voorzover zij de BOB Grana Padano voorbehoudt aan geraspte kaas die in het productiegebied wordt geraspt en verpakt.
VI ─ Conclusie
102. Op grond van bovenstaande overwegingen stel ik voor als volgt op de prejudiciële vraag te antwoorden:
1) Artikel 29 moet aldus worden uitgelegd, dat het zich verzet tegen een nationale regeling die de oorsprongsbenaming Grana Padano voorbehoudt aan kaas die in het productiegebied wordt geraspt en verpakt.
2) Verordening (EG) nr. 1107/96 van de Commissie van 12 juni 1996 betreffende de registratie van de geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen in het kader van de procedure van artikel 17 van verordening nr. 2081/92 van de Raad is nietig, voorzover zij de beschermde oorsprongsbenaming Grana Padano voorbehoudt aan geraspte kaas die in het productiegebied wordt geraspt en verpakt.
1 – Oorspronkelijke taal: Duits.
2 – PB L 208, blz. 1.
3 – Deze voetnoot is enkel relevant voor de oorspronkelijke Duitse tekst van de conclusie.
4 – Volgens artikel 18 treedt de verordening twaalf maanden na haar bekendmaking in werking. De verordening werd in het Publikatieblad van 24 juli 1992 gepubliceerd en trad derhalve op 24 juli 1993 in werking. De vereenvoudigde procedure kon dus tot 24 januari 1994 worden toegepast.
5 – PB L 148, blz. 1.
6 – . Gazzetta Ufficiale della Repubblica Italiana nr. 95 van 30 april 1954, blz. 1294.
7 – . Gazzetta Ufficiale della Repubblica Italiana nr. 295 van 22 december 1955, blz. 4401.
8 – Artikel 1 van het decreet luidt: La denominazione di origine del formaggio Grana padano è estesa alla tipologia grattugiato, ottenuta esclusivamente da formaggio intero avente diritto alla denominazione di origine di cui trattasi, a condizione che le operazioni di grattugia siano effetuate nell'ambito della zona di produzione del formaggio medesimo e che il confezionamento avvenga immediatamente senza nessun trattamento e senza aggiunta di sostanze atte a modificare la conservabilità e le caratteristiche organolettiche originarie.Artikel 2 luidt: La tipologia della denominazione in parola è riservata al formaggio grattugiato avente i parametri tecnici e tecnologici sottospecificati: presenza di grassi sulla sostanza secca: non inferiore al 32 %; età: non inferiore a nove mesi ed entro i limiti fissati dallo standard di produzzione; additivi: Secondo legge; carratteri organolettici: conformi alle definizioni stabilite dallo standard di produzione; umidità: non inferiore al 25 % e non superiore al 35 %; aspetto: non pulverulento ed omogeneo, particelle con diametro inferiore a 0,5 mm non superiori al 25 %; quantità di crosta: non superiore al 18 %; composizione amminoacida: specifica del Grana padano.Het decreet is bekendgemaakt in de Gazzetta Ufficiale della Repubblica Italiana nr. 83 van 8 april 1992.
9 – Décret nr. 69-393 van 24 april 1969, Journal Officiel de la République française van 27 april 1969; zie ook Gazzetta Ufficiale della Repubblica Italiana nr. 163 van 1 juli 1967, blz. 1074.
10 – Arrest van 9 juni 1992 (C-47/90, Jurispr. blz. I-3669).
11 – Arrest van 16 mei 2000 (C-388/95, Jurispr. blz. I-3123).
12 – Arrest van 10 november 1992 (C-3/91, Jurispr. blz. I-5529).
13 – . Gazzetta Ufficiale della Repubblica Italiana nr. 163 van 1 juli 1967, blz. 1074.
14 – Arresten Exportur, aangehaald in voetnoot 12, punt 37, en België/Spanje, aangehaald in voetnoot 11, punt 54.
15 – Convenzione tra l'Italia e la Francia per la protezione delle denominazioni di origine, delle indicazioni di provenienza e delle denominazioni di alcuni prodotti, con Protocollo annesso, Gazzetta Ufficiale della Repubblica Italiana nr . 163 van 1 juli 1967, blz. 1074.
16 – Zie voor een soortgelijke situatie de overwegingen in het arrest Exportur, aangehaald in voetnoot 12, punt 8.
17 – Arresten van 10 maart 1983, Inter-Huiles e.a. (172/82, Jurispr. blz. 555, punt 12); 7 februari 1984, Duphar e.a. (238/82, Jurispr. blz. 523, punt 25), en 23 mei 2000, Sydhavnens Sten & Grus (C-209/98, Jurispr. blz. I-3743, punt 34).
18 – Zie voor een zaak waarin de twee verschillende benaderingen van de artikelen 28 EG en 29 EG in het licht van het recht betreffende de oorsprongsbenamingen worden behandeld, arrest Exportur, aangehaald in voetnoot 12, punten 16-22.
19 – Arresten Delhaize en Le Lion, aangehaald in voetnoot 10, punten 12-14, en België/Spanje, aangehaald in voetnoot 11, punten 38-42.
20 – Arrest België/Spanje, aangehaald in voetnoot 11, punten 38-42.
21 – Arresten Exportur, aangehaald in voetnoot 12, punt 37, en België/Spanje, aangehaald in voetnoot 11, punt 54.
22 – Arresten Delhaize en Le Lion, aangehaald in voetnoot 10, punten 16 e.v., en Exportur, aangehaald in voetnoot 12, punt 24.
23 – Zie voor deze benadering in de rechtspraak onder meer arrest van 25 mei 1993, Commissie/Italië (C-228/91, Jurispr. blz. I-2701, punt 19).
24 – Zie tekst van artikel 2, aangehaald in voetnoot 8.
25 – Arrest België/Spanje, aangehaald in voetnoot 11, punt 77.
26 – Arrest van 12 oktober 2000, Ruwet (C-3/99, Jurispr. blz. I-8749, punt 53).
27 – PB L 33, blz. 1.
28 – Zie ook de Mededeling aan de in de geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen geïnteresseerde marktdeelnemers in verband met de vereenvoudigde communautaire registratieprocedure bedoeld in artikel 17 van verordening (EEG) nr. 2081/92 (PB 1993, C 273, blz. 4).
29 – Arrest van 9 augustus 1994, Meyhui (C-51/93, Jurispr. blz. I-3879, punt 11).
30 – Zie de op blz. 9 van de Domanda di Registrazione DOP (Denominazione di origine protetta) Grana Padano opgestelde lijst van de Italiaanse wetgeving die de bescherming van de oorsprongsbenaming Grana Padano betreft.
31 – Arrest van 6 december 2001, Carl Kühne e.a. (C-269/99, Jurispr. blz. I-9517, punten 50-54).
32 – Ibidem, punt 60.
33 – Ibidem, punt 52.
34 – Ibidem, punt 53.
35 – Ibidem, punten 49 en 57-60.
36 – Zie reeds arrest België/Spanje, aangehaald in voetnoot 11, punt 53.
37 – Zie arresten van 17 juni 1981, Commissie/Ierland (113/80, Jurispr. blz. 1625, punt 7); 9 juni 1982, Commissie/Italië (95/81, Jurispr. blz. 2187, punten 20 e.v.), 7 mei 1997, Pistre e.a. (C-321/94─C-324/94, Jurispr. blz. I-2343, punt 52), en conclusie van advocaat-generaal Jacobs van 25 mei 2000 in de zaak Warsteiner Brauerei (arrest van 7 november 2000, C-312/98, Jurispr. blz. I-9187, punt 36).
38 – Arrest van 19 maart 1991, Commissie/Griekenland (C-205/89, Jurispr. blz. I-1361, punt 9), en conclusie van advocaat-generaal Ruiz-Jarabo Colomer van 12 december 1996 in de zaak Morellato (arrest van 13 maart 1997, C-358/95, Jurispr. blz. I-1431, punt 21).
39 – Arrest van 11 juli 1974, Dassonville (8/74, Jurispr. blz. 837, punt 5). Zie ook arrest van 24 november 1993, Keck en Mithouard (C-267/91 en C-268/91, Jurispr. blz. I-6097, punt 11).
40 – Arrest van 12 maart 1987, Commissie/Duitsland (178/84, Jurispr. blz. 1227).
41 – Arrest van 14 juli 1988, 3 Glocken en Kritzinger (407/85, Jurispr. blz. 4233).
42 – Arrest van 22 september 1988, Deserbais (286/86, Jurispr. blz. 4907).
43 – Arrest van 14 juli 1988, Smanor (298/87, Jurispr. blz. 4489).
44 – Het betreft hier de zaken Commissie/Spanje (C-12/00) en Commissie/Italië (C-14/00), waarin op 6 december 2001 conclusies zijn genomen.
45 – Verordening (EG) nr. 1347/2001 van de Raad van 28 juni 2001 tot aanvulling van de bijlage bij verordening (EG) nr. 1107/96 van de Commissie betreffende de registratie van de geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen in het kader van de procedure van artikel 17 van verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad (PB L 182, blz. 3).
Full & Egal Universal Law Academy