Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lidstaten Verplichtingen Uitvoering van richtlijnen Niet-betwiste niet-nakoming
(Art. 226 EG)
Partijen
In zaak C-100/00,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door R. B. Wainwright en G. Bisogni als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door U. Leanza als gemachtigde, bijgestaan door G. Aiello, avvocato dello Stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen, dat de Italiaanse Republiek de krachtens het gemeenschapsrecht op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen door voor elektrische warmwatervoorraadtoestellen veiligheidsvoorschriften vast te stellen die niet worden voorgeschreven door richtlijn 73/23/EEG van de Raad van 19 februari 1973 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der lidstaten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen (PB L 77, blz. 29), en daarmee het vermoeden van conformiteit met de veiligheidsvoorschriften te onthouden aan producten die zijn vervaardigd overeenkomstig de EN 60335-2-21-norm,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),
samengesteld als volgt: V. Skouris, kamerpresident, R. Schintgen en N. Colneric (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: F. G. Jacobs,
griffier: R. Grass,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 18 januari 2001,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 16 maart 2000, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG beroep ingesteld, strekkende tot vaststelling dat de Italiaanse Republiek de krachtens het gemeenschapsrecht op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen door voor elektrische warmwatervoorraadtoestellen veiligheidsvoorschriften vast te stellen die niet worden voorgeschreven door richtlijn 73/23/EEG van de Raad van 19 februari 1973 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der lidstaten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen (PB L 77, blz. 29), en daarmee het vermoeden van conformiteit met de veiligheidsvoorschriften te onthouden aan producten die zijn vervaardigd overeenkomstig de EN 60335-2-21-norm.
2 Elektrische warmwatervoorraadtoestellen vallen binnen de werkingssfeer van richtlijn 73/23. Artikel 3 van deze richtlijn bepaalt, dat de lidstaten de nodige maatregelen treffen opdat niet om veiligheidsredenen het vrije verkeer binnen de Gemeenschap wordt verhinderd van het elektrische materiaal dat beantwoordt aan de in artikel 2 bedoelde veiligheidsdoeleinden.
3 Uit artikel 5 van richtlijn 73/23 volgt, dat elektrische warmwatertoestellen die in overeenstemming met de geharmoniseerde norm EN 60335-2-21 zijn vervaardigd, moeten worden geacht aan de eisen van de richtlijn te voldoen. Voornoemde norm bepaalt onder meer, dat warmwatertoestellen moeten worden voorzien van een mechanisme dat zorgt dat de stroomtoevoer wordt afgesloten wanneer het water een temperatuur van 130 ° C bereikt.
4 Het Italiaans recht bepaalt daarentegen, dat op het thermisch mechanisme waarvan warmwatertoestellen volgens de norm moeten worden voorzien, een schaalverdeling moet worden aangebracht, opdat een temperatuur van 100 ° C niet wordt overschreden.
5 Van oordeel dat dit voorschrift inbreuk maakt op richtlijn 73/23, heeft de Commissie een procedure wegens niet-nakoming ingeleid. Na de Italiaanse Republiek in de gelegenheid te hebben gesteld haar opmerkingen dienaangaande te maken, heeft de Commissie op 30 januari 1997 een met redenen omkleed advies tot haar gericht, waarin zij deze lidstaat uitnodigt de nodige maatregelen te nemen om binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van het advies daaraan te voldoen. Aangezien de Italiaanse Republiek geen gevolg aan dit advies heeft gegeven, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
6 De Italiaanse regering betwist de inbreuk niet en verklaart, dat zij deze zal trachten te beëindigen.
7 Gelet op dit gegeven alsmede de gegevens in de punten 3 en 4 van dit arrest, moet bijgevolg worden vastgesteld, dat de Italiaanse Republiek de krachtens het gemeenschapsrecht op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen door voor elektrische warmwatervoorraadtoestellen veiligheidsvoorschriften vast te stellen die niet worden voorgeschreven door richtlijn 73/23, en daarmee het vermoeden van conformiteit met de veiligheidsvoorschriften te onthouden aan producten die zijn vervaardigd overeenkomstig de EN 60335-2-21-norm.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
8 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Aangezien de Italiaanse Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door voor elektrische warmwatervoorraadtoestellen veiligheidsvoorschriften vast te stellen die niet worden voorgeschreven door richtlijn 73/23/EEG van de Raad van 19 februari 1973 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der lidstaten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen, en daarmee het vermoeden van conformiteit met de veiligheidsvoorschriften te onthouden aan producten die zijn vervaardigd overeenkomstig de EN 60335-2-21-norm, is de Italiaanse Republiek de krachtens het gemeenschapsrecht op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy