Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-betwiste niet-nakoming
(Art. 226 EG)
Partijen
In zaak C-148/00,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, aanvankelijk vertegenwoordigd door S. Dragone en F. P. Ruggeri Laderchi en vervolgens door S. Dragone en L. Visaggio als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door U. Leanza als gemachtigde, bijgestaan door G. De Bellis, avvocato dello Stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen
- 97/41/EG van de Raad van 25 juni 1997 tot wijziging van de richtlijnen 76/895/EEG, 86/362/EEG, 86/363/EEG en 90/642/EEG tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op respectievelijk groenten en fruit, granen, levensmiddelen van dierlijke oorsprong en bepaalde producten van plantaardige oorsprong, met inbegrip van groenten en fruit (PB L 184, blz. 33),
- 97/76/EG van de Raad van 16 december 1997 houdende wijziging van richtlijn 77/99/EEG en richtlijn 72/462/EEG wat betreft de voorschriften voor gehakt vlees, vleesbereidingen en bepaalde andere producten van dierlijke oorsprong (PB 1998, L 10, blz. 25), en
- 98/51/EG van de Commissie van 9 juli 1998 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van richtlijn 95/69/EG van de Raad houdende vaststelling van de voorwaarden en bepalingen voor de erkenning en de registratie van bedrijven en tussenpersonen in de sector diervoeding (PB L 208, blz. 43),
en in elk geval door die bepalingen niet aan de Commissie mee te delen, de krachtens het Verdrag en deze richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
samengesteld als volgt: S. von Bahr, kamerpresident, A. La Pergola en C. W. A. Timmermans (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: P. Léger,
griffier: R. Grass,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 20 september 2001,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 18 april 2000, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG het Hof verzocht vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen
- 97/41/EG van de Raad van 25 juni 1997 tot wijziging van de richtlijnen 76/895/EEG, 86/362/EEG, 86/363/EEG en 90/642/EEG tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op respectievelijk groenten en fruit, granen, levensmiddelen van dierlijke oorsprong en bepaalde producten van plantaardige oorsprong, met inbegrip van groenten en fruit (PB L 184, blz. 33),
- 97/76/EG van de Raad van 16 december 1997 houdende wijziging van richtlijn 77/99/EEG en richtlijn 72/462/EEG wat betreft de voorschriften voor gehakt vlees, vleesbereidingen en bepaalde andere producten van dierlijke oorsprong (PB 1998, L 10, blz. 25), en
- 98/51/EG van de Commissie van 9 juli 1998 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van richtlijn 95/69/EG van de Raad houdende vaststelling van de voorwaarden en bepalingen voor de erkenning en de registratie van bedrijven en tussenpersonen in de sector diervoeding (PB L 208, blz. 43),
en in elk geval door die bepalingen niet aan de Commissie mee te delen, de krachtens het Verdrag en deze richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Gemeenschapswetgeving
2 Volgens de artikelen 5, eerste alinea, van richtlijn 97/41, 4, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 97/76 en 10, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 98/51 moesten de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vaststellen om uiterlijk op 31 december 1998 aan elk van deze richtlijnen te voldoen.
Precontentieuze procedure
3 Van mening dat de richtlijnen 97/41, 97/76 en 98/51 niet binnen de gestelde termijn in Italiaans recht waren omgezet en omdat zij in elk geval niet over de vaststelling van uitvoeringsmaatregelen was ingelicht, heeft de Commissie de niet-nakomingsprocedure ingeleid. Nadat zij de Italiaanse Republiek had aangemaand haar opmerkingen te maken, heeft zij op 14 juli 1999 een met redenen omkleed advies uitgebracht waarin zij deze lidstaat verzocht de nodige maatregelen te nemen om binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de kennisgeving dit advies op te volgen. Omdat de Italiaanse Republiek geen gevolg heeft gegeven aan dit advies, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
Argumenten van partijen
4 De Italiaanse Republiek heeft in haar verweerschrift erkend dat bovengenoemde richtlijnen niet binnen de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn in Italiaans recht waren omgezet.
5 Zij verklaarde evenwel dat de richtlijnen 97/41 en 97/76 na het verstrijken van deze termijn waren uitgevoerd en deelde het ministerieel decreet en het wetsdecreet tot uitvoering van deze richtlijnen mee. Met betrekking tot richtlijn 98/51 voerde zij aan dat de procedure voor de vaststelling van het ministerieel decreet tot uitvoering daarvan bijna afgerond is.
6 Wegens een en ander heeft de Commissie na de sluiting van de schriftelijke behandeling afstand van instantie gedaan voor het gedeelte van haar beroep dat betrekking heeft op de niet-uitvoering van de richtlijnen 97/41 en 97/76. Het gedeelte van haar beroep dat betrekking heeft op de niet-uitvoering van richtlijn 98/51, heeft zij evenwel gehandhaafd.
Beoordeling door het Hof
7 Aangaande de uitvoering van richtlijn 98/51 zij opgemerkt dat volgens vaste rechtspraak het bestaan van een niet-nakoming moet worden beoordeeld op basis van de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn, en dat het Hof geen rekening kan houden met sedertdien opgetreden wijzigingen (zie onder meer arrest van 15 maart 2001, Commissie/Frankrijk, C-147/00, Jurispr. blz. I-2387, punt 26).
8 Niet betwist wordt dat richtlijn 98/51 niet binnen de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn is uitgevoerd. In deze omstandigheden moet het door de Commissie ingestelde beroep gegrond worden geacht.
9 Bijgevolg dient te worden vastgesteld dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 98/51, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
10 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Aangezien de Italiaanse Republiek in het ongelijk is gesteld, dient zij overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten te worden verwezen voorzover het beroep richtlijn 98/51 betreft.
11 Volgens artikel 69, lid 5, eerste alinea, van het Reglement voor de procesvoering wordt op vordering van de partij die afstand doet van instantie de wederpartij in de kosten veroordeeld, indien dit op grond van de houding van deze partij gerechtvaardigd lijkt. Aangezien de Italiaanse Republiek de maatregelen die nodig zijn ter uitvoering van de richtlijnen 97/41 en 97/76 pas na de instelling van het beroep heeft vastgesteld, dient zij in de kosten te worden verwezen voorzover het beroep deze twee richtlijnen betreft.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 98/51/EG van de Commissie van 9 juli 1998 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van richtlijn 95/69/EG van de Raad houdende vaststelling van de voorwaarden en bepalingen voor de erkenning en de registratie van bedrijven en tussenpersonen in de sector diervoeding, is de Italiaanse Republiek de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy