Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lidstaten Verplichtingen Uitvoering van richtlijnen Niet-betwiste niet-nakoming
(Art. 226 EG)
Partijen
In zaak C-176/00,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door M. Kontou-Durande als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Helleense Republiek, vertegenwoordigd door G. Kanellopoulos en D. Tsagkaraki als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verweerster,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat de Helleense Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 96/24/EG van de Raad van 29 april 1996 tot wijziging van richtlijn 79/373/EEG betreffende de handel in mengvoeders (PB L 125, blz. 33), en aan richtlijn 96/25/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verkeer van voedermiddelen, tot wijziging van de richtlijnen 70/524/EEG, 74/63/EEG, 82/471/EEG en 93/74/EEG, en tot intrekking van richtlijn 77/101/EEG (PB L 125, blz. 35), de krachtens het EG-Verdrag en deze richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
samengesteld als volgt: A. La Pergola, kamerpresident, S. von Bahr (rapporteur) en C. W. A. Timmermans, rechters,
advocaat-generaal: J. Mischo,
griffier: R. Grass,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 18 januari 2001,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 11 mei 2000, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 226 EG verzocht vast te stellen dat de Helleense Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 96/24/EG van de Raad van 29 april 1996 tot wijziging van richtlijn 79/373/EEG betreffende de handel in mengvoeders (PB L 125, blz. 33), en aan richtlijn 96/25/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verkeer van voedermiddelen, tot wijziging van de richtlijnen 70/524/EEG, 74/63/EEG, 82/471/EEG en 93/74/EEG, en tot intrekking van richtlijn 77/101/EEG (PB L 125, blz. 35), de krachtens het EG-Verdrag en deze richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Artikel 2 van richtlijn 96/24 en artikel 17 van richtlijn 96/25 bepalen, dat de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om uiterlijk op 30 juni 1998 aan deze richtlijnen te voldoen, en dat zij de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
3 Daar de Commissie van de Helleense Republiek geen kennisgeving van maatregelen tot omzetting van de richtlijnen 96/24 en 96/25 had ontvangen en niet over andere informatie beschikte waaruit zij kon opmaken dat de Helleense Republiek de daartoe noodzakelijke bepalingen had vastgesteld, maande zij die lidstaat bij brief van 25 augustus 1998 aan om binnen een termijn van twee maanden haar opmerkingen te maken.
4 Die aanmaningsbrief werd door de Griekse autoriteiten niet beantwoord. In die omstandigheden deed de Commissie de Helleense Republiek op 4 augustus 1999 een met redenen omkleed advies toekomen met het verzoek, binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van dat advies de nodige maatregelen vast te stellen om haar uit de richtlijnen 96/24 en 96/25 voortvloeiende verplichtingen na te komen.
5 Toen de Commissie van de Griekse regering geen informatie ontving waaruit bleek dat de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen tot omzetting van de richtlijnen 96/24 en 96/25 waren vastgesteld, heeft zij het onderhavige beroep ingesteld.
6 In haar verweerschrift betwist de Helleense Republiek niet, dat de nodige maatregelen voor de uitvoering van de richtlijnen 96/24 en 96/25 niet binnen de gestelde termijn zijn getroffen. Zij deelt het Hof echter mee, dat de procedure tot omzetting van deze richtlijnen, met name de voorbereiding van daartoe strekkende ministeriële besluiten door de bevoegde diensten van het ministerie van Landbouw, bijna voltooid is.
7 Dienaangaande zij eraan herinnerd, dat luidens artikel 249, derde alinea, EG de richtlijnen verbindend zijn ten aanzien van het te bereiken resultaat voor elke lidstaat waarvoor zij bestemd zijn. Volgens vaste rechtspraak brengt deze verplichting met zich, dat de in de richtlijnen vastgestelde termijnen moeten worden gerespecteerd (zie onder meer arresten van 22 september 1976, Commissie/Italië, 10/76, Jurispr. blz. 1359, punten 11 en 12, en 7 december 2000, Commissie/Verenigd Koninkrijk, C-69/99, Jurispr. blz. I-10979, punt 21).
8 Daar de omzetting van de richtlijnen 96/24 en 96/25 niet binnen de daarin gestelde termijnen heeft plaatsgevonden, moet het beroep van de Commissie gegrond worden geacht.
9 Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen 96/24 en 96/25, de krachtens deze richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
10 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Aangezien de Helleense Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 96/24/EG van de Raad van 29 april 1996 tot wijziging van richtlijn 79/373/EEG betreffende de handel in mengvoeders, en aan richtlijn 96/25/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verkeer van voedermiddelen, tot wijziging van de richtlijnen 70/524/EEG, 74/63/EEG, 82/471/EEG en 93/74/EEG, en tot intrekking van richtlijn 77/101/EEG, is de Helleense Republiek de krachtens deze richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Helleense Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy