Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Gemeenschappelijk douanetarief Toepassing van gunstige tariefregeling wegens bijzondere bestemming van goederen Tijdelijke schorsing van autonome rechten van gemeenschappelijk douanetarief voor dadels Toepassingsvoorwaarden
(Verordeningen nrs. 1517/91, 1431/92 en 1421/93 van de Raad; verordening nr. 4142/87 van de Commissie)
Samenvatting
$$Verordening nr. 4142/87 tot vaststelling van de voorwaarden en bepalingen waaraan voor bepaalde goederen, bij invoer, de toepassing van een gunstige tariefregeling in verband met de bijzondere bestemming van die goederen is onderworpen, en de verordeningen nrs. 1517/91, 1431/92 en 1421/93 houdende tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief op een aantal landbouwproducten, staan niet eraan in de weg dat dadels die in de oorspronkelijke verpakking met een netto-inhoud van niet meer dan 11 kg zijn ingevoerd, in aanmerking komen voor schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voorzien in de laatste drie verordeningen, die van toepassing zijn op dadels, vers of gedroogd, bestemd om voor de verkoop in het klein in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 11 kg te worden gereedgemaakt. Voor de verwezenlijking van de doelstelling van de tariefschorsing, te weten het veiligstellen van de belangen van de verwerkende industrie, volstaat het dat de dadels, ongeacht het gewicht van de inhoud van de verpakking waarin zij in de Gemeenschap worden ingevoerd, vóór de verkoop daadwerkelijk worden gereedgemaakt of herverpakt.
( cf. punten 34, 37-38, 40 en dictum )
Partijen
In zaak C-190/00,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 234 EG van de Cour d'appel de Paris (Frankrijk), in de aldaar dienende strafzaak tegen
Édouard Balguerie e.a.
en
Société Balguerie e.a., burgerlijk aansprakelijke partijen,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van verordening (EEG) nr. 4142/87 van de Commissie van 9 december 1987 tot vaststelling van de voorwaarden en bepalingen waaraan voor bepaalde goederen, bij invoer, de toepassing van een gunstige tariefregeling in verband met de bijzondere bestemming van die goederen is onderworpen (PB L 387, blz. 81),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),
samengesteld als volgt: C. Gulmann, kamerpresident, F. Macken (rapporteur) en J. N. Cunha Rodrigues, rechters,
advocaat-generaal: J. Mischo,
griffier: R. Grass,
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
E. Balguerie e.a. en de vennootschap Balguerie e.a., vertegenwoordigd door Y. en M. Famchon, avocats,
de Franse regering, vertegenwoordigd door R. Abraham en C. Vasak als gemachtigden,
de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door R. Tricot als gemachtigde,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 8 februari 2001,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij arrest van 15 mei 2000, binnengekomen bij het Hof op 23 mei daaraanvolgend, heeft de Cour d'appel de Paris krachtens artikel 234 EG een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van verordening (EEG) nr. 4142/87 van de Commissie van 9 december 1987 tot vaststelling van de voorwaarden en bepalingen waaraan voor bepaalde goederen, bij invoer, de toepassing van een gunstige tariefregeling in verband met de bijzondere bestemming van die goederen is onderworpen (PB L 387, blz. 81).
2 Die vraag is gerezen in een strafprocedure tegen de heren Mercier, in zijn hoedanigheid van bedrijfsleider van de vennootschap Orkos Diffusion SARL, Thomas, in zijn hoedanigheid van voorzitter van de raad van bestuur van de vennootschap Balguerie, en Balguerie, in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de vennootschap Pillet & Cie (hierna gezamenlijk: Balguerie e.a."), alsmede tegen de vennootschappen Orkos Diffusion SARL, Balguerie en Pillet & Cie (hierna gezamenlijk: vennootschap Balguerie e.a."), als burgerlijk aansprakelijke partijen, die ervan worden verdacht dat zij zonder aangifte verboden waar hebben ingevoerd.
Het gemeenschapsrecht
3 Volgens artikel 1 van verordening nr. 4142/87 beoogt deze verordening, gelijk overigens uit haar titel blijkt, de voorwaarden en bepalingen vast te stellen waaraan voor goederen, bij het in het vrije verkeer brengen, de toepassing van een gunstige tariefregeling op grond van de bijzondere bestemming van die goederen is onderworpen.
4 Artikel 3 van verordening nr. 4142/87 bepaalt:
1. Het gebruik maken van de in artikel 1 bedoelde tariefregeling is afhankelijk van het verlenen, aan degene die de goederen in het vrije verkeer invoert of doet invoeren, van een door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de goederen voor het vrije verkeer worden aangegeven af te geven schriftelijke vergunning.
2. Onverminderd de bepalingen van de navolgende artikelen houdt het verlenen van de in lid 1 bedoelde vergunning de volgende verplichtingen in:
a) de goederen de voorgeschreven bijzondere bestemming te doen volgen;
b) het bedrag van de niet geheven rechten te betalen indien de goederen de voorgeschreven bijzondere bestemming niet volgen;
c) een boekhouding te voeren die het de bevoegde autoriteiten mogelijk maakt die controles op het daadwerkelijk gebruik van de betrokken goederen uit te oefenen die zij met het oog op de voorgeschreven bijzondere bestemming nodig achten en deze boekhouding te bewaren gedurende een periode die bij de op dit gebied geldende bepalingen is voorgeschreven;
d) inzage te verlenen van de onder c bedoelde boekhouding;
e) zich aan elke andere controlemaatregel te onderwerpen die de bevoegde autoriteiten met het oog op het vaststellen van het daadwerkelijk gebruik van de goederen wenselijk achten en daartoe alle noodzakelijke gegevens te verstrekken.
3. De bevoegde autoriteiten kunnen aan personen die niet de door deze autoriteiten nodig geachte waarborgen bieden, de vergunning weigeren.
4. Het verlenen van de vergunning mag afhankelijk worden gesteld van het stellen van een door de bevoegde autoriteiten vastgestelde zekerheid."
5 Artikel 6, lid 1, van verordening nr. 4142/87 preciseert, dat indien de goederen niet de voorgeschreven bestemming hebben gevolgd, het bedrag van de niet geheven rechten moet worden betaald. Artikel 6, lid 2, bepaalt dat de resten en afvallen die, met name, tijdens het normale verwerkingsproces van de goederen ontstaan alsmede de door natuurlijke oorzaken ontstane verliezen, worden aangemerkt als goederen die de bijzondere bestemming hebben gevolgd.
6 Met betrekking tot de in de hoofdzaak aan de orde zijnde waar bepaalt verordening (EEG) nr. 1517/91 van de Raad van 31 mei 1991 houdende tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief op een aantal landbouwproducten (PB L 142, blz. 7), dat de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor dadels, vers of gedroogd, bestemd om voor de verkoop in het klein in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 11 kg te worden gereedgemaakt", van 1 juli 1991 tot en met 30 juni 1992 worden geschorst.
7 Die schorsing is voor de periode van 1 juli 1992 tot en met 30 juni 1993 verlengd bij verordening (EEG) nr. 1431/92 van de Raad van 26 mei 1992 (PB L 151, blz. 1) en, voor de periode van 1 juli 1993 tot en met 30 juni 1994, bij verordening (EEG) nr. 1421/93 van de Raad van 7 juni 1993 (PB L 140, blz. 6).
8 In de eerste en de tweede overweging van de considerans van de verordeningen nrs. 1517/91, 1431/92 en 1421/93 wordt verklaard, dat momenteel de productie in de Gemeenschap van de in deze verordening bedoelde producten onvoldoende of nihil is en dat de producenten derhalve niet kunnen voldoen aan de behoeften van de verwerkende industrie van de Gemeenschap", zodat het in het belang van de Gemeenschap is dat in bepaalde gevallen de autonome rechten [...] geheel worden geschorst".
Het hoofdgeding
9 De vennootschap Orkos Diffusion SARL, die zich bezighoudt met de invoer en de wederverkoop, na herverpakking, van exotisch fruit, voerde tussen 12 december 1991 en 27 april 1994 dadels uit de Verenigde Staten van Amerika in, die werden afgeleverd in dozen met een afmeting van 36 x 42 cm en een gewicht van 15 pond (7,5 kg). De douaneaangiften voor die invoer werden verricht door de douaneagenten Pillet & Cie en Balguerie, handelend voor de vennootschap Orkos Diffusion SARL.
10 De producten werden in Frankrijk ingevoerd onder de tariefposten 0804 10 00 222 OY (in 1991 en 1992) en 0804 10 00 022 OM en 0804 10 00 012 OC (in 1993 en 1994), dat wil zeggen de tariefposten voor dadels, vers of gedroogd, bestemd om voor de verkoop in het klein in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 11 kg te worden gereedgemaakt".
11 Die dadels kwamen derhalve in aanmerking voor schorsing van douanerechten en een verlaagd BTW-tarief van 5,5 %.
12 Tussen 19 oktober 1994 en 11 augustus 1995 voerden ambtenaren van de Direction nationale du renseignement et des enquêtes douanières een controle op die invoer uit, na afloop waarvan werd vastgesteld, dat de dadels hadden moeten worden aangegeven onder de tariefposten 0804 10 00 223 9E (in 1991 en 1992) en 0804 10 00 013 9R of 0804 10 00 023 9N (in 1993 en 1994), de tariefposten voor verse of gedroogde dadels, aangeboden in onmiddellijke verpakkingen met een netto-inhoud van ten hoogste 35 kg", en dus aan een douanerecht van 12 % hadden moeten worden onderworpen.
13 De Commission de conciliation et d'expertise douanière, tot wie Mercier zich krachtens artikel 450 van de Franse Code des douanes had gewend, verklaarde zich bij beschikking van 27 februari 1996 onbevoegd op grond dat het voorgelegde geschil geen betrekking heeft op het soort of de onjuiste toepassing van een tariefrubriek, maar op de uitlegging van communautaire verordeningen inzake het verpakken van goederen bij in- of uitvoer".
14 De douaneadministratie dagvaardde Balguerie e.a. en de vennootschap Balguerie e.a. daarop voor het Tribunal de grande instance de Melun (Frankrijk), met het oog op, in de eerste plaats, hun veroordeling wegens valse aangifte of manipulaties met als doel of ten gevolge, vrijstelling of enig ander voordeel verband houdende met de invoer van dadels te verkrijgen en, in de tweede plaats, de betaling door hen van de niet-betaalde rechten.
15 Bij strafvonnis van 8 maart 1999 verklaarde het Tribunal Balguerie e.a. schuldig aan het hun ten laste gelegde strafbare feit en veroordeelde het hen, in hoofdelijkheid met de vennootschap Balguerie e.a., tot betaling van onder meer het bedrag van 288 563 FRF aan ontweken rechten en heffingen. Het Tribunal was namelijk van oordeel, dat het voor de verkoop in het klein in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 11 kg niet nodig was geweest, de producten gereed te maken. Bovendien merkte het op, dat het op de dag van de controle niet mogelijk was geweest de voorraadadministratie over te leggen.
16 Verdachten in de hoofdzaak gingen van dit vonnis in hoger beroep bij de Cour d'appel de Paris.
17 Die rechterlijke instantie stelde vast, dat partijen het erover eens zijn, dat de betrokken invoer valt onder verordening nr. 4142/87, zoals gewijzigd bij verordening nr. 3803/92 van de Commissie van 23 december 1992 (PB L 384, blz. 15).
18 Zij merkte op dat de douaneadministratie, afgezien van haar grief betreffende het verzuim om op eerste vordering de voorraadadministratie over te leggen, stelt, dat de in de hoofdzaak aan de orde zijnde vrijstellingsregeling uitsluit, dat de dadels worden ingevoerd in oorspronkelijke verpakkingen met een inhoud van niet meer dan 11 kg, terwijl verdachten in de hoofdzaak van mening zijn, dat de dadels wel onder die regeling kunnen vallen wanneer zij na sortering en een kwaliteitscontrole worden herverpakt in verpakkingen die aan de normen van de voorgeschreven bestemming voldoen.
19 Onder deze omstandigheden heeft de Cour d'appel de Paris de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de vraag voorgelegd, of verordening nr. 4142/87 van de Commissie van 9 december 1987 en de voorwaarden vastgesteld voor de toepassing van die verordening op de invoer van dadels onder de regeling van schorsing van douanerechten wegens de aan de goederen te geven bestemming, zich ertegen verzetten, dat die dadels worden ingevoerd in de oorspronkelijke verpakking met een inhoud van niet meer dan 11 kg".
De prejudiciële vraag
20 Vaststaat, dat het probleem voor de verwijzende rechter zich toespitst op de vraag, of de dadels, teneinde in aanmerking te komen voor de vrijstelling van rechten als bedoeld in de verordeningen nrs. 1517/91, 1431/92 en 1421/93, noodzakelijkerwijs moeten worden ingevoerd in verpakkingen met een netto-inhoud van meer dan 11 kg.
21 Vastgesteld moet worden, dat het op grond van verordening nr. 4142/87, die volgens artikel 1 de voorwaarden en bepalingen vaststelt waaraan voor goederen, bij het in het vrije verkeer brengen, de toepassing van een gunstige tariefregeling op grond van de bijzondere bestemming van die goederen is onderworpen, bij gebreke van enige specifieke bepaling op zich niet mogelijk is te bepalen, of dadels die bestemd zijn om voor de verkoop in het klein in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 11 kg te worden gereedgemaakt, moeten worden ingevoerd in verpakkingen met een netto-inhoud van meer dan 11 kg om voor vrijstelling van rechten in aanmerking te komen.
22 Voor de oplossing van dit probleem moeten derhalve tevens de verordeningen nrs. 1517/91, 1431/92 en 1421/93 worden uitgelegd, die bepalen dat de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor dadels, vers of gedroogd, bestemd om voor de verkoop in het klein in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 11 kg te worden gereedgemaakt, voor bepaalde periodes worden geschorst.
23 Met zijn prejudiciële vraag beoogt de verwijzende rechter dus in wezen te vernemen, of de verordeningen nrs. 4142/87, 1517/91, 1431/92 en 1421/93 zich ertegen verzetten, dat dadels die in de originele verpakking met een netto-inhoud van niet meer dan 11 kg worden ingevoerd, in aanmerking kunnen komen voor schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief.
24 Balguerie e.a. stellen dat het voor de tariefschorsing in de hoofdzaak volstaat, dat de dadels, vers of gedroogd, bestemd zijn om voor de verkoop in het klein in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 11 kg te worden gereedgemaakt.
25 Huns inziens is het onbetwist en onbetwistbaar dat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde dadels, na sortering en controle, voor de verkoop in het klein zijn verpakt in dozen van 7 kg (50 x 30 cm) of in plastic schalen van 1 kg, hetgeen in overeenstemming is met de normen van de voorgeschreven bestemming.
26 In dit verband betogen zij, dat zelfs al zijn de dadels ingevoerd in verpakkingen met een netto-inhoud van minder dan 11 kg, dit niet wegneemt, dat zij de dadels hebben herverpakt teneinde ze aan de behoeften van de klant aan te passen.
27 Door de herverpakking hebben Balguerie e.a. volgens hun zeggen verordening nr. 4142/87 geëerbiedigd, zodat de producten in aanmerking moesten komen voor schorsing van douanerechten.
28 De Franse regering is van mening, dat de drempel om een bulkproduct van een reeds verpakt product te onderscheiden, voor dadels op 11 kg is vastgesteld, zodat een product dat in een verpakking van minder dan 11 kg is ingevoerd als reeds verpakt moet worden aangemerkt en dus niet in aanmerking kan komen voor de eventuele schorsing van rechten die voor bulkproducten geldt.
29 Volgens de Commissie wordt niet betwist, dat de producten in de hoofdzaak verse of gedroogde dadels waren en dat zij na invoer gereed zijn gemaakt om in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 11 kg in het klein te worden verkocht. In dit verband preciseert zij, dat in de bewoordingen van de betrokken tariefpost geen onderscheid wordt gemaakt al naar gelang de inhoud van de verpakkingen vóór die herverpakking al dan niet reeds niet meer dan 11 kg bedroeg.
30 De in de hoofdzaak aan de orde zijnde producten zijn naar het oordeel van de Commissie dus kennelijk gedekt door de bewoordingen van de tariefposten waaronder zij zijn aangegeven.
31 Volgens de Commissie beoogt de herverpakking dus niet, dat de dadels de bijzondere bestemming waarvoor zij zijn aangegeven, niet volgen, en kan zij zelfs worden verklaard door de vereisten van de verkoop in het klein.
32 Verordening nr. 4142/87 zou een dergelijke handelwijze niet verbieden, maar een daadwerkelijke controle van de bestemming van de goederen mogelijk willen maken.
33 De Commissie concludeert dat, indien de omstandigheden van de onderhavige zaak voor de verwijzende rechter aanleiding mochten zijn te constateren, dat er sprake is van kunstgrepen of fraude of zelfs van handelingen op grond waarvan kan worden betwijfeld, of een gunstige tariefbehandeling wegens de bijzondere bestemming van de dadels moet worden toegepast, die omstandigheden niet beperkt kunnen zijn tot de loutere vaststelling, dat de dadels reeds waren verpakt in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 11 kg, omdat die vaststelling op zich irrelevant is voor de eventuele verkrijging van het preferentiële tarief.
34 Dienaangaande moet in de eerste plaats worden vastgesteld, dat de verordeningen nrs. 1517/91, 1431/92 en 1421/93 betrekking hebben op dadels bestemd om voor de verkoop in het klein in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van ten hoogste 11 kg te worden gereedgemaakt, met uitzondering van dadels die bestemd zijn voor de verkoop in het klein in hun oorspronkelijke verpakking, zelfs al bevat die verpakking niet meer dan 11 kg.
35 Voorts hebben die verordeningen niet uitdrukkelijk betrekking op het geval waarin de dadels bij invoer reeds zijn verpakt in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 11 kg, maar op het geval waarin zij bestemd zijn om voor de verkoop in het klein te worden herverpakt in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 11 kg.
36 Uit de eerste twee overwegingen van de considerans van de verordeningen nrs. 1517/91, 1431/92 en 1421/93 volgt echter, dat de schorsing van rechten de behoeften van de verwerkende industrie beoogt veilig te stellen.
37 Voorts geldt die schorsing volgens de verordeningen nrs. 1517/91, 1431/92 en 1421/93 behalve voor verse dadels bestemd om voor de verkoop in het klein te worden gereedgemaakt, voor dadels, vers of gedroogd, bestemd voor de verwerkende industrie, doch niet voor de vervaardiging van alcohol".
38 Bijgevolg moet worden vastgesteld, dat het voor de verwezenlijking van de doelstelling van de tariefschorsing, te weten het veilig stellen van de belangen van de verwerkende industrie, volstaat dat de dadels, ongeacht het gewicht van de inhoud van de verpakking waarin zij in de Gemeenschap worden ingevoerd, vóór de verkoop daadwerkelijk worden gereedgemaakt of herverpakt.
39 In dit verband moet worden beklemtoond, dat de in verordening nr. 4142/87 voor de toelating van goederen gestelde voorwaarden moeten worden geëerbiedigd en dat door de in die verordening bedoelde controlemechanismen kan worden verzekerd, dat alleen gereedgemaakte of herverpakte producten voor de tariefschorsing in aanmerking komen.
40 Onder die omstandigheden moet worden geantwoord, dat de verordeningen nrs. 4142/87, 1517/91, 1431/92 en 1421/93 niet eraan in de weg staan, dat dadels die in de oorspronkelijke verpakking met een netto-inhoud van niet meer dan 11 kg zijn ingevoerd, in aanmerking kunnen komen voor schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
41 De kosten door de Franse regering en de Commissie wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in de hoofdzaak is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),
uitspraak doende op de door de Cour d'appel de Paris bij arrest van 15 mei 2000 gestelde vraag, verklaart voor recht:
Verordening (EEG) nr. 4142/87 van de Commissie van 9 december 1987 tot vaststelling van de voorwaarden en bepalingen waaraan voor bepaalde goederen, bij invoer, de toepassing van een gunstige tariefregeling in verband met de bijzondere bestemming van die goederen is onderworpen, en de verordeningen (EEG) van de Raad nrs. 1517/91 van 31 mei 1991, 1431/92 van 26 mei 1992 en 1421/93 van 7 juni 1993 houdende tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief op een aantal landbouwproducten, staan er niet aan in de weg, dat dadels die in de oorspronkelijke verpakking met een netto-inhoud van niet meer dan 11 kg zijn ingevoerd, in aanmerking kunnen komen voor schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief.
Full & Egal Universal Law Academy