Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Handelingen van de instellingen - Richtlijnen - Uitvoering door lidstaten - Ontoereikendheid van eenvoudige administratieve praktijken of eenvoudige praktijken van marktdeelnemers
(Art. 249, derde alinea, EG)
Partijen
In zaak C-254/00,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door H. van Lier als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Koninkrijk der Nederlanden, aanvankelijk vertegenwoordigd door M. A. Fierstra, vervolgens door J. van Bakel, als gemachtigden,
verweerder,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat het Koninkrijk der Nederlanden, door niet alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen of mee te delen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 95/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 inzake het gebruik van normen voor het uitzenden van televisiesignalen (PB L 281, blz. 51), de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
samengesteld als volgt: S. von Bahr, kamerpresident, D. A. O. Edward (rapporteur) en A. La Pergola, rechters,
advocaat-generaal: A. Tizzano,
griffier: R. Grass,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 14 juni 2001,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij op 26 juni 2000 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG beroep ingesteld strekkende tot vaststelling dat het Koninkrijk der Nederlanden, door niet alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen of mee te delen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 95/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 inzake het gebruik van normen voor het uitzenden van televisiesignalen (PB L 281, blz. 51), de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Artikel 8 van richtlijn 95/47 bepaalt, dat de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om uiterlijk negen maanden na de datum van haar inwerkingtreding aan de richtlijn te voldoen en dat zij de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen. Overeenkomstig artikel 9 is richtlijn 95/47 op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, dat wil zeggen op 23 november 1995, in werking getreden.
3 Van oordeel dat richtlijn 95/47 niet binnen de voorgeschreven termijn in Nederlands recht was omgezet, heeft de Commissie de niet-nakomingsprocedure ingeleid. Na het Koninkrijk der Nederlanden te hebben aangemaand zijn opmerkingen te maken, heeft de Commissie op 14 oktober 1998 een met redenen omkleed advies uitgebracht waarin zij deze lidstaat verzocht, binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving ervan de nodige maatregelen te treffen om aan dit advies te voldoen. Daar zij van het Koninkrijk der Nederlanden geen enkele mededeling ontving om te kunnen concluderen dat het richtlijn 95/47 had omgezet, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
4 De Nederlandse regering erkent dat de omzetting van richtlijn 95/47 vertraging heeft opgelopen, maar voegt hieraan toe dat de richtlijn volledig in Nederlands recht zal zijn omgezet wanneer het voorstel tot wijziging van de Telecommunicatiewet door het Nederlandse parlement zal zijn goedgekeurd, hetgeen binnenkort zal gebeuren.
5 Zij stelt echter, dat richtlijn 95/47 in de praktijk in Nederland reeds wordt geëerbiedigd en dat de bestaande nationale wetgeving, met name op het gebied van octrooirecht en mededinging, uitvoering geeft aan een aantal bepalingen van die richtlijn, zodat de consumenten noch de aanbieders van telecommunicatienetwerken en -diensten enig nadeel ondervinden van de te late omzetting ervan.
6 Het staat dus vast, dat het Koninkrijk der Nederlanden richtlijn 95/47 niet volledig in zijn nationale rechtsorde heeft omgezet.
7 Ten aanzien van het argument van de Nederlandse regering dat richtlijn 95/47, ofschoon nog niet volledig in Nederlands recht omgezet, in de praktijk in Nederland reeds wordt geëerbiedigd, volstaat het eraan te herinneren dat eenvoudige administratieve praktijken, die naar hun aard volgens goeddunken van de administratie kunnen worden gewijzigd en waaraan onvoldoende bekendheid is gegeven, niet kunnen worden beschouwd als een correcte uitvoering van de verplichtingen die het Verdrag oplegt (zie met name arrest van 17 mei 2001, Commissie/Italië, C-159/99, Jurispr. blz. I-4007, punt 32). Hetzelfde geldt, a fortiori, voor eenvoudige praktijken van marktdeelnemers.
8 Met betrekking tot het argument van de Nederlandse regering dat de Nederlandse rechtsorde reeds in overeenstemming met richtlijn 95/47 is, volstaat de vaststelling, zonder dat behoeft te worden uitgemaakt of de ter zake aangevoerde nationale regeling richtlijn 95/47 metterdaad omzet, dat niet wordt betwist dat deze nationale regeling, anders dan artikel 8 van de richtlijn vereist, niet bij de Commissie is aangemeld.
9 Mitsdien moet worden vastgesteld dat het Koninkrijk der Nederlanden, door niet alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen of mee te delen die nodig zijn om aan richtlijn 95/47 te voldoen, de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
10 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Daar het Koninkrijk der Nederlanden in het ongelijk is gesteld moet het overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen of mee te delen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 95/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 inzake het gebruik van normen voor het uitzenden van televisiesignalen, is het Koninkrijk der Nederlanden de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Het Koninkrijk der Nederlanden wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy