Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Landbouw - Harmonisatie van wetgevingen inzake sanitaire controles - Richtlijn 64/433 - Kosten voor bacteriologische onderzoeken en voor opsporing van trichinen - Dekking door communautaire retributie die door lidstaten wordt geheven
(Richtlijnen van de Raad 64/433, zoals gewijzigd bij richtlijn 89/662 en zoals gewijzigd en gecodificeerd bij richtlijn 91/497, en 85/73, zoals gewijzigd bij richtlijn 93/118; beschikking 88/408 van de Raad)
Samenvatting
$$De communautaire retributie die de lidstaten heffen voor de keuringen en de sanitaire controles van vers vlees die plaatsvinden overeenkomstig richtlijn 85/73 inzake de financiering van de keuringen en sanitaire controles van vers vlees en van vlees van pluimvee, en beschikking 88/408 betreffende de niveaus van de overeenkomstig richtlijn 85/73 te heffen retributies voor de keuringen en sanitaire controles van vers vlees, alsmede overeenkomstig richtlijn 85/73, zoals gewijzigd bij richtlijn 93/118, omvat de kosten voor bacteriologische onderzoeken en voor de opsporing van trichinen, die plaatsvinden overeenkomstig richtlijn 64/433 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees, zowel in de versie die voortvloeit uit richtlijn 89/662 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt, als in die welke voortvloeit uit richtlijn 91/497 tot wijziging en codificatie van richtlijn 64/433 teneinde deze uit te breiden tot de productie en het in de handel brengen van vers vlees.
( cf. punt 59 en dictum )
Partijen
In de gevoegde zaken C-284/00 en C-288/00,
betreffende verzoeken aan het Hof krachtens artikel 234 EG van het Bundesverwaltungsgericht (Duitsland), in de aldaar aanhangige gedingen tussen
Stratmann GmbH und Co. KG
en
Landrätin des Kreises Wesel (C-284/00),
en tussen
Fleischversorgung Neuss GmbH und Co. KG
en
Landrat des Kreises Neuss (C-288/00),
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van richtlijn 85/73/EEG van de Raad van 29 januari 1985 inzake de financiering van de keuringen en sanitaire controles van vers vlees en van vlees van pluimvee (PB L 32, blz. 14) en van beschikking 88/408/EEG van de Raad van 15 juni 1988 betreffende de niveaus van de overeenkomstig richtlijn 85/73 te heffen retributies voor de keuringen en sanitaire controles van vers vlees (PB L 194, blz. 24), alsmede van richtlijn 85/73, zoals gewijzigd bij richtlijn 93/118/EG van de Raad van 22 december 1993 (PB L 340, blz. 15, en rectificatie PB 1994, L 280, blz. 91), in samenhang met richtlijn 64/433/EEG van de Raad van 26 juni 1964 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees (PB 1964, 121, blz. 2012), zowel in de versie die voortvloeit uit richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PB L 395, blz. 13), als in die welke voortvloeit uit richtlijn 91/497/EEG van de Raad van 29 juli 1991 tot wijziging en codificatie van richtlijn 64/433 teneinde deze uit te breiden tot de productie en het in de handel brengen van vers vlees (PB L 268, blz. 69),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),
samengesteld als volgt: N. Colneric, kamerpresident, R. Schintgen (rapporteur) en V. Skouris, rechters,
advocaat-generaal: P. Léger,
griffier: M.-F. Contet, administrateur,
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
- Stratmann GmbH und Co. KG (C-284/00), vertegenwoordigd door L. Liebenau, Rechtsanwalt,
- Fleischversorgung Neuss GmbH und Co. KG (C-288/00), vertegenwoordigd door L. Liebenau, Rechtsanwalt,
- Landrätin des Kreises Wesel (C-284/00), vertegenwoordigd door G. Harmeling, Kreisverwaltungsdirektor,
- Landrat des Kreises Neuss (C-288/00), vertegenwoordigd door S. Heithoff, Kreisrechtsdirektor,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen (C-284/00 en C-288/00), vertegenwoordigd door G. Braun en G. Berscheid als gemachtigden,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van Stratmann GmbH und Co. KG, vertegenwoordigd door H. Tuengerthal, Rechtsanwalt; Fleischversorgung Neuss GmbH und Co. KG, vertegenwoordigd door L. Liebenau; de Landrätin des Kreises Wesel, vertegenwoordigd door G. Harmeling; de Landrat des Kreises Neuss, vertegenwoordigd door S. Heithoff, en de Commissie, vertegenwoordigd door G. Braun en G. Berscheid, ter terechtzitting van 17 januari 2002,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 21 maart 2002,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij twee beschikkingen van 27 april 2000, ingekomen bij het Hof respectievelijk op 19 en 21 juli daaraanvolgend, heeft het Bundesverwaltungsgericht krachtens artikel 234 EG twee prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van richtlijn 85/73/EEG van de Raad van 29 januari 1985 inzake de financiering van de keuringen en sanitaire controles van vers vlees en van vlees van pluimvee (PB L 32, blz. 14) en beschikking 88/408/EEG van de Raad van 15 juni 1988 betreffende de niveaus van de overeenkomstig richtlijn 85/73 te heffen retributies voor de keuringen en sanitaire controles van vers vlees (PB L 194, blz. 24), alsmede van richtlijn 85/73, zoals gewijzigd bij richtlijn 93/118/EG van de Raad van 22 december 1993 (PB L 340, blz. 15, en rectificatie PB 1994, L 280, blz. 91), in samenhang met richtlijn 64/433/EEG van de Raad van 26 juni 1964 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees (PB 1964, 121, blz. 2012), zowel in de versie die voortvloeit uit richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PB L 395, blz. 13), als in die welke voortvloeit uit richtlijn 91/497/EEG van de Raad van 29 juli 1991 tot wijziging en codificatie van richtlijn 64/433 teneinde deze uit te breiden tot de productie en het in de handel brengen van vers vlees (PB L 268, blz. 69).
2 Deze vragen zijn gerezen in twee gedingen, respectievelijk tussen Stratmann GmbH und Co. KG (hierna: Stratmann") en de Landrätin des Kreises Wesel (hierna: Landrätin"), en tussen Fleischversorgung Neuss GmbH und Co. KG (hierna: Fleischversorgung Neuss") en de Landrat des Kreises Neuss (hierna: Landrat"), over de inning van retributies die van deze ondernemingen zijn gevorderd voor keuringen en sanitaire controles die tussen 1991 en 1994 door de diensten van de Landkreise Wesel en Neuss zijn verricht.
Toepasselijke bepalingen van gemeenschapsrecht
Regels inzake keuringen en sanitaire controles van vers vlees
Richtlijn 64/433, in de versie die voortvloeit uit richtlijn 89/662
3 Luidens artikel 1, lid 1, van richtlijn 64/433, in de versie die voortvloeit uit richtlijn 89/662, heeft deze richtlijn betrekking op het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees, afkomstig van huisdieren, met name runderen en varkens. Volgens artikel 2 van deze richtlijn wordt onder vers vlees" verstaan vlees dat buiten de koudebehandeling geen behandeling ter bevordering van de houdbaarheid heeft ondergaan.
4 Artikel 3, lid 1, sub A-d, van richtlijn 64/433, in de versie die voortvloeit uit richtlijn 89/662, bepaalt:
Elke lidstaat ziet erop toe dat vers vlees alleen van zijn grondgebied naar het grondgebied van een andere lidstaat wordt verzonden, wanneer het aan onderstaande voorwaarden voldoet:
A. Wanneer het hele, halve geslachte dieren of halve geslachte dieren die in ten hoogste drie stukken zijn verdeeld of voeten betreft, moet het vlees:
[...]
d) overeenkomstig bijlage I, hoofdstuk VII, na het slachten door een officiële dierenarts zijn gekeurd en daarbij geen enkele afwijking hebben vertoond, met uitzondering van kort voor het slachten opgelopen verwondingen en plaatselijke misvormingen of afwijkingen, voorzover wordt vastgesteld, zo nodig door een laboratoriumonderzoek, dat het geslachte dier en het daarbij behorende slachtafval daardoor niet ongeschikt worden voor menselijke consumptie of gevaarlijk voor de gezondheid."
5 Deze keuring na het slachten moet indien nodig een laboratoriumonderzoek" omvatten (bijlage I, hoofdstuk VII, punt 39, sub e, bij richtlijn 64/433, in de versie die voortvloeit uit richtlijn 89/662). Bovendien moet vers vlees van varkens dat dwarsgestreepte spieren bevat, worden onderworpen aan een onderzoek op trichinen onder het toezicht en de verantwoordelijkheid van de officiële dierenarts, volgens wetenschappelijk erkende en in de praktijk beproefde methoden, met name de methoden welke in EEG-richtlijnen of in andere internationale normen zijn neergelegd (bijlage I, hoofdstuk VII, punt 41, sub D, bij dezelfde richtlijn).
6 Krachtens artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 64/433, in de versie die voortvloeit uit richtlijn 89/662, ziet elke lidstaat erop toe dat van zijn grondgebied naar het grondgebied van een andere lidstaat enkel vers vlees van varkens wordt verzonden, dat geen koudebehandeling heeft ondergaan overeenkomstig richtlijn 77/96/EEG van de Raad van 21 december 1976 inzake het opsporen van trichinen bij de invoer van vers vlees van varkens, huisdieren, uit derde landen (PB L 26, blz. 67), indien dit vlees een onderzoek op trichinen heeft ondergaan conform bijlage I, hoofdstuk VII, punt 41, sub D, bij richtlijn 64/433. Verder zien de lidstaten volgens artikel 5, sub f, van dezelfde richtlijn erop toe dat vers vlees van varkens waarbij de aanwezigheid van trichinen is geconstateerd, niet van hun grondgebied naar het grondgebied van een andere lidstaat wordt verzonden.
7 Krachtens artikel 2, eerste alinea, in samenhang met artikel 6, eerste alinea, van richtlijn 88/409/EEG van de Raad van 15 juni 1988 houdende vaststelling van de gezondheidsvoorschriften voor vlees dat bestemd is voor de binnenlandse markt en van de niveaus van de overeenkomstig richtlijn 85/73 voor de keuring van dit vlees te heffen retributies (PB L 194, blz. 28), leggen de lidstaten de noodzakelijke bepalingen ten uitvoer om te waarborgen dat uiterlijk op 1 januari 1991 al het verse vlees dat op hun grondgebied wordt geproduceerd om daar in de handel te worden gebracht, wordt onderworpen aan een keuring volgens de met name in hoofdstuk VII van bijlage I bij richtlijn 64/433 neergelegde voorschriften.
Richtlijn 64/433, in de versie die voortvloeit uit richtlijn 91/497
8 Volgens artikel 3, lid 1, sub A-d, van richtlijn 64/433, in de gewijzigde en gecodificeerde versie van richtlijn 91/497, ziet elke lidstaat erop toe dat hele karkassen, halve karkassen, halve karkassen die in ten hoogste drie stukken zijn verdeeld of voeten [...] overeenkomstig bijlage I, hoofdstuk VIII, na het slachten door een officiële dierenarts worden gekeurd en daarbij geen enkele afwijking vertonen, met uitzondering van kort vóór het slachten opgelopen traumatische laesies en plaatselijke misvormingen of afwijkingen, voorzover wordt vastgesteld, zo nodig door passend laboratoriumonderzoek, dat het karkas en de daarbij behorende slachtafvallen door deze laesies, misvormingen of afwijkingen niet ongeschikt worden voor menselijke consumptie of gevaarlijk voor de gezondheid van de mens".
9 Zoals reeds was voorgeschreven bij richtlijn 64/433, in de versie die voortvloeit uit richtlijn 89/662, moet deze keuring na het slachten indien nodig een laboratoriumonderzoek" omvatten (bijlage I, hoofdstuk VIII, punt 40, sub e). De officiële dierenarts dient bovendien systematisch een onderzoek op trichinen te verrichten bij vers vlees van varkens dat dwarsgestreepte spieren bevat (bijlage I, hoofdstuk VIII, punt 42, sub A-3).
10 Artikel 5, lid 1, sub a-ii en iii, van richtlijn 64/433, in de versie die voortvloeit uit richtlijn 91/497, luidt als volgt:
De lidstaten zien erop toe dat de officiële dierenarts ongeschikt voor menselijke consumptie verklaart:
a) vlees van
[...]
ii) dieren die acute laesies vertoonden van bronchopneumonie, pleuritis, peritonitis, metritis, mastitis, arthritis, pericarditis, enteritis of meningo-encephalomyelitis, bevestigd door een gedetailleerde keuring, eventueel aangevuld met een bacteriologisch onderzoek en een onderzoek op residuen van stoffen met farmacologische werking.
[...]
iii) dieren die leden aan de volgende parasitaire ziekten: [...] trichinose."
11 Krachtens artikel 6, lid 1, sub a, van richtlijn 64/433, in deze zelfde versie, zien de lidstaten erop toe dat vers vlees van varkens dat niet overeenkomstig bijlage I bij richtlijn 77/96 op trichinen is onderzocht, een koudebehandeling ondergaat overeenkomstig bijlage IV bij die richtlijn.
12 Krachtens artikel 3, eerste alinea, van richtlijn 91/497 doen de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 1 januari 1993 aan deze richtlijn te voldoen.
Richtlijn 77/96
13 Richtlijn 77/96 is vastgesteld op basis van artikel 21 van richtlijn 72/462/EEG van de Raad van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen en varkens en van vers vlees uit derde landen (PB L 302, blz. 28), die in haar oorspronkelijke versie bepaalt dat de Raad op voorstel van de Commissie een methode en de noodzakelijke modaliteiten vaststelt voor het onderzoek van vers vlees van varkens op trichinen".
14 Overeenkomstig de voorschriften van richtlijn 77/96 moet uit derde landen ingevoerd vers vlees van varkens, huisdieren, worden onderzocht op de aanwezigheid van trichinen volgens een van de in bijlage I bij deze richtlijn vermelde methoden. De lidstaten kunnen evenwel besluiten dat vers vlees uit bepaalde derde landen of bepaalde delen van die landen niet aan dit onderzoek hoeft te worden onderworpen mits het overeenkomstig bijlage IV bij richtlijn 77/96 een koudebehandeling ondergaat.
Regels inzake de financiering van de keuringen en de sanitaire controles van vers vlees
Richtlijn 85/73 en beschikking 88/408
15 Artikel 1, lid 1, eerste streepje, van richtlijn 85/73 bepaalt dat de lidstaten er zorg voor dragen dat vanaf 1 januari 1986 een retributie wordt geheven bij het slachten van de in lid 2 bedoelde dieren, voor de kosten die verbonden zijn aan de keuringen en sanitaire controles. Volgens artikel 1, lid 2, worden dieren voor toepassing van deze richtlijn omschreven als huisdieren die met name tot de groep van de runderen en de varkens behoren.
16 Krachtens artikel 2, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 85/73 stelt de Raad vóór 1 januari 1986 het forfaitaire niveau of de forfaitaire niveaus vast van de in artikel 1, lid 1, eerste streepje, bedoelde retributies, alsmede de uitvoeringsbepalingen en -beginselen van deze richtlijn en de uitzonderingsgevallen. Volgens artikel 2, lid 2, van deze richtlijn worden de lidstaten gemachtigd een bedrag te innen dat hoger is dan de in lid 1 bedoelde niveaus, onder het voorbehoud dat de geïnde totale retributie per lidstaat minder bedraagt dan of gelijk is aan de werkelijk gemaakte keuringskosten.
17 Luidens artikel 1 van beschikking 88/408, vastgesteld ter uitvoering van artikel 2, lid 1, van richtlijn 85/73, worden in die beschikking de bedragen van de door de lidstaten te heffen retributie uit hoofde van de met name in richtlijn 64/433 bedoelde keuringen en sanitaire controles van vers vlees, alsmede de voorschriften en beginselen voor de toepassing van richtlijn 85/73 vastgesteld. Bij artikel 2, lid 1, van beschikking 88/408 wordt voor deze retributie een forfaitair gemiddelde vastgesteld van 2,5 ecu per dier voor jonge runderen en 1,30 ecu per dier voor varkens.
18 Krachtens artikel 2, lid 2, van beschikking 88/408 mogen de lidstaten waar de loonkosten, de structuur van de inrichtingen en de verhouding tussen dierenartsen en vleeskeurders afwijken van het communautaire gemiddelde waarvan gebruik is gemaakt voor de berekening van de in lid 1 vastgestelde forfaitaire bedragen, naar boven of naar beneden van deze bedragen afwijken tot op het niveau van de reële keuringskosten. Om deze afwijkingen toe te passen baseren de lidstaten zich op de in de bijlage bij beschikking 88/408 vermelde beginselen.
19 Artikel 5, lid 1, van beschikking 88/408 bepaalt, dat het in artikel 2 bedoelde bedrag in de plaats komt van alle andere sanitaire heffingen of bijdragen die de nationale, regionale of plaatselijke overheden van de lidstaten innen voor de keuringen en controles van het in artikel 1 bedoelde verse vlees alsmede voor de certificering ervan.
20 Krachtens artikel 4 van richtlijn 88/409 is het overeenkomstig artikel 2 van beschikking 88/408 bepaalde bedrag van de retributies van toepassing op vers vlees dat op het grondgebied van een lidstaat wordt geproduceerd om daar in de handel te worden gebracht en dat daardoor eveneens moet worden onderworpen aan een keuring volgens de in richtlijn 64/433 neergelegde keuringsvoorschriften.
Richtlijn 85/73, zoals gewijzigd bij richtlijn 93/118
21 Krachtens artikel 1, lid 1, eerste streepje, van richtlijn 85/73, zoals gewijzigd bij richtlijn 93/118, dragen de lidstaten zorg voor de inning van een communautaire retributie voor de kosten die verbonden zijn aan de keuringen en sanitaire controles van het vlees bedoeld in verschillende richtlijnen, waaronder richtlijn 64/433.
22 Artikel 2 van richtlijn 85/73, zoals gewijzigd bij richtlijn 93/118, bepaalt:
1. De lidstaten dragen er zorg voor dat, met het oog op de financiering van de controles die door de bevoegde autoriteiten worden verricht overeenkomstig de in artikel 1 bedoelde richtlijnen, en uitsluitend voor dat doel,
- vanaf 1 januari 1994 voor het in de richtlijnen 64/433/EEG [...] bedoelde vlees op de in de bijlage bepaalde wijze de communautaire retributies worden geheven;
[...]
[...]
3. Onder het voorbehoud dat de door elke lidstaat geïnde totale retributie niet meer bedraagt dan de werkelijk gemaakte keuringskosten, worden de lidstaten gemachtigd een bedrag te innen dat hoger is dan het niveau van de communautaire retributies.
4. De communautaire retributies komen in de plaats van alle andere sanitaire heffingen of retributies die de nationale, regionale of gemeentelijke overheden van de lidstaten innen voor de in artikel 1 bedoelde keuringen en controles en voor de certificering daarvan. Tot en met 31 december 1995 mogen de lidstaten evenwel een bedrag innen dat overeenstemt met de kosten voor de registratie van de inrichtingen die zijn erkend overeenkomstig de in bijlage A van richtlijn 89/662/EEG vermelde regelgeving.
[...]"
23 Overeenkomstig hoofdstuk I, punt 1, van de bijlage bij richtlijn 85/73, zoals gewijzigd bij richtlijn 93/118, innen de lidstaten, onverminderd de toepassing van de punten 4 en 5, voor de keuringskosten in verband met de slachtwerkzaamheden een forfaitair bedrag van 2,5 ecu per dier voor jonge runderen en 1,3 ecu per dier voor varkens. Krachtens hoofdstuk I, punt 4, sub a en b, van dezelfde bijlage kunnen de lidstaten ter dekking van hogere kosten, voor een bepaalde inrichting onder de daar vermelde voorwaarden deze forfaitaire bedragen verhogen dan wel een specifieke retributie innen die de werkelijk gemaakte kosten dekt.
24 Ingevolge artikel 2 van richtlijn 93/118 wordt beschikking 88/408 met ingang van 1 januari 1994 ingetrokken.
25 Krachtens artikel 3, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 93/118 doen de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om, wat de eisen van de bijlage en van artikel 5 betreft, uiterlijk op 31 december 1993, en wat de overige bepalingen betreft, uiterlijk op 31 december 1994 aan deze richtlijn te voldoen.
Bepalingen van nationaal recht
26 § 24 van het Fleischhygienegesetz (wet op de vleeshygiëne; hierna: FlHG") in de versie van 24 februari 1987 (BGBl. I, blz. 649) bepaalt:
1) Voor ambtelijke handelingen krachtens deze wet en de uitvoeringsbepalingen ervan worden kostendekkende retributies en verschotten geheven.
2) In de wetgeving van de deelstaten wordt bepaald, voor welke verrichtingen overeenkomstig lid 1 retributies verschuldigd zijn. De retributies moeten worden berekend overeenkomstig richtlijn 85/73 [...]"
27 Bij het Gesetz zur Änderung veterinärrechtlicher, lebensmittelrechtlicher und tierzuchtrechtlicher Vorschriften (wet tot wijziging van voorschriften inzake diergeneeskunde, levensmiddelen en veeteelt) van 18 december 1992 (BGBl. I, blz. 2022), dat op 1 januari 1993 in werking is getreden, is § 24, lid 2, FlHG aangevuld met de volgende bewoordingen:
en de krachtens deze richtlijn door de gemeenschapsinstellingen vastgestelde rechtshandelingen".
28 § 1 van het Noordrijn-Westfaalse Gesetz über die Kosten der Fleisch- und Geflügelfleischhygiene (wet betreffende de kosten voor vlees- en pluimveevleeshygiëne) van 16 december 1998 (GV. NRW, blz. 775; hierna: FlGFlHKostG NW"), dat met terugwerkende kracht per 1 januari 1991 in werking is getreden wat de besluiten betreft die inzake ambtelijke handelingen uit hoofde van het FlHG moeten worden vastgesteld, bepaalt dat de Kreise en de kreisfreie Städte (arrondissementen en steden die geen deel uitmaken van een arrondissement) de heffing van de met name bij § 24 FlHG voorgeschreven retributies bij besluit moeten regelen.
29 De Verordnung zur Ausführung des nordrheinwestfälischen Gesetzes über die Kosten der Fleisch- und Geflügelfleischhygiene (verordening ter uitvoering van het FlGFlHKostG NW) van 6 mei 1999 (GV. NRW, blz. 156), zoals gewijzigd bij besluit van 27 september 1999 (GV. NRW, blz. 563), die wat de voor de hoofdzaken relevante bepalingen betreft, eveneens met terugwerkende kracht per 1 januari 1991 in werking is getreden, bepaalt in § 1, lid 1, de verrichtingen waarvoor overeenkomstig richtlijn 85/73, in de op dat tijdstip geldende versie, communautaire retributies verschuldigd zijn - volgens de instantie die het besluit heeft vastgesteld - en in § 1, lid 2, de verrichtingen waarvoor andere dan communautaire retributies worden geheven. Het onderzoek op trichinen en de bacteriologische onderzoeken worden tot de laatste categorie gerekend.
30 De Satzung des Kreises Wesel über die Erhebung von Gebühren und Auslagen für Amtshandlungen nach dem Fleischhygienegesetz (besluit van de Kreis Wesel betreffende de heffing van retributies en verschotten voor ambtshandelingen uit hoofde van het FlHG) van 16 augustus 1999 (Abl. des Kreises Wesel, nr. 21; hierna: besluit van Wesel"), die met terugwerkende kracht per 1 januari 1991 in werking is getreden maar voor eerdere perioden overgangsbepalingen bevat, voorziet in overeenstemming met de vroegere besluiten, naast de forfaitaire retributie voor vleeskeuringen na het slachten, in een specifieke retributie voor het opsporen van trichinen in varkensvlees, die verschillend is voor het jaar 1992 en de jaren 1993 en 1994.
31 De Satzung des Kreises Neuss über die Erhebung von Gebühren für Amtshandlungen nach dem Fleischhygienerecht (besluit van de Kreis Neuss betreffende de heffing van retributies voor ambtshandelingen uit hoofde van het FlHG) van 10 juni 1999 (op 16 juni 1999 in de pers gepubliceerd; hierna: besluit van Neuss"), die wat de in zaak C-288/00 relevante bepalingen betreft, eveneens met terugwerkende kracht per 1 januari 1991 in werking is getreden, met overgangsbepalingen voor eerdere perioden, voorziet voor het jaar 1991 in overeenstemming met de vroegere besluiten, naast de forfaitaire retributie voor de keuringen na het slachten, in een retributie van 45 DEM per dier voor bacteriologische onderzoeken.
De hoofdgedingen
Zaak C-284/00
32 Stratmann is een onderneming die slachthuizen exploiteert. Tussen 1992 en 1994 heeft de Landrätin op basis van het besluit van Wesel, in de destijds toepasselijke versie, Stratmann verschillende retributienota's gezonden voor sanitaire keuringen voor en na het slachten van runderen, schapen en geiten en varkens, alsmede voor onderzoek van varkensvlees op trichinen.
33 Stratmann heeft tegen de verschillende retributienota's beroep ingesteld. Nadat zij volledig en nadien gedeeltelijk in het gelijk was gesteld, respectievelijk voor het Verwaltungsgericht Düsseldorf (Duitsland) en het Oberverwaltungsgericht für das Land Nordrhein-Westfalen (Duitsland), stelde zij bij het Bundesverwaltungsgericht een beroep tot Revision" in, dat enkel de vraag betrof of de Landrätin een specifieke retributie mocht heffen voor het opsporen van trichinen in varkensvlees.
34 Van mening dat uit de toepasselijke gemeenschapsregeling niet met zekerheid voortvloeit dat de hierin voorgeschreven, eventueel verhoogde, forfaitaire retributie ook de kosten voor het onderzoek op trichinen dekt, heeft het Bundesverwaltungsgericht de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag:
Omvat de forfaitaire retributie voor de keuring van vers vlees voor de binnenlandse markt, overeenkomstig de krachtens richtlijn 88/409/EEG van 15 juni 1988 toe te passen richtlijn 64/433/EEG van 26 juni 1964, zoals gewijzigd
a) bij richtlijn 89/662/EEG van 11 december 1989, en
b) bij richtlijn 91/497/EEG van 29 juli 1991,
ook de kosten van de onderzoeken van vers varkensvlees op trichinen, zulks
a) krachtens richtlijn 85/73/EEG van de Raad van 29 januari 1985, in samenhang met beschikking 88/408/EEG van de Raad van 15 juni 1988, en
b) krachtens richtlijn 85/73/EEG van de Raad, zoals gewijzigd bij richtlijn 93/118/EG van de Raad van 22 december 1993?"
Zaak C-288/00
35 In januari 1991 liet Fleischversorgung Neuss jonge vaarzen slachten in de slachthuizen van de Kreis Neuss. Bij nota van 1 februari 1991 vorderde de Landrat van Fleischversorgung Neuss, overeenkomstig het besluit van Neuss, naast de algemene retributies voor de keuringen vóór en na het slachten, retributies ten bedrage van 1 350 DEM wegens het verrichten van 30 bacteriologische onderzoeken.
36 Nadat haar bezwaar tegen de retributienota in hoger beroep was verworpen, stelde Fleischversorgung Neuss beroep tot Revision" in voor het Bundesverwaltungsgericht, dat zich afvroeg of de Landrat voor deze bacteriologische onderzoeken specifieke retributies mocht heffen, en de behandeling van de zaak heeft geschorst en het Hof om een prejudiciële beslissing heeft verzocht over de volgende vraag:
Omvat de forfaitaire retributie die voor de keuring van vers vlees voor de binnenlandse markt verschuldigd is overeenkomstig de krachtens richtlijn 88/409/EEG van de Raad van 15 juni 1988 toe te passen richtlijn 64/433/EEG van de Raad van 26 juni 1964, zoals gewijzigd bij richtlijn 89/662/EEG van 11 december 1989, ook de kosten van het in voorkomend geval noodzakelijke bacteriologische onderzoek, zulks krachtens richtlijn 85/73/EEG van de Raad van 29 januari 1985, in samenhang met beschikking 88/408/EEG van de Raad van 15 juni 1988?"
37 Bij beschikking van de president van het Hof van 21 september 2000 zijn de zaken C-284/00 en C-288/00 gevoegd voor de schriftelijke en mondelinge behandeling en voor het arrest.
De prejudiciële vragen
38 Met zijn vragen wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen, of de kosten voor bacteriologische onderzoeken en voor de opsporing van trichinen, die plaatsvinden overeenkomstig richtlijn 64/433, zowel in de uit richtlijn 89/662 als in de uit richtlijn 91/497 voortvloeiende versie, onder de communautaire retributie vallen die de lidstaten voor de keuringen en de sanitaire controles van vers vlees heffen overeenkomstig richtlijn 85/73 en beschikking 88/408, alsook overeenkomstig richtlijn 85/73, zoals gewijzigd bij richtlijn 93/118.
39 Dienaangaande zij eraan herinnerd, dat volgens artikel 1 van richtlijn 85/73 de lidstaten ervoor zorgen dat vanaf 1 januari 1986 een retributie wordt geheven voor de kosten die verbonden zijn aan de keuringen en sanitaire controles bij het slachten van huisdieren die met name tot de groep van de runderen en de varkens behoren.
40 Blijkens artikel 1 van beschikking 88/408, die is vastgesteld ter uitvoering van richtlijn 85/73, worden hierin de bedragen vastgesteld van de retributie die de lidstaten moeten heffen voor de met name bij richtlijn 64/433 voorgeschreven keuringen en sanitaire controles.
41 Ook blijkt uit artikel 1 van richtlijn 85/73, in de uit richtlijn 93/118 voortvloeiende versie, die vanaf 1 januari 1994 van toepassing is, dat deze communautaire retributie door de lidstaten wordt geheven voor de kosten die verbonden zijn aan de keuringen en sanitaire controles van het met name in richtlijn 64/433 bedoelde vlees.
42 Vastgesteld moet worden, dat blijkens de bewoordingen van richtlijn 64/433, zowel in de uit richtlijn 89/662 als in de uit richtlijn 91/497 voortvloeiende versie, deze keuringen en sanitaire controles bacteriologische onderzoeken alsmede onderzoeken op trichinen in varkensvlees kunnen, en in sommige gevallen zelfs moeten omvatten.
43 Enerzijds immers moet de keuring na het slachten, die de lidstaten moeten verrichten onmiddellijk na de slachting van de betrokken dieren, indien nodig laboratoriumonderzoeken omvatten, zowel overeenkomstig bijlage I, hoofdstuk VII, punt 39, sub e, bij richtlijn 64/433, in de uit richtlijn 89/662 voortvloeiende versie, als overeenkomstig bijlage I, hoofdstuk VIII, punt 40, sub e, bij richtlijn 64/433, in de uit richtlijn 91/497 voortvloeiende versie.
44 Blijkens artikel 3, lid 1, sub A-d, van richtlijn 64/433, in deze twee versies, kunnen de lidstaten verplicht zijn deze laboratoriumonderzoeken te verrichten om zich ervan te vergewissen dat de laesies, misvormingen of afwijkingen die de karkassen van de betrokken dieren vertonen, het karkas en de daarbij behorende slachtafvallen niet ongeschikt voor menselijke consumptie maken of gevaarlijk voor de gezondheid van de mens.
45 Tevens blijkt uit artikel 5, lid 1, sub a-ii, van richtlijn 64/433, in de uit richtlijn 91/497 voortvloeiende versie, dat eventueel bacteriologische onderzoeken moeten worden verricht op vlees van dieren met bepaalde laesies die door een gedetailleerde keuring zijn bevestigd.
46 Anderzijds moet de officiële dierenarts bij de keuring na het slachten systematisch een onderzoek op trichinen verrichten bij vers vlees van varkens dat dwarsgestreepte spieren bevat, zowel overeenkomstig bijlage I, hoofdstuk VII, punt 41, sub D, bij richtlijn 64/433, in de uit richtlijn 89/662 voortvloeiende versie, als overeenkomstig bijlage I, hoofdstuk VIII, punt 42, sub A-3, bij richtlijn 64/433, in de uit richtlijn 91/497 voortvloeiende versie.
47 Overigens blijkt uit artikel 5, sub f, van richtlijn 64/433, in de uit richtlijn 89/662 voortvloeiende versie, dat vers vlees van varkens waarbij trichinen zijn vastgesteld, niet tot het intracommunautaire handelsverkeer mag worden toegelaten, en uit artikel 5, lid 1, sub a-iii, van richtlijn 64/433, in de uit richtlijn 91/497 voortvloeiende versie, dat vers vlees van dieren die aan trichinose hebben geleden, ongeschikt voor menselijke consumptie moet worden verklaard.
48 Krachtens artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 64/433, in de uit richtlijn 89/662 voortvloeiende versie, en artikel 6, lid 1, sub a, van richtlijn 64/433, in de uit richtlijn 91/497 voortvloeiende versie, is enkel vers vlees van varkens dat overeenkomstig richtlijn 77/96 een koudebehandeling heeft ondergaan, niet onderworpen aan het verplichte onderzoek op trichinen.
49 Uit een en ander volgt, dat zowel de bacteriologische onderzoeken als de onderzoeken op trichinen in varkensvlees deel uitmaken van de in richtlijn 64/433 bedoelde keuringen en sanitaire controles, waarvan de kosten worden gedekt door de bij richtlijn 85/73 en beschikking 88/408 en nadien bij richtlijn 85/73, zoals gewijzigd bij richtlijn 93/118, ingevoerde retributie.
50 Niets in deze teksten wijst erop, dat deze retributie niet wordt geacht de kosten voor deze bacteriologische onderzoeken en voor het opsporen van trichinen te omvatten, om de reden dat deze laatste onderzoeken niet altijd worden verricht en deze kosten bijgevolg door een specifieke retributie zouden kunnen worden gedekt.
51 Uit artikel 2, lid 1, van beschikking 88/408 alsmede uit hoofdstuk I, punt 1, van de bijlage bij richtlijn 85/73, zoals gewijzigd bij richtlijn 93/118, blijkt immers dat het bedrag van de communautaire retributie forfaitair wordt vastgesteld voor elke diersoort.
52 Zoals de advocaat-generaal in punt 58 van zijn conclusie heeft onderstreept, is het een wezenlijk kenmerk van een forfaitair vastgestelde retributie dat deze in sommige gevallen hoger, en in sommige gevallen lager dan de reële kostprijs van de hiermee te financieren maatregelen is.
53 Voorts komt de communautaire retributie overeenkomstig artikel 5, lid 1, van beschikking 88/408 en artikel 2, lid 4, van richtlijn 85/73, zoals gewijzigd bij richtlijn 93/118, in de plaats van alle andere nationale, regionale of plaatselijke heffingen of bijdragen die de lidstaten heffen voor de met name uit hoofde van richtlijn 64/433 verrichte keuringen en sanitaire controles.
54 Krachtens artikel 2, lid 2, van richtlijn 85/73, en artikel 2, lid 2, van beschikking 88/408, alsook krachtens artikel 2, lid 3, van richtlijn 85/73, zoals gewijzigd bij richtlijn 93/118, kunnen de lidstaten weliswaar een bedrag innen dat hoger is dan het niveau van de communautaire retributies, mits dit bedrag niet hoger is dan de werkelijk gemaakte keuringskosten.
55 Geen van deze bepalingen voorziet evenwel in de mogelijkheid om bovenop de communautaire retributie een specifieke retributie te heffen ter dekking van bepaalde kosten van keuringen en controles die niet in alle gevallen plaatsvinden.
56 Zowel uit de bijlage bij beschikking 88/408 als uit hoofdstuk I, punt 4, sub a en b, van de bijlage bij richtlijn 85/73, zoals gewijzigd bij richtlijn 93/118, blijkt integendeel dat elk besluit van een lidstaat om de retributie te verhogen, betrekking moet hebben op het forfaitaire bedrag van de communautaire retributie zelf en de vorm moet aannemen van een verhoging van deze retributie, en dat de heffing van een specifieke retributie die hoger is dan het niveau van de communautaire retributies, alle werkelijk gemaakte kosten moet dekken.
57 Zoals ten slotte blijkt uit de vijfde en de zesde overweging van de considerans van richtlijn 85/73 en uit de vierde en de zesde overweging van de considerans van richtlijn 93/118, wordt met de vaststelling van geharmoniseerde voorschriften voor de financiering van de keuringen en de sanitaire controles van vers vlees beoogd concurrentiedistorsies weg te nemen die onvermijdelijk zouden ontstaan ten gevolge van de verschillen tussen de lidstaten op dit gebied.
58 Het risico bestaat echter dat deze doelstelling niet wordt bereikt indien een aantal bij richtlijn 64/433 voorgeschreven keuringen en sanitaire controles konden ontsnappen aan het aldus geharmoniseerde communautaire financieringsstelsel en hiervoor nationale specifieke retributies kunnen worden geheven.
59 Gelet op een en ander, moet op de gestelde vragen worden geantwoord dat de communautaire retributie die de lidstaten heffen voor de keuringen en de sanitaire controles van vers vlees overeenkomstig richtlijn 85/73 en beschikking 88/408, alsmede overeenkomstig richtlijn 85/73, zoals gewijzigd bij richtlijn 93/118, de kosten omvat voor bacteriologische onderzoeken en voor de opsporing van trichinen, overeenkomstig richtlijn 64/433, zowel in de versie die voortvloeit uit richtlijn 89/662 als in die welke voortvloeit uit richtlijn 91/497.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
60 De kosten door de Commissie wegens indiening van haar opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),
uitspraak doende op de door het Bundesverwaltungsgericht bij beschikkingen van 27 april 2000 gestelde vragen, verklaart voor recht:
De communautaire retributie die de lidstaten heffen voor de keuringen en de sanitaire controles van vers vlees die plaatsvinden overeenkomstig richtlijn 85/73/EEG van de Raad van 29 januari 1985 inzake de financiering van de keuringen en sanitaire controles van vers vlees en van vlees van pluimvee, en beschikking 88/408/EEG van de Raad van 15 juni 1988 betreffende de niveaus van de overeenkomstig richtlijn 85/73 te heffen retributies voor de keuringen en sanitaire controles van vers vlees, alsmede overeenkomstig richtlijn 85/73, zoals gewijzigd bij richtlijn 93/118/EG van de Raad van 22 december 1993, omvat de kosten voor bacteriologische onderzoeken en voor de opsporing van trichinen, die plaatsvinden overeenkomstig richtlijn 64/433/EEG van de Raad van 26 juni 1964 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees, zowel in de versie die voortvloeit uit richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt, als in die welke voortvloeit uit richtlijn 91/497/EEG van de Raad van 29 juli 1991 tot wijziging en codificatie van richtlijn 64/433 teneinde deze uit te breiden tot de productie en het in de handel brengen van vers vlees.
Full & Egal Universal Law Academy