Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Handelingen van de instellingen - Richtlijnen - Uitvoering door lidstaten - Noodzakelijkheid van volledige uitvoering - Ontbreken van activiteit waarop richtlijn betrekking heeft, in lidstaat - Geen invloed - Uitzondering - Geografische redenen
(Art. 249, derde alinea, EG)
Samenvatting
$$Het feit dat een bepaalde activiteit waarop een richtlijn betrekking heeft, in een bepaalde lidstaat niet bestaat, kan deze lidstaat niet ontheffen van zijn verplichting wettelijke of bestuursrechtelijke maatregelen te treffen ter verzekering van een adequate uitvoering van alle bepalingen van die richtlijn. Slechts wanneer de uitvoering van een richtlijn om geografische redenen geen feitelijk doel dient, hoeft zij niet plaats te vinden.
( cf. punten 11, 13 )
Partijen
In zaak C-372/00,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door M. Wolfcarius als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Ierland, vertegenwoordigd door D. J. O'Hagan als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verweerder,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat Ierland, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan richtlijn 96/48/EG van de Raad van 23 juli 1996 betreffende de interoperabiliteit van het transeuropees hoge-snelheidsspoorwegsysteem (PB L 235, blz. 6), de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
samengesteld als volgt: P. Jann, kamerpresident, L. Sevón (rapporteur) en M. Wathelet, rechters,
advocaat-generaal: L. A. Geelhoed,
griffier: R. Grass,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de pleidooien van partijen ter terechtzitting van 25 oktober 2001,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 10 oktober 2000, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG beroep ingesteld strekkende tot vaststelling dat Ierland, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan richtlijn 96/48/EG van de Raad van 23 juli 1996 betreffende de interoperabiliteit van het transeuropees hoge-snelheidsspoorwegsysteem (PB L 235, blz. 6; hierna: richtlijn"), de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 De richtlijn heeft met name tot doel, de onderlinge koppeling en de interoperabiliteit van de nationale netten voor hoge-snelheidstreinen alsmede de toegang tot deze netten te bevorderen.
3 Artikel 23, lid 1, van de richtlijn bepaalt dat de lidstaten uiterlijk 30 maanden na de inwerkingtreding van de richtlijn de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen nemen die noodzakelijk zijn om aan deze richtlijn te voldoen en dat zij de Commissie daarvan onmiddellijk in kennis stellen.
4 Artikel 25 van de richtlijn bepaalt, dat zij in werking [treedt] op de eenentwintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen". Aangezien de richtlijn op 17 september 1996 is bekendgemaakt, is zij dus op 8 oktober 1996 in werking getreden en verstreek de omzettingstermijn op 8 april 1999.
5 Overeenkomstig de procedure van artikel 226, eerste alinea, EG heeft de Commissie, na Ierland in de gelegenheid te hebben gesteld zijn opmerkingen te maken, deze lidstaat bij brief van 27 januari 2000 een met redenen omkleed advies toegezonden, met het verzoek binnen een termijn van twee maanden na kennisgeving van dit advies de nodige maatregelen te nemen om aan zijn verplichtingen uit hoofde van de richtlijn te voldoen.
6 Bij brief van 14 april 2000 heeft Ierland verklaard dat de richtlijn voor 31 augustus 2000 zou worden omgezet. Aangezien de richtlijn op deze datum echter niet was omgezet, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
7 De Commissie is van mening dat Ierland, door niet de voor de omzetting van de richtlijn noodzakelijke maatregelen vast te stellen, de verplichtingen niet is nagekomen die op hem rusten krachtens de artikelen 10, eerste alinea, EG en 249, derde alinea, EG alsmede krachtens de richtlijn.
8 Ierland erkent dat het de richtlijn niet binnen de daarin gestelde termijn heeft omgezet.
9 De Ierse regering merkt echter op dat er in Ierland op dit moment nog geen enkele hoge-snelheidstrein operationeel is, noch in de nabije toekomst zal zijn. Bovendien zijn de technische specificaties inzake interoperabiliteit (TSI's) bedoeld in hoofdstuk II van de richtlijn, nog niet goedgekeurd en uitgewerkt.
10 Vastgesteld moet worden dat de richtlijn in Ierland nog niet is omgezet, zoals de Ierse regering ook heeft erkend.
11 Zoals de advocaat-generaal in punt 6 van zijn conclusie heeft beklemtoond, is het niet relevant dat er in Ierland nog geen enkele hoge-snelheidstrein operationeel is. Het feit dat een bepaalde activiteit waarop een richtlijn betrekking heeft, in een lidstaat niet bestaat, kan deze lidstaat immers niet ontheffen van zijn verplichting wettelijke of bestuursrechtelijke maatregelen te treffen ter verzekering van een adequate omzetting van de bepalingen van die richtlijn (arrest van 16 november 2000, Commissie/Griekenland, C-214/98, Jurispr. blz. I-9601, punt 22).
12 Alle rechtssubjecten in Ierland dienen immers net als andere rechtssubjecten binnen de Gemeenschap, hun rechten en plichten te kennen wanneer in een voorkomend geval in deze lidstaat een hoge-snelheidsspoorwegsysteem gecreëerd en geëxploiteerd zal worden.
13 Slechts wanneer de omzetting van een richtlijn om geografische redenen geen feitelijk doel dient, hoeft deze omzetting niet plaats te vinden (zie in deze zin arrest van 7 juli 1987, Commissie/Italië, 420/85, Jurispr. blz. 2983, punt 5). Dat is niet het geval in Ierland zoals blijkt uit kaart 3.7, opgenomen in bijlage I bij beschikking nr. 1692/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 1996 betreffende communautaire richtsnoeren voor de ontwikkeling van een transeuropees vervoersnet (PB L 228, blz. 1).
14 In het geval van de TSI's volgt niet uit de bewoordingen van de richtlijn en met name uit artikel 23 daarvan, dat de uitwerking van TSI's een noodzakelijke voorwaarde voor de omzetting van de richtlijn is.
15 Hieruit volgt dat het feit dat de TSI's nog niet zijn goedgekeurd, niet relevant is bij de beoordeling of Ierland zijn verplichtingen is nagekomen.
16 Aangezien de richtlijn niet binnen de voorgeschreven termijn is omgezet, moet het door de Commissie ingestelde beroep gegrond worden geacht.
17 Bijgevolg moet worden vastgesteld dat Ierland, door niet binnen de voorgeschreven termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om aan de richtlijn te voldoen, de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
18 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Aangezien Ierland in het ongelijk is gesteld, dient het overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten te worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de voorgeschreven termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan richtlijn 96/48/EG van de Raad van 23 juli 1996 betreffende de interoperabiliteit van het transeuropees hoge-snelheidsspoorwegsysteem, is Ierland de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Ierland wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy