Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Partijen
In zaak C-394/00,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door G. zur Hausen als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Ierland, vertegenwoordigd door D. O'Hagan als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verweerder,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat Ierland door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (PB 1997, L 10, blz. 13), of in elk geval, door de Commissie niet in kennis te stellen van deze bepalingen, de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijstHET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),
samengesteld als volgt: N. Colneric, kamerpresident, R. Schintgen (rapporteur) en V. Skouris, rechters,
advocaat-generaal: D. Ruiz-Jarabo Colomer,
griffier: R. Grass,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 11 oktober 2001,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 25 oktober 2000, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG beroep ingesteld strekkende tot vaststelling dat Ierland door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (PB 1997, L 10, blz. 13), of in elk geval, door de Commissie niet in kennis te stellen van deze bepalingen, de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Volgens artikel 24, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 96/82 moesten de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om uiterlijk 24 maanden na de inwerkingtreding ervan aan deze richtlijn te voldoen en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
3 Volgens artikel 25 is richtlijn 96/82 in werking getreden op de 20e dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Aangezien die bekendmaking op 14 januari 1997 heeft plaatsgevonden, is deze richtlijn op 3 februari daaraanvolgend in werking getreden en is de in artikel 24, lid 1, eerste alinea, gestelde termijn op 3 februari 1999 verstreken.
4 Aangezien de Commissie na het verstrijken van deze laatstgenoemde termijn niet in kennis was gesteld van de door Ierland vastgestelde bepalingen om te voldoen aan richtlijn 96/82 en zij evenmin beschikte over andere inlichtingen op grond waarvan zij tot de slotsom kon komen dat deze lidstaat de daartoe noodzakelijke bepalingen had vastgesteld, heeft zij zich op het standpunt gesteld dat Ierland niet aan de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen had voldaan en heeft zij de Ierse regering bij brief van 10 mei 1999 aangemaand om binnen twee maanden haar opmerkingen te maken.
5 Bij brief van 19 oktober 1999 hebben de Ierse autoriteiten de Commissie ervan in kennis gesteld, dat een regeling die ertoe strekt om richtlijn 96/82 vóór eind 1999 in nationaal recht om te zetten in voorbereiding was.
6 In die omstandigheden heeft de Commissie op 27 oktober 1999 Ierland een met redenen omkleed advies toegezonden met het verzoek om binnen een termijn van twee maanden na kennisgeving van dit advies de maatregelen te nemen die nodig zijn om aan zijn verplichtingen uit hoofde van richtlijn 96/82 te voldoen.
7 Bij brief van 6 januari 2000 hebben de Ierse autoriteiten de Commissie ervan in kennis gesteld dat haar spoedig een ontwerpregeling ter omzetting van richtlijn 96/82 zou worden toegezonden. Bij brief van 14 juli 2000 hebben zij de Commissie een ontwerpregeling toegezonden, getiteld "European Communities (Control of Major Accident Hazards Involving Dangerous Substances) Regulations, 2000" (regeling betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken), en meegedeeld dat deze regeling onmiddellijk na de vaststelling ervan haar ter kennis zou worden gebracht.
8 Nadat zij had vastgesteld dat de Ierse regering haar niet in kennis had gesteld van de maatregelen die nodig waren voor de omzetting van richtlijn 96/82, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
9 Ierland betwist niet dat de maatregelen die nodig zijn voor de omzetting van richtlijn 96/82 in nationaal recht niet binnen de gestelde termijn zijn genomen. Zij voert echter aan, dat met de afkondiging op 28 augustus 2000 van de "Planning and Development Act, 2000" (wet inzake planning en ontwikkeling), aangevuld door een besluit van de minister van Milieuzaken en Lokaal Bestuur van 31 oktober 2000, en na de vaststelling op 21 december 2000 van de "European Communities (Control of Major Accident Hazards Involving Dangerous Substances) Regulations, 2000", die omzetting thans is voltooid.
10 Ierland wijst er verder op, dat de minister van Milieuzaken en Lokaal Bestuur reeds in juli 1999 aan de bevoegde autoriteiten een circulaire heeft gezonden waarin hen wordt aanbevolen te handelen alsof richtlijn 96/82 reeds was omgezet.
11 Dienaangaande moet eraan worden herinnerd, dat volgens vaste rechtspraak eenvoudige administratieve procedures, die naar hun aard volgens goeddunken van de administratie kunnen worden gewijzigd en waaraan onvoldoende bekendheid is gegeven, niet beschouwd kunnen worden als correcte uitvoering van de verplichtingen die het Verdrag oplegt (zie met name arresten van 11 november 1999, Commissie/Italië, C-315/98, Jurispr. blz. I-8001, punt 10, en 11 oktober 2001, Commissie/Nederland, C-254/00, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 7).
12 Bovendien heeft het Hof herhaaldelijk verklaard, dat het bestaan van een niet-nakoming moet worden beoordeeld naar de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn, en dat het Hof met sedertdien opgetreden wijzigingen geen rekening kan houden (zie met name arresten van 12 december 2000, Commissie/Portugal, C-435/99, Jurispr. blz. I-11179, punt 16, en 11 oktober 2001, Commissie/Oostenrijk, C-111/00, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 13).
13 In casu staat vast, dat de omzetting van richtlijn 96/82 in Iers recht aan het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn nog niet was verwezenlijkt, en in die omstandigheden moet het door de Commissie ingestelde beroep gegrond worden geacht.
14 Mitsdien moet worden vastgesteld dat Ierland, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 96/82, de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
15 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover zulks is gevorderd. Aangezien Ierland in het ongelijk is gesteld, moet het overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, is Ierland de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Ierland wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy