Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-betwiste niet-nakoming
(Art. 226 EG)
Partijen
In zaak C-439/00,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door M. Nolin als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Franse Republiek, vertegenwoordigd door G. de Bergues en S. Pailler als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat de Franse Republiek, door niet alle wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan richtlijn 98/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 tot wijziging van richtlijn 93/38/EEG houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie (PB L 101, blz. 1), althans door die bepalingen niet aan de Commissie mee te delen, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
samengesteld als volgt: A. La Pergola, kamerpresident, S. von Bahr (rapporteur) en C. W. A. Timmermans, rechters,
advocaat-generaal: J. Mischo,
griffier: R. Grass,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 2 mei 2001,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 28 november 2000, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen een beroep ingesteld strekkende tot vaststelling dat de Franse Republiek, door niet alle wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan richtlijn 98/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 tot wijziging van richtlijn 93/38/EEG houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie (PB L 101, blz. 1), althans door die bepalingen niet aan de Commissie mee te delen, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Ingevolge artikel 2, lid 1, van richtlijn 98/4 moesten de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om uiterlijk op 16 februari 1999 aan deze richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
3 Van oordeel dat richtlijn 98/4 niet binnen de gestelde termijn in Frans recht was omgezet, heeft de Commissie de niet-nakomingsprocedure ingeleid. Na de Franse Republiek in de gelegenheid te hebben gesteld om haar opmerkingen te maken, heeft de Commissie op 18 februari 2000 een met redenen omkleed advies uitgebracht waarin zij deze lidstaat verzocht om binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving ervan de nodige maatregelen te nemen om aan dit advies te voldoen. Omdat de Commissie geen enkele inlichting heeft ontvangen waaruit bleek dat de omzetting van die richtlijn was voltooid, heeft zij het onderhavige beroep ingesteld.
4 Onder verwijzing naar de verplichtingen die krachtens artikel 249, derde alinea, EG op de lidstaten rusten, betoogt de Commissie, dat de Franse Republiek de maatregelen had moeten nemen die noodzakelijk zijn om binnen de gestelde termijn aan richtlijn 98/4 te voldoen.
5 De Franse Republiek, die de niet-nakoming niet betwist, merkt op dat de omzetting van richtlijn 98/4 in voorbereiding is.
6 Daar richtlijn 98/4 niet binnen de gestelde termijn volledig is omgezet, moet het beroep van de Commissie gegrond worden verklaard.
7 Derhalve moet worden vastgesteld, dat de Franse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan richtlijn 98/4, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
8 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Aangezien de Franse Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet alle wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan richtlijn 98/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 tot wijziging van richtlijn 93/38/EEG houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, is de Franse Republiek de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Franse Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy