Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
Trefwoorden
1. Kort geding - Opschorting van uitvoering - Voorlopige maatregelen - Voorwaarden - Ernstige en onherstelbare schade - Bewijslast - Beschikking waarbij Commissie terugvordering van staatssteun gelast - Schending van rechten van begunstigden
(Art. 242 EG)
2. Kort geding - Voorwaarden voor ontvankelijkheid - Verzoekschrift - Vormvereisten - Uiteenzetting van middelen op grond waarvan toekenning van gevorderde maatregelen aanvankelijk gerechtvaardigd voorkomt
(Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 83, lid 2)
Samenvatting
1. Aangaande het spoedeisend karakter van een verzoek om opschorting van de uitvoering, moet de partij die zich op ernstige en onherstelbare schade beroept, het bestaan daarvan aantonen. Om het bestaan van dergelijke schade aan te tonen, hoeft niet met absolute zekerheid te worden aangetoond dat de schade is ingetreden, en volstaat het dat die schade met een zekere mate van waarschijnlijkheid voorzienbaar is. Dit neemt echter niet weg dat de partij die om de maatregel verzoekt, gehouden blijft de feiten te bewijzen waarop hij zijn verwachting van die ernstige en onherstelbare schade baseert. Deze voorwaarde is niet vervuld indien die partij slechts algemene overwegingen formuleert, zonder concrete elementen aan te voeren die haar beweringen staven.
Aantasting van de rechten van de personen die als begunstigden van met de gemeenschappelijke markt onverenigbare steunmaatregelen worden beschouwd, is inherent aan elke beschikking waarbij de Commissie de terugvordering van dergelijke steun gelast, en kan op zich, los van een concrete beoordeling van de ernst en het onherstelbare karakter van de specifieke schade die in elk individueel geval wordt gesteld, niet als ernstige en onherstelbare schade worden beschouwd.
( cf. punten 14-16, 21 )
2. Voldoet niet aan de vereisten van artikel 83, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof, volgens hetwelk een verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging de middelen moet bevatten, zowel feitelijk als rechtens, op grond waarvan de opschorting waartoe wordt geconcludeerd, aanvankelijk gerechtvaardigd voorkomt, een verzoek waarin de verzoeker slechts verwijst naar zijn beroep tot nietigverklaring in de hoofdzaak met de bewering dat dit beroep waarschijnlijk zal worden toegewezen. De loutere verwijzing naar het beroep tot nietigverklaring kan het ontbreken van een uiteenzetting van de middelen daarvan die de fumus boni juris van het verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging aantonen, niet verhelpen.
( cf. punten 25-27 )
Partijen
In zaak C-278/00 R,
Helleense Republiek, vertegenwoordigd door I. Chalkias, adjunct juridisch adviseur bij de juridische dienst van de staat, en C. Tsiavou, procesgemachtigde bij deze dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Griekse ambassade, Val Sainte-Croix 117,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door J. Flett en D. Triantafyllou, leden van de juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van die dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging, primair, van beschikking C(2000) 686 def. van de Commissie van 1 maart 2000 betreffende de steunregeling die Griekenland in de jaren 1992 en 1994 heeft ingesteld om de schulden van de landbouwcoöperaties te regelen, daaronder begrepen steun voor de reorganisatie van de zuivelcoöperatie AGNO, of, subsidiair, van artikel 2 van voornoemde beschikking,
geeft
DE PRESIDENT VAN HET HOF
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 13 juli 2000, heeft de Helleense Republiek krachtens artikel 230 EG verzocht om nietigverklaring van beschikking C(2000) 686 def. van de Commissie van 1 maart 2000 betreffende de steunregeling die Griekenland in de jaren 1992 en 1994 heeft ingesteld om de schulden van de landbouwcoöperaties te regelen, daaronder begrepen steun voor de reorganisatie van de zuivelcoöperatie AGNO (hierna: bestreden beschikking").
2 Bij afzonderlijke akte, neergelegd ter griffie van het Hof op dezelfde dag, heeft de Helleense Republiek krachtens artikel 242 EG verzocht om opschorting van de tenuitvoerlegging, primair, van de bestreden beschikking, of, subsidiair, van artikel 2 van deze beschikking.
3 De Commissie heeft op 10 augustus 2000 haar schriftelijke opmerkingen over het verzoek in kort geding ingediend.
4 Gelet op de schriftelijke opmerkingen van partijen, zijn er geen termen aanwezig om hen in hun mondelinge toelichtingen te horen.
5 Artikel 1, lid 2, van de bestreden beschikking verklaart vier categorieën steunmaatregelen, van diverse aard en opgenomen in verschillende wettelijke bepalingen, die aan Griekse landbouwcoöperaties en inzonderheid aan de zuivelcoöperatie AGNO (hierna: AGNO") worden toegekend, onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt. Krachtens artikel 2, lid 1, van de bestreden beschikking moeten de Griekse autoriteiten binnen twee maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de bestreden beschikking alle nodige maatregelen vaststellen om de in artikel 1, lid 2, bedoelde onwettige steun bij de begunstigden terug te vorderen.
6 Het verzoek van de Helleense Republiek om opschorting van de tenuitvoerlegging bevat een herhaling van het dictum van de bestreden beschikking alsmede een vermelding van het beroep tot nietigverklaring met de opmerking, dat het voorwerp van het geschil hieruit duidelijk blijkt, namelijk de terugbetaling met rente van steun die volgens de Commissie ten onrechte is toegekend.
7 Deze vermeldingen worden gevolgd door een omschrijving in drie punten van de omstandigheden, feitelijk en rechtens, waaruit de spoedeisendheid van het verzoek om opschorting blijkt.
8 Om te beginnen voert de Helleense Republiek aan, dat eventuele tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking honderden landbouwcoöperaties, die duizenden leden tellen, zal raken en zeer ernstige sociale en economische problemen zal meebrengen die de sociale cohesie en de in de landbouwsector gerealiseerde herstructurering in gevaar brengen. Zij voert tevens aan, dat onmiddellijke toepassing van de bestreden beschikking tot leegloop van achtergestelde bergachtige streken zal leiden, het sociale weefsel zal doen uiteenvallen en de landbouwcoöperaties zal vernietigen. Voorts zal terugvordering van de verschuldigde bedragen ten belope van 260 miljard GRD, vermeerderd met rente, onvermijdelijk tot gedwongen tenuitvoerlegging, beslaglegging en openbare verkoop leiden, niet alleen van de goederen van de landbouwcoöperaties en van de AGNO, maar tevens van de goederen van de leden van deze coöperaties, die persoonlijk aansprakelijk zijn en aldus hun volledige roerende en onroerende patrimonium dreigen te verliezen.
9 Voorts is volgens de Helleense Republiek opschorting van de tenuitvoerlegging gerechtvaardigd wegens schending van algemene rechtsbeginselen en wegens de schade die onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking aan de rechten van derden zou toebrengen.
10 Ten slotte is terugvordering van de steunmaatregelen in ieder geval onmogelijk, aangezien naar nationaal recht de vordering tot terugbetaling van een verkeerdelijk, onwettig of onverschuldigd betaald bedrag na vijf jaar verjaard is.
11 Daarenboven voert de Helleense Republiek aan, dat het bij afweging van de belangen in de onderhavige zaak wenselijk is dat de gevraagde opschorting wordt toegewezen, aangezien deze maatregel geen enkel negatief gevolg meebrengt. Voorzover de door de bestreden beschikking geviseerde schuldenregeling al gevolgen zou hebben gehad, zijn deze gevolgen thans niet langer voelbaar op de markt, zodat handhaving van de bestaande situatie totdat het arrest ten gronde wordt gewezen, het gebrek aan evenwicht op de markt niet versterkt noch de draagwijdte van het beweerde concurrentievoordeel uitbreidt.
12 Overeenkomstig artikel 242 EG kan het Hof, indien het van oordeel is dat de omstandigheden zulks vereisen, opschorting van de uitvoering van de bestreden handeling gelasten in de zaken die bij hem aanhangig zijn.
13 Artikel 83, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering bepaalt dat de verzoeken op basis van artikel 242 EG een duidelijke omschrijving bevatten van het voorwerp van het geding en van de omstandigheden waaruit het spoedeisend karakter blijkt, alsmede de middelen, zowel feitelijk als rechtens, op grond waarvan de gevraagde opschorting aanvankelijk gerechtvaardigd voorkomt.
14 Aangaande het spoedeisend karakter van het verzoek, moet de partij die zich op ernstige en onherstelbare schade beroept het bestaan daarvan aantonen (beschikking van 25 juli 2000, Nederland/Parlement en Raad, C-377/98 R, Jurispr. blz. I-0000, punt 50).
15 Om het bestaan van dergelijke schade aan te tonen, hoeft niet met absolute zekerheid te worden aangetoond dat de schade is ingetreden en volstaat het dat die schade met een zekere mate van waarschijnlijkheid voorzienbaar is. Dit neemt echter niet weg, dat de verzoeker gehouden blijft de feiten te bewijzen waarop hij zijn verwachting van die ernstige en onherstelbare schade meent te baseren [beschikking van 14 december 1999, HFB e.a./Commissie, C-335/99 P (R), Jurispr. blz. I-8705, punt 67, en beschikking Nederland/Parlement en Raad, reeds aangehaald, punt 51].
16 In casu moet worden vastgesteld dat verzoekster, om het spoedeisend karakter van haar verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking aan te tonen, slechts algemene overwegingen formuleert zoals die in de punten 8 tot en met 10 van de onderhavige beschikking zijn uiteengezet, zonder concrete elementen aan te voeren die haar beweringen staven.
17 Om te beginnen bevat het verzoek aangaande de gevolgen die tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking zou hebben voor de betrokken coöperaties en hun leden alsmede voor AGNO, niet de minste informatie over de financiële situatie van de betrokkenen of zelfs maar een raming van de bedragen die elk van hen zou moeten terugbetalen, noch over de duur en de andere modaliteiten van de procedures die de nationale autoriteiten voor de terugvordering van de betrokken bedragen zouden moeten naleven.
18 Evenmin worden de ernstige gebeurtenissen die de sociale cohesie van de betrokken lidstaat zouden kunnen aantasten, en die volgens het verzoek tot opschorting het gevolg zouden zijn van de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking, op enige wijze aannemelijk gemaakt.
19 Indien in dergelijke omstandigheden de gevraagde opschorting werd toegewezen, zou het beroep tot nietigverklaring van de bestreden beschikking in feite schorsende werking krijgen, aangezien het inherent is aan elke beschikking waarbij de Commissie de terugvordering van onwettige en met de gemeenschappelijke markt onverenigbare steunmaatregelen gelast, dat zij voor de begunstigde van dergelijke steun tot moeilijkheden leidt.
20 De Griekse regering voert voorts aan, dat tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking de rechten van derden, met name de Griekse landbouwbank, de AGNO en de landbouwcoöperaties, zal aantasten.
21 In dit verband moet nogmaals worden opgemerkt, dat aantasting van de rechten van de personen die als begunstigden van met de gemeenschappelijke markt onverenigbare steunmaatregelen worden beschouwd, inherent is aan elke beschikking waarbij de Commissie de terugvordering van dergelijke steunmaatregelen gelast, en op zich, los van een concrete beoordeling van de ernst en het onherstelbaar karakter van de specifieke schade die in elk individueel geval wordt gesteld, niet als ernstige en onherstelbare schade kan worden beschouwd.
22 Meer in het bijzonder aangaande de Griekse landbouwbank blijkt voor het overige uit de bestreden beschikking dat, volgens de Commissie, de staat een beslissende invloed kan uitoefenen op het bestuur van deze bank en dat het gebruik van de middelen van deze bank kan worden gelijkgesteld met een door de Griekse staat getroffen maatregel. Aangezien deze beoordeling in het verzoek om opschorting niet ter discussie wordt gesteld, moet de situatie van de Griekse landbouwbank als derde derhalve buiten beschouwing worden gelaten. Voor het overige toont verzoekster niet aan, hoe tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking ernstige en onherstelbare schade zou kunnen toebrengen aan de onderneming die in deze beschikking als verlener van de terug te vorderen steun wordt aangemerkt.
23 Ten slotte kan evenmin ernstige en onherstelbare schade worden afgeleid uit de overwegingen van de Griekse regering volgens welke terugvordering van de steun naar nationaal recht onmogelijk is, afgezien nog van de verenigbaarheid van dergelijke bepalingen met de terzake voor de lidstaten uit het gemeenschapsrecht voortvloeiende verplichtingen.
24 Aangezien verzoekster haar beweringen aangaande de ernstige en onherstelbare schade die uit de tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking voortvloeit, derhalve op geen enkele wijze staaft, is het spoedeisend karakter van haar verzoek om opschorting niet rechtens genoegzaam aangetoond.
25 Bovendien moet worden vastgesteld, dat dit verzoek evenmin voldoet aan de vereisten van artikel 83, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering, volgens hetwelk het verzoek de middelen moet bevatten, zowel feitelijk als rechtens, op grond waarvan de opschorting waartoe wordt geconcludeerd, aanvankelijk gerechtvaardigd voorkomt.
26 Verzoekster verwijst slechts naar haar beroep tot nietigverklaring van de bestreden beschikking met de bewering dat dit beroep waarschijnlijk zal worden toegewezen.
27 De loutere verwijzing naar het beroep tot nietigverklaring van de bestreden beschikking kan het ontbreken van elke uiteenzetting van de middelen van het beroep tot nietigverklaring die de fumus boni juris van het verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging aantonen, niet verhelpen (zie in die zin beschikking van 10 juni 1988, Sofrimport/Commissie, 152/88 R, Jurispr. blz. 2931, punt 12).
28 Mitsdien moet het verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking worden afgewezen.
Dictum
DE PRESIDENT VAN HET HOF
beschikt:
1) Het verzoek in kort geding wordt afgewezen.
2) De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden.
Full & Egal Universal Law Academy