Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
Partijen
In zaak C-374/00,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, aanvankelijk vertegenwoordigd door R. Wainwright, en P. Panayotopoulos, vervolgens door R. Wainwright en M. Konstantinidis als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Helleense Republiek, vertegenwoordigd door P. Skandalou als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verweerster,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 97/11/EG van de Raad van 3 maart 1997 tot wijziging van richtlijn 85/337/EEG betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 73, blz. 5), en, subsidiair door deze bepalingen niet aan de Commissie te hebben meegedeeld, de krachtens het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
geeft
DE PRESIDENT VAN DE ZESDE KAMER VAN HET HOF
advocaat-generaal S. Alber gehoord,
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Bij akte, neergelegd ter griffie van het Hof op 15 juli 2002, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof overeenkomstig artikel 78 van het Reglement voor de procesvoering meegedeeld, dat zij afstand doet van haar beroep, en krachtens artikel 69, lid 5, eerste alinea, van dit Reglement verzocht, de Helleense Republiek te verwijzen in de kosten.
2 Bij brief, neergelegd ter griffie van het Hof op 20 augustus 2002, heeft de Helleense Republiek kennis genomen van de afstand, zonder te concluderen met betrekking tot de kosten.
3 Volgens artikel 69, lid 5, eerste alinea, van het Reglement voor de procesvoering wordt de partij die afstand van instantie doet, voorzover dit door de wederpartij in haar opmerkingen over de afstand van instantie is gevorderd, in de kosten veroordeeld. Op vordering van eerstbedoelde partij wordt evenwel de wederpartij in de kosten veroordeeld, indien dit op grond van de houding van deze partij gerechtvaardigd lijkt.
4 In casu zijn het beroep en de daaropvolgende afstand van instantie door de Commissie het gevolg van de houding van de Helleense Republiek, aangezien zij eerst na de instelling van dit beroep de maatregelen heeft meegedeeld die zij heeft genomen om aan haar verplichtingen te voldoen.
5 Derhalve moet de Helleense Republiek worden verwezen in de kosten.
Dictum
DE PRESIDENT VAN DE ZESDE KAMER VAN HET HOF
beschikt:
1) Zaak C-374 wordt doorgehaald in het register van het Hof.
2) De Helleense Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy