Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Gemeenschapsmerk - Beroepsprocedure - Beroep tegen afwijzing van oppositie tegen merkaanvraag - Intrekking van merkaanvraag - Beroep dat zonder voorwerp is geraakt - Afdoening zonder beslissing
(Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 63)
Samenvatting
$$Door de intrekking van een bij het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt ingediende aanvraag van een gemeenschapsmerk, raakt het beroep bij het Gerecht tegen de beslissing van een kamer van beroep van het Bureau waarbij de oppositie tegen deze aanvraag is afgewezen, zonder voorwerp, zodat het Gerecht niet hoeft te beslissen.
( cf. punten 5, 9, 12 )
Partijen
In zaak T-187/00,
Gödecke AG, gevestigd te Freiburg im Breisgau (Duitsland), vertegenwoordigd door W. Schmid en A. Schabenberger, advocaten,
verzoekster,
tegen
Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM), vertegenwoordigd door O. Montalto en J. Miranda de Sousa als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verweerder,
interveniërende partij voor het Gerecht:
Teva Pharmaceutical Industries Ltd, gevestigd te Jeruzalem (Israël), vertegenwoordigd door G. Farrington, solicitor,
betreffende een beroep tegen de op 17 mei 2000 aan verzoekster betekende beslissing van de eerste kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) van 15 mei 2000 (zaak R 501/1999-1) betreffende een oppositieprocedure tussen Gödecke AG en Teva Pharmaceutical Industries Ltd,
geeft
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Vierde kamer),
samengesteld als volgt: P. Mengozzi, kamerpresident, V. Tiili en R. M. Moura Ramos, rechters,
griffier: H. Jung,
gezien het op 14 juli 2000 ter griffie van het Gerecht neergelegde verzoekschrift,
gezien de op 21 december 2000 ter griffie van het Gerecht neergelegde memorie van antwoord,
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Op 1 april 1996 heeft interveniënte voor het Gerecht, Teva Pharmaceutical Industries Ltd (hierna: Teva"), bij het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (hierna: Bureau") krachtens verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het gemeenschapsmerk (PB 1994, L 11, blz. 1), zoals gewijzigd, een gemeenschapsmerkaanvraag ingediend.
2 De aanvraag betreft het woord ACAMOL.
3 De waren waarvoor de aanvraag is ingediend, behoren tot klasse 5 in de zin van de Overeenkomst van Nice van 15 juni 1957 betreffende de internationale classificatie van waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken, zoals herzien en gewijzigd (hierna: Overeenkomst van Nice"). Zij zijn omschreven als volgt: farmaceutische preparaten en stoffen".
4 Op 3 februari 1998 stelde verzoekster, Gödecke AG, oppositie in tegen de gemeenschapsmerkaanvraag. De oppositie is ingesteld op basis van het oudere Duitse woordmerk AGAROL, dat is ingeschreven voor laxeermiddelen" die onder klasse 5 in de zin van de Overeenkomst van Nice vallen.
5 Bij beslissing van 21 juni 1999 heeft de oppositieafdeling de aanvraag afgewezen krachtens artikel 8, lid 1, sub b, en de artikelen 42 en 43 van verordening nr. 40/94 wegens een voor alle door de gemeenschapsmerkaanvraag gedekte producten bestaand gevaar van verwarring tussen het oudere merk AGAROL en het aangevraagde gemeenschapsmerk ACAMOL.
6 Op 13 augustus 1999 stelde Teva tegen de beslissing van de oppositieafdeling beroep in bij het Bureau krachtens artikel 59 van verordening nr. 40/94.
7 De kamer van beroep heeft de beslissing van de oppositieafdeling vernietigd en de oppositie verworpen bij beslissing van 15 mei 2000.
8 Op verzoek van Teva is het Engels krachtens artikel 131, lid 2, derde alinea, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht de procestaal van de onderhavige zaak geworden.
9 Bij brief van 11 december 2000 heeft Teva het Gerecht meegedeeld dat zij haar gemeenschapsmerkaanvraag introk overeenkomstig artikel 44, lid 1, van verordening nr. 40/94.
10 Bij brief van 8 januari 2001 heeft verzoekster het Gerecht laten weten dat de intrekking van de gemeenschapsmerkaanvraag door Teva haars inziens geen einde heeft gemaakt aan de procedure voor het Gerecht. Voor het geval het Gerecht het geding als zonder voorwerp geraakt beschouwt, verzoekt zij Teva in de kosten te verwijzen krachtens artikel 87, lid 5, van het Reglement voor de procesvoering.
11 Bij brief van 11 januari 2001 stelt het Bureau dat het beroep voor het Gerecht zonder voorwerp is geraakt.
12 Naar het oordeel van het Gerecht is het onderhavige beroep zonder voorwerp geraakt, gelet op de intrekking van de gemeenschapsmerkaanvraag. Op het beroep hoeft dus niet te worden beslist.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
13 Volgens artikel 87, lid 6, van het Reglement voor de procesvoering beslist het Gerecht, wanneer het geding zonder voorwerp is geraakt, vrijelijk over de kosten.
14 In de omstandigheden van de onderhavige zaak is het Gerecht van oordeel dat elke partij zijn eigen kosten dient te dragen.
Dictum
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Vierde kamer)
beschikt:
1) Op het beroep hoeft niet te worden beslist.
2) Elke partij zal zijn eigen kosten dragen.
Full & Egal Universal Law Academy