Conclusie van de advocaat generaal
1. Krachtens artikel 226 EG verzoekt de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof om vast te stellen dat de Helleense Republiek, door de Commissie niet de gegevens mee te delen bedoeld in artikel 8, lid 3, van richtlijn 91/689/EEG van de Raad van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen, de krachtens het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen. De Commissie verzoekt bovendien om de Helleense Republiek in de kosten te veroordelen.
I - Rechtskader
2. Richtlijn 91/689, zoals gewijzigd bij richtlijn 94/31/EG van 27 juni 1994, heeft tot doel de wetgevingen van de lidstaten inzake het gecontroleerde beheer van gevaarlijke afvalstoffen onderling aan te passen.
3. Richtlijn 91/689 heeft eveneens tot doel, de gevaren weg te nemen die inherent zijn aan de verwijdering en de nuttige toepassing van gevaarlijke afvalstoffen.
4. Volgens de zesde overweging van de considerans van richtlijn 91/689 moet de controle op verwijdering en nuttige toepassing van gevaarlijke afvalstoffen zoveel mogelijk [...] worden gewaarborgd".
5. Artikel 5 van richtlijn 91/689 luidt:
1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om te verzekeren dat de afvalstoffen bij inzameling, vervoer en tijdelijke opslag deugdelijk zijn verpakt en overeenkomstig de geldende internationale en communautaire normen zijn gekenmerkt.
[...]
3. Als gevaarlijke afvalstoffen worden getransporteerd, moeten zij vergezeld gaan van een identificatieformulier waarop de in bijlage I, deel A, bij richtlijn 84/631/EEG van de Raad van 6 december 1984 betreffende toezicht en controle in de Gemeenschap op de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen, laatstelijk gewijzigd bij richtlijn 86/279/EEG, opgenomen gegevens vermeld staan."
6. Artikel 8, lid 3, van richtlijn 91/689 luidt:
[...] de lidstaten [verstrekken] de Commissie vóór 12 december 1994 voor elke inrichting of onderneming die voornamelijk ten behoeve van derden zorgt voor verwijdering en/of nuttige toepassing van gevaarlijke afvalstoffen en waarschijnlijk deel uitmaakt van het in artikel 5 van richtlijn 75/442/EEG bedoelde geïntegreerde net, de volgens gegevens:
- naam en adres,
- wijze van behandeling van de afvalstoffen,
- soort en hoeveelheid van de afvalstoffen die kunnen worden behandeld.
Wijzigingen in deze gegevens worden door de lidstaten jaarlijks aan de Commissie medegedeeld.
De Commissie stelt deze gegevens ter beschikking van de bevoegde instanties van de lidstaten die daarom verzoeken.
De vorm waarin deze informatie aan de Commissie wordt verstrekt, wordt [in onderling overleg] vastgesteld."
7. Beschikking 96/302/EG van de Commissie stelt de vorm vast waarin de ingevolge artikel 8, lid 3, van richtlijn 91/689 vereiste informatie moet worden verstrekt. Zij bevat in de bijlage het standaardformulier waarop de genoemde gegevens moeten worden verstrekt.
8. Artikel 10, lid 1, van richtlijn 91/689 luidt:
De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om vóór 12 december 1993 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis."
II - Voorgeschiedenis van het geding
9. Aangezien de Helleense Republiek haar niet de in artikel 8, lid 3, van richtlijn 91/689 bedoelde gegevens had meegedeeld, heeft de Commissie de niet-nakomingsprocedure ingeleid.
10. Op 16 september 1998 heeft de Commissie de Griekse regering overeenkomstig artikel 226 EG een aanmaningsbrief gestuurd, waarin zij haar verzocht, binnen twee maanden haar opmerkingen te maken. Aangezien zij geen antwoord ontving, heeft de Commissie de Helleense Republiek op 17 december 1998 een met redenen omkleed advies gestuurd.
11. Bij brief van 30 november 1998 hebben de Griekse autoriteiten op de aanmaningsbrief geantwoord dat er in Griekenland geen inrichting of onderneming bestaat die zorgt voor verwijdering en/of nuttige toepassing van gevaarlijke afvalstoffen. In dezelfde brief deelden zij de Commissie de naam en het adres van vier ondernemingen mee die gevaarlijke afvalstoffen beheren ten behoeve van derden, die deze naar andere lidstaten uitvoeren.
12. Op 11 augustus 1999 heeft de Commissie, rekening houdend met de achteraf door de Helleense Republiek gegeven antwoorden, een aanvullend met redenen omkleed advies uitgebracht, waarin zij stelt dat de door de Griekse autoriteiten verstrekte gegevens onvolledig zijn. Volgens haar wordt namelijk een derde van de in Griekenland geproduceerde gevaarlijke afvalstoffen nuttig toegepast door inrichtingen of ondernemingen waarover de Griekse autoriteiten nog geen inlichtingen hebben verstrekt.
13. Bij brief van 9 november 1999 hebben de Griekse autoriteiten dit aanvullende advies beantwoord. Zij verklaarden dat zij bij brief van 13 november 1998 van het ministerie van Milieu gegevens hadden verstrekt over de inrichtingen of ondernemingen die zorgen voor verwijdering of nuttige toepassing van gevaarlijke afvalstoffen ten behoeve van derden. Met betrekking tot de hoeveelheid geproduceerde gevaarlijke afvalstoffen en het percentage dat in 1998 nuttig was verwerkt, gaven zij aan dat de totale hoeveelheid in Griekenland geproduceerde gevaarlijke afvalstoffen 287 000 ton per jaar bedraagt, waarvan 65 000 ton per jaar ofwel 22,82 % nuttig wordt toegepast.
De Commissie stelt vast dat deze gegevens in tegenspraak zijn met de antwoorden van de Griekse autoriteiten van respectievelijk 30 november en 7 december 1998.
III - Conclusies van partijen
14. Van mening dat de Helleense Republiek volgens de door haar verstrekte gegevens de in het met redenen omklede advies gestelde niet-nakoming niet had beëindigd, heeft de Commissie besloten het onderhavige beroep in te stellen.
15. De Commissie concludeert dat het het Hof behage:
- vast te stellen dat de Helleense Republiek, door de Commissie niet binnen de gestelde termijn voor elke inrichting of onderneming die zorgt voor verwijdering en/of nuttige toepassing van gevaarlijke afvalstoffen, de gegevens te verstrekken bedoeld in artikel 8, lid 3, van richtlijn 91/689 en in de in dat lid bedoelde beschikking 96/302, de krachtens het EG-Verdrag en genoemde richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
- de Helleense Republiek in de kosten te veroordelen.
16. De Helleense Republiek concludeert dat het het Hof behage:
- het beroep van de Commissie te verwerpen,
- de Commissie in de kosten te veroordelen.
IV - Argumenten van partijen
17. De Commissie verwijt de Helleense Republiek, haar niet de door artikel 8, lid 3, van richtlijn 91/689 vereiste gegevens te hebben meegedeeld en dit niet in de bij beschikking 96/302 vastgestelde vorm te hebben gedaan.
18. In haar verweerschrift erkent de Griekse regering dat zij in antwoord op de aanmaningsbrief en het met redenen omklede advies van de Commissie heeft verklaard dat er geen inrichtingen of ondernemingen bestonden die zorgden voor verwijdering of nuttige toepassing van gevaarlijke afvalstoffen in Griekenland, en heeft zij de namen meegedeeld van de vier ondernemingen die gevaarlijke afvalstoffen ten behoeve van derden beheren. Zij verstrekt ook nieuwe informatie, namelijk dat er nu inmiddels zes van zulke bedrijven zijn. Daarnaast verstrekt zij gegevens over de bouw van de eerste installatie voor de behandeling van gevaarlijke afvalstoffen op nationaal niveau.
19. In repliek verwijt de Commissie de Helleense Republiek, haar niet de gegevens te hebben verstrekt van alle ondernemingen die zorgen voor verwijdering en/of nuttige toepassing van gevaarlijke afvalstoffen. In antwoord op de Commissie geven de Griekse autoriteiten in dupliek nieuwe namen van ondernemingen en verstrekken zij hierover aanvullende gegevens.
V - Beoordeling
20. Volgens vaste rechtspraak moet het bestaan van een niet-nakoming [...] worden beoordeeld naar de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn, en [kan] het Hof met sedertdien opgetreden wijzigingen geen rekening [...] houden"
21. Volgens artikel 8, lid 3, van richtlijn 91/689 dienen de lidstaten te verstrekken:
- de lijst van alle inrichtingen of ondernemingen die voornamelijk ten behoeve van derden zorgen voor verwijdering en/of nuttige toepassing van gevaarlijke afvalstoffen, en
- de namen en adressen van elke onderneming of inrichting, de wijze van behandeling van de afvalstoffen en de soort en hoeveelheid van de afvalstoffen die kunnen worden behandeld.
Deze gegevens moeten worden verstrekt in de bij beschikking 96/302 vastgestelde vorm.
De lidstaten dienen ook jaarlijks de wijzigingen van deze gegevens mee te delen.
22. In confesso is dat de Griekse regering aan het einde van de in het aanvullende met redenen omklede advies vastgestelde termijn, namelijk 11 augustus 1999, de Commissie niet de gegevens van iedere inrichting of onderneming die voornamelijk ten behoeve van derden zorgt voor verwijdering en/of nuttige toepassing van gevaarlijke afvalstoffen, had meegedeeld in de vorm die bij beschikking 96/302 is vastgesteld. Evenmin heeft zij de Commissie jaarlijks de wijzigingen van deze gegevens meegedeeld.
23. Aangezien de Griekse regering de in artikel 8, lid 3, van richtlijn 91/689 en beschikking 96/302 vastgelegde verplichtingen niet is nagekomen, dient het door de Commissie ingestelde beroep als gegrond te worden beschouwd.
24. Ingevolge artikel 69, lid 2, van het reglement voor de procesvoering Hof wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd, hetgeen in het onderhavige geval zo is. Ik concludeer dan ook tot verwijzing van de Helleense Republiek in de kosten.
Conclusie
25. Derhalve geef ik het Hof in overweging te beslissen:
1) De Helleense Republiek is de krachtens artikel 8, lid 3, van richtlijn 91/689/EEG van de Raad van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen, en beschikking 96/302/EG van de Commissie van 17 april 1996 tot vaststelling van de vorm waarin de ingevolge artikel 8, lid 3, van richtlijn 91/689 vereiste informatie moet worden verstrekt, op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Helleense Republiek wordt verwezen in de kosten."
Full & Egal Universal Law Academy